CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324860 Voortgang Haags Warmtebedrijf

Algemene Raadscommissie 9 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving

DSO/11012418 RIS324860 Contactpersoon

Tristan Hokke Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Energietransitie Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

3 maart 2026

Tristan.hokke@denhaag.nl

Onderwerp

Voortgang Haags Warmtebedrijf

Geachte voorzitter, Aanleiding Op 13 november 2025 stemde de raad in met het raadsvoorstel van het college om plannen voor een 100% publiek Haags Warmtebedrijf uit te werken samen met EBN en NetVerder (RIS322480). Het besluit van de raad omvatte een tweetal amendementen op het collegevoorstel. Daarnaast nam de raad een zestal moties aan. Met deze brief informeer ik u over de voortgang van de voorbereiding voor de oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf. De werktitel Haags Warmtebedrijf (HWB) past beter bij de richting die nu wordt uitgewerkt. Deze term wordt in deze brief gebruikt. In deze brief treft u het geactualiseerde tijdpad aan met de bijbehorende beslismomenten tot aan de oprichting van het HWB. U wordt meegenomen in de ontwikkelingen rondom relatieve betaalbaarheid. Ook kom ik in deze brief, zoals toegezegd, terug op een aantal moties en onderwerpen waar de gemeenteraad aandacht voor vroeg tijdens het debat van 13 november 2025. Dat zijn onder andere de tijdlijn, de mogelijke aankoop van de Eneconetten, de financiering van het HWB en de kavelstrategie.

Proces en tijdpad Het tijdpad tot oprichting en vervolgens van start gaan van het Haags Warmtebedrijf is schematisch weergegeven in de afbeelding op pagina 2, en is opgedeeld in drie fasen: verkenning van opties, uitwerking van plannen en uitvoering: de daadwerkelijke oprichting en vervolgens starten met de uitvoering van de opgestelde plannen. Het tijdspad is opgesteld conform het beleidskader verbonden partijen (RIS317313). De planning voor de oprichting van het Haags Warmtebedrijf is ambitieus en afhankelijk van onzekerheden waar de gemeente deels beperkt grip op heeft. De belangrijkste daarvan is de benodigde (extra) financiering vanuit het Rijk die een absolute voorwaarde is voor het realiseren van warmtenetten. Vanwege deze afhankelijkheden is de tijdlijn indicatief en kan de uitwerkingsfase meer tijd vergen dan nu beoogd. Kwaliteit en zorgvuldigheid gaan in dit proces voor op snelheid.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

Afbeelding ontwikkeling Haags Warmtebedrijf 2025 – 2028 en verder: de tijdlijn geeft in één overzicht de momenten weer waarop besluitvorming of betrokkenheid van de raad, het college en de samenwerkingspartners is voorzien.

Verkenningsfase Met het besluit van de gemeenteraad op 13 november 2025 is de verkenningsfase afgerond en de uitwerkingsfase van start gegaan. De wijze waarop deze zal plaatsvinden is door de samenwerkingspartners overeengekomen in een Letter of Intent (LOI) die binnenkort zal worden ondertekend. Uitwerkingsfase Doel van de uitwerkingsfase is om toe te werken naar de oprichting van het HWB, met een bijbehorend raadsbesluit om de gereserveerde middelen hiertoe in te zetten. Om dit besluit te kunnen nemen, werken de gemeente Den Haag, NetVerder en EBN intensief samen aan een bedrijfsplan voor het HWB. Het bedrijfsplan bevat onder meer de missie, visie en strategie van het bedrijf, de governance (waaronder de verdeling van zeggenschap en rol van klanten en bewonersorganisaties), risicomitigatie en de juridische en financiële onderbouwing. Het bedrijfsplan bevat ook een beschrijving en planning van concrete projecten waarmee het HWB in de eerste jaren van start wil gaan. Daarvoor wordt een business case opgesteld die inzicht geeft in de financieringsbehoefte van het bedrijf voor de eerste jaren. Daarmee kan een oordeel worden gegeven over de haalbaarheid en daarvoor benodigde financiering vanuit de Rijksoverheid.

In het derde kwartaal van 2026 neemt het college op basis van het bedrijfsplan en concept oprichtingsstukken, zoals statuten en aandeelhoudersovereenkomst een voorgenomen besluit over oprichting. Als de directies van beide partners, NetVerder en EBN, eenzelfde intentiebesluit nemen ondertekenen de partners een samenwerkingsovereenkomst. Hierin leggen ze de afspraken voor het proces tot finale besluitvorming en oprichting van het warmtebedrijf vast.

