RIS324794 Bijlage 2 Motivatie BOPA Scheveningseweg 88A-92J
Tekst van het document
‘Opvanglocatie Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag’ Motivatie BOPA buitenplanse omgevingsactiviteit t.b.v. aanvraag ‘tijdelijk afwijken van het omgevingsplan’ betreffende de bestemming
Opdrachtgever: Datum: Versie: Opsteller:
Den Haag 13-01-2026 v12 R4a architecten en ingenieurs
Inhoud 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Doelstelling 1.3. Vergunningsprocedure 1.4. Leeswijzer 2. Projectbeschrijving 2.1. Kadaster 2.2. De Villa 2.3. De Paviljoens 2.3.1. Paviljoen 1 (inclusief gymzaal) 2.3.2. Paviljoen 2 en 3 2.4. Afmetingen 2.5. Wat wijzigt er? 2.6. Tijdelijkheid van het gebruik 3. Participatie 3.1. Planinhoud 3.2. Informatieavonden 3.3. Bewoners 3.4. Omwonenden 3.5. Planaanpassingen 4. Relevant beleid 4.1. Rijks- Provinciaal- en Regionaal beleid 4.2. Gemeentelijk beleid 4.2.1. Bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ 4.2.2. Omgevingsplan gemeente Den Haag 4.2.3. Omgevingsvisie gemeente Den Haag 4.2.4. Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld 18-05-2017) 4.2.5. Samenvatting gemeentelijk beleid 5. Beoordeling 5.1. De situatie wijkt af van het omgevingsplan 5.2. Stikstofdepositie 5.3. Luchtkwaliteit 5.4. Afvalinzameling 5.5. Mobiliteit en parkeren 5.5.1. Autoparkeren 5.5.2. Fiets parkeren 5.6. Geluid 5.7. Bodem 5.8. Waterbelang en grondwaterbescherming 5.9. Archeologie 5.10. Cultuurhistorie 5.11. Welstand en lichthinder 5.12. Externe veiligheid 5.12.1. Risicobronnen 5.12.1. Plaatsgebonden- en groepsrisico 5.12.1. Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid 5.13. Sociale veiligheid 5.14. Activiteiten en milieuzonering 5.15. Flora en fauna 5.16. Ecologie 5.17. Ladder voor duurzame verstedelijking 5.18. Inrichting openbare ruimte 5.19. Windhinder 5.20. MER-beoordeling 6.
Belemmeringen 6.1. Omgevingsvergunning activiteit afwijken van het omgevingsplan 6.2. Onevenredige aantasting
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
4 4 4 5 5 6 6 7 7 7 8 8 8 8 9 9 9 9 9 9 10 10 10 11 15 15 15 16 17 17 17 17 18 18 18 19 19 20 21 22 22 22 22 23 24 25 25 26 27 27 27 28 28 28 29 29 29
2/31
7. 7.1. 7.2. 8. 9. 10.
Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid/Participatie Financiële uitvoerbaarheid Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Bronvermelding Bijlagen
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
29 29 29 30 31 31
3/31
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Op 29 januari 2016 is op basis van de leegstandswet een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van drie paviljoens aan de Scheveningseweg 90-92 in strijd met de regels van het geldende bestemmingsplan. Op 8 april 2016 is een soortgelijke aanvraag ingediend voor het hoofdgebouw, de villa aan de Scheveningseweg 90-92. Deze aanvragen zijn op respectievelijk 22 februari en 6 juni 2016 verleend voor een periode van tien jaar. Gedurende deze periode heeft de gemeente Den Haag op deze locatie opvang geboden aan statushouders. De geldigheidsduur van deze vergunningen verstrijkt in 2026. Gezien de aanhoudende en urgente behoefte aan opvangvoorzieningen voor jonge statushouders, wenst de gemeente het gebruik van deze locatie voort te zetten. De onderhavige aanvraag betreft een nieuwe aanvraag voor het verlenen van een ontheffing op het vigerende omgevingsplan voor de duur van 5 jaar ten behoeve van voortzetting van de tijdelijke huisvesting van jonge statushouders die wachten op instroom in het reguliere sociale huursysteem binnen de gemeente Den Haag. De noodzaak tot de aanvraag wordt onderbouwd door de structurele krapte op de woningmarkt, de lange wachttijden voor sociale huurwoningen en het uitblijven van voldoende nieuwbouwlocaties in Den Haag en de regio Haaglanden.
Doorstroming binnen de sociale huursector is hierdoor nagenoeg tot stilstand gekomen. Wachttijden van meer dan 9 tot 10 jaar zijn inmiddels gangbaar. De tijdelijke verblijfsstatus van deze doelgroep vormt in de praktijk geen beperking voor langdurig verblijf, aangezien verlenging van de verblijfsvergunning veelal zonder problemen plaatsvindt. Pas na een inschrijvingsduur van meer dan 10 jaar ontstaat er momenteel een reële kans op toewijzing van een sociale huurwoning. Daarbij geldt dat woonwensen, zoals de voorkeur voor een grotere woning, de kans op toewijzing verder verkleinen. Voor jonge statushouders betekent dit dat zij langdurig aangewezen blijven op tijdelijke huisvesting, hetgeen de noodzaak van voortzetting van het huidige gebruik onderstreept. 1.2. Doelstelling Deze motivatie beoogt inzicht te geven in de gevolgen van het voortzetten van het huidige gebruik van de locatie aan de Scheveningseweg 88–92 in afwijking van het geldende omgevingsplan. De doelstelling is om een zorgvuldige belangenafweging te maken, waarbij relevante beleidskaders worden betrokken en wordt vastgesteld of het beoogde gebruik leidt tot onevenredige aantasting van belangen van omwonenden en ondernemers in de directe omgeving. Het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ bevat specifieke richtlijnen voor het uitvoeren van een dergelijke afweging.
Uit de analyse blijkt dat het toestaan van het afwijkende gebruik niet leidt tot negatieve ruimtelijke of maatschappelijke effecten. De bestaande bebouwing wordt gebruikt zonder fysieke uitbreiding en het gebruik blijft beperkt tot tijdelijke opvang van jonge statushouders waar het wachten op doorstroming is in het reguliere sociale huursysteem. Er is geen sprake van overlast, er is geen verkeer aantrekkende werking of
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
4/31
aantasting van de leefomgeving. Daarmee is aannemelijk dat omwonenden en ondernemers geen schade ondervinden van het voortgezette gebruik. 1.3. Vergunningsprocedure Voor het voortzetten van het huidige gebruik in afwijking van het omgevingsplan is een omgevingsvergunning vereist op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet. Het betreft hier een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), aangezien het gebruik niet past binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ en er in het bestemmingsplan geen afwijkingsmogelijkheid is opgenomen om het beoogde gebruik in te passen. De aanvraag bestaat uit een verlenging van het tijdelijk afwijkende gebruik voor een periode van maximaal vijf jaar (aflopende 16 juni 2031). De afwijking blijft beperkt tot de functiewijziging van de locatie (gebouwen, gronden en voorzieningen) van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’ enkel ten behoeve van de opvang van merendeels jonge statushouders. Dit met uitzondering van de voormalige sporthal met huisnummer 88 waar niet wordt afgeweken van de bestemming. Er zijn geen bouwkundige wijzigingen gepland en het karakter van het gebruik gedurende de afgelopen periode blijft ongewijzigd. De aanvraag is daarmee gericht op het faciliteren van een maatschappelijk urgente behoefte binnen de bestaande ruimtelijke context.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie. 1.4. Leeswijzer Deze motivatie is als volgt opgebouwd nl.; In hoofdstuk 1 wordt aanleiding en doelstelling van deze motivatie uiteengezet. Aansluitend wordt in hoofdstuk 2 ingezoomd op de opgave en de locatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het participatietraject en in hoofdstuk 4 wordt een beknopt overzicht gegeven van het vigerende beleid, welke onderdelen betrekking hebben op de locatie en de begripsomschrijving die wordt gehanteerd. In hoofdstuk 5 wordt het project hieraan getoetst. In hoofdstukken 6 en 7 wordt gekeken naar mogelijke belemmeringen en uitvoerbaarheid waarna in hoofdstuk 8 conclusies getrokken ten aanzien van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ten slotte worden bronnen en bijlagen vermeld.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
5/31
2. Projectbeschrijving De locatie ligt aan de Scheveningseweg in de gemeente Den Haag ter hoogte van de kanaalweg
Figuur 1, uitsnede Luchtfoto Ruimtelijke plannen
2.1. Kadaster De gebouwen aan de Scheveningseweg 88–92 zijn gelegen op twee kadastrale percelen: • Perceel 3388, kadastraal bekend als Den Haag, sectie AG, nummer 3388 (GVH24-AG3388), met een oppervlakte van circa 1.011 m².
