RIS324822 Afdoening motie Brede evaluatie nota woningvoorraad
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de gemeenteraad
DSO/11035358 RIS324822 Contactpersoon
Elisa Nieuwenhuijzen Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Wonen Telefoonnummer
14070 E-mailadres
elisa.nieuwenhuijzen@denhaag.nl
Datum
21 april 2026 Onderwerp
Afdoening motie 'Brede evaluatie nota woningvoorraad'
Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het ‘Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025’ (RIS323747) op 26 februari 2026, de door het raadslid Klokkenburg-Reedeker ingediende motie 'Brede evaluatie nota woningvoorraad’ (RIS324822) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: • het college in de commissievergadering van d.d. 4 februari 2026 heeft aangegeven de Nota Woningvoorraad te gaan evalueren; • de exacte invulling van die evaluatie nog gemaakt moet worden, maar het college in een brief (RIS324685) al een richting heeft aangegeven. Overwegende, dat: • niet alleen de beoogde doelen van de Nota moeten worden gewogen, maar ook neveneffecten zoals de bereikbaarheid van koopwoningen voor starters en gezinnen. verzoekt het college: • jaarlijks een monitor naar de raad te sturen met de cijfers over kamerbewoning en splitsing en de nieuwe Nota Woningvoorraad en gewijzigde huisvestingsverordening na twee jaar te evalueren; • hierin ten minste ook mee te nemen de bereikbaarheid/beschikbaarheid van koopwoningen voor starters en gezinnen, de WOZ-waarde van de woningen voordat en nadat ze gesplitst zijn (per wijk) en de vraag naar (m2) woningen in relatie tot het potentiële aanbod.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11035358
Het college doet de motie op de volgende manier af: Zoals in de Nota Woningvoorraad staat beschreven, zal de voortgang van de uitvoering van de maatregelen jaarlijks worden gemonitord. Hierover wordt gerapporteerd aan de raad in de voortgangsrapportage Woningbouw en de voortgangsrapportage Woonvisie. Twee jaar na het in werking treden van het nieuwe beleid zal dit worden geëvalueerd, zoals is toegezegd tijdens de raadsbehandeling van de nota. Het college is het met de indiener eens dat het belangrijk is om in de evaluatie niet alleen de beoogde doelen van de nota te monitoren, maar ook wat de neveneffecten van het beleid zijn. Zoals eerder aangegeven in de commissiebrief ‘Beantwoording vragen inzake Nota Woningvoorraad 2025 n.a.v. commissievergadering commissie Ruimte d.d.
04-02-2026’ (RIS324685), zal de evaluatie in ieder geval ingaan op de volgende onderwerpen: • hoeveel vergunningen zijn afgegeven voor bouwkundig splitsen en kamerbewoning; • hoeveel meldingen er zijn gemaakt van hospitaverhuur; • wat voor soort woningen worden gesplitst of omgezet naar kamerbewoning; • wat de impact van het nieuwe beleid is, uitgesplitst naar de verschillende delen van de stad; • welke impact de verruiming van het beleid heeft gehad op het voorzieningenniveau; • welke impact de verruiming van het beleid heeft gehad op de parkeerdruk; • in hoeverre is de Leefbaarometer nog steeds het meest passende instrument om de leefbaarheid te meten; • in hoeverre de nieuwe regels hebben bijgedragen aan betaalbaar wonen; • hoe vaak handhavend is opgetreden bij overtreding van de regels. Bij dezen zegt het college toe om hier tevens in mee te nemen wat het effect is op het woningaanbod in relatie tot de vraag naar woningen en wat de WOZ-waarde van woningen is vóór en na splitsing. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
2/2