2/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

De planning gaat uit van afronding van de uitwerkingsfase met besluitvorming eind 2026. De inzet is dat het warmtebedrijf begin 2027 kan worden opgericht, vlak na de verwachte ingangsdatum van de Wet collectieve warmte (Wcw) op 1 januari 2027. Uitvoeringsfase Indien de gemeenteraad instemt met de plannen en de financiering, en wordt voldaan aan daarbij gestelde randvoorwaarden ten aanzien van instrumenten en financiering vanuit de Rijksoverheid, kan de uitvoeringsfase van start gaan met de daadwerkelijke oprichting van het warmtebedrijf in de uitvoeringsfase. Het bedrijfsplan en het raadsvoorstel voor financiering van het warmtebedrijf zullen nader ingaan op deze planning. Conform de raming in bijlage 2 bij het raadsvoorstel zou besluitvorming in de loop van 2026 en de daaropvolgende oprichting begin 2027 het mogelijk maken om in 2027 te starten met de eerste projecten, die dan begin 2028 tot concrete investeringsbesluiten leiden, waarna in 2029 de eerste aansluitingen op nieuwe netten zullen kunnen worden gerealiseerd. Conform het raadsvoorstel (RIS322480) is het doel om in de jaren daarna op te schalen naar een tempo van vierduizend aansluitingen per jaar.

Betrokkenheid van en besluitvorming door de gemeenteraad In 2026 volgen tijdens de uitwerkingsfase meerdere momenten waarop besluitvorming of betrokkenheid van de raad wordt gevraagd: • Het HWB wordt voorgesteld, als onderdeel van een toelichting op de warmtetransitie, in het inwerkprogramma van de nieuwe raad. De vragen en aandachtspunten die uit deze werkbespreking voortkomen, kunnen vervolgens worden meegenomen in de uitwerking van het bedrijfsplan. • De gemeenteraad ontvangt aan het einde van tweede kwartaal een tweede voortgangsbrief. • Tegen het eind van dit jaar wordt naar verwachting het voorgenomen besluit tot oprichting voorgelegd aan de raad voor wensen en bedenkingen. Eventuele wensen of bedenkingen wegen mee bij het definitieve besluit tot oprichting. De keuze voor de vorm van een wensen en bedenkingenprocedure is vastgelegd in de procedure verbonden partijen. • Na behandeling van het besluit tot oprichting wordt het definitieve financieringsbesluit aan de gemeenteraad voorgelegd. Bij dit voorstel zal het college inzichtelijk maken op welke wijze de financiering wordt vormgegeven en hoe de gepaarde risico’s zoveel mogelijk worden afgedekt. Participatie met inwoners, ondernemers en toekomstige klanten In het eerste en tweede kwartaal van 2026 vindt een participatietraject plaats voor zowel het HWB als voor het warmteprogramma.

Bij het vrijgeven van het conceptontwerp warmteprogramma is het participatieplan met de raad gedeeld (RIS324414). Het traject bouwt voort op de stadsbrede raadpleging en een onderzoek naar betaalbaarheid uit respectievelijk 2024 en 2025, en op meerdere gesprekken met bewoners en bewonersinitiatieven over de plannen die in voorbereiding zijn. In voorgaande trajecten zijn de waarden waarop we het warmteprogramma en het HWB willen baseren zoals betaalbaarheid, keuzevrijheid en rechtvaardigheid naar voren gekomen. Tevens was het advies van inwoners om de participatie op het warmteprogramma en het HWB samen te organiseren om recht te doen aan de onderlinge afhankelijkheden.

3/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

Doel van het particpatietraject is om antwoord te geven op een drietal vragen met betrekking tot het HWB: 1. Hoe willen bewonersinitiatieven die zelf werken aan warmteoplossingen samenwerken met het HWB? 2. Hoe worden de waarden waarvan inwoners in voorgaande participatie hebben aangegeven dat ze belangrijk zijn gereflecteerd in de missie, visie en strategie van het HWB? 3. Hoe willen inwoners en klanten van het HWB zeggenschap hebben in de governance door een klantenadviesraad vorm te geven?1 De eerste vraag wordt besproken met een aantal bewonersinitiatieven uit het Haags Bewonersplatform Energietransitie (HBET) en met deelnemers aan de Actielijn bewonersinitiatieven warmtenetten (RIS320044). De tweede en de derde vraag wordt besproken met ca. 40 inwoners die op basis van een gewogen loting in een meedenkgroep zitten en adviezen gaan formuleren nadat ze diepgaand zijn geïnformeerd over de plannen m.b.t. het warmteprogramma en het HWB. De adviezen, die medio april beschikbaar zullen zijn, zullen door het college worden gebruikt om het concept bedrijfsplan aan te vullen en te versterken. Wettelijke kaders voor relatieve betaalbaarheid Alle partners zijn ervan doordrongen dat het kunnen bieden van een aantrekkelijk en betaalbaar aanbod richting onze bewoners (tarieven) randvoorwaardelijk is om de missie van het HWB te laten slagen.