Figuur 2, uitsnede kadastrale kaart gem. Den Haag, Scheveningseweg ter hoogte Kanaalweg
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
6/31
•
Perceel 3179, kadastraal bekend als Den Haag, sectie AG, nummer 3179 (GVH24-AG3179), met een oppervlakte van circa 3.300 m².
Figuur 3, uitsnede kadastrale kaart gem. Den Haag, Scheveningseweg ter hoogte Kanaalweg
Beide percelen zijn gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ en vormen gezamenlijk de fysieke basis voor het aangevraagde gebruik. 2.2. De Villa De villa aan de Scheveningseweg is een karakteristiek pand uit de 19e eeuw, uitgevoerd in wit gesaust stucwerk met een lichtgrijze plint en sierlijstwerk ter hoogte van de plint en dakranden. Het gebouw bestaat uit een verhoogde begane grond (beletage) boven een half verdiept souterrain, een eerste verdieping en een tweede verdieping onder een mansardekap. De villa is intern gesplitst in veertien zelfstandige woonunits, verdeeld over twee adressen: • Scheveningseweg 90 t/m 90C (achterzijde); • Scheveningseweg 92 t/m 92J (achterzijde). De ontsluiting vindt plaats via een entree aan de voorzijde, naast een glazen serre en via een carrévormig trappenhuis aan de achterzijde van het bestaande pand. 2.3. De Paviljoens Op het achterterrein bevinden zich drie paviljoens, gebouwd in de tweede helft van de twintigste eeuw. De gebouwen zijn tweelaags (zonder lift) en ontworpen in een modernistische architectuurstijl. Ze zijn achter elkaar geplaatst op een licht oplopend terrein. 2.3.1. Paviljoen 1 (inclusief gymzaal) Het eerste paviljoen is gecombineerd met een gymzaal waarin een maatschappelijke functie is ondergebracht.
Het gebouw is ingericht voor kamergewijze verhuur en bevat tien onzelfstandige woonruimten, verdeeld over twee verdiepingen. De bewoners maken gebruik van gedeelde sanitaire voorzieningen en een gemeenschappelijke keuken.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
7/31
2.3.2. Paviljoen 2 en 3 Paviljoens 2 en 3 zijn qua opbouw en architectuur gelijk aan paviljoen 1, maar zijn solitair geplaatst en bevatten geen maatschappelijke functie. Beide paviljoens zijn ieder ingedeeld in vijf zelfstandige appartementen. • Paviljoen 2: Scheveningseweg 88F t/m 88K • Paviljoen 3: Scheveningseweg 88L t/m 88Q 2.4. Afmetingen Het Bruto Bebouwd Oppervlak (BBO) van de bestaande gebouwen aan de Scheveningseweg meet; De Villa: 441m2 (1236m2 BVO) o Scheveningseweg 90 t/m 90C (achterzijde); ▪ 1x 3 kamer appartementen ▪ 3x 4 kamer appartementen o Scheveningseweg 92 t/m 92J (achterzijde); ▪ 4x 2 kamer appartement ▪ 4x 3 kamer appartement ▪ 2x 4 kamer appartement Paviljoen 1: 265m2 BBO/1120m3 (maatschappelijke functie buiten aanvraag) Paviljoen 1: 151m2 (302m2 BVO) o Scheveningseweg 88A t/m 88E ▪ 10x onzelfstandige 1 persoons kamer Paviljoen 2: 151m2 (302m2 BVO) o Scheveningseweg 88F t/m 88K ▪ 4x 2 kamer appartement ▪ 1x 3 kamer appartement Paviljoen 3: 151m2 (302m2 BVO) o Scheveningseweg 88L t/m 88Q ▪ 4x 2 kamer appartement ▪ 1x 3 kamer appartement Totaal 1159m2 (waarvan 265m2 bestaande maatschappelijke functie) 2.5. Wat wijzigt er? De fysieke situatie op de locatie blijft ongewijzigd.
Het bestaande gebruik – tijdelijke opvang van jonge statushouders in de bestaande bebouwing – wordt voortgezet zonder uitbreiding van het bebouwde oppervlak of intensivering van het gebruik. Er is derhalve enkel sprake van een functionele voortzetting van het huidige gebruik. 2.6. Tijdelijkheid van het gebruik Het aangevraagde gebruik is nadrukkelijk tijdelijk van aard. De gemeente streeft ernaar om binnen de gevraagde termijn van vijf jaar alsnog een structurele huisvestingsoplossing te realiseren voor de doelgroep, dan wel een alternatieve woonlocatie aan te wijzen. Hiermee sluit het initiatief aan bij de doelstellingen van de regeling voor tijdelijke afwijking van het omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
8/31
3. Participatie In het kader van deze aanvraag is er zowel met de bewoners als met de omwonenden overleg geweest. 3.1. Planinhoud Beide partijen zijn middels een brief per adres op de hoogte gebracht van het initiatief en uitgenodigd voor een informatieavond (zie bijlagen 1 en 2). Voor de omwonenden is daarvoor een ruime verspreiding gebruikt. 3.2. Informatieavonden Op de informatieavonden is het initiatief opnieuw toegelicht. Met name de procedure en de noodzaak van het initiatief hebben hierbij speciale aandacht gekregen. 3.3. Bewoners De bewoners hebben tijdens dit participatietraject anders gereageerd op het initiatief dan de omwonenden. Het is in hun belang dat dit initiatief ongewijzigd wordt ingediend en vergund zodat zij een aanvullende termijn hebben om hier te verblijven en permanente woonruimte te vinden. Hun inbreng bestaat voornamelijk uit opmerkingen en suggesties ten aanzien van de fysieke staat van de opvang waar kleine bouwkundige ongemakken zich voordoen. Daarnaast is hun zorg dat zij worden geconfronteerd met lange wachttijden bij inschrijvingen voor betere en permanente woonruimte. 3.4. Omwonenden Omwonenden hebben in zeer geringe mate gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot participatie. De enkele aanwezige heeft geen inhoudelijk bezwaar tegen het initiatief.
