CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324772 Bijlage Actieplan Luchtkwaliteit 2026

Algemene Raadscommissie 9 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken11.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actieplan Luchtkwaliteit Den Haag 2026 Samen voor schone lucht

1

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 2 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1 Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging ............................................................................ 3

2. Luchtkwaliteit in Den Haag: waar staan we nu? ................................................................................. 5 2.1 Aanscherping van Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit ................................................... 5 2.2 Huidige stand van zaken ................................................................................................................ 6 2.3 Haagse lucht: Terugblik van vroeger tot nu .................................................................................. 7 2.4 Prognoses voor 2030 en gaan we de grenswaarden halen? ....................................................... 10 3. Maatregelenpakket ........................................................................................................................... 13 3.1 Lopende maatregelen ................................................................................................................. 13 3.2 Raakvlakken met andere opgaven .............................................................................................. 13 3.3 Uitganspunten voor extra maatregelen ...................................................................................... 14 3.3.1 Uitgangspunten ....................................................................................................................

14 Bronnen van luchtverontreiniging ..................................................................................................... 14 Meest vervuilende locaties ................................................................................................................ 15 3.3.2 Randvoorwaarden ................................................................................................................ 18 3.4 Inventarisatie van mogelijke extra maatregelen......................................................................... 18 3.4.1 Mobiliteit .............................................................................................................................. 19 3.4.2 Houtstook ............................................................................................................................. 21 3.4.3 Mobiele werktuigen ............................................................................................................. 22 3.4.4 Overige acties ....................................................................................................................... 23 3.5 Uitkomsten participatie............................................................................................................... 23 4.

Actie-agenda 2026............................................................................................................................. 26 4.1 Acties 2026 .................................................................................................................................. 26 4.2 Maatregelen in onderzoek vanaf 2026 ....................................................................................... 28 Bijlage 1 ................................................................................................................................................. 31 Bijlage 2 ................................................................................................................................................. 32 Bijlage 3 ................................................................................................................................................. 33 Bijlage 4 ................................................................................................................................................. 34

2

1. Inleiding Onze ambitie is: schone lucht voor iedereen in Den Haag. Schone lucht is van levensbelang voor alle inwoners. Luchtverontreiniging en geluidsoverlast behoren tot de grootste risicofactoren voor de volksgezondheid. Daarom zet Den Haag zich in voor een structurele verbetering van de luchtkwaliteit. Maar hoe realiseer je dat in een stad die tot 2050 naar verwachting met maximaal ruim 100.000 inwoners zal groeien? Een stad waar het aantal mensen én voertuigen blijft toenemen? Deze ontwikkeling stelt ons voor een belangrijke uitdaging: hoe houden we Den Haag leefbaar en gezond voor zowel inwoners als bezoekers? Om die reden is ambitieus beleid voor schone lucht noodzakelijk. Want schone lucht is gezonde lucht. Hoe schoner de lucht, hoe beter het is voor de gezondheid. Daarom streven we ernaar om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, te voldoen aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO, 2021). Een deel van die stoffen komt van ver aangewaaid en is moeilijk te beïnvloeden. Maar voor de rest kunnen we wél iets doen. Door het Rijk te stimuleren tot maatregelen én vooral door zelf in actie te komen. In dit actieplan beschrijven we hoe we in Den Haag werken aan schone en gezonde lucht. We leggen uit waarom dit juist nú belangrijk is en waar we momenteel staan op het gebied van luchtkwaliteit.

Welke stappen we op korte termijn kunnen zetten en voor welke maatregelen er nog nadere onderzoeken nodig zijn. Dit actieplan is een nadere uitwerking van de Aanzet tot actieplan luchtkwaliteit (RIS318851) en de aangenomen moties (zie voor een opsomming bijlage 1).

