RIS324965 Onderzoek achterliggende oorzaken van afvaloverlast door de Erasmus Universiteit
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/11004977 RIS324965 Contactpersoon
Jethro Steijvers Eva Sprinkhuizen Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer Datum
14070
10 maart 2026
E-mailadres
Onderwerp
jethro.steijvers@denhaag.nl eva.sprinkhuizen@denhaag.nl
Onderzoek achterliggende oorzaken van afvaloverlast door de Erasmus
Bijlagen
Universiteit
2
Geachte voorzitter, Afvaloverlast is een complex vraagstuk. De mate en het karakter van afvaloverlast verschillen van wijk tot wijk en soms zelfs van straat tot straat. Om beter grip te krijgen op de complexiteit van dit vraagstuk is in het Aanvalsplan Afval 2023-2026 (RIS318448) opgenomen dat de gemeente Den Haag onderzoek zal laten verrichten naar de achterliggende oorzaken van afvaloverlast. De opzet voor dit onderzoek is in februari 2024 met de gemeenteraad gedeeld (RIS318069). De onderzoekers van de Erasmus Universiteit hebben het onderzoek nu afgerond. Het college heeft met veel interesse kennisgenomen van de perspectieven en nieuwe inzichten uit het onderzoek die de Haagse aanpak op een duurzame en structurele wijze kan verbeteren. Tegelijkertijd constateert het college dat het Aanvalsplan Afval reeds veel elementen bevat die aansluiten bij de aanbevelingen die uit dit onderzoek komen. Het college beschouwt deze aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek als een bevestiging dat we in Den Haag met de acties uit het Aanvalsplan Afval de goede weg zijn ingeslagen. Hierbij is het belangrijk om te benoemen dat hoewel we harder zijn gaan dweilen, de kraan door bijvoorbeeld meer bewoners en bezoekers en dus meer afval, harder is gaan lopen. Met de inzichten van de Erasmus Universiteit in de hand kan deze bestaande inzet verder worden versterkt en doorontwikkeld.
In deze brief delen we eerst de bevindingen van het onderzoek en beschrijven we vervolgens hoe we aan de slag gaan met de aanbevelingen. Eind 2025 is het college overigens al gestart om een deel van de aanbevelingen om te zetten naar acties. Zo breiden we het gebiedsgericht werken in 2026 verder uit met speciaal daarvoor aangestelde projectleiders afval en schoon. We werken in aandachtsgebieden aan het vergroten van de betrokkenheid van bewoners met de buurt en elkaar door wijkbudgetten of microsubsidies voor sociale schone-straatinitiatieven in te stellen. De focus van opruimdagen verbreden we door de opzet nog meer te richten op ontmoeting en de mogelijkheden voor hergebruik of reparatie van materialen en spullen. En de werkzaamheden van de Haagse Milieu Services en de Haagse Straatorganisatie zullen in 2026 nog meer aansluiten op het ritme van de stad.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11004977
Beschrijving van de opzet van het onderzoek naar afvaloverlast Het onderzoek van de Erasmus Universiteit naar afvaloverlast in Den Haag bestaat uit drie fasen. In de eerste fase van het onderzoek hebben de onderzoekers op basis van een verkennend literatuuronderzoek en interviews een beeld gevormd van de belangrijkste interpretaties en aannames rond afvaloverlast in Den Haag. In de tweede verdiepende fase is met behulp van verschillende methoden een verdiepend beeld verkregen van de onderliggende praktijken rondom afval en bijplaatsingen. In de derde ontwerpende fase zijn inzichten uit de tweede fase vertaald naar oplossingsrichtingen waarbij de dagelijkse realiteit van Haagse bewoners in acht wordt genomen. De onderzoekers hebben de Social Practice Theory (SPT) als belangrijkste theoretische lens gebruikt om afvaloverlast door bijplaatsingen te analyseren. Binnen deze benadering wordt afvalgedrag gezien als onderdeel van sociaal ingebedde praktijken, gevormd door drie met elkaar verweven elementen: materiële middelen, competenties, en sociale en culturele betekenissen. Belangrijkste bevindingen Hoe mensen met afval omgaan wordt bepaald door het samenspel van sociale, fysieke en institutionele factoren: de beschikbaarheid van containers en ruimte thuis, kennis van regels en voorzieningen, en de betekenis die bewoners geven aan publieke ruimte, netheid en eigenaarschap.