Suggesties zijn er in de vorm van toezicht ten aanzien van de staat van het gebouw en onderlinge verstandhouding. 3.5. Planaanpassingen Alle ontvangen reacties zijn zorgvuldig vastgelegd en voorzien van een passende beantwoording. Dit heeft rechtstreeks geleid tot het opstellen van een plan van aanpak ten aanzien van ‘veiligheid en toezicht’. Onderdeel van deze aanpak bestaat uit de aanstelling van een huismeester en het initiatief tot plaatsing van een slagboom. Een huismeester zal in de komende termijn aanspreekpunt vormen voor zowel bewoners als omwonenden. Hij zal toezien op naleving van de gemaakte afspraken en de bewoners begeleiden bij het zoeken van permanente woonruimte. Zie bijlagen 3.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
9/31
4. Relevant beleid De panden aan de Scheveningseweg 88A–92J in Den Haag vallen binnen het plangebied van het gemeentelijke bestemmingsplan ‘Statenkwartier’. Initiatieven op deze locatie dienen te worden getoetst aan de regels en uitgangspunten van dit bestemmingsplan. Naast gemeentelijk beleid is ook rijks-, provinciaal- en regionaal beleid relevant voor de beoordeling van het initiatief. 4.1. Rijks- Provinciaal- en Regionaal beleid Het rijks- en provinciale beleid richt zich primair op zorgvuldig ruimtegebruik, versterking van de leefomgeving en bescherming van natuurwaarden. Voor dit initiatief zijn de volgende beleidsdocumenten van belang: • Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI stimuleert het hergebruik van bestaande bebouwing en het faciliteren van maatschappelijke functies. Het voorgestelde tijdelijke gebruik sluit aan bij deze uitgangspunten. • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. Hoofdstuk 5 van het Bkl bevat instructieregels en is één van de beoordelingskaders waaraan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de BOPA wordt getoetst. Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het projectgebied bepaald of er gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn.
Voor dit project zijn er geen relevante gebiedsgerichte instructieregels. Voor zover thematische instructieregels uit het Bkl van belang zijn voor dit project, vindt een afweging van deze instructieregels plaats in hoofdstuk 4 van deze motivering. De overige instructieregels uit het Bkl zijn niet relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau overstijgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben. • Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN) Gezien de ligging nabij Natura 2000-gebieden is stikstofdepositie relevant. Uit een AERIUS-berekening blijkt dat de activiteit niet leidt tot significante stijging van de stikstofuitstoot, waardoor geen nadelige effecten op beschermde natuurgebieden worden verwacht. • Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland Deze verordening benadrukt het behoud van cultuurhistorische waarden en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van tijdelijke woonvormen. Het initiatief respecteert het bestaande karakter van de locatie en draagt bij aan een verantwoorde invulling binnen de stedelijke context. De aanvraag past binnen de geest van deze beleidsdocumenten, aangezien het gaat om tijdelijk gebruik van bestaande bebouwing, zonder fysieke uitbreiding, en met behoud van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.
Het initiatief voldoet aan de instructieregels voor omgevingsplannen en eventuele instructies van Rijk en provincie en vastgestelde projectbesluiten worden niet belemmerd 4.2. Gemeentelijk beleid
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
10/31
In dit hoofdstuk wordt het gemeentelijk beleid besproken dat relevant is voor de beoordeling van het initiatief aan de Scheveningseweg 88A t/m 92J te Den Haag. Daarbij wordt ingegaan op het geldende bestemmingsplan, het Omgevingsplan gemeente Den Haag, de Omgevingsvisie gemeente den Haag, de parapluherziening (fiets)parkeren, Programma actieplan geluid Gemeente Den Haag én Parapluherziening Flitsbezorging. De beoordeling richt zich op de planologische toelaatbaarheid, beleidsmatige onderbouwing en ruimtelijke inpasbaarheid van het voortzetten van de woonfunctie op deze locatie. Onder ‘voortzetting van bestaand gebruik’ wordt verstaan: het ongewijzigd voortzetten van de tijdelijke woonfunctie voor statushouders binnen de bestaande bebouwing, zonder uitbreiding van het aantal bewoners, functies of fysieke ingrepen. 4.2.1. Bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ De locatie valt binnen het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’, vastgesteld op 18 mei 2017 en onherroepelijk in werking. De gronden hebben de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’, met daarnaast de dubbelbestemmingen: • ‘Waarde – Cultuurhistorie’ • ‘Waarde – Archeologie 1’ • ‘Tuin’ Volgens artikel 15 van het bestemmingsplan zijn de gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ bestemd voor maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en welzijn.
De functie ‘Wonen’ valt niet binnen deze bestemming en is daarmee planologisch strijdig. Voor het voortzetten van het huidige gebruik is daarom een aanvraag voor een tijdelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) noodzakelijk. De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ vereist dat bij ruimtelijke ingrepen rekening wordt gehouden met cultuurhistorische waarden. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ betekent dat bij bodemverstorende activiteiten archeologisch onderzoek verplicht kan zijn. De bestemming ‘Tuin’ beperkt bebouwing en gebruik van de buitenruimte tot hetgeen in het plan is toegestaan. Aangezien het initiatief geen fysieke uitbreiding of sloop omvat, en de bestaande bebouwing behouden blijft, is toetsing aan deze dubbelbestemmingen op dit moment niet direct aan de orde.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
11/31
Figuur 4, uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Statenkwartier'
Uit de bestemmingsregels in hoofdstuk 2 onder artikel 15 blijkt dat de voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden bestemd zijn voor wonen en een 9-tal bestemmingen nl.;
Artikel 13 Maatschappelijk 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bibliotheek; b. medische en paramedische voorzieningen ; c. jeugd-/kinder-/buitenschoolse opvang; d. peuterspeelzalen e. onderwijs; f. religie; g. verenigingsleven; h. welzijnsvoorzieningen, en ter plaatse van de functieaanduiding: i. “bedrijfswoning” (bw) tevens voor bedrijfswoningen een en ander zoals nader bepaald in artikel 13.3 en met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen, (gebouwde) parkeervoorzieningen, groen, water en overige voorzieningen.
13.2 Bouwregels 13.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en/of bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; 13.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan: 1. voor erf- en/of terreinafscheidingen, voor de voorgevelrooilijn en het verlengde daarvan, 1 meter; 2. voor erf- en/of terreinafscheidingen, achter de voorgevelrooilijn en het verlengde daarvan, 2 meter; 3. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 meter. ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
12/31
13.3 Specifieke gebruiksregels a. ter plaatse van het bestemmingsvlak Van Bleiswijkstraat 143, Prins Mauritslaan 15 en de Van Hoornbeekstraat 126 en het bestemmingsvlak Prins Mauritslaan 10 zijn uitsluitend geluidsgevoelige functies toegestaan mits voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder.
De functie Wonen past niet binnen de bestemming Maatschappelijk. NB. Met een sociaal maatschappelijke begeleiding om in het reguliere sociale woonverhuur systeem te kunnen worden opgenomen is er (zij het in beperkte zijn) sprake van deels een maatschappelijke voorziening en een deels welzijnsachtige invulling. Naast de enkelbestemming is er sprake van de dubbelbestemming ‘archeologie 1’ en ‘Cultuurhistorie’. Met name nieuwbouw- en of sloopplannen of plannen waarbij sprake is van monument of een beschermde waarde zal aan deze regels moeten worden getoetst. In het geval van Scheveningseweg 88A-92J is geen sprake van monumentale waarde maar is de locatie wel onderdeel van het ‘Statenkwartier’ en valt onder ‘Rijks Beschermd Stadsgezicht’ Er worden geen aanpassingen aan de gebouwen doorgevoerd. De waarden van het stadgezicht worden niet geschaad.
