RIS324772 Bijlage Actieplan Luchtkwaliteit 2026
Tekst van het document
verbieden van buiten houtstoken vormt hierbij een uitzondering: ongeveer de helft van de deelnemers adviseert de gemeente dit ongewijzigd te laten. 6. Maatregelen worden hoog geprioriteerd vanwege verwachte positieve effecten: verbetering luchtkwaliteit, minder stank- en geluidsoverlast, en meer verkeersveiligheid. Deelnemers maken vaak eigen inschattingen van effecten, wat benadrukt dat goede informatievoorziening belangrijk is om keuzes te ondersteunen. 7. Maatregelen worden laag geprioriteerd als ze volgens deelnemers weinig effect hebben, nieuwe overlast veroorzaken, of lagere inkomens en ondernemers onevenredig treffen. Ook bij hoog geprioriteerde maatregelen pleiten deelnemers soms voor stapsgewijze invoering en compensatie voor lagere inkomens. Zoals goedkoop en toegankelijk openbaar vervoer. 8. Meer dan de helft van de inwoners geeft aan dat zij verwacht (heel) weinig overlast te ervaren van de genoemde maatregelen. De meeste inwoners vinden het bovendien belangrijk dat maatregelen gelden in de gehele gemeente, en dat de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de luchtkwaliteit met name ligt bij de overheid en bedrijven. Deelnemers waren overwegend positief over het onderzoek. Ze gaven aan dat ze hun mening goed kwijt konden en dat het onderzoek eerlijk werd uitgevoerd. Ook vonden zij het een belangrijk onderwerp om over mee te denken.
Het merendeel van de deelnemers ervaarde het onderzoek als goed te begrijpen. Kritiekpunten gingen vooral over de opzet van de keuzetaak en enkele onduidelijke vragen. Een klein aantal deelnemers miste onderwerpen, zoals meer openbaar vervoer of vergroening. Deze feedback biedt waardevolle leerpunten voor toekomstige participatierondes en versterkt de kwaliteit van het participatieproces. De uitkomsten van deze raadpleging geven inzicht in draagvlak voor de beschikbare maatregelen en helpen bij het maken van keuzes en prioritering. In hoofdstuk vier wordt beschreven welke maatregelen in 2026 worden opgepakt en welke de komende jaren nader worden uitgewerkt.
25
4. Actie-agenda 2026 Het vorige hoofdstuk geeft een inventarisatie van de mogelijke extra maatregelen en impact op luchtkwaliteit en de stad en de uitkomst van de online raadpleging. Dit resulteert in een actie-agenda voor 2026 en een doorkijk naar de komende jaren. Om de dalende trend vast te houden en te zorgen dat de uitstoot niet weer gaat stijgen, is het belangrijk dat de lopende maatregelen die momenteel in uitvoering zijn, zullen worden gecontinueerd. Dankzij alle maatregelen die we de afgelopen jaren hebben uitgevoerd, zijn we al goed op weg om de lucht in de stad gezonder te maken. Echter, om onze ambitie van een schone en gezonde stad waar te maken, zijn extra maatregelen nodig naast de bestaande initiatieven. Deze extra maatregelen zullen stapsgewijs worden ingevoerd, van vrijblijvend naar sturend. Er is door DGMR een inschatting gemaakt van het verwachte effect van de extra maatregelen en deze is meegenomen in de beschrijving van de acties in de volgende paragrafen. Deze ‘Effectinschatting Actieplan Luchtkwaliteit Den Haag’ is opgenomen in bijlage 4. De maatregelen die een groter effect hebben op de luchtkwaliteit hebben ook een grotere impact op de stad. Dat betekent dat deze maatregelen een zorgvuldig traject moeten doorlopen. Dat maakt dat deze maatregelen veel tijd in de voorbereiding vergen en daar hebben we de komende jaren voor nodig.
Anderzijds zijn maatregelen die een wat kleiner effect hebben op de luchtkwaliteit sneller in te voeren, maar zijn ze wel nodig om maatregelen te harmoniseren en iedereen een bijdrage te laten leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. We kijken daarbij ook naar het tempo dat de stad aankan en nodig is. In paragraaf 4.1 beschrijven we de maatregelen die we in 2026 uit gaan voeren. In paragraaf 4.2 geven we een overzicht van de maatregelen waarvoor in 2026 en later nader onderzoek wordt gestart en waar we nog op aanvullende landelijke wetgeving moeten wachten.