1.1 Gezondheidseffecten van luchtverontreiniging De GGD Haaglanden heeft in september 2023 een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de impact van luchtverontreiniging op de gezondheid van inwoners in de regio Haaglanden. Dit onderzoek, vastgelegd in het rapport “Luchtverontreiniging in de regio Haaglanden. Wat is de impact op gezondheid van inwoners?”1 (hierna: GGD-rapport), heeft de gezondheidsrisico’s en belangrijkste oorzaken helder in beeld gebracht. Luchtverontreiniging draagt bij aan het ontstaan en verergeren van hart- en vaatziekten, longkanker, astma en COPD. Vooral kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met bestaande aandoeningen (zoals hart- en vaatziekten, longaandoeningen en diabetes) zijn extra gevoelig. Het onderzoek toont o.a. aan dat: • •

Eén op de vijf hartinfarcten in de regio is toe te schrijven aan luchtvervuiling; In bijna één op de vier gevallen is luchtvervuiling de oorzaak van astma bij kinderen.

Onderzoek brengt ook nieuwe gezondheidseffecten aan het licht. Volgens een nieuwe studie ("Benefits of Clean Air for School Children’s Vision Health" – PNAS2) is schonere lucht geassocieerd met een beter zicht zonder bril (ongecorrigeerd zicht) en blijken vooral jonge basisschoolleerlingen gevoelig te zijn voor de luchtkwaliteit.

1 2

Luchtverontreiniging in de regio Haaglanden - GGD Haaglanden Benefits of clean air for school children's vision health | PNAS Nexus | Oxford Academic

3

Deze bevindingen onderstrepen het belang van schone lucht en de urgentie die er is om (meer) maatregelen te nemen. Deze maatregelen zijn nodig omdat ze direct bijdragen aan een gezonder leven voor iedereen in de regio Haaglanden. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden en waar Den Haag nu staat en wat de prognose is voor 2030. Vervolgens wordt in hoofdstuk drie een totaaloverzicht gegeven van de mogelijke maatregelen voor verdere verbetering van de luchtkwaliteit in Den Haag. In hoofdstuk vier volgt een actieagenda voor de komende periode.

4

2. Luchtkwaliteit in Den Haag: waar staan we nu? 2.1 Aanscherping van Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit In 2021 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe advieswaarden voor luchtkwaliteit. Deze zijn aanzienlijk strenger dan de eerdere advieswaarden uit 2005. De aanscherping is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, waaruit steeds duidelijker blijkt dat er een sterk verband bestaat tussen de concentratie van luchtverontreinigende stoffen en negatieve gezondheidseffecten. De laatste WHO-advieswaarden zijn gebaseerd op epidemiologische studies die aantonen dat zelfs bij lage concentraties al een meetbare toename in sterfte optreedt. Deze kennis vormt de basis voor het bijstellen van de normen. In oktober 2024 heeft de Europese Raad de nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit aangenomen. Hierin worden de grenswaarden voor de meest schadelijke stoffen aangescherpt, met als doel deze uiterlijk in 2030 te behalen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de huidige Europese grenswaarden, de nieuwe Europese grenswaarden en de WHO-advieswaarden: Tabel 1: Overzicht grens- en advieswaarden Component (in EU oude grenswaarden EU nieuwe µg/m3) (huidige grenswaarden, te rijksomgevingswaarden) behalen in 2030 PM₂,₅ PM₁₀ NO₂

25 40 40

10 20 20

WHO-advieswaarden (2021) zo snel mogelijk, uiterlijk in 2050 5 15 10

Bron: tabel gemaakt o.b.v. voorstel nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit, Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl)

Nederland moet, evenals alle andere lidstaten, deze Europese regels binnen twee jaar omzetten naar nationale wetgeving (rijksomgevingswaarden). Daarnaast heeft de EU met de visie ‘Zero Pollution’ de ambitie geformuleerd om in 2050 te voldoen aan de WHO-advieswaarden (2021). De nieuwe Europese grenswaarden worden momenteel door het Rijk omgezet in landelijke wet- en regelgeving. Het RIVM heeft op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) een tussentijdse analyse verricht naar de aard en omvang van de opgave richting 2030, wanneer overal in Nederland zal moeten worden voldaan aan de nieuwe grenswaarden. De resultaten van deze nadere analyse staan in een kennisnotitie van het RIVM (‘Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030’, KN-2025-00663). Locaties waarvan de verwachting is dat daar in 2030 zonder nieuw of aanvullend beleid de nieuwe grenswaarden nog niet zouden worden gehaald, zijn naar verwachting langs snelwegen, een aantal binnensteden (o.a. Den Haag) en bij een aantal veehouderijlocaties en sterk geïndustrialiseerde gebieden. De aangescherpte Europese grenswaarden zullen als rijksomgevingswaarden gaan gelden voor decentrale overheden (zie ook brief van staatssecretaris van IenW aan de Tweede kamer van 30 september 2025 (21109-274)4).

