RIS324794 Bijlage 5 Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88-92
Tekst van het document
De Lierseweg 2 2291 PD Wateringen 0174-671515 bodem@ibmol.nl www.ibmol.nl
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92 Den Haag Projectnummer: B0447
Opdrachtgever
R4a Architecten en Ingenieurs T.a.v. Geestbrugkade 33 2281 CX Rijswijk ZH
Status rapport:
Definitief
Rapportage opgesteld: 25 september 2025
Rapportage gecontroleerd: 25 september 2025
K.v.K. nummer 27169976 ABN AMRO IBAN Rabobank IBAN
Inhoud 1. Inleiding .....................................................................................................................................................3 2. Vooronderzoek ..........................................................................................................................................4 2.1.
Locatiegegevens ............................................................................................................................4
2.2.
Kaartmateriaal ................................................................................................................................5
2.3.
Archieven Omgevingsdienst Haaglanden ......................................................................................6
2.4.
Bodemloket.....................................................................................................................................7
2.5.
Asbest.............................................................................................................................................7
2.6.
Financieel – juridische aspecten ....................................................................................................8
2.7.
Wetstechnische aspecten...............................................................................................................8
2.8.
Conclusies en hypothese ...............................................................................................................8
3.
Onderzoeksstrategie ............................................................................................................................9
4.
Resultaten............................................................................................................................................11
5.
6.
4.1.
Veldwerk .......................................................................................................................................11
4.2.
Laboratoriumonderzoek................................................................................................................13
4.2.1.
Grond ...................................................................................................................................13
4.2.2.
PFAS ....................................................................................................................................13
4.2.3.
Voorlopige veiligheidsklasse ................................................................................................14
4.2.4.
Grondwater ..........................................................................................................................14
4.3.
Overweging resultaten..................................................................................................................15
4.4.
Afwijkingen ten opzichte van de norm ..........................................................................................15
Verkennend asbest in grond onderzoek...........................................................................................16 5.1.
Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................16
5.2.
Veldwerk .......................................................................................................................................17
5.3.
Maaiveldinspectie .........................................................................................................................18
5.4.
Laboratorium onderzoek...............................................................................................................18
5.5.
Analyseresultaten fractie < 20mm ................................................................................................18
5.6.
Analyseresultaten asbest Quickscan............................................................................................18
5.7.
Overweging resultaten..................................................................................................................18
5.8.
Afwijkingen ten opzichte van de norm ..........................................................................................19
Conclusies en aanbevelingen............................................................................................................20 6.1.
Conclusies ....................................................................................................................................20
6.2.
Aanbevelingen ..............................................................................................................................21
7.
Algemene opmerkingen .....................................................................................................................22
8.
Referenties ..........................................................................................................................................23
Bijlagen A. B. C. D. E. F. G. H.
Kadastrale informatie Overzichtstekening onderzoekslocatie Toetsingsresultaten Analysecertificaten Boorstaten Foto-overzicht Verantwoording veldwerkzaamheden Historische informatie
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 2 van 23
Inleiding In opdracht van R4a Architecten en Ingenieurs is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Scheveningseweg 88 t/m 92 te Den Haag een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740. Daarnaast is een verkennend asbest in grond onderzoek verricht gebaseerd op de NEN 5707+C2. is de contactpersoon namens de opdrachtgever. Namens Ingenieursbureau Mol zijn de werkzaamheden gecoördineerd door Het terrein wordt onderzocht in verband met het aanvragen van een omgevingsvergunning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen. Het doel van het verkennend asbest in grondonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Ingenieursbureau Mol heeft als onafhankelijk BRL SIKB 2000 gecertificeerd adviesbureau geen duurzame rechtsbetrekking met de eigenaar van de onderzoekslocatie, zodat onafhankelijkheid van het uitgevoerde onderzoek is gewaarborgd. In dit rapport is de gehanteerde onderzoeksmethode beschreven en worden de resultaten van het veldwerk en laboratoriumonderzoek behandeld.
De resultaten zijn getoetst aan de wettelijke kaders. De rapportage wordt afgesloten met de conclusies van het onderzoek. In de rapportage wordt gebruik gemaakt van (norm)documenten. Deze worden genoemd in hoofdstuk 7.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 3 van 23
1. Vooronderzoek Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725-aanleiding A. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Op basis hiervan wordt een hypothese opgesteld over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek. Op 16 juli 2025 heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage F is een foto overzicht opgenomen. Daarnaast is de website 1 van de Omgevingsdienst Haaglanden geraadpleegd. Via deze website is informatie uit het milieuarchief, het tankarchief en het bodemarchief verkregen.
2.1.
Locatiegegevens
In de onderstaande tabel zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. Tabel 1. Algemene locatiegegevens Ligging en afbakening onderzoekslocatie Adres en plaats Scheveningseweg 88 t/m 92 te Den Haag Kadaster Gemeente ‘s-Gravenhage, sectie AG, nummers 3179 en 3388 Afbakening onderzoekslocatie De contour van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage B. Coördinaten middelpunt X= 79.168 en Y= 457.391 Oppervlakte 4.300 m2 Locatiebeschrijving Huidig gebruik Het gebruik van de onderzoekslocatie betreft meerdere woon- en werk complexen. Toekomstig gebruik Op de locatie zal nieuwbouw gerealiseerd worden, het gebruik blijft hetzelfde. Omgeving Scheveningseweg 88 t/m 92 is gelegen in de plaats 's-Gravenhage, de gemeente 'sGravenhage en de provincie Zuid-Holland. De onderzoekslocatie is omgeven door diverse woningen. Ten noordwesten bevind zich het park Doornduin. Verder ten noordwesten bevindt zich de Noordzee en het centrum van Scheveningen. Terreininspectie De inrit van de onderzoekslocatie is verhard met klinkers, het overige buiten terrein is verhard met betontegels of begroeid met vegetatie. Tijdens de locatie-inspectie op 16 juli 2025 zijn geen verkleuringen, brandplekken en/of asbestverdacht materiaal op de bodem aangetroffen. Wel is vermoedelijk een voormalige olietank aanwezig. De locatie van de tank is tijdens het locatie bezoek niet achterhaald.
Daarnaast is een hoogte verschil aanwezig op de locatie. De onderstaande afbeelding weergeeft de ingemeten boringen en de hoogte daarvan links beginnend bij boring 1.
Figuur 1. Maaiveld verschil
Informatie opdrachtgever
1
mondeling verstrekte informatie van de opdrachtgever zijn, voor zover bekend, geen gedempte sloten, koolaspaden en/of andere verdachte deellocaties aanwezig.
Bron: https://odh.bio.georuimte.nl/
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 4 van 23
2.2.
