CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324774 Verslag Rekeningencommissie 25 februari 2026

Rekeningencommissie 13 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Verslag van de vorige vergadering3.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekeningencommissie RIS324774

Verslag

Verslag van de Rekeningencommissievergadering van 25 februari 2026

Aanwezig:

de voorzitter, de heer M. De Vuyst; mevrouw L. van Basten Batenburg en de heer R. Guernaoui, allen lid van de Rekeningencommissie; Accountantsorganisatie: mevrouw C. Slotema en de heer F. van der Niet; secretaris: J. van Duijn.

Afwezig:

de heren Y. Assad, J.W. van den Bos en K. Partiman.

A. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De voorzitter opent de vergadering om 14:00 uur en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter deelt mede dat per 1 januari 2026 als nieuwe Functionaris Gegevensbescherming de heer A. van den Berg is aangewezen (RIS324353, RIS324446). Ten behoeve van de nieuw te benoemen leden van de Rekeningencommissie na de gemeenteraadsverkiezingen wordt een overdrachtsdocument opgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

B. Verslag van de vergadering van 10 december 2025 Het verslag van de vergadering van 10 december 2025 (RIS324275) wordt ongewijzigd vastgesteld.

C. Verzonden brieven Naar aanleiding van de vorige vergadering zijn de volgende brieven verzonden: 1. een brief aan het college inzake GAD-vervolgonderzoek naar de beheersing van grote projecten (RC2025.64); 2. een brief aan de commissie Ruimte inzake GAD-vervolgonderzoek naar de beheersing van grote projecten (RC2025.65); 3. een brief aan de raadsrapporteurs inzake eerdere actualisatie van de grondexploitatie DGZ (RIS324291) en 4. een brief aan het college inzake periodieke voortgangsrapportages (RIS324292). Voorts is op verzoek van een raadslid opdracht gegeven aan de Accountantsorganisatie tot het uitvoeren van een quick scan naar de business case voor de verwerving van het Aegoncomplex (RIS324702).

D. Ingekomen bestuurlijke stukken Van het college is een brief ontvangen over de stand van zaken van toezeggingen met betrekking tot privacy en transparantie (RIS324454). De informatie in deze brief is verwerkt in het toezeggingenregister (RC/2026.08). De brief wordt in mei 2026 betrokken bij de behandeling van het nog te ontvangen jaarverslag 2025 van de Functionaris Gegevensbescherming. Verder is op verzoek

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

van de Rekeningencommissie (RIS324292) van het college nadere informatie ontvangen over verbonden partijen (RIS324673 met geheime bijlage RIS324674). Deze brief kan worden betrokken bij de behandeling van de jaarrapportage over verbonden partijen (RIS323768) in de commissie Bestuur, die vooralsnog is gepland op woensdagavond 15 april 2026.

E. Jaarverslag 2024 gemeentearchivaris Van het college is het verslag van de gemeentearchivaris over 2024 inzake het informatie- en archiefbeheer (RIS324056) ontvangen, samen met een reactie van het college (RIS324059) daarop. Het verslag wordt mede namens waarnemend gemeentearchivaris Leonard Korevaar toegelicht door Esther Trapman, manager van het Haags Gemeentearchief. De tijdens deze presentatie getoonde tekst en afbeeldingen zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Archiveren is het duurzaam toegankelijk maken en houden van informatie. Achter het toegankelijk houden van informatie zitten termen als vindbaar, beschikbaar, interpreteerbaar en betrouwbaar en ook achter die termen zit weer een hele uitleg. Bij beschikbaar kan men bijvoorbeeld denken aan het snel, eenvoudig en kosteloos kunnen vinden van informatie door gebruikers. Het duurzaam toegankelijk maken betekent dat ook bij veranderingen de informatie er nog steeds is. Dit kunnen veranderingen zijn in gebruikerswensen, in systemen, in techniek en in organisaties. De informatie moet er zijn voor degenen die er recht op hebben op het moment van ontstaan, zolang als noodzakelijk is. Archiveren gebeurt om vijf hoofdredenen: 1. overheidstaken uitvoeren, 2. verantwoording afleggen, 3. rechtszekerheid voor burgers en bedrijven, 4. onderzoek mogelijk maken en 5. cultureel erfgoed behouden.