Provincies en gemeenten moeten programma’s opstellen bij (dreigende) overschrijdingen van rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit. Ondersteuning van het Rijk is daarom onontbeerlijk voor provincies en gemeenten wanneer knelpuntlocaties met overschrijdingen van grens/rijksomgevingswaarden ontstaan. Daarom pleiten de VNG en IPO er bij het ministerie van IenW voor om deze samenwerking per direct vorm te geven door een juridisch bindend nationaal

3 4

Tussenrapportage overschrijdingen EU-grenswaarden in 2030 | RIVM Uitvoering EU-Richtlijnen | Tweede Kamer der Staten-Generaal

5

samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL) te creëren, met aanvullende maatregelen om deze overschrijdingen samen op te lossen5.

Schone Lucht Akkoord Den Haag heeft in 2020 Het Schone Luchtakkoord (SLA) (RIS304284) ondertekend. Daarmee stelt de gemeente zich tot doel om in 2030 te voldoen aan de oude WHO-advieswaarden (2005) voor stikstofoxide en fijnstof (PM10 en PM2,5) en om de gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% terug te dringen t.o.v. 2016. Gevoelige groepen en bestemmingen krijgen daarbij extra aandacht. Deelnemers van het SLA zijn het Rijk, provincies en gemeenten. De monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats via een landelijk rekenmodel, het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), ook wel de monitoringstool genoemd. De berekeningen worden uitgevoerd door het RIVM met de Rekentool luchtkwaliteit. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een rekenmodel dat geijkt wordt op basis van metingen. Ambitie Den Haag: waar willen we heen? Onze ambitie is: schone gezonde lucht voor iedereen in Den Haag. Den Haag wil een schone en gezonde stad zijn waar je prettig kunt wonen, werken en recreëren. Met het bewerkstellingen van een continue verbetering van de luchtkwaliteit door vermindering van de lokale uitstoot van verontreinigende stoffen. Zoals ook beschreven in de Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) in beweging 1, waar we kiezen voor een stillere en schonere stad. Het behalen van de Europese grenswaarden in 2030 is niet voldoende voor een gezonde luchtkwaliteit.

Hoe schoner de lucht is, hoe beter dit is voor de gezondheid van onze inwoners en bezoekers. Daarom heeft Den Haag als doelstelling om zo snel als mogelijk maar uiterlijk in 2050 de WHO-advieswaarden (2021) te halen. We kijken daarbij ook naar het tempo dat de stad aankan en nodig is.

2.2 Huidige stand van zaken De luchtkwaliteit in Den Haag is de afgelopen jaren verbeterd. Deze verbetering is echter niet vanzelf gegaan. Dat we inmiddels voldoen aan de (oude) Europese grenswaarden is te danken aan verschillende maatregelen die de afgelopen jaren genomen zijn (Europees, landelijk en lokaal). Hoewel de vooruitgang langzaam gaat (de concentraties dalen met slechts microgrammen per jaar) is er over een langere periode een duidelijke dalende trend zichtbaar. Volgens de nieuwe Europese grenswaarden en de WHO-advieswaarden zijn we er echter nog niet. Sinds 2017 voldoet Den Haag aan de oude, nu geldende, Europese jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide (NO₂), en sinds 2011 aan die voor fijnstof (PM₁₀). Beide grenswaarden lagen op 40 microgram per kubieke meter (µg/m³). Met de invoering van nieuwe Europese grenswaarden verandert dit beeld. De eerste prognoses laten zien dat Den Haag in 2030 op diverse meetlocaties niet zal voldoen aan de nieuwe grenswaarde voor NO₂, die is verlaagd naar 20 µg/m³. Deze prognoses zijn beschreven in de Voortgangsrapportage luchtkwaliteit 2024 (RIS323674), gebaseerd op cijfers uit 2023. De monitoring gebeurt jaarlijks door het RIVM, dat gebruikmaakt van een rekenmodel dat voortdurend wordt afgestemd op actuele metingen. De meest recente