Vanuit de SPT wordt afvalgedrag zo zichtbaar als onderdeel van bredere sociale praktijken, waarin routines, materialen en normen elkaar voortdurend beïnvloeden. Hieronder worden de meest in het oog springende en relevante bevindingen uit het onderzoek samengevat met daaronder een verwijzing naar de bijbehorende aanbevelingen: -
Ruimte, ritme en perceptie: De fysieke condities van woningen en wijken (beschikbare ruimte om afval tijdelijk op te slaan in de keuken, op een balkon of in een tuin), in combinatie met de ritmes van bewoners en inzameling (bewoners geven aan vooral afval in het weekend weg te brengen), bepalen hoeveel handelingsruimte er is om afval op de juiste manier weg te brengen. Daarnaast blijkt dat bewoners zich in hun keuzes vaak laten leiden door perceptie. Als er al een vuilniszak naast een container ligt of één van de containers klemzit, ontstaat de indruk dat alles vol zit. → zie aanbeveling 1, 3, 4 en 5
-
Context bepaalt gedrag: Bewoners bieden afval illegaal aan wanneer de praktijk van afval wegbrengen verandert door tijdsdruk, ruimtegebrek of ontbrekende infrastructuur. In zulke situaties verschuift de betekenis van afval: ‘niet-vies’ afval voelt acceptabeler om bij te zetten (“Ik weet eigenlijk dat grofvuil bij de eerstvolgende rit door de wijk wel op zal lossen. Dit trekt ook geen ongedierte aan”) en herbruikbare spullen krijgen een sociale functie (“een bijplaatsing als informele uitnodiging tot hergebruik”). Daardoor ontstaat een kloof tussen houding en handeling die geen normvervaging is, maar een uitkomst van contextafhankelijke praktijken. Iemand wil bijvoorbeeld de tram halen, heeft weinig ruimte in huis, ziet dat de container vol is, en beslist dat een ‘niet-vies’ item best even buiten kan blijven. → zie aanbeveling 3, 4 en 5
-
Sociaaleconomische omstandigheden: Sociaaleconomische omstandigheden zoals stress, tijdelijke bewoning en overbewoning kennen een structurele samenhang met het verkeerd aanbieden van afval. In wijken waar deze vraagstukken prominent aanwezig zijn, is de afvalproblematiek het grootst. In deze wijken wordt zichtbaar dat de afvalpraktijken zich ontwikkelen in wisselwerking met andere praktijken die onder druk staan. Hierbij kun je denken aan: zorg voor kinderen, aanstaande verhuizingen, een woning delen met onbekenden of de grilligheid van werktijden bij uitzendwerk.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11004977
→ zie aanbeveling 1, 2 en 3 -
Beeld van bewoners over inzet gemeente: Bij sommige bewoners bestaat het beeld dat in bepaalde wijken de gemeentelijke inzet op schoon minder prioriteit heeft, terwijl vaak het tegenovergestelde het geval is. Daar waar afvaloverlast groot is, wordt er veel schoonmaakcapaciteit ingezet. Juist daarom is het belangrijk om transparant te zijn over gemaakte keuzes, de verdeling van inzet en middelen. Duidelijke toelichting helpt om misverstanden te voorkomen en draagt bij aan vertrouwen en ervaren rechtvaardigheid tussen wijken. → zie aanbeveling 3
-
Kennis over afval: Gebrek aan kennis, taalbarrières en impliciete regels vergroten de kans op misverstanden. Nieuwkomers, mensen die van buiten Nederland komen, of bewoners zonder sociaal netwerk in de buurt, hebben niet alleen weinig toegang tot expliciete vormen van kennis (brochures, websites etc.), zij hebben ook minder toegang tot deze impliciete vorm van kennis. Deze impliciete kennis over afval wordt niet gezocht, maar ontstaat via delen (denk aan in een app-groep of via een buurtgenoot) en deelname aan sociale netwerken. → zie aanbeveling 1, 2 en 3
-
Sociale relaties: Afvalgedrag in de buurt hangt sterk samen met de aanwezigheid van sociale relaties. Bewoners voelen zich onveilig of machteloos bij het aanspreken van anderen, wat leidt tot afstand, wantrouwen en minder onderling contact. Op deze manier verdwijnen informele correcties en kan de aanwezigheid van afval op straat symbool staan voor de mate van sociale cohesie in een wijk. → zie aanbeveling 1, 2, 3 en 4
-
Handhaving: Strengere handhaving werkt alleen als regels duidelijk en legitiem zijn. Handhaving alleen lost structurele oorzaken niet op; daarvoor is investeren in vertrouwen, ontmoeting en sociale samenhang nodig. → zie aanbeveling 1 en 5