Daarbij is belangrijk dat de gemeente in staat is om transparantie te bieden. Welk besluit is genomen? Op welke grondslag is het besluit genomen? Met welke argumenten is het besluit genomen? Dat zijn zaken waarover de gemeente transparant moet kunnen zijn en waarvan de openbaarheid gegarandeerd moet kunnen blijven worden. Met betrekking tot het behouden van cultureel erfgoed kan gemeentelijke informatie voor mensen een waardevolle getuigenis zijn van hun geschiedenis en identiteit. Het Haags Gemeentearchief krijgt dagelijks mensen in de studiezaal die op zoek zijn naar hun verleden. De missie van het gemeentearchief is het delen zijn waardevolle bronnen en schatten met iedereen. Het Haags Gemeentearchief stelt geïnteresseerden in staat zich gemakkelijk te verdiepen in de geschiedenis van henzelf, de stad en de regio. Hiervoor worden archieven en collecties bewaard en beheerd en worden deze toegankelijk gemaakt voor gebruik en onderzoek. De gemeentearchivaris ziet toe op goed informatiebeheer. Daarmee wordt bijgedragen aan een betrouwbare en transparante gemeente voor burgers, bedrijven en organisaties. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk openbaarheid van archieven en collecties te kunnen geven. Daarbij moet het gemeentearchief rekening houden met verschillende rechten, zoals rechten op het intellectueel eigendom (auteursrecht, portretrecht) en privacywetgeving.

Voor de komende periode zijn enkele speerpunten benoemd. Het Haags Gemeentearchief wil representatief zijn voor de stad. Zelf vermoedt het gemeentearchief dat de collecties niet representatief zijn. Daarom wordt voor het collectiemanagement een nulmeting uitgevoerd op de inhoud en de staat van archieven en collecties. Ook is het gemeentearchief bezig met digitalisering, zowel om de kwetsbare materialen te kunnen behouden als om de toegankelijkheid te vergroten. Daarnaast wil het Pagina 2 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

archief de wortels en infrastructuur verstevigen, zodat zeker is dat datasets en systemen integer zijn en er een consistent beleid is voor wat betreft de afweging tussen van toepassing zijnde rechten, het acquisitiebeleid, het depotbeleid en het inspectiebeleid. De gemeentearchivaris is de toezichthouder op de archiefbewaarplaatsen en op de nog niet overgedragen archieven. Informatie dient te worden gewaardeerd en ook moet worden geselecteerd welke informatie wordt vernietigd en welke informatie wordt overgebracht. De gemeentearchivaris streeft naar een systematisch toezicht waarvoor een zogenoemde Plan, Do, Check, Act-cyclus moet worden ingericht. In de informatiebeheerketen hebben verschillende spelers een rol. De gemeenteraad is eindverantwoordelijk voor het vertalen van de landelijke wet- en regelgeving naar lokale regelgeving zoals de archiefverordening en het inrichten van het toezicht. Het college is als zorgdrager verantwoordelijk voor het toepassen van selectielijsten en de daadwerkelijke vernietiging of overdracht van informatie. De gemeentearchivaris levert als toezichthouder een rapportage aan het college waarmee het college verslag kan uitbrengen aan de raad. De beheerder heeft de verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke toepassing van de selectielijsten en de vernietiging.