In haar brief van 17 april 2025 introduceerde voormalig minister Hermans van Klimaat en Groene Groei een nieuwe term: relatieve betaalbaarheid. Het uitgangspunt hierbij is dat als collectieve warmte de laagste maatschappelijke meerkosten heeft, dat zich dat dan ook moet vertalen in een aantrekkelijke prijs voor de eindgebruiker. Collectieve warmte moet dus concurrerend zijn met het verbruik van aardgas én met het gangbare duurzame alternatief: de (individuele) warmtepomp. In het aangenomen raadsvoorstel is dit ook nadrukkelijk het uitgangspunt voor het HWB. Hetzelfde uitgangspunt is inmiddels in de definitief aangenomen Wet collectieve warmte (Wcw) ook verankerd. De wet- en regelgeving bevat daarnaast een aantal andere relevante passages ten aanzien van relatieve betaalbaarheid. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) introduceert de aanwijsbevoegdheid voor gemeenten. Deze bevoegdheid biedt gemeenten de mogelijkheid om, na een redelijke termijn van minimaal acht jaar, de aardgaslevering in een gebied te stoppen. Deze bevoegdheid vereist een zorgvuldige aanpak. In de wet en bijbehorend besluit zijn meerdere voorwaarden opgenomen waaronder een gebied aangewezen kan worden. Het waarborgen van betaalbaarheid is daarin een belangrijke; als de betaalbaarheid niet gewaarborgd is, kan de aanwijsbevoegdheid niet ingezet worden.

Omdat de minister van Klimaat en Groene Groei in de Wcw de wettelijke taak heeft de relatieve betaalbaarheid te garanderen, zal het Rijk met additioneel beleid moeten komen om de overstap naar een warmtenet zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

1

De raad heeft eerder gevraagd om in de statuten van het HWB op te nemen dat er een klantenadviesraad komt die gevraagd en

ongevraagd advies kan geven (RIS323871).

4/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

De voormalig minister heeft opdracht gegeven voor een interdepartementaal beleidsonderzoek2 dat in juni 2026 onder andere antwoord moet geven op de vraag hoe relatieve betaalbaarheid kan worden geborgd en hoeveel financiering vanuit de Rijksoverheid daarvoor nodig is. Zolang er geen duidelijkheid is over de inzet van middelen vanuit het Rijk, zal het HWB niet van start kunnen gaan. Uit de plannen van het nieuwe kabinet komt een tweetal punten naar voren die in dit kader relevant zijn. Zo wil het kabinet middelen vrijmaken om de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) te verlengen. Dat is gunstig voor de ontwikkeling van nieuwe duurzame warmtebronnen in onze stad. Voor de financiering van nieuwe warmtenetten zijn op dit moment echter nog geen middelen toegezegd. Kavelstrategie In de Wcw is vastgelegd dat gemeenten de bevoegdheid hebben om kavels vast te stellen en een warmtebedrijf aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor de levering(szekerheid) van warmte in het desbetreffende gebied. Collectieve warmteprojecten tot een omvang van 1.500 aansluitingen zijn uitgezonderd van de kavelsystematiek. De Wcw stelt dat de omvang van een kavel zodanig moet zijn dat doelmatige aanleg en exploitatie mogelijk is, dat de leveringszekerheid kan worden verzekerd en dat het leidt tot een efficiënte energietransitie.

Daarnaast moet de gemeente rekening houden met de plannen van omliggende gemeenten voor de aanleg van warmtenetten en de inzet van bronnen. Binnen deze wettelijke kaders kan de gemeente eigen afwegingen maken. Deze worden vastgelegd in een kavelstrategie. Aan een voorstel voor de uitgangspunten van de kavelstrategie wordt gewerkt. De commissiebrief van 12 november 2024 (RIS320421) bevat al een belangrijk uitgangspunt: Voor nieuw te ontwikkelen warmtenetten zet het college in op twee vormen naast elkaar: warmtegemeenschappen (of kleinschaliger bewonersinitiatieven) en een publiek Haags Warmtebedrijf. Daarnaast is een uitgangspunt dat voor bestaande warmtebedrijven zoals Eneco en de warmteconcessiehouders in de Binckhorst en Laakhavens in het kader van het overgangsrecht een warmtekavel aangewezen moet worden. In de kavelstrategie wordt een aantal andere uitgangspunten nader uitgewerkt; het aantal kavels en de omvang van de kavels (bepalend voor schaalvoordelen financiering en kostensocialisatie), systeemefficiency, administratieve lasten en de kavelindeling in relatie met buurgemeenten. Op dit moment wordt samen met de partners in het HWB het proces van uitgangspunten tot kavelplan uitgewerkt om het effect van keuzes in de kavelstrategie op de kavels in beeld te brengen.