-
Relationele infrastructuur tussen bewoners en gemeente: Formele systemen, zoals het meldingssysteem, kunnen hun betekenis verliezen wanneer bewoners onvoldoende effect terugzien van hun inzet. Als een bewoner het gevoel krijgt dat een melding niet goed of te laat wordt afgehandeld, kan dit leiden tot meldingsmoeheid. Om te voorkomen dat vervolgens de afstand tussen bewoner en gemeente groeit, is het essentieel dat er wordt ingezet op transparantie over werkzaamheden en tijdige terugkoppeling van meldingen. Ook erkenning en waardering van de inspanningen is hierbij van belang, zodat bewoners zich gehoord voelen en betrokken blijven. → zie aanbeveling 1, 2 en 3
De aanpak van afvaloverlast vraagt volgens het onderzoek om een integrale benadering waarin sociale, fysieke en maatschappelijke factoren worden betrokken; verbeteringen in huisvesting, armoedebestrijding, welzijn en verbondenheid zijn daarbij net zo relevant als afvalbeleid zelf. Daarnaast is een afvalinfrastructuur die aansluit op het ritme van de stad en haar bewoners essentieel: voorzieningen moeten logisch, toegankelijk en passend zijn binnen dagelijkse routines en ruimtelijke beperkingen. Verder benadrukt het onderzoek dat afvalbeheer een sociaal proces is, waarbij duurzame afvalpraktijken alleen ontstaan wanneer bewoners zich erkend en gehoord voelen door elkaar én door de gemeente.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11004977
Tot slot vraagt effectief beleid om aandacht voor de culturele en sociale betekenissen van afval, zodat afval niet alleen een verplichting is, maar ook een kans om bij te dragen aan de buurt, zorg voor spullen te tonen en gezamenlijke waarden te versterken. Aan de slag met de aanbevelingen De bevindingen laten zien dat afvaloverlast in Den Haag diep verweven is met sociaaleconomische omstandigheden, sociale relaties, vertrouwen en de manier waarop bewoners zich tot de gemeente verhouden. Het simpelweg uitbreiden van handhaving of het plaatsen van extra containers biedt geen structurele oplossing wanneer de onderliggende sociale en institutionele voorwaarden niet worden versterkt. Duurzame verbetering vraagt om een aanpak die technische maatregelen verbindt met aandacht voor relaties, leefomstandigheden en de dagelijkse realiteit van bewoners. De aanpak tegen afvaloverlast zoals geformuleerd in het Aanvalsplan Afval 2023-2026 bestaat uit een solide basis waar het grootste deel van de aanbevelingen en oplossingsrichtingen op geënt kunnen worden. Het onderzoek bevestigt niet alleen deze koers, maar biedt aanvullende en sterkere legitimatie om verschillende bestaande acties en initiatieven verder op te schalen of uit te breiden.
Vijfpuntenplan In dit onderstaande vijfpuntenplan wordt uiteengezet hoe het college de bestaande aanpak op korte termijn voortzet, intensiveert en waar nodig uitbreidt. 1.
Gebiedsgerichte aanpak: extra capaciteit in 2026 om gebiedsgericht te werken aan het voorkomen van afvaloverlast. Het college is zich ervan bewust dat de gebiedsgerichte aanpak voor afval en schoon die met de extra middelen vanuit het coalitieakkoord (zoals door de raad toegekend in de programmabegroting 2024-2027) tot stand kon komen ook in de toekomst noodzakelijk blijft en uitgebreid wordt. Gebiedsgericht werken: het leveren van maatwerk per gebied, is cruciaal om lokaal de voorwaarden te creëren voor minder afvaloverlast. De oplossingscapaciteit is voor een groot deel afhankelijk van maatwerk per wijk, omdat fysieke omstandigheden, bewonerssamenstelling en sociale dynamiek sterk verschillen. In de stadsdelen Centrum (Transvaalkwartier, Schilderswijk en Groente- en Fruitmarkt) en Escamp (Moerwijk en Rustenburg-Oostbroek) wordt nu al nauw samengewerkt tussen gemeente en bewoners, lokale organisaties en wijkprofessionals. In Laak wordt de huidige inzet vanuit het Actieplan Laak versterkt door de inzet van een speciale projectleider schone stad. De gebiedsgerichte aanpak heeft al concrete resultaten opgeleverd met activiteiten op scholen en pleinen en met tal van samenwerkingspartners.