Kaartmateriaal
In de onderstaande tabel is informatie weergegeven van divers kaartmateriaal. Tabel 2. Kaartmateriaal Informatie op basis van kaartmateriaal Bodemkwaliteitskaart 2 De onderzoekslocatie bevindt zich binnen zone B7 en O2 van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Den Haag. Zone B7 is gedefinieerd als deels onbebouwd op zand en is geclassificeerd als kwaliteit wonen. De ondergrond van het gebied wordt gekenmerkt door (duin)zand en is geclassificeerd als kwaliteit landbouw/natuur. De parameters kwik, lood, zink, PCB en PAK-totaal zijn verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Archeologie 3 Uit de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart van de gemeente Den Haag blijkt dat de onderzoekslocatie gesitueerd is in de zone waar archeologie wordt verwacht, Waarde-Archeologie 2. Explosievenkaart 4 De onderzoekslocatie valt niet binnen een gebied welke verdacht is van niet gesprongen conventionele explosieven Topotijdreis 5 en Google Earth De onderzoekslocatie bevindt zich in het oud stedelijk gebied van Scheveningen. Rond 1900 zijn de eerste bebouwingen zichtbaar. Hiervoor had het gebied een agrarische bestemming. Over het voorkomen van gedempte sloten is niets bekend. BAG viewer 6 De bebouwing op de locatie is dateert uit 1925. Antropogene lagen Op de locatie zijn geen dempingen en bodemvreemde lagen bekend. Geohydrologie (Dinoloket BRO REGIS II v2.2 7, t.o.v.
maaiveld) Geohydrologie (van boven naar beneden): ▪ Groen: Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand; ▪ Roze: Formatie van Kreftenheye, Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen;
Lithologie
Lokale bodemopbouw Grondwaterstand freatisch Stromingsrichting freatisch 8 Stromingsrichting 1e watervoerende pakket8 Grondwatersysteem Grondwateronttrekkingen Grondwaterbeschermingsgebied
Voornamelijk zand Circa 2,9 m-mv. Niet eenduidig vast te stellen. Regionaal zuidoostelijk gericht Gerioleerd (stedelijk) gebied. Niet bekend Nee
2 Bron: Nota Bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart Gemeente Den Haag 2013-2023, CSO Adviesbureau, projectcode 10K134 d.d. 20 augustus 2012. 3 Bron: Toelichting op de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart Den Haag 2021 (AWVK 2021), Afdeling Archeologie en Natuur- en Milieueducatie Dienst Stadsbeheer, gemeente Den Haag, d.d. 2021. 4 Bron: Historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven (CE) Gemeente Den Haag, d.d. 11 juni 2018. 5 Bron: https://www.topotijdreis.nl 6 Bron: https://www.bagviewer.kadaster.nl/ 7 Bron: https://www.dinoloket.nl 8 Bron: https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 5 van 23
2.3.
Archieven Omgevingsdienst Haaglanden
Van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving is de volgende relevante informatie bekend: Bodemarchief Op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden een aantal bodemonderzoeken uitgevoerd. Een opsomming van de meest relevante onderzoeken is onderstaand weergegeven. Verkennend bodemonderzoek Scheveningseweg 90-92 Den Haag (Scheveningen) (Ingenieursbureau Mol, projectnummer A1117, d.d. februari 2016). De aanleiding voor het bodemonderzoek wordt gevormd door de omgevingsvergunning voor de voorgenomen tijdelijke bestemmingswijziging.
aanvraag
van
een
Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen (kwik, lood, zink) en PAK. In de ondergrond (1,0–1,5 m-mv) is sprake van een sterke verontreiniging met lood en zink, vermoedelijk veroorzaakt door bodemvreemde materialen. Dieper (1,5–2,0 m-mv) zijn opnieuw lichte verontreinigingen aangetroffen. Ook het grondwater is licht verontreinigd met arseen en barium. De eerder gehanteerde hypothese van een onverdachte locatie wordt verworpen. Verdere bodemonderzoek is noodzakelijk, aangezien de toetswaarden zijn overschreden. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn bezwaren tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor tijdelijke herbestemming, maar niet tegen voortzetting van het huidige gebruik. Bij herinrichting gelden beperkingen voor het hergebruik van vrijkomende grond. Opmerking Ingenieursbureau Mol: In dit onderzoek is geen onderzoek gedaan naar de voormalige olie tank. Historisch Onderzoek Lijn 1 (Frankenslag tot Circusplein) te Den Haag (Ingenieursbureau Den Haag, projectnummer 95019094-2015149, d.d. 18-11-2015). De onderzoekslocatie is onverdacht voor de aanwezigheid van een geval van ernstig bodemverontreiniging. Met uitzondering van Scheveningseweg 106 zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen locaties waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
Welke nog niet middels een bodemonderzoek zijn onderzocht; Pre-HO onderzoek Scheveningseweg 84-86 te Den Haag, geen verdere gegevens bekend. Door de gemeente Den Haag wordt Pre-HO onderzoek niet gearchiveerd. Verkennend bodemonderzoek Scheveningseweg 106 te Den Haag (Buro Antares, d.d. 15-06-2015). De grond is sterk verontreinigd met minerale olie. Het grondwater is sterk verontreinigd met minerale olie, matig verontreinigd met naftaleen en licht verontreinigd met benzeen en xylenen. Op de locatie is sprake van een geval van ernstig bodemverontreiniging met minerale olie in grond en grondwater. De omvang is nog niet in voldoende mate vastgelegd. Milieuarchief In het milieuarchief is geen informatie terug te vinden over de onderzoekslocatie. Tankarchief Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een Huisbrandolie (K3), 5000 liter bekend. De coördinaten van de tank zijn, X 79.201,918 en Y 457.413,391. Of de tank momenteel nog aanwezig is, is onbekend. In de directe omgeving is ter plaatse van Scheveningseweg 106 ook een ondergrondse tank aanwezig (geweest).
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 6 van 23
Bodemverontreiniging spoedlocaties Op de website van de gemeente Den Haag is een lijst 9 beschikbaar met locaties in Den Haag met risico’s voor de volksgezondheid. Op 800 meter van de onderzoekslocatie bevindt zich de locatie: Nieuwe Duinweg 5-7.
2.4.
Bodemloket
Naast de archieven van de gemeente is eveneens de website 10 van het bodemloket geraadpleegd. Op basis van deze website blijkt dat de Omgevingsdienst, van de onderzoekslocatie en de directe omgeving, zelf de digitale informatie beheerd.
2.5.