De beheerder dient ook de verzoeken tot machtiging voor vernietiging in te dienen bij de gemeentearchivaris. Verder zorgt de beheerder ervoor dat de migratieplannen tot stand worden gebracht en dat deze aan de gemeentearchivaris worden voorgelegd ter goedkeuring. De gemeentelijke diensten zijn de archiefvormers. In de informatiebeheerketen is een overlegstructuur ingericht met tactisch en strategisch overleg ten behoeve van het Strategisch Informatieoverleg (SIO). In dit orgaan (genoemd in de archiefwet) worden alle belangen met betrekking tot informatiebeheer en archiefbeheer afgewogen. Als regievoerder over de informatiebeheerketen waardeert het SIO de informatie en geeft het aan wat dat betekent voor selectie, vervreemding, overbrenging en vernietiging van informatie. Het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) is de provinciaal toezichthouder en deze toetst of het stelsel binnen de gemeente Den Haag toereikend is ingericht en goed werkt (RIS322445). Het IBT richt zich daarnaast ook op omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en archeologie. Naar aanleiding van het KPI-verslag 2024 van de gemeentearchivaris heeft het IBT zijn oordeel aangescherpt van interventiefase ‘geel’ naar code ‘oranje’. De gemeentearchivaris heeft een verslag gemaakt aan de hand van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) van de VNG.

Hij heeft moeten constateren dat het informatiebeheer niet op orde is en geeft het een ruime onvoldoende. De belangrijkste bevindingen zijn: - het ontbreekt aan overzicht en inzicht van het gemeentelijk informatielandschap; - er is een grote achterstand in het selecteren van analoge en digitale informatie; - de bewustwording over informatie- en archiefbeheer moet omhoog; - rollen, taken en verantwoordelijkheden zijn onduidelijk. Het is daarom belangrijk dat de gemeente de processen beschrijft, de resultanten van die processen kent en archiving by design gaat toepassen zodat bij de totstandkoming van een stuk wordt aangegeven wanneer dit moet worden vernietigd dan wel of het moet worden overgebracht naar het gemeentearchief en op welke termijn. Voor wat betreft de governance is de rol van beheerder binnen de organisatie niet duidelijk belegd. Dit leidt tot veel verwarring, onvoldoende eigenaarschap en het niet in control zijn van het informatiebeheer.

Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren.

Pagina 3 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

▪

▪

▪

▪

▪

▪

Rekeningencommissie

Informatie- en archiefbeheer ruim onvoldoende: de gemeentearchivaris oordeelt in zijn KPI-verslag over 2024 dat het informatie- en archiefbeheer binnen de gemeente Den Haag ruim onvoldoende is en constateert dat de gemeente al langere tijd niet in control is op dit gebied. Daarmee voldoet de gemeente niet aan wet- en regelgeving. Volgens de provinciaal toezichthouder is hier sprake van taakverwaarlozing. De Rekeningencommissie constateert dat de gemeentearchivaris reeds in zijn verslagen over 2021 en 2022 waarschuwde dat de gemeente niet in control was op het informatie- en archiefbeheer en dat de achterstanden groot waren, waarbij het college heeft laten weten een verbeterplan voor de informatiehuishouding op te stellen (RIS318000). In maart 2025 is raad geïnformeerd dat de gemeentearchivaris over 2023 geen verslag zou uitbrengen omdat de gemeentelijke organisatie hard werkte aan het verbeterplan (RIS321611). De situatie lijkt nu in 2024 echter alleen maar slechter te zijn geworden. De situatie is dermate ernstig dat een verdere verslechtering van de informatiehuishouding voor dit domein tot een onder toezichtstelling van de provincie zou kunnen leiden.

Governance van informatiehuishouding: naar het oordeel van de gemeentearchivaris is de governance van de informatiehuishouding niet op orde: met de centralisering van de bedrijfsvoering zijn onduidelijkheden ontstaan over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Met name de rol van beheerder is nu binnen de organisatie niet duidelijk belegd. Verbeterplan naar de raad: de Rekeningencommissie wil van het college het verbeterplan voor de informatiehuishouding ontvangen dat bij de aanbieding van de KPI-verslagen over 2021 en 2022 is aangekondigd (RIS318000) en dat het college nu in uitvoering heeft. Tijdige voortgangsinformatie: het verslag van de gemeentearchivaris over 2024 dateert van 19 april 2025, maar is door het college pas op 9 december 2025 naar de raad gestuurd. Hierdoor kon het door de Rekeningencommissie pas in 2026 worden geagendeerd. De Rekeningencommissie wil dat het college voortaan elk aan de raad voor te leggen stuk (en in het bijzonder het komende verslag van de gemeentearchivaris over 2025) uiterlijk binnen zes weken na ontvangst doorstuurt naar de raad, al dan niet voorzien van een reactie van het college. De Rekeningencommissie stuurt hierover een brief naar het college.

