RIS324991 Beantw SV HvDH geïrriteerd over afblazen braderie Leyweg kansen voor ondernemers moet je niet laten liggen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
19 mei 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid De Mos, luidend: ‘Hart voor Den Haag geïrriteerd over afblazen braderie Leyweg kansen voor ondernemers moet je niet laten liggen’
DSB/11040096 RIS324991
Het raadslid De Mos heeft op 7 maart 2026 een brief met daarin acht vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
1.
Is het college bekend met het feit dat de geplande braderie bij winkelcentrum Leyweg niet doorgaat omdat organisator MARBO geen vergunning heeft gekregen?
Ja.
2.
Kan het college aangeven wanneer de vergunningaanvraag door organisator MARBO is ingediend?
De aanvraag is ingediend op 11 maart 2025.
3.
Kan het college aangeven waarom er geen tijdige vergunning verleend is, waardoor het evenement op het laatste moment niet kan doorgaan? Graag een gedetailleerd antwoord.
Voor de afhandeling van een aanvraag voor een Incidenteel Private Markt (IPM) is geen termijn opgenomen in gemeentelijke regelgeving. Gelet daarop, geldt voor deze aanvragen de Algemene Wet Bestuursrecht en moet er binnen uiterlijk acht weken worden beslist (art. 4:13 Algemene wet bestuursrecht). Het streven is om zo snel als mogelijk een vergunning te verlenen, zodat de aanvrager verder kan met het organiseren van zijn dan vergunde markt. In het afwegingsproces voorafgaand aan het besluit worden adviezen opgevraagd en afwegingen gemaakt, die zijn benoemd in de verordening. Incidenteel kan een besluit ook meer tijd vragen, omdat er uitgebreider onderzocht moet worden of een vergunning verleend kan worden. Bij deze aanvraag was een uitgebreider onderzoek nodig, omdat de aanvrager bij eerder verleende vergunningen de voorschriften niet heeft nageleefd. Deze gedragingen en overtredingen, hebben ook geleid tot een formele waarschuwing op 8 juli 2025. In later verleende vergunningen zijn de voorschriften opnieuw niet nageleefd. De uitkomsten van het nadere onderzoek hebben uiteindelijk de doorslag gegeven om geen vergunning voor de braderie aan de Leyweg te verlenen. Het college is zich ervan bewust dat dit besluit eerder genomen had moeten worden, zodat we de ondernemer hier eerder van op de hoogte hadden kunnen stellen.
Wanneer we de vergunning verleend hadden binnen de wettelijke termijn, dan hadden we alsnog de vergunning vanwege de hiervoor genoemde omstandigheden in moeten trekken. In dat geval was het resultaat hetzelfde maar hadden wij ons wel aan de termijn gehouden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11040096
4.
Is het college zich ervan bewust dat ondernemers al extra inkopen en personeel hadden geregeld in aanloop naar dit evenement?
Het college begrijpt dat vooruitlopend op de toekenning van de vergunning ondernemers voorbereidingen gaan treffen en daar had het college zich meer bewust van moeten zijn bij het besluitvormingstraject, zodat het afwijzende besluit eerder was genomen.
5.
Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag, dat evenementen zoals een braderie juist bijdragen aan levendigheid en bezoekersaantallen in winkelgebieden zoals de Leyweg?
Zoals ook in de overwegingen bij het vaststellen van de verordening is opgenomen (RIS295092) ziet de gemeente dit type markten als een verrijking van de stad.
6.
Hoe kan het dat een relatief kleinschalig evenement als een braderie strandt in de vergunningprocedure? Graag een gedetailleerd antwoord.
Het verlenen van een vergunning is een proces, waarbij verschillende belangen worden afgewogen, zoals het waarborgen van de openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van overlast, bescherming van het woon- en leefklimaat en de veiligheid. Hierin wordt ook gekeken naar de historie van de aanvrager bij in het verleden verleende vergunningen, omdat daar nader onderzoek naar wordt gedaan. Daardoor kan het voorkomen dat de verlening van de vergunning vertraging oploopt. Het college is zich ervan bewust dat dit er niet toe had moeten leiden dat een ondernemer op het laatste moment van het genomen besluit op de hoogte wordt gesteld.