Asbest
De kans op het aantreffen van asbest is sterk afhankelijk van de herkomst en ouderdom van het materiaal. Op basis van de leeftijd van het bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat is het mogelijk om de verdachtheid nader vast te stellen. In de onderstaande tabel is de kans op het aantreffen van asbest in relatie tot leeftijd van het materiaal weergegeven. Tabel 3. Kans op het aantreffen van asbest bij bebouwing Bouwperiode Voor 1945 1945 – 1980
Kans op aantreffen asbest Gering Groot
Soort asbest
Indicatief gehalte (mg/kg)
Asbestverdacht?
Hechtgebonden < 10 Nee Hecht en niet> 100 Ja hechtgebonden 1980 – 1993/1995 Tamelijk groot Meestal hechtgebonden 10 – 100 Ja 1993/1995 – 1998 Gering Meestal hechtgebonden Vaak < 10 Incidenteel > 100 Ja 1998 – 2005 Incidenteel Hechtgebonden < 10 Nee Na 2005 Nihil Hechtgebonden <10 nee (bron: NEN 5725; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek)
De bebouwing ter plaatse van onderzoekslocatie dateert uit 1925. Dit valt binnen de periode waarbij asbesthoudend materiaal (gering) is toegepast. Het wordt waarschijnlijk geacht dat tijdens de bouw asbesthoudend materiaal in de bodem terechtgekomen is. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt, worden verdacht voor aanwezigheid van (en in potentie) verontreiniging met, asbest, tenzij de betreffende lagen zijn toegepast voordat grootschalig met asbest werd gewerkt (en dit aantoonbaar kan worden gemaakt) en/of het tegendeel is bewezen. Dit laatste is alleen mogelijk door middel van asbestonderzoek conform NEN 5707+C2 (grond) en/of NEN 5897 (puin).
9
Bron: https://www.denhaag.nl/nl/natuur-en-milieu/water-en-bodem/bodemverontreiniging-spoedlocaties/ Bron: Home | Bodemloket
10
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 7 van 23
2.6.
Financieel – juridische aspecten
De kadastrale informatie (kadastrale kaart en eigendomssituatie) zijn opgenomen in bijlage A. Op de locatie is geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Omgevingswet, voormalige Wet milieubeheer, voormalige Wet bodembescherming en/of andere (voormalige) milieuwetgeving.
2.7.
Wetstechnische aspecten
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden. Bij een aantal activiteiten is voorafgaand aan de activiteit bodemonderzoek van de landbodem nodig. De voorschriften voor het voorafgaand bodemonderzoek staan in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De onderzoekslocatie bevindt zich wel op een zogenoemde bodemgevoelige locatie en de toekomstige bebouwing wordt wel beschouwd als bodem- en grondwatergevoelig. De onderzoekslocatie beslaat een bodemgevoelige locatie, waarbij de toekomstige bebouwing en omliggende siertuin wordt beschouwd als bodem- en grondwatergevoelig. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een bodemgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan 2 uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Een bijbehorend bouwwerk van ten hoogste 50 m2 wordt niet beschouwd als een bodem-gevoelig gebouw. Bij de herinrichting zijn graafwerkzaamheden voorzien. Graven in de bodem wordt onder de Omgevingswet beschouwd als een milieubelastende activiteit.
Door middel van bodemonderzoek dient de kwaliteit van de bodem te worden vastgesteld om te bepalen of sprake is van graven met een kwaliteit boven de interventiewaarde of graven met een kwaliteit onder de interventiewaarde.
2.8.
Conclusies en hypothese
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat op de onderzoekslocatie een verdachte deellocatie aanwezig is namelijk een (voormalige) ondergrondse olietank. Voor deze deellocatie wordt de hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging gehanteerd. Daarnaast wordt, op basis van de voorgaande onderzoeken, voor het overige terrein de hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging gehanteerd. De onderzoeksstrategie staat verder beschreven in hoofdstuk 3.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 8 van 23
3. Onderzoeksstrategie Om de hypothese te toetsen, zal het onderzoek worden gebaseerd op de NEN 5740, waarbij de strategie verdacht (VED-HE) wordt gehanteerd. De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 4. Onderzoeksstrategie Oppervlakte (m2)
Veldwerkzaamheden
Chemische analyses
Boring tot 50 cm-mv
Boring tot 200 cm-mv
Peilbuis
Verdachte laag
Ondergrond
Grondwater
14
3
1
3 x NEN
1 x NEN
1 x NEN
4.300 m2
Om de hypothese te toetsen en de doelstelling te bereiken, zal het onderzoek op de verdachte terreindelen worden gebaseerd op de NEN 5740, waarbij de strategie verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) wordt gehanteerd. In aanvulling op de strategie wordt één extra boring tot 50 cm- onderzijde tank geplaatst. De te plaatsen boringen en uit te voeren chemische analyses zijn in de tabel hieronder weergegeven. Tabel 5. Onderzoeksstrategie verdachte deellocatie Verdachte deellocatie (m2)
3 < V ≤ 5 m³ tank
Veldwerkzaamheden Boring tot 50 cm Peilbuis onderzijde tank 2
1
Chemische analyses Verdachte grondlaag
Grondwater
1 x NEN
1 x minerale olie en BETXN
Beschrijving veldwerkzaamheden Van het opgeboorde materiaal worden per grondsoort monsters genomen tot een maximaal traject van 50 cm per monster. De vrijkomende grond wordt zintuiglijk beoordeeld op geur, kleur en het voorkomen van bijzonderheden. Tijdens het veldwerk wordt gelet op de mogelijke aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op of in de bodem. Van de verkregen monsters van de boven- en ondergrond worden bij het laboratorium mengmonsters samengesteld en analyses aangevraagd of zijn individuele monsters geselecteerd voor analyse. De grond(meng)monsters en grondwatermonsters worden, indien geen afwijkingen optreden, vervolgens geanalyseerd op de parameters zoals omschreven in de opzet. Het grondwater wordt minimaal zeven dagen na het plaatsen van de peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd. Tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater is de grondwaterstand, troebelheid, temperatuur, elektrische geleidbaarheid en zuurgraad gemeten. Beschrijving chemisch onderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater worden uitgevoerd door Eurofins Analytico Laboratories B.V. te Barneveld. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L010.
Bij de chemische analyses wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings- en analysemethoden zoals beschreven in diverse, geldende NENnormen.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 9 van 23
De analyse-pakketten zijn als volgt samengesteld: Grond NEN pakket: organisch stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, som PCB, som PAK en minerale olie; Grondwater NEN pakket: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatisch koolwaterstoffen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen; met aanvulling op: Minerale olie (fractie C10-C40); BTEXN: Benzeen, Tolueen, Ethylbenzeen, Xylenen, Naftaleen. Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de grond en het grondwater te kunnen beoordelen, dienen de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters te worden getoetst aan normen zoals deze zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet werkt door in vier AMvB’s met de regels voor het praktisch uitvoeren van de wet: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hiernaast zijn op basis van het Aanvullingbesluit bodem Omgevingswet de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van toepassing.