Verslag van de gemeentearchivaris over 2025: de gemeentearchivaris wordt gevraagd zijn voortgangsrapportage over 2025 uiterlijk in april 2026 aan het college aan te bieden, zodat de raad dit nog vóór de zomer kan ontvangen van het college. Zo mogelijk wil de Rekeningencommissie het betrekken bij het onderzoek naar de jaarrekening 2025 dat op 13 mei 2026 aanvangt. De gemeentearchivaris maakt met deze rapportage de voortgang in de verbetering van de informatiehuishouding ten opzichte van het voorgaande meetmoment inzichtelijk. Rol Accountantsorganisatie: desgevraagd licht de gemeenteaccountant toe dat naleving van de archiefwet niet als risico voor de jaarrekeningcontrole is aangemerkt omdat geen sprake is van een financieel risico. Zij bevestigt dat bij een volgende risicoanalyse eventuele financiële consequenties van het niet in control zijn van het informatiebeheer in de afwegingen zullen worden betrokken.

F. Toezicht op GAD’s door lokale rekenkamers Op 21 maart 2025 is de Rekeningencommissie door de Rekenkamer Den Haag geïnformeerd over de verzending van brieven aan de Tweede Kamer en het ministerie van BZK over de gezamenlijke wens van de rekenkamers van Amsterdam en Den Haag om niet meer belast te worden met het toezicht op gemeentelijke accountantsdiensten (RIS321733). De voorzitter van de Rekenkamer Den Haag, H.A. (Manus) Twisk, licht de stand van zaken kort toe. Door de rekenkamers van Den Haag en Amsterdam, alsmede de vereniging van Rekenkamers is meerdere keren bij de wetgever aangegeven dat er een weeffout zit in de gemeentewet voor wat betreft de bepaling dat de rekenkamer toezichthouder is van een gemeentelijke accountantsdienst. Omdat de desbetreffende rekenkamers dit een onwenselijke situatie vinden hebben zij hierover brieven gestuurd die ook ter kennis van de Rekeningencommissie zijn gebracht. Recentelijk is hierop een reactie Pagina 4 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

ontvangen waarin naar de mening van de rekenkamers niet is ingegaan op de argumentatie. De kern van deze argumentatie is dat er op dit moment een versnippering van het toezicht plaatsvindt. De controlerend accountants van Den Haag en Amsterdam staan immers onder een ander toezichtregime dan andere accountants die gemeentelijke jaarrekeningen controleren, voor wie de AFM de toezichthouder is. Gezien de ambitie van de Accountantsorganisatie om in de toekomst ook jaarrekeningen van andere gemeenten te kunnen controleren ligt tevens de vraag voor hoe het toezicht vanuit meerdere rekenkamers moet worden ingevuld. De Rekenkamer ziet in dat aanpassing van de wetgeving op dit punt niet binnen afzienbare tijd zal gebeuren. Daarmee heeft de Haagse Rekenkamer blijvend een extra taak gekregen als gevolg van de keuze van de raad voor een eigen accountantsorganisatie. Als er meer risico’s kunnen ontstaan bij het werk van de Accountantsorganisatie zal de Rekenkamer deze wettelijke taak intensiever moeten uitvoeren dan in het verleden gebeurde. Daarvoor heeft de Rekenkamer extra capaciteit nodig. Voor de bekostiging daarvan wil de Rekenkamer vóór 1 april 2026 een voorstel naar het presidium sturen voor extra budget. Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren.