Artikel 23 Waarde - Archeologie 1 23.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en bescherming van archeologische waarden. .
23.2 Bouwregels Voor het bouwen binnen de bestemming Waarde - Archeologie 1 als bedoeld in artikel 23.1 geldt de voorwaarde dat indien er sprake is van het bouwen van bouwwerken met grondroering waarvoor een vergunning is vereist en waarbij de bodemverstorende werkzaamheden een diepte van 50 cm overschrijden, dient hieromtrent vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag. De afdeling Archeologie kan een onderzoeksrapport verlangen, waarin de archeologische waarden van het terrein, welke blijkens de aanvraag wordt verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
En
Artikel 25 Waarde - Cultuurhistorie 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 26, mede bestemd voor: a. behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden van het Rijksbeschermd stadsgezicht Den Haag, zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit van 26 juli 1996 met de bijbehorende toelichting, als opgenomen in de bijlagen 6, 7 en 8 bij de regels van dit plan; b. behoud en bescherming van karakteristieke panden of ensembles zoals opgenomen in bijlage 12 bij de regels van dit plan. 25.2 Bouwregels Voor het bouwen binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' als bedoeld in artikel 25.1 gelden de volgende regels: c. het bouwen moet plaatsvinden met inachtneming van de cultuurhistorische waarden als bedoeld in artikel 25.1; ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
13/31
d. e.
f.
g.
h.
i.
daar waar op de verbeelding een goothoogte is aangegeven, dient de kapvorm in stand gehouden te blijven; indien het bouwen betrekking heeft op de uiterlijke verschijningsvorm van een bouwwerk dient voorafgaande aan het bouwen over de cultuurhistorische waarden als bedoeld in voornoemd aanwijzingsbesluit en de toelichting daarop, advies te worden ingewonnen bij de commissie als bedoeld in artikel 1, lid 9 van de Monumentenverordening Den Haag of een deskundige op het gebied van de Monumentenzorg; in aanvulling op het in voorafgaande sub-leden gestelde, dient bij karakteristieke panden of ensembles zoals opgenomen in bijlage 12 bij de regels van dit plan, de naar openbaar toegankelijk gebied gerichte gevelindeling en de kapvorm gehandhaafd te blijven; in uitzondering op het gestelde in sub b en d mag de aldaar omschreven gevelindeling en/of kapvorm worden aangepast, indien en voor zover ter plaatse van het pand of de panden op de verbeelding een specifieke bouwaanduiding-dakopbouw of een hogere goot- en/of bouwhoogte ten opzichte van de bestaande bebouwing is opgenomen en die aanpassingen uitsluitend op het optoppen van de bebouwing betrekking hebben; het bepaalde onder a geldt niet indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden en bouwwerken; het gestelde in voorafgaande sub-leden heeft, bij
strijdigheid daarmee, voorrang op de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 28 van dit plan en de algemene afwijkingsregels zoals opgenomen in artikel 31 van dit plan.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
14/31
4.2.2. Omgevingsplan gemeente Den Haag In afwachting van de transitie van bestemmingsplannen naar een integraal omgevingsplan onder de Omgevingswet, geldt voor deze locatie nog het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ als vigerend juridisch kader. Het Omgevingsplan Den Haag vormt evenwel het integrale beleidskader voor de fysieke leefomgeving en bevat regels die bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame stad. Voor het initiatief aan de Scheveningseweg 88A–92J zijn de volgende beleidsaspecten relevant: Het omgevingsplan stelt dat gevoelige functies zoals wonen alleen zijn toegestaan op locaties waar; • de milieukwaliteit (geluid- en luchtkwaliteit) voldoet aan wettelijke normen, • wordt aangetoond dat voldoende parkeervoorzieningen aanwezig zijn, • woonfuncties worden aangesloten op het gemeentelijke inzamelsysteem en afvalscheiding mogelijk wordt gemaakt, • wordt geborgd dat nieuwe functies geen onevenredige risico’s opleveren • sprake is van een veilige woonomgeving Het voortzetten van het tijdelijke gebruik als woonfunctie voldoet aan de relevante beleidsaspecten van het Omgevingsplan Den Haag. Het initiatief draagt niet bij aan een verslechtering van de leefomgeving en sluit aan bij gemeentelijke doelstellingen voor inclusiviteit, gezondheid en duurzaamheid. Er zijn geen belemmeringen vanuit het omgevingsplan voor het verlenen van de omgevingsvergunning. 4.2.3.
Omgevingsvisie gemeente Den Haag De Haagse Omgevingsvisie (in werking 16-10-2025) schetst de lange termijnkoers voor de fysieke leefomgeving van de stad richting 2050. Belangrijke speerpunten zijn: • Verdichting binnen bestaand stedelijk gebied; • Behoud en versterking van leefkwaliteit; • Ruimte geven aan maatschappelijke functies. De visie benadrukt dat Den Haag een inclusieve stad wil zijn, waarin voldoende plek is voor diverse woon- en opvangvormen, ook voor kwetsbare doelgroepen. Het voortzetten van de opvangfunctie op Scheveningseweg 88A–92J sluit aan bij deze doelstellingen: • Er wordt gebruikgemaakt van bestaande bebouwing; • Er is geen sprake van extra ruimtebeslag; • Er wordt invulling gegeven aan een maatschappelijke opgave met directe urgentie. De tijdelijke afwijking van het omgevingsplan is daarmee in lijn met de koers die in de Haagse Omgevingsvisie wordt beoogd. 4.2.4. Parapluherziening (fiets)parkeren (vastgesteld 18-05-2017) De gemeente Den Haag heeft een Parapluherziening (fiets)parkeren vastgesteld die geldt voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Deze heeft als doel de regels rondom auto- en fiets parkeren uniform en actueel vast te leggen, zodat bij nieuwe initiatieven en functiewijzigingen altijd een toets aan de gemeentelijke parkeernormen kan plaatsvinden.