De Interventiewaarden en Achtergrondwaarden voor grond zijn, respectievelijk, opgenomen als bijlage IIa van het Bal en als bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. De Signaleringsparameter voor grondwater is opgenomen als bijlage Vd van het Bkl. Regionaal kunnen voorkeurswaarden worden gehanteerd, welke zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiervoor gelden als basis de Omgevingswaarden (bijlage IV, Bkl), de Toetsingswaarden voor het infiltreren van water (bijlage XIX, Bkl) en de Standaardwaarden (bijlage XVIIIa, Bkl). De toetsingswaarden voor grond zijn afhankelijk van het lutum- (kleimineralen) en/of humusgehalte (organische stof) van de bodem. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem, worden de gemeten gehalten omgerekend naar de waarden voor standaardbodem (10% organisch stof en 25% lutum) en aansluitend vergeleken. De gemeten gehalten PFAS in grond worden vergeleken met de toepassingsnormen uit het Handelingskader PFAS. Bij het toetsen van de toepassingsnormen uit het Handelingskader PFAS hoeft tot een organisch stofgehalte van 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden. Als het organische stofgehalte tussen 10% en 30% ligt wordt wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd.
De resultaten worden getoetst in de toetsingstabel van Schreurs (versie 3.21.20240109) aan grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau (categorie 4.1 Handelingskader). Bij het werken met verontreinigde grond dienen vooraf de maatregelen te worden bepaald om de contact met de grond te voorkomen en risico’s voor mens en milieu te beperken. Om invulling te kunnen geven aan deze maatregelen dient vooraf de voorlopige veiligheidsklasse volgens de CROW 400 te worden vastgesteld. Er zijn drie veiligheidsklassen in CROW 400: oranje, rood en zwart. Deze veiligheids-klassen worden vastgesteld op basis van een grondige risicoanalyse. De onderscheidende factoren tussen de veiligheidsklassen in CROW 400 zijn gebaseerd op de mate van verontreiniging en de bijbehorende risico's die daarmee gepaard gaan. De keuze van de beheersmaatregelen wordt in de ontwerpfase gemaakt en wordt onderbouwd door de veiligheidskundige. Tijdens de uitvoeringsfase controleert de veiligheidskundige van de uitvoerende partij de getroffen maatregelen en past deze indien nodig aan.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 10 van 23
4. Resultaten 4.1.
Veldwerk
Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL 2000 en de daarbij horende protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor de verantwoording van de veldwerkzaamheden wordt verwezen naar bijlage G. Tabel 6. Veldwerkzaamheden Veldwerkzaamheden Monsterneming datum grond Gecertificeerde monsternemer(s) Monsterneming datum grondwater Gecertificeerd monsternemer(s) Monsternemer in opleiding Aantal boringen Boornummers Peilbuisnummers Inmeten boringen en peilbuizen
5 en 6 augustus 2025 De heren 14 augustus 2025
en
21 01 t/m 18 en 101 t/m 103 10 en 102 Via een vast punt
De heren en zijn erkende monsternemers welke worden geaudit door Normec Certification te Geldermalsen. De plaats van de boringen en peilbuizen staat weergegeven in bijlage B. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage E. In de onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen en/of verhardingen weergegeven. Tabel 7. Bodemvreemde bijmengingen en/of verhardingen Meetpunt
Diepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Gehele terrein 02
2,00
04 05 06 07
0,58 0,70 0,55 0,50
0,20 - 0,50 1,00 - 1,20 0,08 - 0,58 0,20 - 0,70 0,05 - 0,55 0,00 - 0,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand
08
1,00
0,00 - 0,50
Zand
09 10
0,70 4,00
11 12
0,50 2,00
13 14
0,50 0,70
18
2,00
0,20 - 0,70 0,05 - 0,50 0,50 - 0,70 2,00 - 2,50 0,00 - 0,50 0,05 - 0,50 1,00 - 1,30 0,00 - 0,50 0,05 - 0,20 0,20 - 0,70 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
Zwak grindhoudend Zwak puinhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Matig grindhoudend, zwak glashoudend, zwak puinhoudend, Gestaakt op oude fundering Matig koolashoudend, zwak glashoudend, zwak grindhoudend, zwak onbekend, Onbekend= steenwolresten/isolatieresten Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Matig puinhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak puinhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak puinhoudend Zwak grindhoudend, zwak glashoudend Zwak grindhoudend
Olietank 101
2,00
102
5,00
103
3,50
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Gestaakt op fundering Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend Zwak grindhoudend
Tijdens de veldwerkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal op (de bodem) of in de grond waargenomen. Het vermelden van aan- of afwezigheid van asbest in de grond wordt door het bevoegd gezag verplicht gesteld in de rapportage van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 11 van 23
In verband met aantreffen van bodemvreemde bijmengingen met puin wordt de grond, hoewel hier visueel niets is waargenomen, als verdacht beschouwd ten aanzien van het voorkomen van asbest. Op basis van de uitspraak van de Raad van State d.d. 16 november 2016, kenmerk 2015-08764/1/A1, is men verplicht om bij het aantreffen van puin in de bodem of een depot een onderzoek conform de NEN 5707+C2 (asbest) te starten. Dit asbest in grondonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 5. De onderstaande tabel bevat de zintuiglijke waarnemingen tijdens de monstername en de resultaten van de veldmetingen weergegeven zoals deze zijn gemeten bij het bemonsteren van het grondwater. Tabel 8. Veldmetingen bij bemonsteren grondwater Peilbuis
Gehele terrein 10 Olietank 102
Filterstelling (cm -mv)
GWS bij plaatsing (m-mv)
GWS bij Troebelheid EC pH bemonstering (NTU) (µS/cm) (m-mv)
Opmerking
300-400
2,50
2,38
29,58
833
7,1
-
400-500
3,30
3,48
25,92
833
7,0
-
De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤0,1 l/min) afgepompt voorafgaand aan bemonstering, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarden voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrix-storingen bij de analyse en ab- en adsorptie van organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 12 van 23
4.2.