▪ Omvang gewenste budgetverruiming: desgevraagd licht de voorzitter van de Rekenkamer toe te overwegen expertise in huis te halen door bijvoorbeeld een extra onderzoeker aan te nemen die ook registeraccountant is. De benodigde extra middelen voor de toezicht bedragen naar verwachting € 75.000 - € 100.000 (50% van de inzet van deze onderzoeker). De Rekeningencommissie steunt het voornemen van de Rekenkamer om bij het presidium een voorstel te doen voor extra budget. ▪ Mogelijke alternatieven: de Rekeningencommissie geeft de Rekenkamer in overweging in het conceptvoorstel aan de raad meerdere scenario’s voor te leggen voor de invulling van het toezicht, zoals verschillende controle-intensiteiten of de inhuur van expertise als alternatief voor het in dienst nemen van een medewerker. Ook wordt benoemd dat het toezicht gezamenlijk met de Rekenkamer van Amsterdam kan worden uitgeoefend.

G. Externe pricacy-audit Wpg In de AVG zijn regels vastgelegd ter bescherming van persoonsgegevens. Voor het verwerken van gegevens die nodig zijn voor opsporing gelden echter andere regels. Deze zijn vastgelegd in de Wet politiegegevens (Wpg). De gegevens die door buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst van de gemeente worden verwerkt vallen ook onder deze Wpg. Om te toetsen of de gemeente aan de Wpg voldoet dient de gemeente jaarlijks een interne audit uit te voeren en elke vier jaar een externe audit te laten uitvoeren. Hierbij wordt getoetst op opzet, bestaan en werking van de beheersmaatregelen die wettelijk vereist zijn. De resultaten van de externe audit dienen te worden aangeleverd bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Aansluitend op de externe audit is een hercontrole verplicht voor de normen die niet voldeden bij de externe audit. Van het college is op 20 januari 2026 de rapportage over de externe audit Wpg ontvangen die is uitgevoerd door de Accountantsorganisatie (RIS324412). Deze toetsing betreft de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024 en de bevindingen zijn door de Accountantsorganisatie uitgebracht aan het college op 29 juli 2025 (GAD/2025.56). Uit de externe audit blijkt dat de gemeente nog niet voor alle domeinen en normen voldoet aan de Wpg.

De reactie van het college op de bevindingen wordt ter vergadering kort toegelicht door Martiene Branderhorst, algemeen directeur van de dienst Stadsbeheer (DSB), aangevuld door Mark Waterman Pagina 5 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

(OCW) en Nienke Hottinga (SZW). Vragen over het auditrapport worden beantwoord door Frank van der Niet, auditmanager bij de Accountantsorganisatie. De Wpg heeft betrekking op meerdere diensten binnen de gemeentelijke organisatie, waaronder de handhavingsorganisatie, de dienst Sociale Zaken (SZW) en de dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn (OCW). De verbetering van de naleving van de Wpg is een langlopend dossier. De gemeentelijke organisatie moest hierin van ver komen. Inmiddels zijn de nodige stappen ter verbetering gezet. Op een aantal onderdelen staat de gemeente er nu goed voor, maar op een aantal onderdelen ook nog niet. Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Afkeurend oordeel van de auditor: door de onafhankelijke auditor (de Accountantsorganisatie) is de opzet, het bestaan en de werking getoetst van door de gemeente getroffen beheersingsmaatregelen om te voorzien in de borging van de wettelijke eisen met betrekking tot de verwerking van politiegegevens. Voor de controleperiode (2021-2024) heeft de auditor een afkeurend oordeel gegeven. Door de gemeente is voor de verbetering van de naleving van de Wpg een stuurgroep gevormd die per domein een herstelplan heeft opgesteld waarin verbetermaatregelen met bijbehorende termijnen zijn vastgelegd.