5

Position paper Luchtkwaliteitsrichtlijn en Richtlijn Industriële Emissies | VNG

6

berekeningen zijn te vinden in de RIVM-monitoringsrapportage en het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).

2.3 Haagse lucht: Terugblik van vroeger tot nu Den Haag zet zich al geruime tijd in voor schone lucht in de stad. Ten opzichte van 30 jaar terug is de luchtkwaliteit sterk verbeterd. De concentraties fijnstof en stikstofdioxide zijn sterk afgenomen. Figuur 1 en 2 tonen de afname van de gemeten concentraties fijnstof en NO2 voor de vier meetstations in Den Haag. Het meetstation aan de Neherkade is pas in 2022 geplaatst en heeft daardoor nog te beperkte hoeveelheid data om een representatieve trendlijn weer te geven.

Figuur 1: Fijnstof in Den Haag, 1995 tot nu

7

Figuur 2: Stikstofdioxide (NO2) in Den Haag, 1995 tot nu

De afname van vervuilende stoffen in de lucht is te danken aan de komst van Europese wet- en regelgeving, in combinatie met nationale en lokale maatregelen. Belangrijke Europese maatregelen zijn de invoering van grenswaarden voor luchtvervuilende stoffen, strengere eisen aan emissieklassen van voertuigen en strengere emissie eisen aan de industrie door de Europese NEC Richtlijn. Om haar klimaatdoelstelling te bereiken om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn, neemt de EU maatregelen om de uitstoot van auto's te verminderen, aangezien het wegvervoer goed is voor één vijfde van de CO2-uitstoot in de EU. In juni 2022 steunde het Europees Parlement het voorstel van de Commissie om tegen 2035 geen CO2-uitstoot van nieuwe auto's en bestelauto’s meer te hebben. Deze maatregelen zijn ook belangrijk voor de verbetering van de luchtkwaliteit. Medio 2025 is er tegen dit voorstel veel weerstand gekomen. Een afzwakking van dit voorstel kan ook een vertraging van de verschoning van het wagenpark betekenen. Nationale maatregelen die hebben bijgedragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit zijn de subsidieregeling voor de aanschaf van elektrische auto's, de sloopregeling voor de demontage van vervuilende auto's en de snelheidsbeperkingen op de snelwegen en de verplichte controle op roetfilters voor dieselauto's voor APK-goedkeuring. Ook lokaal zijn de nodige inspanningen verricht.

Den Haag heeft afgelopen decennia diverse actieplannen opgesteld, met daarin beleid om de Haagse luchtkwaliteit te verbeteren. Het eerste plan van aanpak luchtkwaliteit in Den Haag werd in 2004 opgesteld (‘Update plan van aanpak luchtkwaliteit 2005-2007’ (RIS127632A)). Daarna volgde in 2007 het Actieplan luchtkwaliteit 2007 2015 (RIS152993). Het voldoen aan de Europese grenswaarden was hierin het belangrijkste doel. Schoner verkeer, minder verkeer en een betere doorstroming van verkeer waren destijds de voornaamste uitgangspunten. •

In 2011 voldeed Den Haag aan de Europese grenswaarden, waarmee ook de laatste overschrijdingen op NO2 tot het verleden behoorden. Belangrijkste maatregelen uit dit actieplan waren: 8

•

aardgasbussen; VerkeersCirculatiePlan; milieuzone voor vrachtverkeer; sloopregeling; stimuleren van elektrisch vervoer; dynamisch verkeersmanagement; meerjarenprogramma fiets; duurzaam Inkopen-beleid; P+R-locaties; reconstructie van de Neherkade.