4.1 Acties 2026 Een aantal maatregelen zijn op relatief korte termijn in te voeren, maar hebben tegelijkertijd een beperkter effect op de berekende jaargemiddelden van de luchtkwaliteit in Den Haag. Ze zorgen echter wel voor een extra impuls in de verschoning van de vervoerswijzen en zullen vooral lokaal een positief effect hebben. Het maakt ook dat de lasten van de verschoning van de vervoerswijzen in de stad meer evenwichtig worden verdeeld. De keuze voor onderstaande acties wordt ook grotendeels ondersteund door de online raadpleging. 1. Harmonisering huidige milieuzone diesel personenauto’s in het centrum We willen ervoor zorgen dat voor de milieuzone in het centrum dezelfde eisen gelden als in de haven en in andere gemeenten. Dat betekent dat dan alleen dieselauto’s vanaf emissieklasse 5 nog worden toegelaten. De bestaande milieuzone voor diesel autobussen met toegang van emissieklasse 6 blijft gehandhaafd. Te verwachten effect luchtkwaliteit: Er rijden maar een beperkt aantal dieselpersonenauto’s in het centrum met emissieklasse 4. Er staan momenteel (2025) 1.593 Euro 4 diesel personenauto’s geregistreerd in Den Haag. Dat is 9% van het totaal aantal diesel personenauto’s (17.625) en 0,7% van alle personenauto’s (217.459). Van deze 1.593 auto’s staan er 239 in het centrum geregistreerd.
Wel is de zuidelijk centrumring het gebied met de slechtste luchtkwaliteit van Den Haag en alle mogelijke maatregelen met uitstralingseffect dragen hun steentje bij. En hoewel de directe effecten op de luchtkwaliteit gering zullen zijn, draagt deze maatregel bij aan de geleidelijke overgang naar zero-emissiezones en sluit zij aan bij de landelijke fasering richting emissievrij verkeer. 26
Te verwachten impact op doelgroep: aanvaardbaar, want er rijden maar een beperkt aantal personendieselauto’s met emissieklasse 4 in het centrum van Den Haag. Om deze maatregel uit te voeren moeten in 2026 een aantal stappen gezet worden. Allereerst moet een invoeringstoets worden uitgevoerd, waarin de impact op luchtkwaliteit, verkeer en doelgroepen wordt beoordeeld. Daarnaast zijn technische aanpassingen aan het camera en ontheffingensysteem vereist. Parallel hieraan wordt het participatie- en communicatietraject voorbereid, inclusief het opstellen van het verkeersbesluit en de daarbij behorende onderzoeken. Tot slot moeten de bestaande verkeersborden worden vervangen om de aangescherpte milieuzone correct en tijdig te kunnen aangeven. Als dit tijdig kan worden doorlopen kan de invoering per 1 januari 2027 plaatsvinden. Het is aan een toekomstig college om daadwerkelijk tot het nemen van een verkeersbesluit over te gaan. 2. Stapsgewijs naar uitstootvrije brom- en snorfietsen in heel Den Haag We gaan onderzoeken welke stappen we kunnen zetten om vanaf 2030 alleen uitstootvrije brom- en snorfietsen toe te laten in Den Haag. Daar willen we, net als andere steden, met een tussenstap naar toewerken. De huidige milieuzone betekent dat een brom- of snorfiets van vóór 1 januari 2011 niet in de milieuzone mag rijden.
Het voornemen is om net als andere gemeenten vanaf 1 januari 2028 brom- en snorfietsen met een DET (Datum Eerste Toelating) tot 1 januari 2018 in Den Haag geen toegang meer te geven. En dan als volgende stap vanaf 2030 alleen nog uitstootvrije brom- en snorfietsen toe te laten in Den Haag. Te verwachten effect luchtkwaliteit: Het uitfaseren van brom- en snorfietsen met verbrandingsmotoren zal een beperkt effect hebben op de stedelijke gemiddelde concentraties van NO2 en fijnstof, maar vermindert wel de lokale blootstelling aan roet, ultrafijnstof en koolwaterstoffen. Dit gebeurt met name langs fietsroutes en in woonstraten. Brom- en snorfietsen stoten relatief veel koolwaterstoffen (waaronder benzeen), ultrafijnstof en roet uit, dat bij directe blootstelling zeer schadelijk is voor de gezondheid. Op de lokale luchtkwaliteit en het terugdringen van geluidhinder heeft deze maatregel positieve effecten en daarmee op de gezondheid van inwoners en bezoekers van Den Haag. Uitstootvrije brom- en snorfietsen hebben ook een positief effect op de CO2 uitstoot in Den Haag. Te verwachten impact op doelgroep: groot, want er rijden nog wel een aanzienlijk aantal niet elektrische brom- en snorfietsen in Den Haag. Dit gaat dan om 18.971 brom- en snorfietsen (RDW, 2025). Dat is 55% van het totaal aantal brom- en snorfietsen in Den Haag.