We hebben operationele knelpunten als gevolg van parkeerproblematiek aangepakt, zoals in Rustenburg-Oostbroek, waar door gerichte handhaving op foutparkeren voldoende ruimte voor inzamelwagens is gecreëerd. Dit heeft geleid tot een efficiëntere inzameling van afval die beter aansluit op het ritme van de stad. Met deze gebiedsgerichte werkwijze kan bovendien ook sterker de relatie worden gelegd tussen afvaloverlast en ander opgaven uit de wijkagenda’s en investeringsprogramma’s.
2.
Actieve bewoners, sociale initiatieven en maatschappelijke partners: betrekken, faciliteren en waarderen als essentiële succesfactor voor een schone straat. Buurtgerichte projecten, gezamenlijke schoonmaakacties en co-creatie versterken eigenaarschap en sluiten aan bij de waarden en zorgen die in wijken leven.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11004977
Bewonersinitiatieven kunnen in 2026 blijven rekenen op laagdrempelige ondersteuning met materialen en een vaste contactpersoon. Afvalbeheer is een sociaal proces: sterke relaties in de buurt vergroten betrokkenheid en verminderen afvaloverlast. Wanneer bewoners zich gezien en verbonden voelen, ontstaat meer bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen en elkaar aan te spreken. Daarom investeert het college niet alleen in voorzieningen, maar ook in sociale netwerken en ontmoetingen rond afval, zoals buurtactiviteiten en programma’s voor kinderen. Vertrouwde gezichten zoals community builders, milieubeheerders en sleutelpersonen spelen hierbij een belangrijke rol in het versterken van vertrouwen en gedeelde zorg voor de buurt. In 2026 gaan we de opruimdagen aanpassen zodat er meer ruimte kan ontstaan voor ontmoeting tussen bewoners. Aanvullend gaat het college betrokkenheid vergroten en initiatief faciliteren door wijkbudgetten of microsubsidies voor sociale schone-straatinitiatieven in te stellen. Het waarderen van de inzet van bewoners gaan we uitbreiden. Naast het jaarlijkse presentje gaan we via de publiekscampagne meer aandacht schenken aan betrokken bewoners en ondernemers. De speciale waarderingsavonden voor Schone Stad-vrijwilligers zoals die in 2025 en begin 2026 zijn georganiseerd in Laak en Escamp, breiden we uit.
Ook welzijns- en sociale organisaties hebben een cruciale rol in de opgave van een schone stad: zij staan dicht bij bewoners en bieden directe hulp bij stress, verhuizingen, financiële problemen of het ontbreken van een netwerk. Het college wil deze relaties versterken, zodat er meer handelingsruimte en betrokkenheid in de buurt kan ontstaan. 3.
Informatievoorziening: ondersteunen van informele netwerken en verbeteren van de eigen informatievoorziening. Het college gaat de informatievoorziening versterken door actief gebruik te maken van zowel formele als informele netwerken. Zo worden in 2026 afvalvoorlichters structureler ingezet om bewoners praktisch te ondersteunen, bijvoorbeeld bij taal, uitleg over afvalregels en het melden van problemen. Via de gebiedsgerichte aanpak willen we de weg vinden naar sleutelfiguren en lokaal actieve bewoners die een bijdrage willen leveren aan het uitleggen van de afvalregels. Tegelijkertijd moet de digitale informatievoorziening worden verbeterd: duidelijker, toegankelijker en nog vaker meertalig. Daarnaast wil het college voorspelbare en zichtbare communicatie over de eigen inzet. Bewoners verdienen een snelle terugkoppeling op meldingen die zij maken of de bijdrage die zij leveren in participatieprocessen. We gaan onderzoeken hoe we met behulp van de beschikbare data tijdig kunnen communiceren over geplande ledigingen, storingen en alternatieve voorzieningen. Door deze combinatie van persoonlijk contact, toegankelijke digitale informatie en transparante opvolging ontstaat een informatie-infrastructuur die bewoners als betrouwbaar en ondersteunend ervaren.
