RIS324914 Ik tel tot drie!
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSB/11039964 RIS324914 Contactpersoon
Thomas Hes Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 E-mailadres
thomas.hes@denhaag.nl
Datum
14 april 2026 Onderwerp
Afdoening motie: 'Ik tel tot drie!'
Uw raad heeft, tijdens het debat over ‘Haagse Klimaatrapportage en Haags Klimaatdashboard’ (RIS323945) op 26 februari 2026, de door het raadslid de heer Assad ingediende motie: 'Ik tel tot drie!' (RIS324914) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: -
de klimaatrapportage inzicht geeft in de voortgang van Scope 1 en 2 doelen van Den Haag; scope 3-emissies betrekking hebben op alle broeikasgassen die buiten de gemeentegrenzen vrijkomen, maar het gevolg zijn van consumptie en activiteiten in de stad.
Overwegende, dat: -
het toevoegen van scope 3-emissies aan de klimaatrapportage een completer beeld van de uitstoot van Den Haag geeft; het behalen van de klimaatdoelen begint bij goed inzicht in de voortgang hiervan.
Verzoekt het college: -
in de volgende editie van de klimaatrapportage en het klimaatdashboard ook een inschatting van scope 3 emissies op te nemen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11039964
Het college doet de motie op de volgende manier af: Het Haags Klimaatdashboard laat zien hoeveel uitstoot er plaatsvindt binnen de gemeentegrenzen (scope 1). Ook laat het zien hoeveel uitstoot vrijkomt bij de productie van elektriciteit en warmte die buiten Den Haag wordt geproduceerd, maar in de stad wordt gebruikt (scope 2). Scope 3 gaat over andere indirecte uitstoot die ontstaat door activiteiten in de stad, maar buiten de stad plaatsvindt. Het gaat bijvoorbeeld om uitstoot uit de productie van goederen, voedsel en bouwmaterialen die in Den Haag worden gebruikt, maar buiten Den Haag zijn geproduceerd. Ook gaat het om uitstoot die samenhangt met diensten, transport, afvalverwerking, investeringen en andere ketens die verbonden zijn aan economische activiteiten in de stad. Deze uitstoot is vaak groter dan de scope 1- en 2-uitstoot. Het college onderschrijft dat inzicht in de scope 3-uitstoot van de stad nuttige inzichten kan bieden in de transitie naar een klimaatneutraal Den Haag, in lijn met de behoefte aan handvatten gearticuleerd in initiatiefvoorstel ‘Stuur op het klimaat’ (RIS315607). In de Haagse Klimaatrapportage 2024 (RIS323945, p.127) zijn daartoe al inzichten gedeeld over de scope‑3‑uitstoot van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Het gaat daarbij vooral om de indirecte uitstoot die ontstaat door de producten en diensten die de gemeente inkoopt en gebruikt.
Het meten en monitoren van scope 3‑uitstoot op stadsniveau is echter complexer dan bij scope 1- en 2uitstoot. Hiervoor zijn veel aanvullende data nodig, bijvoorbeeld over consumptie, diensten en financiële activiteiten. Deze gegevens zijn niet altijd volledig beschikbaar en de bijbehorende ketens zijn niet altijd transparant. De gegevens die er zijn, zijn meestal alleen op landelijk niveau en niet elk jaar beschikbaar. Daarom zal het bepalen van de scope 3-uitstoot van Den Haag een groeimodel zijn. De gemeente werkt hierbij samen met andere overheden en gebruikt informatie uit lopende onderzoeken. Zo loopt momenteel een onderzoek naar de materiaalstromen die jaarlijks Den Haag binnenkomen en verlaten. Dit onderzoek is gestart om inzicht te geven in de mate waarin de economie circulair is, maar kan ook helpen een eerste inschatting te maken van een deel van de scope 3-uitstoot. De verwachting is dat deze resultaten tijdig beschikbaar zijn voor de Haagse Klimaatrapportage over 2025. Daarnaast werkt de gemeente sinds 2025 samen met andere overheden om gezamenlijk inzicht te vergroten in scope 3-uitstoot van steden. Samen wordt gewerkt aan een methode die steeds betrouwbaarder wordt. De gemeente zal de scope 3-uitstoot van Den Haag de komende jaren onderzoeken en met een steeds beter onderbouwde inschatting komen in de jaarlijkse Klimaatrapportage.
Deze inschatting wordt gebaseerd op beschikbare landelijke data, onderzoek naar materiaalstromen en samenwerking met andere overheden. Een volledig, jaarlijks en lokaal dekkend overzicht, zoals nu bestaat voor scope 1 en 2, is op korte termijn echter niet mogelijk vanwege het tekort aan bruikbare data. De verwachting is dat de compleetheid en nauwkeurigheid van de inschatting stapsgewijs verbetert naarmate meer data beschikbaar komen en methodes verder worden ontwikkeld. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2