Vanaf 2030 zijn dan alleen nog uitstootvrije brom- en snorfietsen toegelaten in Den Haag. Het gaat dan om ruim 16.000 geregistreerde brom- en snorfietsen (RDW, 2025). Deze maatregel draagt bij aan het principe dat iedereen een bijdrage levert aan de verbetering van de luchtkwaliteit. In 2026 en 2027 worden de volgende acties ondernomen: Er moet een invoeringstoets worden uitgevoerd, waarin de impact op luchtkwaliteit, verkeer en doelgroepen wordt beoordeeld. Parallel hieraan wordt het participatie- en communicatietraject voorbereid, inclusief het opstellen van het verkeersbesluit en de daarbij behorende onderzoeken. Tot slot moet er een cameraplan komen en moeten de bestaande verkeersborden worden vervangen om de aangescherpte milieuzone correct en tijdig te kunnen aangeven. Het is aan een toekomstig college om daadwerkelijk tot het nemen van een verkeersbesluit over te gaan. 3.
Demontageregeling voor oude voertuigen
27
Er wordt onderzocht of een aanvullende demontageregeling voor oude, sterk vervuilende voertuigen nodig is als ondersteunende maatregel wanneer andere ingrepen, zoals een aangepaste milieuzone voor brom- en snorfietsen of het uitbreiden van milieuzones en zero-emissiezones, een te grote impact op de stad zouden hebben. Mocht uit dit onderzoek blijken dat extra ondersteuning noodzakelijk is, dan geldt een subsidieregeling voor het vrijwillig slopen van oudere, vervuilende voertuigen als een van de meest effectieve opties om de overgang te versoepelen en de luchtkwaliteit te verbeteren. Indien deze maatregel daadwerkelijk wordt ingezet, moet eerst worden bepaald voor welke doelgroepen deze maatregel moet worden ingezet en welk subsidiebudget en uitvoeringskosten hiervoor nodig zijn. Hiervoor moet nog aanvullend budget worden gevonden. 4. Uitbreiden Houtstook informatiecampagne De informatiecampagne omtrent houtstook zal worden gecontinueerd en geïntensiveerd om houtstook verder te ontmoedigen. Hierbij wordt de focus gelegd op niet stoken. Ook zal er extra focus gelegd op de adviezen van de stookwijzer en het stookalert, om niet te stoken tijdens code rood momenten. Ook kan, op basis van de overlastmeldingen die we binnenkrijgen, gekeken worden of we extra informatie kunnen verstrekken in de wijken waar de meeste overlast wordt geconstateerd.
Uitbreiding van voorlichtingscampagnes over houtstook laten maar een beperkte reductie zien van de uitstoot van fijnstof en roet op stedelijk niveau, maar de maatregel zal wel bijdragen aan het vergroten van begrip en draagvlak onder de bevolking. 5. Richtlijn gevoelige bestemmingen In 2026 wordt een voorstel geschreven voor het reguleren van nieuwe locaties waar gevoelige groepen lang verblijven, zodat deze niet worden gerealiseerd op plekken met grote luchtvervuiling (langs drukke wegen). Locaties waar het in eerste instantie om zal gaan zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings- en verpleegtehuizen. Deze maatregel heeft naar verwachting geen direct effect op de emissies van luchtverontreinigende stoffen, maar zal wel de blootstelling van kwetsbare groepen aan hoge concentraties NO2, PM2,5 en roet (EC) verlagen. Door nieuwe gevoelige functies, zoals scholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen, niet te situeren langs drukke verkeerswegen, wordt voorkomen dat deze groepen worden blootgesteld aan verhoogde achtergrond- en piekconcentraties. Uit het GGD-rapport blijkt dat de luchtkwaliteit in de stad sterk kan variëren per locatie en dat juist nabij drukke wegen sprake is van verhoogde concentratieniveaus die relevant zijn voor de gezondheid van kinderen en ouderen.
Deze maatregel zal daarmee vooral bijdragen aan het verminderen van blootstelling, niet aan het verlagen van de concentraties zelf.