Laboratoriumonderzoek
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie. In verband met het aantreffen van de verschillende hoofdbestandsdelen grond en verschillen in gradaties bodemvreemd materiaal is een extra grondmonster geanalyseerd. In verband met het visueel aantreffen van plastic in boring 18, wordt deze analyse uitgebreid met PFAS. Bij de samenstelling van mengmonsters is rekening gehouden met de diepte van het bemonsteringstraject, de aangetroffen bodemsoort en de zintuiglijke waarnemingen. De analysemonsters, samenstelling en uitgevoerde analyses zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 9. Monsterselectie Analysemonster Gehele terrein M1 M2 M3 M4 MM5 Olietank MM6
Deelmonsters & traject (m-mv)
Analysepakket
07(0,00 - 0,50) 08(0,00 - 0,50) 10(3,00 - 3,50) 18(0,00 - 0,50) 02(1,00 - 1,20) 12(1,00 - 1,30)
NEN NEN NEN NEN + PFAS NEN
102(3,00 - 3,50) 103(3,00 - 3,50)
NEN
De getoetste analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage C. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage D.
4.2.1. Grond De voor analyse geselecteerde grond(meng)monsters alsmede de resultaten van de toetsing zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 10. Overschrijdingen t.o.v. toetsingswaarden Bal en Rbk 2022 (indicatief) AnalyseDeelmonsters monster Gehele terrein M1 07(0,00 - 0,50) M2 M3 M4 MM5 Olie tank MM6
08(0,00 - 0,50) 10(3,00 - 3,50) 18(0,00 - 0,50) 02(1,00 - 1,20) 12(1,00 - 1,30) 102(3,00 - 3,50) 103(3,00 - 3,50)
Overschrijding Landbouw/natuur
Overschrijding Overschrijding ‘tussenwaarde’ interventiewaarde
Indicatieve Bodemkwaliteitsklasse
Cadmium, kwik, PAK, minerale olie Kobalt Zink, kwik, PAK Lood, kwik
Lood, zink
-
Klasse industrie
Lood -
-
Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur Klasse industrie Klasse wonen
-
-
-
Klasse landbouw/natuur
4.2.2. PFAS De voor analyse op PFAS geselecteerde grond(meng)monsters evenals de resultaten van de toetsing aan het Handelingskader zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 11. Overschrijdingen t.o.v. toetsingswaarden Handelingskader Analysemonster Deelmonsters & traject (m- Parameter (gehalte in µg/kgds) Toetsing mv) PFOS PFOA M4 18(0,00 - 0,50) 4,70 1,17 Niet toepasbaar
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 13 van 23
4.2.3. Voorlopige veiligheidsklasse De voorlopige veiligheidsklasse is bepaald conform de systematiek zoals opgenomen in CROW 400 waarbij gebruik is gemaakt van de analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek. Het resultaat is opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 12. Voorlopige veiligheidsklasse Analysemonster Gehele terrein M1 M2 M3 M4 MM5 Olietank MM6
CROW400 Basis veiligheidsklasse Basis veiligheidsklasse Basis veiligheidsklasse Basis veiligheidsklasse Basis veiligheidsklasse Basis veiligheidsklasse
Op basis van de toetsing blijkt dat de basis veiligheidsklasse van toepassing is bij uitvoering van de werkzaamheden. Het gaat hierbij om de voorlopige veiligheidsklasse. De aannemer is verantwoordelijk voor het vaststellen van de definitieve veiligheidsklasse en het opstellen van een VGM-plan.
4.2.4. Grondwater De voor analyse geselecteerde grondwatermonsters alsmede de resultaten van de toetsing zijn samengevat in de volgende tabel. Tabel 13. Overschrijdingen t.o.v. toetsingswaarden T.1001 BKL Landelijk Watermonster
Filterdiepte (cm -mv)
10-1-1 102-1-1
400-500 400-500
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Overschrijding voorkeurswaarde Molybdeen Naftaleen, PAK
Overschrijding ‘tussenwaarde’ -
Overschrijding signaleringsparameter -
Pagina 14 van 23
4.3.
Overweging resultaten
Uit het verkennend onderzoek blijkt dat de bovengrond plaatselijk (boring 07) matig verontreinigd is met lood en zink, ter plaatse van boring 18 is de grond matig verontreinigd met lood. Daarnaast zijn hooguit lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond. De ondergrond (1,00 – 1,30 m-mv) is hooguit licht verontreinigd met lood en kwik. Op basis van de gemeten gehalten PFAS wordt de bovenste halve meter van de grond aangeduid als ‘niet toepasbaar’ voor hergebruik buiten de perceelgrenzen. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen. De aangetroffen matige verontreinigingen worden toegewezen aan de bodemvreemde bijmengingen met puin. Deze bodemvreemde bijmengingen zijn vermoedelijk het gevolg van het ophogen/verharden van het maaiveld in het verleden. Omdat de verontreinigingen niet overal in dezelfde mate zijn aangetroffen, kan worden gesteld worden dat sprake is van diffuus, heterogeen voorkomende verontreiniging. Ter plaatse van de vermoedelijke voormalige olietank zijn geen verontreinigingen met de geanalyseerde parameters aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met PAK en naftaleen. Op basis van de toetsing blijkt dat de basis veiligheidsklasse van toepassing is bij uitvoering van de werkzaamheden. Het gaat hierbij om de voorlopige veiligheidsklasse.
De aannemer is verantwoordelijk voor het vaststellen van de definitieve veiligheidsklasse en het opstellen van een VGM-plan. Bij het eerdere bodemonderzoek (projectnummer A1117, 2016) zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met kwik, lood, zink en PAK aangetroffen. In de ondergrond werd ter plaatse van boring 04 een sterke verontreiniging met lood en zink vastgesteld en het grondwater bleek licht verontreinigd met arseen en barium. Destijds is geadviseerd het onderzoek, ter beoordeling, voor te leggen aan het bevoegd gezag. Bij de indiening heeft dit geen belemmering gevormd voor de vergunningverlening. In vergelijking met 2016 zijn enkele verschillen zichtbaar in de gemeten parameters. Waar in 2016 een sterke verontreiniging in de ondergrond werd vastgesteld, zijn de gehalten in 2025 beperkt tot hooguit licht verontreinigd. In de bovengrond is de verontreiniging op enkele plaatsen hoger (matig in plaats van licht). Nieuw ten opzichte van 2016 is de toetsing aan PFAS, waardoor de bovengrond niet toepasbaar is voor hergebruik buiten het perceel. Voor het grondwater geldt dat de lichte verontreinigingen betrekking hebben op deels andere stoffen, waarbij rekening gehouden moet worden met de regionale achtergrondconcentraties in Zuid-Holland.
4.4.
