RIS324882 Afdoening motie Uitsterftermijn raamprostitutie
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
OCW/11031972 RIS324882 Contactpersoon
Renée Brouwer Dienst
Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer
14070 E-mailadres
renee.brouwer@denhaag.nl
Datum
4 mei 2026 Onderwerp
Afdoening motie: ‘Uitsterftermijn raamprostitutie’
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van de commissiebrief inzake ‘Stand van zaken uitwerking Binnenstadsplan 2033: Een levendige, groene en verbonden binnenstad – uitvoeringsagenda 20242026’ (RIS323397) op 26 februari 2026, de door het raadslid Van Basten Batenburg ingediende motie ‘Uitsterftermijn raamprostitutie’ (RIS324882) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende dat: − het Oude Centrum, één van de meest historische delen van Den Haag, en de Rivierenbuurt al jarenlang grote overlast hebben die voortkomt uit de raamprostitutie; − in het Binnenstadsplan (RIS316359) reeds als doel is gesteld om op termijn te komen tot sluiting van het raamsekswerk in de Doubletstraat. Overwegende dat: − er nog altijd geen duidelijkheid is geboden wanneer het raamsekswerk wordt beëindigd; − door zeer ruim van tevoren bekend te maken dat raamsekswerk uit het bestemmingsplan zal verdwijnen, ondernemers een goede overgangstermijn hebben om hun onderneming aan te passen. Verzoek het college: − uitsterfbeleid van raamprostitutie aan de openbare weg in te voeren, met als uiterlijke einddatum het eind van de looptijd van het Binnenstadsplan (2033); − de raad voor de zomer 2026 te informeren over het stappenplan om dit uitsterfbeleid vast te leggen en in te voeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11031972
Het college doet de motie op de volgende manier af: Voorafgaand aan deze motie, zijn op 9 oktober 2025 de moties ‘Onderzoek uitsterfbeleid Doubletstraat’ (RIS323483) en 'Maak werk van transitieplan’ (RIS323484) aangenomen. Het college heeft aan Pels Rijcken gevraagd om advies uit te brengen over de mogelijkheden die de gemeente heeft om het raamsekswerk te beëindigen in verschillende tijdspaden, welke kosten daarmee gemoeid zijn en aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan om dit succesvol uit te voeren. In de commissiebrief Toekomst raamstraten (RIS325070), die op 4 mei 2026 naar u is verzonden, is hier nader op in gegaan. Het advies van Pels Rijcken is bij deze brief als bijlage. Uit dit advies blijkt onder andere dat er twee juridische instrumenten zijn om het raamsekswerk af te bouwen dan wel te beëindigen: 1. Afbouw van het raamsekswerk via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hierbij zijn twee vormen mogelijk, namelijk het intrekken of het weigeren van de exploitatievergunningen of het schrappen van het vergunningstelsel raamsekswerk in artikel 3:15, tweede lid, van de APV. 2. Wegbestemming (al dan niet gedeeltelijk) van het raamsekswerk via het omgevingsplan. Uit het advies blijkt dat de keuze voor het instrument primair wordt bepaald door het nagestreefde doel.
Bij de afbouw van het raamsekswerk via de APV gaat het om de aanpak van problematiek dat een nadelige beïnvloeding heeft op de openbare orde of de woon- en leefomgeving. Bij het omgevingsplan betreft dit de aanpak van ruimtelijke problemen, zoals parkeerproblematiek, onverenigbare ruimtelijke functies of herontwikkeling van een gebied. In beide gevallen is van belang dat het gaat om een inmenging in de bedrijfsvoering van de exploitanten van (raam)seksbedrijven. Deze zal deugdelijk moeten worden gemotiveerd. In de omgeving van de raamseksstraten, de Geleenstraat en met name rondom de Doubletstraat in het Oude Centrum, is sprake van een brede problematiek. Hierdoor staat de leefbaarheid in delen van het Oude Centrum en in het gebied van de Geleenstraat onder druk. Voor wat betreft het Oude Centrum geldt dat dit een levendig uitgaansgebied is, met daarbij ook meerdere maatschappelijke organisaties. In het Oude Centrum is, door een samenloop van allerlei verschillende factoren, sprake van overlast, waaronder door mensen die drugs gebruiken of dealen. Ook wordt wel eens overlast ervaren door bezoekers van de Doubletstraat. Voor het Oude Centrum is een integrale gebiedsaanpak ontwikkeld, samen met bewoners en ondernemers, die op korte termijn naar uw raad zal worden gestuurd.
Ten aanzien van de Geleenstraat worden ook maatregelen genomen, waaronder de inzet van Haagse Hosts, net als bij en rondom de Doubletstraat, en intensievere schoonmaak. Voor een succesvolle inzet van de APV, zal moeten worden aangetoond dat de invloed van raamseksbedrijven op de openbare orde, de woon- en leefomgeving, en de veiligheid van klanten en sekswerkers zodanig nadelig is, dat daarmee de beëindiging van het raamsekswerk in de toekomst is gerechtvaardigd. Tot nu toe is echter nooit objectief vastgesteld dat bovengenoemde problemen eenzijdig zijn toe te schrijven aan de raamseksstraten. Daarom is het in ieder geval op korte termijn juridisch niet mogelijk het raamsekswerk op grond van de APV te beëindigen. Voor de inzet van het omgevingsplan is dit niet wezenlijk anders. Op dit moment is er nog geen concrete visie (inclusief bijbehorende onderzoeken) op de aanpak van ruimtelijke problemen, waarbij ook de beoogde toekomstige ontwikkelingen van de Doublet- en Geleenstraat zijn betrokken. In het advies van Pels Rijcken wordt daarnaast aangegeven, dat het niet haalbaar lijkt om op korte termijn een dergelijke gebiedsvisie op te stellen en vervolgens te vertalen naar een omgevingsplan.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11031972
Bij beide juridische instrumenten is sprake van zeer hoge kosten, naar verwachting tientallen miljoenen euro's. Het verbieden of wegbestemmen van de (raam)seksbedrijven op grond van het omgevingsplan is zeer kostbaar, omdat wegbestemming in de regel gepaard zal moeten gaan met onteigening (verwerving). Een verbod via de APV zal mogelijk gepaard gaan met nadeelcompensatie, waarvan de kosten iets lager uitkomen naar mate de overgangstermijn langer wordt. Dat ligt weer anders als op een later moment blijkt dat een deel van de panden alsnog wegbestemd moet worden. Bij sluiting van één of beide raamseksstraten dienen de verschillende perspectieven van de stakeholders, zoals van de exploitanten, de sekswerkers en de bewoners, te worden meegenomen. Daarnaast betekent dit dat er vergunde werkplekken verdwijnen waar veiligheid van sekswerkers en klanten door diverse maatregelen wordt geborgd. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
3/3