4.2 Maatregelen in onderzoek vanaf 2026 De meeste geïnventariseerde extra maatregelen vergen een uitgebreide voorbereiding van nader onderzoek en participatie. De volgende maatregelen zullen vanaf 2026 en de jaren daarna verder worden onderzocht, mede afhankelijk van beschikbare capaciteit en budget: •
•
Onderzoek naar toevoegen zuidelijke centrumring of Vaillantlaan aan zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s: Hiervoor wordt momenteel een effectanalyse uitgevoerd op basis van de Maatschappelijke Kosten Baten principes, zoals gevraagd in de motie Onderzoek impact zero-emissie Haagse Markt voordat je besluiten neemt (RIS319320). Onderzoek naar milieueisen voor nieuwe parkeervergunningen: De eerste stap voor deze extra maatregel is nader onderzoek naar het opnemen van milieueisen (zoals minimaal emissieklasse 5) bij de aanvragen voor nieuwe parkeervergunningen. Deze eisen 28
•
•
•
11
gelden niet voor bestaande vergunningen of gebieden zonder betaald parkeren. Er wordt onderzocht welke milieueis wenselijk en realistisch is, vanaf welk moment dit ingevoerd kan worden, wat de voorwaarden en eventuele uitzonderingen moeten zijn en wat de kosten zijn. Omdat er momenteel een nieuw parkeervergunningensysteem wordt uitgerold zal een mogelijk voorstel voor invoering niet eerder worden gedaan dan een jaar na de uitrol van het nieuwe systeem. Door differentiatie in parkeervergunningen zullen oudere en vervuilende voertuigen worden uitgefaseerd en zal het lokale wagenpark geleidelijk verder verschuiven naar schonere voertuigen. Dit zal naar verwachting leiden tot een lagere uitstoot van stikstofoxiden en roet op straatniveau, met name in woonwijken met hoge parkeerdruk waar een vergunningenstelsel geldt. Deze maatregel fungeert vooral als aanvullende stimulans om de transitie naar emissievrije voertuigen te versnellen. Onderzoek naar Zero-emissiezone invoeren voor andere voertuigtypen: Het huidige landelijke Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) staat nog niet toe dat er andere voertuigtypen dan vracht- en bestelauto’s mogen worden geweerd in een zeroemissiezone. Voor het invoeren van de zero-emissiezone voor taxi en touringcar zijn al in 2022 en 2023 besluiten genomen (RIS311807 en RIS316902).
Zodra de invoering wettelijk mogelijk wordt, zullen de benodigde vervolgstappen worden ondernomen. De uitbreiding van de zeroemissiezone naar touringcars zal naar verwachting een duidelijke lokaal emissiereducerend effect hebben op de corridors en halteerlocaties waar deze voertuigen rijden en stationair draaien. Het stedelijke effect zal beperkt blijven doordat touringcars slechts op een klein deel van het Haagse wegennet voorkomen. Voor taxi’s sluit de maatregel beleidsmatig aan bij ontwikkelingen in andere steden en landelijke plannen. In 2025 reed nog 70% van de taxi’s op benzine of diesel (hoofdzakelijk Euro 6), terwijl het aandeel elektrische taxi’s laag is (16%). De zero-emissie toegangseis zorgt voor een duurzame vlootvernieuwing. Onderzoek naar stapsgewijze uitbreiden grenzen milieuzone diesel personenauto’s: De vervolgstap voor deze extra maatregel is nader onderzoek naar de uitbreiding van de huidige grenzen van de milieuzone voor diesel personenauto’s. Daarbij worden de logische grenzen onderzocht, met als mogelijkheid de huidige begrenzing van de zero-emissiezone en als mogelijkheid de gemeentegrens. Vervolgens moet de impact op de stad worden onderzocht en moet participatie plaatsvinden. De verwachting is dat door deze maatregel de uitstoot van stikstofoxiden van oudere dieselvoertuigen binnen de stad enigszins afneemt.