De parapluherziening schrijft voor dat bij nieuwe bouwplannen of functiewijzigingen moet worden aangetoond dat voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of in de directe omgeving wordt gerealiseerd. Daarbij wordt aangesloten bij de normen zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Den Haag, waarin onderscheid wordt gemaakt naar stedelijk gebied, ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
15/31
functie en bereikbaarheid met openbaar vervoer. Ook voor fiets parkeren zijn minimumnormen opgenomen. Voor de locatie Scheveningseweg 88A–92J betekent dit dat getoetst moet worden of de voortzetting van de woonfunctie (opvang van statushouders) leidt tot een toename van de parkeerbehoefte. Aangezien het gaat om voortzetting van bestaand gebruik, zonder uitbreiding van het aantal bewoners of functies, en met een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer, wordt aangenomen dat de bestaande parkeer- en fietsenstallingscapaciteit volstaat en geen aanvullende voorzieningen nodig zijn. 4.2.5. Samenvatting gemeentelijk beleid Het voorgenomen gebruik van de panden aan de Scheveningseweg 88A t/m 88Q, 90 t/m 90C en 92 t/m 92J te Den Haag wijkt af van de geldende bestemming ‘Maatschappelijk’ binnen het bestemmingsplan ‘Statenkwartier’. De functie ‘Wonen’ is hierin niet toegestaan, waardoor een tijdelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteit noodzakelijk is. De aanvraag sluit aan bij gemeentelijke beleidsdoelstellingen zoals verwoord in het omgevingsplan en de omgevingsvisie (als vastgesteld medio 2025), waarin opvangfuncties voor kwetsbare doelgroepen worden ondersteund. In hoofdstuk 5 wordt het initiatief op deze punten beoordeeld.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
16/31
5. Beoordeling In dit hoofdstuk beschouwen we de aspecten als gevolg van de aanvraag van een aanvullende tijdelijke termijn waarin de panden als woonfunctie zullen worden gebruik voor opvang van statushouders. 5.1. De situatie wijkt af van het omgevingsplan De locatie Scheveningseweg 88A-92J heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Statenkwartier’ de bestemming ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming zijn functies toegestaan zoals onderwijs, zorg en welzijnsvoorzieningen. Het huidige gebruik – het bieden van tijdelijke woonruimte aan statushouders – valt hier formeel niet onder en wijkt daarmee af van het omgevingsplan. Sinds 2016 wordt het gebouw op grond van de leegstandswet tijdelijk (2016-2026) gebruikt als opvanglocatie. Het gebruik heeft zich in de afgelopen jaren bewezen als ruimtelijk inpasbaar, zonder dat dit heeft geleid tot aantasting van de omgeving, onevenredige parkeerdruk of overlast voor omwonenden. Het betreft bovendien een sociaal, maatschappelijk en volkshuisvestelijk gewenste functie die aansluit bij de opvangtaak van de gemeente Den Haag. De afwijking van het omgevingsplan is uitsluitend functioneel van aard; er is geen sprake van fysieke uitbreiding of intensivering van bebouwing. Daarmee blijft de stedenbouwkundige structuur behouden en is de afwijking beperkt, tijdelijk en verantwoord. 5.2.
Stikstofdepositie De panden bevinden zich binnen de afstand van 5 kilometer van een Natura2000 gebied waarvoor een stikstofdepositieberekening verplicht is. De eis is dat de gevraagde activiteit niet mag leiden tot een toename van stikstofdepositie op kwetsbare Natura 2000-gebieden, tenzij er mitigerende maatregelen of extern salderen worden toegepast. Dit moet worden aangetoond met behulp van een AERIUS-berekening voor zowel de bouw- en realisatiefase als ook de gebruiksfase. In het onderhavige geval is er geen sprake van een bouwfase dus kan worden volstaan met een berekening van de toekomstige gebruiksfase vergeleken met het gebruik in de voorgaande periode. In overleg met het bevoegd gezag is vastgesteld dat het gebruik van de afgelopen 10 jaar als uitgangspunt kan worden genomen. Aanvrager heeft ingenieursbureau ZRI opdracht gegeven voor opstelling van een Stikstofdepositieberekening. In deze berekening is het gebruik van de afgelopen periode afgezet tegen het gebruik in de komende 5 jaar. Hierbij zijn nog enkele aannames gedaan waarbij is uitgegaan van een ‘worst case’- situatie. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat de activiteit niet leidt tot significante stikstofuitstoot, waardoor geen nadelige effecten op beschermde natuurgebieden hoeft te worden verwacht. Met het aangevraagde tijdelijke gebruik wordt voldaan aan de wettelijke eisen. 5.3.
Luchtkwaliteit Op basis van de eisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit moet worden aangetoond dat de locatie voldoet aan de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM₁₀ en PM₂.₅) zoals vastgelegd in de Europese richtlijn luchtkwaliteit nl.: ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
17/31
• • •
NO₂: max. 40 µg/m³ (jaargemiddelde) PM₁₀: max. 40 µg/m³ (jaargemiddelde) PM₂.₅: max. 20 µg/m³ (jaargemiddelde)
De locatie ligt direct aan de Scheveningseweg, een stedelijke ontsluitingsweg met gemengd verkeer. Voor de beoordeling is gebruikgemaakt van gegevens uit het NSLmonitoringsinstrument en de Atlas Leefomgeving (actuele meet- en modelgegevens voor Den Haag). Volgens de NSL-monitoring (2024) bedraagt de jaargemiddelde concentratie NO₂ langs de Scheveningseweg circa 28–32 µg/m³, ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m³. Voor PM₁₀ en PM₂.₅ liggen de waarden respectievelijk rond 18–20 µg/m³ en 10–12 µg/m³, eveneens onder de grenswaarden. Er is geen overschrijding van de wettelijke normen en de luchtkwaliteit voldoet aan de eisen voor gevoelige functies zoals wonen. De luchtkwaliteit ter plaatse voldoet aan de wettelijke grenswaarden en vormt geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning. 5.4. Afvalinzameling Conform het omgevingsplan moet de locatie Scheveningseweg 88A–92J worden aangesloten op het gemeentelijke systeem van ondergrondse containers (ORAC’s) voor restafval. volgens het gemeentelijke beleid en het 4e Programma Ondergrondse Restafvalcontainers (ORAC’s) zijn in Den Haag extra ORAC’s geplaatst om de dekking in alle wijken te verbeteren, inclusief het gebied rond Scheveningen. Voor papier, PMD en glas zijn inzamelpunten in de directe omgeving beschikbaar.
Op het eigen terrein zijn afsluitbare containers geplaatst voor tijdelijke opslag van huishoudelijk afval. Afvalscheiding wordt gefaciliteerd door aparte containers voor papier, PMD en restafval. De opslag voldoet aan brandveiligheids- en hygiënerichtlijnen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De huismeester ziet toe op naleving van afvalscheiding en het tijdig aanbieden van afval. Bewoners worden geïnformeerd over het gemeentelijke inzamelsysteem en scheidingsregels. Het initiatief betreft voortzetting van bestaand gebruik; er is geen toename van afvalproductie. De bestaande inzamelstructuur blijft gehandhaafd en voldoet aan de normen van het Omgevingsplan. 5.5. Mobiliteit en parkeren Betreffende parkeren beschouwen we afzonderlijk auto- en het fietsparkeren. 5.5.1. Autoparkeren De huidige parkeerbehoefte is laag omdat het merendeel van de bewoners geen eigen auto bezit. In de afgelopen periode is voor berekening van de parkeerbehoefte een maatoplossing gehanteerd door de afdeling ‘mobiliteit’. Vanuit de afdeling Verkeer en Mobiliteit is een berekening gemaakt voor het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein. Dat geeft een totaal aan parkeerplaatsen van 15 stuks als parkeereis (zie bijlage 6. berekening Scheveningseweg 88-92). Op de locatie zijn 17 a 18 parkeerplekken mogelijk binnen de huidige indeling.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
18/31
Op basis van ervaringscijfers is uitgegaan van een parkeernorm van 0,43pp voor wooneenheden kleine wooneenheden, 0,6pp voor middelgrote en grote wooneenheden. Voor niet zelfstandige wooneenheden wordt een norm van 0,5pp gehanteerd. Uit de appartementsverdeling vastgelegd in de BAG-gegevens gecombineerd met de parkeernorm uit de maatoplossing en een reductiefactor volgt een parkeerbehoefte van 15 Parkeerplaatsen. (Zie bijlage 6) Aan de appartementssamenstelling worden in de komende termijn van 5 jaar geen wijzigingen doorgevoerd. De parkeerbehoefte blijft ongewijzigd. Het is de intentie van de gemeente deze locatie binnen de toekomstige termijn van 5 jaar uit te faseren. Dat betekent dat de parkeerbehoefte in de toekomst afneemt. Uit het participatietraject blijkt dat er op dit moment sprake is van een zekere parkeerdruk. De druk wordt veroorzaakt derden die het terrein gebruiken voor ‘wild’-parkeren. Om te borgen dat de parkeerplaatsen, passend op de functie, ook echt beschikbaar zijn voor de bewoners is voorgesteld om toegangscontrole in te voeren. Er wordt nu gedacht aan controle in de vorm vaneen slagboom. De exacte uitvoering ervan wordt tzt ter hand genomen. Voortzetting van het tijdelijke gebruik is in overeenstemming met de Nota Parkeernormen Den Haag en de Parapluherziening (fiets)parkeren 5.5.2.