7.
Is het college bereid te onderzoeken hoe vergunningprocedures voor dit soort evenementen sneller en ondernemersvriendelijker kunnen verlopen? Hoe kan de BIZ Leyweg hierbij meer grip krijgen op dit soort evenementen?
De doelstelling bij de vergunningverlening is dat een vergunning zo snel mogelijk na het indienen van een volledige aanvraag afgehandeld kan worden. Dat is in het belang van de ondernemer, zodat deze voorbereidingstijd heeft voor de verdere organisatie van zijn evenement. Het is ook in het belang van de omgeving en andere belanghebbenden, zodat belanghebbenden op tijd op de hoogte kunnen worden gesteld en om daarmee te mogelijkheid te bieden eventueel bezwaar te maken tegen het besluit. Gedurende het gehele proces staat de vergunningverlener in contact met de aanvrager. Incidenteel kan het meer tijd kosten als de situatie om uitgebreider onderzoek vraagt. Ook dan proberen wij daar zo snel mogelijk uitsluitsel te geven. Een aanvraag kan maximaal 1 jaar voor de beoogde datum worden ingediend. Normaal gesproken wordt het besluit dan ook binnen de beslistermijn van acht weken, met een mogelijke verlenging van acht weken, genomen. Het is echter ook van belang dat er onderbouwde en actuele adviezen beschikbaar zijn over bijvoorbeeld het gebruik van het terrein. Bij een vergunningverlening die bijna ¾ jaar vóór de beoogde datum ligt is het niet goed mogelijk om dat te kunnen garanderen.
Om daar een goed evenwicht in te kunnen vinden, zal het proces van aanvragen van een vergunning voor een IPM en het opvragen van adviezen voor het verlenen van een vergunning voor een IPM tegen het licht gehouden worden. Daarbij is het streven het proces overzichtelijker te maken, zodat tijdig duidelijkheid gegeven kan worden aan de aanvrager over het wel of niet verlenen van de vergunning. Dat sluit niet uit dat er omstandigheden kunnen zijn waardoor een verleende vergunning alsnog ingetrokken wordt, bijvoorbeeld wanneer de ruimtelijke omstandigheden dusdanig gewijzigd zijn dat de locatie niet beschikbaar is of dat, zoals in dit geval, de organisator tekortschiet in het naleven van vergunningsvoorschriften.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11040096
De BIZ Leyweg heeft bij het organiseren van een IPM bij een gelijktijdige aanvraag voorrang op een andere aanvrager. Er is geen andere rol voor een BIZ weggelegd in het proces voor het verlenen van een vergunning voor een IPM. Over het algemeen heeft de organisator van een IPM contact met de in de omgeving actieve BIZ of winkeliersvereniging.
8.
Welke maatregelen gaat het college nemen om te voorkomen dat initiatieven van ondernemers opnieuw sneuvelen door bureaucratische vertraging?
Het proces voor vergunningverlening van een IPM verloopt over het algemeen goed en zonder vertraging. Of het proces verder kan worden geoptimaliseerd zodat de belangen van de aanvrager beter geborgd kunnen worden en ook de uiteindelijke beslissing op de aanvraag afdoende kan worden onderbouwd, zal verder worden onderzocht. Voor de lopende aanvragen zal de doorlooptijd worden bewaakt en de aanvrager op de hoogte worden gehouden wanneer daar vertraging op dreigt te treden. Indien aanvragen tijdig zijn ingediend en de behandeling van de aanvraag niet een reguliere doorlooptijd kan volgen, nemen wij in principe contact op met de aanvrager om toe te lichten dat er vertraging is. In dit geval is dat niet gebeurd, terwijl hier juist gelet op de bijzondere omstandigheden aandacht voor had moeten zijn. Het college zal hier in de toekomst nadrukkelijker op letten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
3/3