CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324801 Beantwoording SV Geven we altijd thuis bij huiselijk geweld NAA

Algemene Raadscommissie 10 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

4 juni 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Holman, Butt en Van Basten Batenburg, luidend: ‘Geven we altijd thuis bij huiselijk geweld?’

OCW/11045831 RIS324801

De raadsleden Holman, Butt en Van Basten Batenburg hebben op 25 februari 2025 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Een vrouw die thuis door haar partner mishandeld wordt en op advies van Veilig Thuis tijdelijk onderdak zoekt in haar netwerk, komt in Rotterdam niet in aanmerking voor een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning. Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2026:674). Als de vrouw in een noodopvang of nog bij haar partner - in een gevaarlijke situatie - had gewoond, was ze volgens de Rotterdamse verordening Woonruimtebemiddeling wél in aanmerking gekomen voor een urgentieverklaring. De Rotterdamse VVD heeft schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van de uitspraak. De vraag rijst hoe dit in de Huisvestingsverordening Den Haag geregeld is. In artikel 4:6 lid 1 is geregeld dat slachtoffers van huiselijk geweld die in een tijdelijke opvang verblijven, tot een urgentiecategorie behoren. In artikel 4:7 lid 1 is geregeld dat slachtoffers van huiselijk geweld die nog bij hun partner wonen, in aanmerking komen voor urgentie.

Voor slachtoffers die tijdelijk onderdak hebben gevonden in hun eigen netwerk (bijvoorbeeld op advies van Veilig Thuis), zoals ook in Rotterdam het geval was, lijkt ook in de Haagse Huisvestingsverordening niets geregeld. Het mag nooit zo zijn dat slachtoffers van huiselijk geweld noodgedwongen in een gevaarlijke situatie blijven, omdat het anders de kans op permanent vertrek naar een eigen woning verkleint. 1.

Is het college bekend met de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam?

Ja. 2.

Klopt de analyse dat in de Huisvestingsverordening Den Haag, net als in Rotterdam, op dit moment niets geregeld lijkt qua urgentie voor slachtoffers van huiselijk geweld die tijdelijk onderdak vinden in hun eigen netwerk?

Ja, het klopt dat dit niet in de Huisvestingsverordening is geregeld. 3.

Zo ja, is het college het met de PvdA, GroenLinks en de VVD eens dat dit onwenselijk is, omdat dit er potentieel als gevolg heeft dat slachtoffers van huiselijk geweld noodgedwongen in een gevaarlijke situatie thuis verblijven of in de noodopvang terwijl er een goed alternatief in het eigen netwerk mogelijk is?

Ja, het college is van mening dat dit onwenselijk is. De gemeente Den Haag sluit in haar regionale huisvestingsverordening aan bij de landelijke wettelijke urgentieregeling (Artikel 12, Huisvestingswet 2014). Slachtoffers van huiselijk geweld die na risicoscreening recht hebben op vrouwenopvang komen in aanmerking voor de wettelijke

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11045831

urgentieregeling nadat zij de vrouwenopvang verlaten. De snelheid waarmee urgentie wordt aangevraagd, hangt samen met de zelfredzaamheid van de slachtoffers. Voor slachtoffers die om wat voor reden dan ook vroegtijdig de opvang verlaten of daar geen gebruik van maken ondanks dat zij daar wel recht op hebben, wordt geen wettelijke urgentie aangevraagd. Ook voor slachtoffers die na een huiselijk geweldsincident direct in eigen netwerk verblijven zonder tussenkomst van de vrouwenopvang wordt geen wettelijke urgentie aangevraagd 4.

Zo ja, is het college bereid om zo snel mogelijk een voorstel te doen voor een aanpassing van de verordening om dit te corrigeren? Zo nee, waarom niet?

Het college sluit zich aan bij de wettelijke regeling voor urgentie voor slachtoffers van huiselijk geweld. Op 1 juli 2026 treedt waarschijnlijk de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) in werking. Met deze wet worden een groot aantal wettelijke urgentiecategorieën toegevoegd. In de Regeling versterking regie blijft de wettelijke urgentie van kracht voor woningzoekenden die vanwege huiselijk geweld verblijven in een tijdelijke opvang. Ook wordt er naar aanleiding van een amendement van de Tweede Kamer van de Wvrv gekeken naar een urgentie voor dakloze woningzoekenden met minderjarige kinderen. Daardoor ontstaat er meer ruimte om deze doelgroep vanuit het eigen netwerk via een urgentieverklaring te helpen. Dit kan dan mogelijk ook gelden voor slachtoffers van huiselijk geweld die in hun eigen netwerk verblijven. Echter is het op dit moment nog niet bekend hoe de urgentieregels vanuit de Wvrv moeten worden toegepast in de prakijk en onder welke voorwaarden dit moet plaatsvinden. Op basis van de Wvrv en de uitwerking hiervan wordt de regionale urgentieregeling in de huisvestingsverordening aangepast (planning inwerkingtreding 1 juli 2028). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17030567/1