4. De grondstoffentransitie: van afval naar grondstof, kansen benutten voor een schone stad. Afval heeft naast een praktische ook een sociale en culturele betekenis. Bewoners gaan er verschillend mee om: voor de één is het iets om snel weg te doen, voor de ander heeft het emotionele of herbruikbare waarde. Het college realiseert zich dat duurzaam afvalbeleid in moet spelen op wat bewoners belangrijk vinden en hoe hun dagelijkse leven eruitziet.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11004977
Sommige bijplaatsingen zijn pogingen tot hergebruik; door zulke praktijken beter te begrijpen kan de gemeente hier passend op inspelen. De rol van de gemeente moet in toenemende mate bestaan uit het bieden van praktische oplossingen en het ondersteunen van buurtinitiatieven gericht op hergebruik, in plaats van alleen te vragen om ‘beter gedrag’. Het is daarbij belangrijk om bestaande buurtinitiatieven en samenwerkingen te blijven ondersteunen, omdat zij een waardevolle basis vormen voor betrokkenheid en duurzame gedragsverandering. Het college breidt in 2026 de aanwezigheid van repaircafés en kringloopwinkels bij opruimdagen verder uit. 5.
Afvalvoorzieningen en werkzaamheden: vaker opruimen, inzamelen en beter aansluiten op het ritme van de stad. Extra inzet op het opruimen en inzamelen blijft noodzakelijk, niet in de laatste plaats als belangrijke randvoorwaarde om bewoners de ruimte te geven om afvalpraktijken goed uit te voeren. Voorzieningen moeten logisch aansluiten op het dagelijks ritme van bewoners, voldoende capaciteit bieden en er moeten duidelijke alternatieven zijn wanneer er een ORAC vol is. Het college is in 2025 al begonnen met een aanzienlijke intensivering van werkzaamheden in het weekend gericht op het opruimen van bijplaatsingen. Het aantal voertuigen is in 2025 vergroot van 5 naar 13. In 2026 wordt deze extra inzet in het weekend verder uitgebreid, te denken valt aan het extra legen van containers en het vergroten van de capaciteit van containers om afvaloverlast structureel te voorkomen. Gebruiksvriendelijke, meertalige informatie en voorspelbare lediging vergroten vertrouwen en handelingsruimte. Het blijft noodzakelijk om de inzet regelmatig te herijken, vooral in wijken waar bewoners de voorzieningen als onvoldoende ervaren. Door duidelijker te maken hoe keuzes worden gemaakt, ontstaat meer een gevoel van rechtvaardige verdeling van aandacht en middelen en groeit het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie.
Het college is al begonnen met de voorbereiding en uitvoering van het bovenstaande vijfpuntenplan. De extra kosten worden gedekt uit de UPV-gelden, de middelen die de gemeente ontvangt van het verpakkende bedrijfsleven voor het voorkomen en opruimen van zwerfafval. De uitvoering van deze extra maatregelen verstevigt de ingezette aanpak en stuurt bij op basis van de aanbevelingen uit dit onderzoek. Een groot deel van de werkzaamheden en inspanningen worden voortgezet en blijven noodzakelijk om de stad schoon te houden. Voor de middellange termijn is het college van mening dat de bovenstaande punten moeten worden opgenomen in de opvolger van het huidige beleidsplan, het Aanvalsplan Afval, zodat deze punten nog sterker kunnen worden uitgevoerd in samenhang met andere afval- en grondstoffeninterventies. Het nieuwe beleidsplan vraagt ook een sterke visie gericht op het verbinden van andere vraagstukken en beleidsdomeinen die samenhangen met afvaloverlast. Het college wil de onderzoekers van de Erasmus Universiteit bedanken voor dit zorgvuldig opgestelde onderzoek naar de oorzaken van afvaloverlast.
Dit onderzoek maakt duidelijk dat het hanteren van een brede blik op afval essentieel is voor het borgen van duurzame oplossingen die niet slechts gericht zijn op individueel gedrag, maar op het creëren van essentiële voorwaarden waarbinnen iedereen in de stad op de juiste manier met afval omgaat. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
6/6