Fiets parkeren Voor fiets parkeren zijn voorzieningen aanwezig in de vorm van een afzonderlijke overdekte fietsenstalling bij ieder paviljoen en de villa. Bij de villa is ook nog sprake van buitenrekken. Per paviljoen is ruimte voor ten minste 12 fietsen. Bij de villa is aan de voorzijde ruimte voor 12 fietsen in buitenrekken en aan de achterzijde 24 fietsen aangevuld met een afgesloten berging met ruimte voor ten minste 21 fietsen. In totaal is er stallingsruimte voor 93 fietsen. Aan de appartementssamenstelling worden in de komende termijn van 5 jaar geen wijzigingen doorgevoerd. De parkeerbehoefte blijft ongewijzigd. Het is de intentie van de gemeente deze locatie binnen de toekomstige termijn van 5 jaar uit te faseren. Dat betekent dat de parkeerbehoefte in de toekomst afneemt. Voortzetting van het tijdelijke gebruik is in overeenstemming met de Nota Parkeernormen Den Haag en de Parapluherziening (fiets)parkeren 5.6. Geluid De activiteit betreft bewoning, die valt binnen het akoestisch profiel van de bestemming ‘Maatschappelijk’. Het geluidsniveau is lager dan bij functies als onderwijs of sport, die wél zijn toegestaan. Er is geen sprake van verkeer aantrekkende werking of bedrijfsactiviteiten met relevante geluidsimpact. 5.6.1.
Geluid van buiten Als gevolg van de woonfunctie verlangt het besluit bouwwerken leefomgeving dat wordt voldaan aan de eisen die het besluit stelt aan ‘geluid van buiten’ bij bestaande bouw.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
19/31
Voor bestaande gebouwen waar sprake is van ´wijziging van een gebruik´ zonder ´verbouw´ gelden de eisen uit hoofdstuk 3. Hierin is geen toetsingskader vastgesteld voor een tijdelijke situatie ten aanzien van ´geluid van buiten´. De Omgevingswet stelt wel dat getoetst dient te worden aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Aan ingenieursbureau M+P is gevraagd daar invulling aan te geven. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat M+P voor een juiste afweging het uitgangspunt hanteren dat de nieuwbouwniveaus met de 10 dB versoepeling van artikel 4.105 voor tijdelijke bouwwerken van ten hoogste 10 jaar. Dit betekent dat het binnen niveau van het verblijfsgebied in de tijdelijke woningen niet hoger mag zijn dan 43 dB voor wegverkeer. In de praktijk wordt een marge genomen tussen 5-10 dB oftewel een streefwaarde voor het binnen niveau tussen 38-43 dB. Uit de berekeningen blijkt dat het hoofdgebouw aan de Scheveningseweg 92 aan de noordoostzijde op de verdiepingen met maximaal 63dB het zwaarst met verkeerslawaai wordt belast. Bij een geluidwering van minimaal 20 dB is sprake van een aanvaardbaar binnen niveau en vormt het verkeerslawaai geen belemmering voor de tijdelijke wijziging van de functie van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’. De binnenwaarde in de paviljoens op het achter terrein voldoen aan de streefwaarde voor het wegverkeer.
Er is vanwege geluid geen beperkingen voor de tijdelijke wijziging van de functie voor de paviljoens aan de Scheveningseweg te Den Haag. Zie bijlage 7 5.6.2. Geluid als gevolg van de woonfunctie De woonfunctie veroorzaakt geen geluid boven normale gebruiksniveaus. Vergeleken met maatschappelijke functies zoals onderwijs of dagopvang is het geluidsniveau lager. 5.7. Bodem Op grond van de Omgevingswet en het geldende omgevingsplan is het noodzakelijk om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor de beoogde woonfunctie. Reden hiervoor is dat de bodemkwaliteit direct van invloed is op de gezondheid en veiligheid van toekomstige bewoners. De Omgevingswet stelt dat activiteiten geen onaanvaardbare risico’s voor de fysieke leefomgeving mogen veroorzaken. Voor een woonfunctie betekent dit dat de bodem geen verontreinigingen mag bevatten die schadelijk zijn voor mens en milieu. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is de gebruikelijke en juridisch verankerde methode om deze geschiktheid aan te tonen. Een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd door Mol-Ingenieursbureau (zie bijlage 5, B0447-VO-RAPP dd.25-09-2025). Het onderzoek is breder uitgevoerd dan het bodemonderzoek dat bij de vorige vergunningsaanvraag in 2016 is bijgesloten. Zo zijn extra watermonsters, grondmonsters genomen.
Vanwege de aangetroffen puinresten bij het uitvoeren van de boringen is ook een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. In het bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd ten aanzien van Onverdacht terreindeel; • De bovengrond plaatselijk (boring 07) matig verontreinigd is met lood en zink, ter plaatse van boring 18 is de grond matig verontreinigd met lood. De aangetroffen ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
20/31
• • • • •
matige verontreinigingen worden toegewezen aan de bodemvreemde bijmengingen met puin; Daarnaast zijn hooguit lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en minerale olie aangetoond; De ondergrond (1,00 – 1,30 m-mv) is hooguit licht verontreinigd met lood en kwik; Op basis van de gemeten gehalten PFAS wordt de bovenste halve meter van de grond aangeduid als ‘niet toepasbaar’ voor hergebruik buiten de perceelgrenzen; Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen; Op basis van de toetsing blijkt dat de basis veiligheidsklasse van toepassing is bij uitvoering van de werkzaamheden. Het gaat hierbij om de voorlopige veiligheidsklasse. De aannemer is verantwoordelijk voor het vaststellen van de definitieve veiligheidsklasse en het opstellen van een VGM-plan.