Afwijkingen ten opzichte van de norm
Onderhavig onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740. In onderstaande tabel worden eventuele afwijkingen ten opzichte van de genoemde norm weergegeven: Tabel 14. Afwijkingen Deel van het onderzoek: Onderzoeksstrategie
Veldwerk Grondanalyses Grondwaterbemonstering Grondwateranalyses
Opmerking: In aanvulling op de strategie is ter plaatse van de verdachte deellocatie, de olietank, een extra boring geplaatst. In aanvulling op de strategie is in verband met het aantreffen van de verschillende hoofdbestandsdelen grond en verschillen in gradaties bodemvreemd materiaal is een extra grondmonster geanalyseerd. Daarnaast is in verband met het aantreffen van plastic een PFAS analyse uitgevoerd. Geen afwijkingen Geen afwijkingen Geen afwijkingen Geen afwijkingen
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 15 van 23
5. Verkennend asbest in grond onderzoek 5.1.
Onderzoeksstrategie
Voor de uitvoering van het verkennend onderzoek dient de onderzoeksstrategie te worden gehanteerd, zoals opgenomen in de NEN 5707+C2. Een verkennend asbest in grond onderzoek bestaat uit een maaiveld inspectie, het graven van gaten en het verrichten van analyses van grond (fractie <20 mm) en het eventueel aangetroffen asbestverdacht materiaal (fractie >20 mm). Tabel 15. Onderzoeksstrategie Oppervlakte per Uit te voeren verontreinigings- analyse kern visuele inspectie (maaiveld) > 20 mm <10 m2 Op basis van zintuiglijke waarneming
Gaten tot onderzijde verdachte lag met een maximum van 200 cm
Aantal te analyseren (meng) Minimaal uit te monsters per verdachte laag voeren analyse analyse < 20 mm < 20 mm
1
Op basis van zintuiglijke waarneming
1
Het verkennend asbest in grond onderzoek bestaat uit drie stappen:
Een visuele inspectie van het maaiveld; Een steekproefsgewijze visuele inspectie van de bovengrond en ondergrond; Het nemen van (meng)monsters grond.
Hieronder worden deze drie stappen verder toegelicht: Visuele inspectie maaiveld: De visuele inspectie heeft tot doel de onderzoekshypothese te verifiëren en de locatie in (deel)locaties in te delen. Ten aanzien van de maaiveldinspectie wordt een inspectie-eis van 50% van het maaiveld visueel inspecteerbaar (matig tot geen vegetatie zoals gras en struiken, geen plassen, geen verhardingen en objecten) aangehouden. Indien niet aan de inspectie-eis van 50% kan worden voldaan, zal op de rapportage geen kwaliteitslogo worden gevoerd. Indien tijdens de visuele inspectie asbestverdacht materiaal wordt gevonden zal hierop van al het verzamelde asbestverdachte materiaal een asbest verzamelanalyse worden uitgevoerd. Inspectie en monsterneming bodem: Ter plaatse van boringen 07 en 18 zijn gaten gegraven met een minimale afmeting van 30 cm bij 30 cm tot de ongeroerde ondergrond. Voor de maximale laagdikte zal 0,5 meter per gat worden aangehouden. De grond wordt visueel geïnspecteerd en gezeefd (maaswijdte 20 mm). Indien in een gat asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen (grove fractie > 20 mm), zal dit per gat en per laag separaat worden geanalyseerd. Indien zich asbestverdacht materiaal dieper dan 0,5 m-mv bevindt of als een tweede afwijkende laag wordt aangetroffen, worden extra monsters van de fijne en grove fractie geanalyseerd.
Uitgangspunt vooralsnog is dat 2 grondmonsters worden geanalyseerd op asbest. Dieper gelegen bodemlagen In verband met het aantreffen van puin in de dieper gelegen lagen is besloten de gaten te vervangen door boringen. Ter plaatse van boring 02, 10 en 12 is een monster genomen van de puinhoudende laag. Boringen zijn minder representatief dan gaten omdat asbesthoudend plaatmateriaal kan worden weggedrukt. Door de gaten te vervangen door boringen dient het resultaat van het onderzoek hier te worden beschouwd als indicatief.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 16 van 23
Conform de NEN5707+C2 kunnen in uitzonderingsgevallen enkelvoudige boringen worden gebruikt met een minimale middellijn van 12 cm of ten minste driemaal zo groot als de maximale deeltjesgrootte (D100) van de asbestverdachte stukjes op een locatie. Dit geldt specifiek voor dieper gelegen verdachte lagen en bodemlagen afgedekt door een duurzame verhardingslaag (beton, asfalt enz.). De boringen geven alleen uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van asbest en een indicatieve gehaltebepaling is niet mogelijk. Indien asbest wordt aangetroffen moeten alsnog gaten of sleuven worden gegraven voor een gehaltebepaling. De puinhoudende bodemlagen zullen geanalyseerd worden op een asbest quickscan. Indien geen asbest wordt aangetroffen, dan is de bodem onverdacht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Toetsingskader De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale samenstellingswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van de grond/puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kgds. Deze asbestnorm is ook van toepassing voor bouw- en sloopafval en recycling-granulaat. De vastgestelde normwaarde geldt voor het gewogen asbestgehalte. De toetsing van het gewogen asbestgehalte dient op de volgende wijze te worden uitgevoerd: (10 x gehalte amfibool asbest) + (gehalte serpentijn asbest) = < 100 mg/kgds.
Chrysotiel (wit asbest) betreft serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibolen (hoofdzakelijk amosiet en crocidoliet). Indien na uitvoering van het verkennend asbest in grond onderzoek blijkt dat het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) kleiner is dan de helft van de interventiewaarde, is verder onderzoek niet noodzakelijk. Indien na uitvoering blijkt dat het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de interventiewaarde is nader onderzoek noodzakelijk.
5.2.
Veldwerk
Tabel 16. Veldwerk Veldwerkzaamheden Monsterneming datum Gecertificeerd monsternemer(s) Aantal gaten Nummering gaten Aantal boringen Nummering boringen Inmeten gat Bodemopbouw Monster Gat AM1 07
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Grondsoort Zand
AM2
0,00 – 0,50
Zand
18
5 en 6 augustus 2025 De heren 2 07 en 18 3 02, 10 en 12 Via een vast punt
en
Waargenomen bijzonderheden matig grindhoudend, zwak glashoudend, zwak puinhoudend, Gestaakt op oude fundering zwak puinhoudend
De heren en zijn erkende monsternemers welke worden geaudit door Normec Certification te Geldermalsen. De plaats van de gaten en boringen staan weergegeven in bijlage B. Voor laagbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage E. In de bovenstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen weergegeven. De gaten zijn tijdens het graven visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De contactzone is als vochtig aangemerkt (> 10 %). De inspectie-efficiëntie van de gaten is vastgesteld op 100%. Van de gezeefde fractie van de grond zijn 2 monsters samengesteld van minimaal 15 kg. De monsters bestaan uit 20 grepen van minimaal 0,75 kg per greep. Ter plaatse van de boringen 02, 10 en 12 zijn de dieper gelegen bodemlagen bemonsterd met een edelman met een minimale middellijn van 12 cm. Dit materiaal is visueel beoordeeld, er zijn geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Deze bodemlagen zijn eveneens bemonsterd en ter analyse aangeboden bij het laboratorium (asbest quickscan).