De voortgang van deze acties wordt door de stuurgroep bewaakt in samenwerking met de Functionaris Gegevensbescherming (FG) en de privacy officers. Daarnaast vindt toetsing plaats door Internal Audit. Ook is aan de Accountantsorganisatie opdracht gegeven voor het uitvoeren van een hercontrole die naar verwachting vóór de zomer van 2026 is afgerond. De Rekeningencommissie wil de rapportage van deze hercontrole van het college ontvangen. ▪ Ontbrekend Wpg-informatiesysteem: het domein Werk, inkomen & zorg voldeed op meerdere punten nog niet aan de gestelde eisen, voornamelijk als gevolg van het ontbreken van geschikte Wpg-informatiesystemen. Inmiddels heeft de dienst SZW in 2025 een systeem geïmplementeerd. Omdat dit na de controleperiode was, is dit niet in de auditrapportage betrokken. Voor de boa’s die fraude opsporen bij zorgaanbieders is een systeem nodig met specifieke functionaliteiten. Daar is onderzoek naar gedaan en naar verwachting zal een systeem worden aangeschaft dat ook door verzekeraars wordt gebruikt om fraude bij verzekerden op te sporen. Dat systeem kan naar verwachting vóór het zomerreces worden geïmplementeerd. De gemeente Den Haag is tamelijk uniek in het opsporen van fraude bij zorgaanbieders. Veel andere gemeenten hebben daarvoor nog geen infrastructuur en er kan daarom geen gebruik gemaakt worden van kennis en ervaring bij andere gemeenten.

De Rekeningencommissie vraagt het college om in een begeleidend schrijven bij de bevindingen van de hercontrole een toelichting te geven op de voortgang van de implementatie van het nieuwe systeem. ▪ Herstelplan Wpg: de Rekeningencommissie spreekt haar waardering uit voor het heldere herstelplan dat is opgesteld.

H. Doeltreffendheids- en doelmatigheidsonderzoek visie digitalisering en dienstverlening In artikel 213a van de Gemeentewet is opgenomen dat het college periodiek onderzoek verricht naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door hem gevoerde bestuur. De kaders hiervoor zijn per 17 oktober 2023 geactualiseerd in de Verordening doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek Den Haag 2023. Op 13 februari 2024 heeft het college het doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeksprogramma 2024-2025 (RIS318009) vastgesteld. Het college had op 9 juli 2019 voor het laatst een programma voor doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken opgesteld, te weten voor de jaren 2019 en

Pagina 6 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

2020 (RIS 303059). Het college heeft de raad per brief van 14 mei 2024 (RIS318814) op de hoogte gesteld van het nieuwe onderzoeksprogramma. Eén van de onderzoeken uit het onderzoeksprogramma betrof een evaluatie van digitalisering en dienstverlening. De rapportage hierover is in januari 2025 opgeleverd (doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek Dienstverlening). Het college heeft deze rapportage op 16 december 2025 naar de raad gestuurd (RIS324195), voorzien van een reactie van het college (RIS324198). Voor een nadere toelichting en de beantwoording van vragen zijn ter vergadering aanwezig: Ward van Miltenburg, concerncontroller en Fabian Kortekaas, programmamanager bij de dienst Publiekszaken. De bestuurlijke reactie op het onderzoek heeft langer op zich laten wachten dan de bedoeling was. Na het formuleren van het onderzoeksprogramma is in 2024 een nieuwe visie op digitalisering en dienstverlening opgesteld. Het voorliggende onderzoek heeft betrekking op de implementatie van deze nieuwe visie. Uit de beantwoording van de vragen en de behandeling van de opmerkingen van de leden van de Rekeningencommissie komt het volgende naar voren. ▪ Expliciete toewijzing van middelen: het college heeft gekozen voor een nieuwe programmastructuur met een uniforme governance.

Voor wat betreft de kostentoerekening van verbetering van de dienstverlening is een verdeelsleutel gemaakt binnen de ambtelijke organisatie al naar gelang de kosten die voor zogenoemde klantreizen worden gemaakt. De financiering wordt door de dienst Publiekszaken gedaan. De deelname van diensten verschilt per dossier. Voor het nieuwe jaar is het programmaplan van een jaarschijf voorzien, waarvan de doorbelasting met de diensten is afgestemd. Daarmee is de toerekening op ambtelijk niveau aan het begin van het jaar duidelijk. Het verbeteren van de dienstverlening gaat gepaard met kosten. In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor ‘dienstverlening nabij’. Voor de andere verbeterinitiatieven zijn geen extra middelen beschikbaar gesteld. In de collegereactie is ook geen begroting voor de verbetering van dienstverlening opgenomen. De Rekeningencommissie wil dat alsnog de beschikbare budgetten expliciet worden gemaakt in een schriftelijke toelichting, met aanvullende informatie over de aard van de verrekensystematiek (vooraf dan wel achteraf). Ook vraagt de commissie uiteen te zetten welke besparingskansen de verbeterinitiatieven opleveren en te reflecteren op de wenselijkheid van het werken met doorbelastingen aan diensten.