Na het formuleren van de uitgangspunten voor de kavelstrategie zal deze verder uitgewerkt worden in afstemming met stakeholders, zoals warmtegemeenschappen en bewonersinitiatieven, toekomstige partners, bestaande warmtebedrijven, omliggende gemeenten en broneigenaren. In de voortgangsbrief in het tweede kwartaal zal uw commissie ook worden geïnformeerd over de voortgang van de uitwerking van de kavelstrategie.

2

Taakopdracht IBO energietransitie van de woningvoorraad richting 2050, https://open.overheid.nl/documenten/9ed3dc24-6825-4730-

b3cd-868e7d40bdeb/file.

5/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

Financiering De financiering van de gemeentelijk inbreng in het HWB kan als volgt worden vormgegeven (zie ook eerdere beantwoording van openstaande vragen over het raadsvoorstel publiek integraal warmtebedrijf3): Via een bankoverschrijving koopt de gemeente aandelen in het HWB. Deze aandelen worden vervolgens voor de waarde van de bankoverschrijving op de balans van de gemeente geboekt. De gemeente kan dit geld lenen of heeft het zelf in kas (een zogenoemde ‘balansmutatie’). Hiervoor is nodig dat de gemeente het bijbehorende financiële risico apart afdekt met daarvoor gereserveerde middelen. De raad heeft op 13 november 2025 ingestemd met het bestemmen van een bedrag van € 30 mln. als reservering voor het HWB binnen de reserve Duurzaamheid en Energietransitie (Enecomiddelen). Binnen deze constructie kan dit gereserveerde bedrag dienen voor dekking van het financiële risico, terwijl de inbreng van eigen vermogen middels een balansmutatie plaatsvindt. Er heeft hierover een constructief en inhoudelijk waardevol verkennend gesprek met de BNG plaatsgevonden. De conclusie is dat de constructie via een balansmutatie als degelijk wordt gezien. Meerdere gemeenten verkennen dezelfde constructie, die ook lijkt te worden toegepast voor de financiering van het publieke Warmtebedrijf in Nijmegen.

Overigens is het in dit kader van belang te benadrukken dat de BNG in haar rol als (potentiële) financier geen formele adviesrol mag vervullen. In het financieringsbesluit dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd zal de wijze van financiering worden uitgewerkt. Verkenning aankoop Eneconetten Het ministerie van Klimaat en Groene Groei leidt het proces rondom de mogelijke aankoop van warmtenetten die nu eigendom zijn van commerciële partijen. Het ministerie heeft EBN de opdracht gegeven de mogelijke overname te verkennen. In een bestuurlijk overleg met bestuurders van gemeenten waar Eneco warmtenetten exploiteert, heb ik aangegeven dat Den Haag de overname toejuicht, zolang deze overname niet te koste gaat van financiële middelen die nodig zijn om nieuwe netten te ontwikkelen. Mocht de Rijksoverheid overgaan tot overname van Eneco dan heeft het college de voorkeur om de Haagse netten van Eneco te integreren in het Haags Warmtebedrijf zodat een integrale warmte-infrastructuur tot stand kan komen. De verkenning van EBN loopt tot eind maart, waarna het kabinet een besluit zal moeten nemen over eventuele volgende stappen. Conform de eerdere afdoening is ingegaan op de onderwerpen uit de moties Tijdpad geeft inzicht (RIS323883), Kaveluitgifte (RIS323877), Geld is kostbaar (RIS323875) en Verken aankoop Eneconetten (RIS323873).

In het vervolgtraject blijft de raad geïnformeerd worden over deze onderwerpen. Op de overige moties die op 13 november 2025 zijn aangenomen, te weten Plan van aanpak aansluitkosten voor huishoudens en energiearmoede (RIS323880), Externe toetsing business-case PIW (RIS323879) en In, aan en voor Den Haag (RIS323876), komt het college in een vervolgbrief en in de uitwerking van het bedrijfsplan voor het HWB terug.

3

Dit betreft het antwoord op vraag 12 onder het kopje ‘financiën’ in de commissiebrief ‘Beantwoorden openstaande vragen over

raadsvoorstel publiek integraal warmtebedrijf (vergadering commissie Leefomgeving 10 september)’, RIS323314, d.d. 23 september 2025.

6/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11012418

Volgende stappen In de komende maanden zal een aantal belangrijke vervolgstappen gezet worden richting de oprichting van het HWB. Het participatietraject over het HWB zal worden afgerond en belangrijkste inzichten zullen worden meegenomen in de ontwikkeling van de bedrijfsplannen. Tegelijkertijd worden er gesprekken gevoerd met de woningcorporaties over de condities rondom de opstart van het HWB. In samenspraak met deze en andere partners zullen de bedrijfsplannen worden afgerond en gedeeld worden met uw commissie. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16666059/1