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 17 van 23
5.3.
Maaiveldinspectie
Tijdens de veldwerkzaamheden was het zonnig, droog weer. De locatie is deels (25%) bedekt met vegetatie. Op het maaiveld is geen asbest waargenomen.
5.4.
Laboratorium onderzoek
Het analysemonster is afgegeven aan de koerier van Eurofins Analytico Laboratories B.V. te Barneveld. Deze monsteroverdracht is uitgevoerd op 6 augustus 2025. De monsteroverdracht is uitgevoerd conform NEN 5861. Dit laboratorium is geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie en staat geregistreerd onder nummer L010. De analyse op asbest is uitbesteed aan Eurofins Omegam te Amsterdam welke geregistreerd staat onder nummer L086. De volledige analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage D. In onderstaande tabel is de samenstelling van het monster en uitgevoerde analyse weergegeven. Tabel 17. Samenstelling monster Monster Asbest in grond AM1 AM2 Asbest Quickscans AQM1 AQM2 AQM3
5.5.
Deelmonster (m-mv)
Analysepakket
07 (0,00 – 0,50) 18 (0,00 – 0,50)
Asbest (fractie < 20 mm) Asbest (fractie < 20 mm)
02 (1,00 – 1,20) 10 (2,00 – 2,50) 12 (1,00 - 1,30)
Asbest Quickscan Asbest Quickscan Asbest Quickscan
Analyseresultaten fractie < 20mm
In tabel 18 staan de analyseresultaten samengevat. Tabel 18. Asbest in grond (<20 mm) Monster Deelmonsters (m-mv) AM1 07 (0,00 – 0,50) AM2 18 (0,00 – 0,50)
5.6.
Drooggewicht (kg) 14.436 14.449
Asbest Nee Nee
Concentratie (mg/kg ds) Hechtgebonden < 0,5 N.v.t. < 0,3 N.v.t.
Analyseresultaten asbest Quickscan
In tabel 19 staan de analyseresultaten samengevat. Tabel 19. Asbest Quickscan Monster AQM1 AQM2 AQM3
Deelmonsters (m-mv) 02 (1,00 – 1,20) 10 (2,00 – 2,50) 12 (1,00 - 1,30)
5.7.
Overweging resultaten
Asbest Nee Nee Nee
Voor de toetsing aan de norm is gebruik gemaakt van het aangetroffen materiaal in het veld, dit in combinatie met de omvang van de monsters en de analyseresultaten van de monsters.
Op de onderzoekslocatie is geen asbest waargenomen; In de gaten is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen; De geanalyseerde monsters AM1 en AM2 bevatten analytisch geen asbest; De puinhoudende ondergrond is door middel van een Asbest Quickscan indicatief onderzocht op het voorkomen van asbest. Hieruit blijkt dat de puinhoudende ondergrond geen asbest bevat.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 18 van 23
5.8.
Afwijkingen ten opzichte van de norm
Onderhavig onderzoek is gebaseerd op NEN 5707+C2. In onderstaande tabel worden eventuele afwijkingen ten opzichte van de genoemde norm weergegeven: Tabel 20. Afwijkingen Deel van het onderzoek:
Onderzoeksstrategie
Veldwerk
Analyses
Opmerking: In verband met het aantreffen van puin in de dieper gelegen lagen is besloten de gaten te vervangen door boringen. Boringen zijn minder representatief dan gaten omdat asbesthoudend plaatmateriaal kan worden weggedrukt. Door de gaten te vervangen door boringen dient het resultaat van het onderzoek hier te worden beschouwd als indicatief. Dit betreft een kritische afwijking, derhalve wordt geen SIKB-keurmerk gevoerd op de rapportage. Het veldwerk is uitgevoerd door een protocol 2018 gecertificeerde monsternemer. In verband met de aanwezige verharding kon geen volledige maaiveldinspectie worden uitgevoerd Dit betreft een kritische afwijking, derhalve wordt geen SIKB-keurmerk gevoerd op de rapportage. Geen afwijkingen
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 19 van 23
6. Conclusies en aanbevelingen In opdracht van R4a Architecten en Ingenieurs is door Ingenieursbureau Mol op de locatie Scheveningseweg 88 t/m 92 te Den Haag een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5740. Daarnaast is een verkennend asbest in grond onderzoek verricht gebaseerd op de NEN 5707+C2. Het terrein wordt onderzocht in verband met het aanvragen van een omgevingsvergunning. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of de concentraties van de vermoede verontreinigende stof in de grond en het freatische grondwater boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde worden aangetroffen. Het doel van het verkennend asbest in grondonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
6.1.
Conclusies
Op basis van de resultaten van het verkennend onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek Onverdacht terreindeel De bovengrond plaatselijk (boring 07) matig verontreinigd is met lood en zink, ter plaatse van boring 18 is de grond matig verontreinigd met lood. De aangetroffen matige verontreinigingen worden toegewezen aan de bodemvreemde bijmengingen met puin; Daarnaast zijn hooguit lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond; De ondergrond (1,00 – 1,30 m-mv) is hooguit licht verontreinigd met lood en kwik; Op basis van de gemeten gehalten PFAS wordt de bovenste halve meter van de grond aangeduid als ‘niet toepasbaar’ voor hergebruik buiten de perceelgrenzen; Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen; Op basis van de toetsing blijkt dat de basis veiligheidsklasse van toepassing is bij uitvoering van de werkzaamheden. Het gaat hierbij om de voorlopige veiligheidsklasse. De aannemer is verantwoordelijk voor het vaststellen van de definitieve veiligheidsklasse en het opstellen van een VGM-plan. De hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging wordt bevestigd. Het uitvoeren van nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht. Olietank Op basis van het historisch vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie een (voormalige) olietank aanwezig is (geweest).
Tijdens het de uitvoering van het veldwerk is de ligging van deze olietank niet bevestigd; Ter plaatse van de vermoedelijke voormalige olietank zijn geen verontreinigingen met de geanalyseerde parameters aangetroffen; Het grondwater is licht verontreinigd met PAK en naftaleen. De hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreiniging wordt verworpen. Het uitvoeren van nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 20 van 23
Verkennend asbest in grond onderzoek
Op de onderzoekslocatie is geen asbest waargenomen; In de gaten is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen; De geanalyseerde monsters AM1 en AM2 bevatten analytisch geen asbest; De puinhoudende ondergrond is door middel van een Asbest Quickscan indicatief onderzocht op het voorkomen van asbest. Hieruit blijkt dat de puinhoudende ondergrond geen asbest bevat.