Lood in de bodem kan een probleem zijn als jonge kinderen veel met de bodem in contact komen. Bijvoorbeeld als ze met hun handen in de grond graven en spelen. Ook volwassenen die veel in de (moes)tuin werken en gewassen uit vervuilde grond eten moeten opletten. In afwachting van een definitief oordeel van de omgevingsdienst zal de huismeester worden geïnstrueerd de leefregels te bewaken die zijn opgesteld door de GGD, ten aanzien van het gebruik van de buitenruimte waar loodverontreinigingen kunnen worden aangetroffen nl.; - Zoveel mogelijk de buitenruimte gebruiken die is bestraat (80%) - Kinderen met schoon zand laten spelen door een zandbak te vullen met schoon zand. - Na het buitenspelen kinderen (en volwassenen) handen laten wassen - Groenten kweken in plantenbakken met schone aarde. Zelfgekweekte groenten en fruit goed afspoelen/wassen voor consumptie. Er is geen sprake van ontgraven of verrichten van activiteiten waarin de ondergrond ‘geroerd’ gaat worden. De huidige boom- en struikbeplantingen blijven gehandhaafd. Er is in de tuin eerder sprake van ‘kijk-groen’ dan ‘speel’-groen. In de aanbevelingen van het bodemonderzoek wordt nog opgemerkt dat de resultaten in vergelijking met 2016 niet zijn toegenomen. Destijds is geadviseerd het onderzoek, ter beoordeling, voor te leggen aan het bevoegd gezag.
Bij de indiening heeft dit geen belemmering gevormd voor de vergunningverlening. Zie bijlage 8 5.8. Waterbelang en grondwaterbescherming Waterbelang en grondwaterbescherming zijn beleidsgebieden die onder de verantwoordelijkheid van de het waterschap vallen. Hoogheemraadschap Delfland heeft beleid geformuleerd ten aanzien van; waterveiligheid, waterbeheer en afvoer en grondwaterbeheer. De locatie ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. De verlenging van de tijdelijke termijn voor het gebruik van deze locatie als woonfunctie in plaats van een maatschappelijke functie heeft hier dus geen effect op.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
21/31
Figuur 5, uitsnede kaart waterwingebied
5.9. Archeologie Bij de voorliggende opgave worden geen werkzaamheden in de bodem uitgevoerd dieper dan 50cm. Aanwezig cultureel erfgoed in de vorm van archeologische artefacten waarvan de aanwezigheid in de bodem dieper dan 50cm niet kan worden uitgesloten worden bij de werkzaamheden niet verstoord. 5.10. Cultuurhistorie Het pand heeft niet de status van gemeentelijk- of rijks-monument maar bevindt zich wel in het ‘Statenkwartier’ met de status ‘Rijks Beschermd Stadsgezicht’. Er vinden geen wijzigingen plaats aan de gevels of het bouwvolumes. Er is geen aantasting van cultuurhistorische waarden. 5.11. Welstand en lichthinder Er vinden geen wijzigingen plaats aan de gevels of het uiterlijk van de gebouwen. Er worden ook geen nieuwe lichtbronnen aan het project toegevoegd. Er is geen grond voor een welstandstoets met het oog op bouwkundige aanpassingen of lichthinder als gevolg van deze vergunningsaanvraag. 5.12. Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden.
Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpgtankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden ‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
22/31
genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken aanwezig en onbeschermd) op een bepaalde plaats overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. 5.12.1. Risicobronnen Op basis van de gemeentelijke routering van gevaarlijke stoffen en de ligging van het plangebied is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg nabij Scheveningseweg 88A-92J, en bevinden zich geen risicovolle inrichtingen zoals LPG-stations in de directe omgeving (ca. 500m).
Figuur 6, uitsnede risicokaart met locatieaanduiding
Een potentieel relevante risicofactor zijn ondergrondse gasleidingen; hoewel in Den Haag nog enkele verouderde gietijzeren gasleidingen aanwezig kunnen zijn, is er op basis van ruwe kaartgegevens geen aanwijzing voor een PR-contour over het plangebied.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
23/31
Figuur 7, detailuitsnede risicokaart met locatieaanduiding
5.12.1. Plaatsgebonden- en groepsrisico Op basis van het ontbreken van risicoroutes voor vervoer van gevaarlijke stoffen en risicovolle inrichtingen in de directe omgeving, lijkt het PR verwaarloosbaar of ver onder relevante contouren te liggen (0-10–6 per jaar). Alleen bij bevestiging van gasleiding nabij locatie zou nader onderzoek nodig zijn. Bij afwezigheid van een relevante PR-zone is ook het groepsrisico verwaarloosbaar. De kaartgegevens van de atlas-leefomgeving noemt ten aanzien van de externe veiligheid nog wel het gifwolkaandachtsgebied als gevolg van de Stena Line B.V. opslag in Rotterdam. Dit aandachtsgebied betreft een gebied waar het risico op overlijden door blootstelling aan een gifwolk, als gevolg van een ongeval, een belangrijke overweging is. Het aandachtsgebied is gedefinieerd op basis van de afstand die een gifwolk kan afleggen en is onderverdeeld in 'schillen' met verschillende afstanden tot de risicobron. Het betreft ‘aandachtsgebied opslag buiten Seveso’. Hiervoor geldt dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen wordt beperkt om zware ongevallen te voorkomen. De precieze regels hangen af van de stof en de opslaglocatie. Er worden geen gegevens gedeeld over de ‘aard van het risico’ of de ‘maatgevende stof’.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
24/31
Figuur 8, overzicht risicokaart met locatieaanduiding
Ondanks de ligging van het plangebied binnen het aandachtsgebied ligt zal, vanwege de grote afstand tot de bron, het plaatsgebonden risico naar alle waarschijnlijkheid onder de norm van 10⁻⁶ per jaar blijven. Het groepsrisico neemt niet significant toe. 5.12.1. Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid De locatie is goed ontsloten, met snelle bereikbaarheid voor hulpdiensten en ruimte voor evacuatie of beheer. De locatie bevindt zich binnen stedelijk gebied, met directe bereikbaarheid voor hulpdiensten. De opvangfunctie voor statushouders kent geen hoge verblijfsdichtheid die zelfredzaamheid significant belemmert. Er zijn geen knelpunten op bereikbaarheid of identiteit van scenario’s waarbij zelfredzaamheid wordt aangetast. De kans op ongelukken is beperkt, het groepsrisico verwaarloosbaar, en er is geen aanleiding tot aanvullende verantwoording of veiligheidsmaatregelen. De opvangfunctie maakt beheer en begeleiding ter plaatse mogelijk en er zijn geen additionele risico’s of verhoogde complexiteit ten aanzien van groepsrisico. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het verlenen van de tijdelijke BOPAvergunning. 5.13. Sociale veiligheid Uit het participatietraject komt naar voren dat zich in de afgelopen termijn geen veiligheidsproblemen hebben voorgedaan. Om dit ook in de toekomst te waarborgen zet de gemeente de aanwezigheid van een huismeester in.