▪ Duidelijk definiëren van de governancestructuur: het college laat weten dat sturing en samenhang in de nieuwe programmastructuur anders is georganiseerd. In de nieuwe i-Visie is deze nieuwe programmastructuur niet toegelicht. De Rekeningencommissie wil nader schriftelijk worden geïnformeerd over de inrichting van de centrale regie en de rol van het nieuw gevormde dienstverleningsberaad.

I.

Aanpak jaarrekeningonderzoek 2025

De aanpak voor het onderzoek naar de jaarrekening 2025 door de Rekeningencommissie wordt conform het voorstel (RC/2026.05) vastgesteld. De Rekeningencommissie merkt op dat het jaarrekeningonderzoek in een verkiezingsjaar extra uitdagend is vanwege de deelname van nieuw benoemde Rekeningencommissieleden.

J. Stand van zaken toezeggingen jaarrekeningonderzoek 2024 De toezeggingen die door het college zijn gedaan tijdens en naar aanleiding van het onderzoek naar de jaarrekening 2024 (RIS322684) zijn verwerkt in een toezeggingenregister (RIS323183, respectievelijk RC/2025.53 en RC/2025.60). Aanvullende toezeggingen die in de schriftelijke collegereactie

Pagina 7 van 8

Verslag vergadering 25 februari 2026

Rekeningencommissie

(RIS322763) op het rapport van de Rekeningencommissie zijn gedaan zijn toegevoegd in een gele tabel. Het toezeggingenregister is per 6 februari 2026 geactualiseerd (RC/2026.08). De wethouder Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening had toegezegd in 2025 een plan van aanpak gereed te hebben voor een onderzoek naar de interne weerbaarheid tegen ondermijning. Dit plan van aanpak is nog niet ontvangen door de Rekeningencommissie. Volgens ambtelijk verkregen informatie wordt het plan van aanpak naar verwachting in de tweede helft van maart 2026 naar de Rekeningencommissie gestuurd.

K. Voortgang jaarrekeningcontrole De gemeenteaccountant, Carla Slotema, doet mondeling verslag van de voortgang van de controle van de jaarrekening 2025. Voor de meeste onderdelen is controle-informatie aan de Accountantsorganisatie aangeleverd door de gemeentelijke organisatie. De jaarrekeningcontrole kon daarom conform planning worden gestart. De communicatie tussen de Accountantsorganisatie en het ambtelijk apparaat verloopt naar wens. Vooralsnog zijn er geen bevindingen die de voortgang van de controle in gevaar brengen. Omdat voorafgaand aan de geplande datum van afgifte van de controleverklaring geen Rekeningencommissievergadering meer plaatsvindt, zal eventuele nieuwe informatie over de voortgang schriftelijk naar de Rekeningencommissie worden gestuurd.

L. Termijnplanning In de voorliggende termijnplanning (RC/2026.10) is minder tijd beschikbaar voor het jaarrekeningonderzoek dan in voorgaande jaren. Eén van de consequenties is dat de bevraging van de wethouders op 3 juni 2026 een dag vóór een raadsvergadering plaatsvindt. De Rekeningencommissie wil dit onder de aandacht brengen van nieuwe leden, eventueel door middel van een nader te plannen constituerend beraad aansluitend op het inwerkprogramma op donderdagochtend 16 april 2026. Voorts wordt aan de termijnplanning toegevoegd de behandeling van het verslag van de gemeentearchivaris over 2025.

M. Rondvraag en sluiting De commissie bedankt de voorzitter voor zijn werk gedurende de afgelopen raadsperiode en spreekt haar waardering uit voor de ondersteuning door de gemeenteaccountant, de concerncontroller en de secretaris. De voorzitter dankt op zijn beurt de aanwezige leden voor de samenwerking in de afgelopen vier jaar en sluit de vergadering om 15:55 uur.

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16694257/2