De hypothese verdacht ten aanzien van het voorkomen van asbest in de bodem wordt verworpen. Het uitvoeren van nader asbest in grondonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
6.2.
Aanbevelingen
Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat de grond hooguit licht tot matig verontreinigd is. Op basis van de matige verontreinigingen wordt nader onderzoek aanbevolen. De resultaten zijn in vergelijking met 2016 niet toegenomen. Destijds is geadviseerd het onderzoek, ter beoordeling, voor te leggen aan het bevoegd gezag. Bij de indiening heeft dit geen belemmering gevormd voor de vergunningverlening. Geadviseerd wordt om onderhavige rapportage in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning ter beoordeling voor te leggen aan het bevoegd gezag.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 21 van 23
7. Algemene opmerkingen Geadviseerd wordt om bij werkzaamheden in de bodem alert te blijven op waarneembare bijzonderheden die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderhavige onderzoek beschrijft de huidige kwaliteit van de bodem. Wij wijzen u erop dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit kan alsnog plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek. Naarmate de periode tussen de uitvoering van dit onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, kan dit van invloed zijn op de representativiteit van dit document. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met het feit dat analyses uitgevoerd kunnen zijn op basis van mengmonsters. Het is derhalve niet uit te sluiten dat lokaal hogere concentraties aan verontreinigingen voorkomen. Tevens is het niet onmogelijk dat plaatselijk verontreinigingen voorkomen die niet gedetecteerd zijn. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een beperkt aantal monsters, genomen op een beperkt aantal plaatsen. Afvoer en hergebruik van grond (en bouwstoffen) naar elders is onderhevig aan de geldende wettelijke bepalingen. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het terugplaatsen van grond en het opslaan en afvoeren ervan, is het van essentieel belang dat grond van verschillende kwaliteitsniveaus strikt gescheiden blijft.
Deze scheiding wordt gebaseerd op de resultaten van onderhavig bodemonderzoek. Het gescheiden houden van grond is cruciaal om vermenging van verschillende kwaliteiten te voorkomen en om een efficiënte afvalverwerking te bevorderen. Voor het apart houden van matig tot sterk verontreinigde grond tijdens graafwerkzaamheden gelden specifieke criteria. Deze criteria zijn ontworpen om zoveel mogelijk verontreinigde grond te kunnen behandelen door middel van reiniging of immobilisatie. Het is van groot belang om te voorkomen dat vermenging plaatsvindt, waardoor reiniging of immobilisatie niet meer mogelijk is. De criteria voor het indelen van partijen met vrijkomende matig tot sterk verontreinigde grond zijn als volgt: Verschillende grondsoorten (zoals zand, klei en veen) moeten afzonderlijk worden gehouden. Ook lagen met verschillende niveaus van bodemvreemd materiaal dienen gescheiden te blijven; Partijen met een gewogen gehalte asbest onder en boven de interventiewaarde voor bodemkwaliteit moeten apart worden gehouden; Partijen die uitsluitend matig tot sterk verontreinigd zijn met organische verbindingen dienen eveneens apart te worden gehouden. Deze partijen zijn geschikt voor thermische of biologische reiniging.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 22 van 23
8. Referenties 1.
Nederlandse Norm NEN 5740; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie Instituut, ICS 13.080.01; 13.080.05, d.d. oktober 2023;
2.
Nederlandse Norm NEN 5707+C2; Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatie Instituut, ICS 13.080.01; december 2017;
3.
Nederlandse Norm NEN 5725; Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut, ICS 13.080.01; 13.080.05, d.d. oktober 2023;
4.
Besluit bodemkwaliteit, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu-beheer, Staatsblad 2007. Nummer 469, d.d. 22 november 2007;
5.
Regeling Bodemkwaliteit 2022, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Staatscourant 2023, nummer 1338, d.d. 19 januari 2023;
6.
Besluit activiteiten leefomgeving, Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Staatscourant 2018, nummer 293, d.d. 3 juli 2018;
7.
Besluit kwaliteit leefomgeving, Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties, Staatscourant 2018, nummer 292, d.d. 31 augustus 2018;
8.
BRL SIKB 2000, “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 7.0, d.d. 7 maart 2022;
9.
Protocol 2001, “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen en nemen van grondmonsters”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 7.0, d.d. 7 maart 2022;
10.
Protocol 2002, “Het nemen van grondwatermonsters”, Stichting Infrastructuur Kwaliteits-borging Bodembeheer, versie 7.0, d.d. 7 maart 2022.
11.
Protocol 2018, “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 7, d.d. 7 maart 2022.
Verkennend bodem- en asbest in grond onderzoek Scheveningseweg 88 t/m 92, Den Haag Projectnummer: B0447
Pagina 23 van 23
Bijlage A: Kadastrale informatie
Projectnummer: B0447
Kadastrale kaart
Uw referentie: B0447
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
's-Gravenhage AG 3179
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 augustus 2025 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
's-Gravenhage AG 3179 UW REFERENTIE
B0447 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
05-08-2025 - 15:42
S11211740011
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
05-08-2025 - 13:42
05-08-2025 - 13:42
BLAD
BIJLAGEN
1 van 1
1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding 's-Gravenhage AG 3179 Kadastrale objectidentificatie: 022460317970000
Locaties Zie bijlage 1 voor een overzicht van de locaties Kadastrale grootte 3.300 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 79169 - 457379 Omschrijving Wonen
Erf - tuin
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking in Er zijn geen beperkingen bekend de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk 84 GVH24/4803 GVH Naam gerechtigde Gemeente 's-Gravenhage Adres Spui 70
2511 BT 'S-GRAVENHAGE Postadres Postbus 12655
2500 DP 'S-GRAVENHAGE Statutaire zetel 'S-GRAVENHAGE
De bewaarder van het Kadaster verklaart dat deze informatie hetzelfde is als de informatie uit de Basisregistratie Kadaster. Voor het gebruik van deze gegevens gelden regels die staan in de Databankenwet (artikel 2, lid 1). Hebt u hier vragen over? Neem contact op met onze klantenservice.
BETREFT
's-Gravenhage AG 3179 UW REFERENTIE
B0447 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
05-08-2025 - 15:42
S11211740011
BLAD
BIJLAGE
1 van 2
1 van 1
Bijlage 1 - Locaties Kadastrale aanduiding 's-Gravenhage AG 3179 Kadastrale objectidentificatie: 022460317970000