Met de aanstelling van een huismeester is er regulier toezicht op het wonen en de woonomstandigheden. Eventuele calamiteiten worden doorgenomen met de huismeester, die in nauw contact staat met de CVDH.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
25/31
Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van kleinschalige opvang met begeleiding en toezicht. Rapportage over sociale veiligheid is bijgevoegd. Er zijn geen knelpunten of risico’s voor de omgeving en waar die kunnen ontstaan is daarvoor een aanspreekpunt Zie bijlage 4 5.14. Activiteiten en milieuzonering Voor toetsing van de activiteiten en milieuzonering vormt de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” als basis. Deze koppelt milieucategorieën (1 t/m 6) aan richtafstanden voor gevoelige functies zoals wonen. Voor een woonfunctie geldt dat de afstand tot een bedrijf minimaal moet voldoen aan de richtafstand voor geur, geluid, stof en gevaar (veiligheid) 1. Tabel milieucategorieën en richtafstanden voor wonen (VNG-handreiking) Richtafstand tot rustige Milieucategorie Voorbeeldbedrijven woonwijk 1 Kleine kantoren, detailhandel 0-10 m 2 Autogarages, kleine werkplaatsen 30 m 3.1 Houtbewerking, drukkerijen 50 m 3.2 Metaalbewerking, koelhuizen 100 m Betoncentrales, grote 4.1 200 m transportbedrijven 4.2 Chemische bedrijven, zware industrie 300 m 5.1 Grote raffinaderijen, zware chemie 500 m 5.2 700 m 5.3 1000 m 6 Hoogrisico-industrie (Seveso) >1500 m Uit de bestemmingsplankaarten van ‘Statenkwartier’, ‘Scheveningen Haven’, ‘Scheveningen Dorp en Van Stolkpark-Scheveningse Bosjes’ blijkt dat er geen bedrijfslocaties aanwezig zijn met een milieucategorie hoger dan 2.
De Scheveningseweg 88A-92J ligt niet binnen de invloedssfeer van een bedrijf dat is ingedeeld in een milieucategorie 2 volgens de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. De richtafstand voor deze categorie bedraagt 30 meter tot een rustige woonfunctie. De afstand tussen de dichtst bij zijnde bedrijfsfuncties en de beoogde woonfunctie bedraagt meer dan 300m.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
26/31
Figuur 9, uitsnede PDOK met contouren en bedrijfsbestemmingen
Oranje; Rood;
‘Bedrijf-4’, gronden bestemd voor een verkooppunt voor motorbrandstoffen. ‘Bedrijf’; bedrijfsmatige activiteiten behorend tot de categorieën A en B (maximaal categorie, richtafstand >50m)
De woonfunctie op deze locatie leidt niet tot inperking van de bedrijfsprocessen in de nabije omgeving. 5.15. Flora en fauna Er worden geen wijzigingen voorzien aan de gevel of het bouwvolume. De voorgenomen werkzaamheden beperken zich tot schoonmaken van het terrein en het aanbrengen van een slagboom. Deze werkzaamheden hebben geen effect op mogelijk aanwezige beschermde soorten of hun habitat. 5.16. Ecologie De bescherming van natuurwaarden is sinds 1 januari 2024 geregeld via het stelsel van de Omgevingswet, waaronder het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsplan. De soortenbescherming en gebiedsbescherming zijn hierin geïntegreerd. Bij het voorliggende initiatief worden geen bouwkundige werkzaamheden aan de schil van het gebouw uitgevoerd. Het bouwvolume en de terreininrichting blijven ongewijzigd. 5.17. Ladder voor duurzame verstedelijking Het initiatief betreft een tijdelijke invulling van bestaande bebouwing. Er is geen sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling. De laddertoets is niet van toepassing.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
27/31
5.18. Inrichting openbare ruimte De openbare ruimte rondom het pand blijft ongewijzigd. Er is geen sprake van extra verharding, bebouwing of functiewijziging. 5.19. Windhinder Er is geen bouwkundige uitbreiding. Windhinder is niet relevant voor beoordeling van de tijdelijke afwijking. 5.20. MER-beoordeling De activiteit valt buiten de categorieën waarvoor een milieueffectrapportage (MER) verplicht is. Er is geen MER-plicht.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
28/31
6. Belemmeringen Voor zover bekend zijn er geen belemmeringen die een nieuwe tijdelijke termijn van afwijkend gebruik in de weg staan. Er vinden geen bouwkundige ingrepen plaats en het gebruik past binnen de bestaande gebouwstructuur. 6.1. Omgevingsvergunning activiteit afwijken van het omgevingsplan Voor het verlengen van de termijn voor de duur van 5 jaar waarbinnen de woonfunctie plaatsvindt, is een aanvraag omgevingsvergunning noodzakelijk. De aanvraag betreft derhalve een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) en wordt beoordeeld op de impact op de omgeving, waaronder verkeer, parkeren, sociale veiligheid en leef kwaliteit. Onderdeel van deze procedure is een zorgvuldige beoordeling of sprake is van ‘evenwichtige toekenning van functies aan locaties. 6.2. Onevenredige aantasting Een voorwaarde voor het verlenen van medewerking door het college is dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van de omgeving. In dit geval geldt: • Er is geen sprake van extra bebouwing; • Er vindt geen wijziging plaats in hoogte, massa of bouwvolume; • Er is geen functieverzwaring ten opzichte van het eerdere gebruik. De voortzetting van het gebruik als opvanglocatie levert geen aantasting op van: • De stedenbouwkundige structuur; • Het beschermd stadsgezicht; • De gebruikswaarde van omliggende functies.
Aangezien het plan past binnen de schaal en maat van het bestaande gebruik, is geen sprake van een onevenredige aantasting van de fysieke leefomgeving of het ruimtelijk beeld. 7. Uitvoerbaarheid 7.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid/Participatie De locatie wordt al negen jaar, zonder overlast of klachten, ingezet als opvanglocatie. De directe omgeving is bekend met de functie en heeft zich aan het gebruik aangepast. In het kader van de verlenging en de noodzakelijke participatie wordt opnieuw contact gelegd met de buurt. Omwonenden zijn via een bewonersbrief en informatieavond geïnformeerd over het voornemen tot verlenging van het gebruik. De reacties zijn zeer beperkt en overwegend neutraal van karakter. Er zijn geen bezwaren of weerstand. Daarmee is er sprake van maatschappelijke acceptatie en uitvoerbaarheid. 7.2. Financiële uitvoerbaarheid De aanvraag sluit aan bij het gemeentelijk beleid ten aanzien van opvang en tijdelijk wonen. Er is bestuurlijke bereidheid tot medewerking, mits vergunning wordt verkregen voor ‘afwijken van het Omgevingsplan’ en beleidskaders. De aanvraag is in lijn met eerdere besluiten en past binnen het mandaat van het college.
‘Scheveningseweg 88A-92J, Den Haag. Motivatie BOPA tbv tijdelijk afwijken omgevingsplan 260113_455_Scheveningseweg_88A-92J-v12.docx
29/31
8. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Op grond van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient het bevoegd gezag bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te beoordelen of de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a Bkl). Het voorliggende initiatief – het tijdelijk voortzetten van de opvangfunctie voor jonge statushouders op Scheveningseweg 88A–92J – voldoet aantoonbaar aan deze norm. De beoordeling laat zien dat: • Ruimtelijke inpasbaarheid: Het gebruik vindt plaats binnen bestaande bebouwing, zonder uitbreiding van massa, bouwvolume of intensiteit. Er is geen aantasting van cultuurhistorische waarden, het beschermd stadsgezicht of de stedenbouwkundige structuur. • Milieu en leefomgeving: Er is geen sprake van extra milieubelasting, verkeersaantrekkende werking of geluidsoverlast. Bodem, water, externe veiligheid en ecologie vormen geen belemmering. • Maatschappelijke noodzaak: De opvangfunctie voorziet in een urgente volkshuisvestelijke behoefte, passend binnen gemeentelijk en rijksbeleid. Het initiatief draagt bij aan een inclusieve stad en sluit aan bij de Omgevingsvisie Den Haag. • Belangenafweging: Er is geen sprake van onevenredige aantasting van belangen van omwonenden. Participatie heeft plaatsgevonden en reacties zijn neutraal tot positief.