Het effect op de stedelijke luchtkwaliteit blijft naar verwachting echter beperkt, omdat het aantal voertuigen dat door de maatregel wordt beïnvloed relatief klein is. Onderzoek naar uitfaseren vervuilende dieselaggregaten: Onderdeel van het programma SEB is de routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen11. Dieselaggregaten vallen in de routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen onder de categorie mobiele werktuigen en worden beschouwd als een emissie-intensieve bron, vooral wanneer oudere motorstandaarden (Stage I–III) stationair draaien. In de routekaart wordt uitgewerkt dat emissieloze alternatieven voor licht stationair materieel (<56 kW) vanaf 2030 breed beschikbaar zijn en volledig kunnen worden ingezet (Tabel 8, p. 26). Hierdoor worden de uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof ter plaatse vrijwel volledig gereduceerd. Omdat dieselaggregaten veel worden ingezet op locaties waar omwonenden en bezoekers dicht op de bron verblijven, zoals bouwplaatsen in woonstraten, evenementenlocaties en standplaatsen van ambulante handel, leidt het uitfaseren van deze aggregaten tot een duidelijke vermindering van lokale piekbelasting van NO₂, PM₁₀ en roet (EC). Het effect op stedelijk jaargemiddelde concentraties is beperkt, maar
Te vinden op: Home | Schoon en Emissieloos Bouwen
29
•
•
op locaties met regelmatige inzet is de lokale gezondheidswinst substantieel, vooral door het wegvallen van langdurige stationaire emissies. Onderzoek milieuzone op het water: De mogelijkheden en wenselijkheid van een milieuzone op het water in de binnenstad van Den Haag zullen eerst moeten worden onderzocht. De binnenvaart bestaat hoofdzakelijk uit rondvaartboten, onderhouds- en baggerschepen en incidentele bevoorrading. De uitstoot van deze schepen bestaat vooral uit NOx, roet (EC) en fijnstof, afkomstig van dieselmotoren. Een milieu of zero-emissiezone op het binnenwater zal uitlaatemissies elimineren en zal daarmee de lokale piekconcentraties van NO₂ en roet (EC) reduceren. Dit effect zal vooral groot zijn in smal stedelijk vaarwater en bij aanmeerlocaties waar motoren stationair draaien, vergelijkbaar met de situatie in de Haagse binnenstad. Het effect op jaargemiddelde concentraties is beperkt, maar de maatregel kan gezondheidswinst opleveren op straatniveau. Onderzoek naar verbod op houtstook bij code rood: Het tijdelijk stopzetten van houtstook in openhaarden en houtkachels tijdens ongunstige weersomstandigheden kan een substantieel effect hebben op het verminderen van piekblootstelling en acute hinder in woonstraten.
Code rood wordt afgegeven bij zeer ongunstige meteorologische omstandigheden (bijvoorbeeld mist, windstilte en inversie), waardoor houtrook blijft hangen en de lokale concentraties sterk kunnen oplopen. In dergelijke situaties is het tijdelijk stopzetten van houtstook naar verwachting veel effectiever dan uit de jaargemiddelde berekening zal blijken. In de praktijk kan een stookverbod tijdens code rood substantiële reductie van piekbelastingen en hinder opleveren, vooral in dichtbebouwde woonstraten en voor bewoners met luchtwegklachten.
Monitoring en voortgangsrapportage Met betrekking tot de uitvoering van de luchtkwaliteitsmaatregelen is het relevant om te weten hoe de luchtkwaliteit zich verder ontwikkeld. Jaarlijks wordt een voortgangsrapportage luchtkwaliteit opgesteld. Deze voortgangsrapportage doet verslag van de Haagse luchtkwaliteit volgens het landelijke rekenmodel (het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) en het Haagse meetnet. Tevens wordt bericht over de belangrijkste beleidsontwikkelingen op het gebied van schone lucht en de stand van zaken over de uitvoering van de Haagse maatregelen met betrekking tot luchtkwaliteit.
30
Bijlage 1 Moties juli 2024 R.1 VVD
Acties die kunnen met effecten die we kennen (RIS319312)
R.2 VVD
Feitenbasis op orde (RIS319314) (toezegging 484)
R.4 VVD
Geen actieplan zonder participatie (RIS319315):
R.5 VVD
Geen verbod op houtstook (RIS319316)
R.6 CDA
Minder verbieden, meer samenwerken op luchtkwaliteit (RIS319318)
R.7 CDA
Neem verkeersdoorstroming mee (RIS319319) (toezegging 484)
R.8 CU.SGP
Onderzoek impact zero-emissie Haagse Markt voordat je besluiten neemt (RIS319320)
R.11 DENK
Inzicht ondertunneling Vaillantlaan (RIS319323)
R.12 GL
Extra aandacht voor buurten en straten met vieze lucht (RIS319324)
R.13 GL
Gezonde lucht op school (RIS319325)
R.14 GL
Verbeter de lucht van de Vaillantlaan (RIS319326)
31
Bijlage 2 ‘Luchtkwaliteit Vaillantlaan Onderzoek naar de mogelijkheden tot verbetering luchtkwaliteit in de Vaillantlaan’ door DGMR
32
Bijlage 3 ‘Resultaten van een onderzoek onder inwoners over het verbeteren van de luchtkwaliteit in Den Haag’ door Populytics
33
Bijlage 4 ‘Effectinschatting Actieplan Luchtkwaliteit Den Haag’ door DGMR
34