In 2015 werd het Actieplan Luchtkwaliteit (2015-2018) “Samen werken aan schone lucht” vastgesteld (RIS283356). In dit actieplan werden zowel bronmaatregelen genomen als ook maatregelen om blootstelling te verminderen. De maatregelen uit dit actieplan waren: -

sloopregeling; schonere stadsdistributie; uitbreiden laadnetwerk; schonere houtstook; schone bussen; emissies van bouwvoertuigen verminderen; stimuleringsregeling ‘Schone Lucht in Haagse Wijken’; gebruik van de fiets bevorderen; maatwerkadvies voor locaties waar een gevoelige bestemming dicht bij een drukke weg ligt (door GGD).

•

Om de stadslogistiek te verduurzamen heeft Den Haag zich in 2016 als doel gesteld om in 2025 de binnenstad van Den Haag zero-emissie te bevoorraden. Hiervoor heeft de gemeente in 2016 de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek ondertekend (RIS294191) en in 2018 het Convenant Stedelijke Distributie Den Haag (RIS299301).

•

In 2019 werd in de Aanpak Schoon vervoer (RIS303606) de nieuwe ambitie vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden (2005) in 2030. In deze aanpak lag de focus op het verduurzamen van voertuigen, met als belangrijkste maatregelen: -

•

milieuzone voor dieselauto’s; aanscherping milieuzone voor vrachtauto’s; verbod tweetakt brom- en snorfietsen in de hele stad; continuering sloopregeling; schone taxi’s; schone stadslogistiek; schone bouwlogistiek; stimuleren elektrisch rijden en uitbreiding laadinfrastructuur; openbaar vervoer; uitbreiding Walstroom Scheveningen Haven.

Den Haag heeft in 2020 Het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. In 2024 is de Aanzet tot actieplan luchtkwaliteit (RIS318851) in de raad besproken en zijn er moties aangenomen (zie bijlage 1). In de periode 2020 - 2024 is verdere uitvoering gegeven aan de maatregelen, 9

zoals genoemd in de Aanpak schoon vervoer (RIS303606) en de invoering van de zeroemissiezone voor bestel- en vrachtauto’s in het centrum van Den Haag. In 2024 is op initiatief van de GGD Haaglanden gestart met de regionale samenwerking luchtkwaliteit. Over deze maatregelen wordt een nadere toelichting gegeven in de Voortgangsrapportage luchtkwaliteit 2024 (RIS323674). Met ingang van 1 januari 2025 is in het centrum van de gemeente Den Haag een zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s ingevoerd (RIS319309). Sinds 1 januari 2026 is deze zone uitgebreid en horen (delen van) Haagse Hout, Loosduinen, Segbroek en Scheveningen ook bij de zero-emissiezone (RIS322613). Het havengebied is sinds 1 januari 2026 een milieuzone. De figuren 1 en 2 laten zien dat de verbetering van de luchtkwaliteit soms wel minder snel gaat en bovenstaande overzicht laat zien dat de voor de hand liggende maatrelen (het laaghangende fruit) inmiddels zijn genomen. En ondanks deze verbetering van de luchtkwaliteit is verdere verbetering noodzakelijk, niet alleen voor de gezondheid maar ook voor de woningbouwopgave en stikstofproblematiek.

2.4 Prognoses voor 2030 en gaan we de grenswaarden halen? Figuur 3 toont de verwachte NO₂-concentraties in Den Haag in 2030 (prognose van de landelijke rekentool over de cijfers uit 2023). De berekende jaargemiddelde waarden variëren tussen 10,4 en 30,9 µg/m³, met een stedelijk gemiddelde van 16,1 µg/m³. Deze prognose van de landelijke rekentool geeft aan dat Den Haag in 2030 niet aan de nieuwe Europese grenswaarden voor NO2 van 20 µg/m3 zal voldoen.

Figuur 3: Prognose NO₂ concentraties in 2030 (o.b.v. nieuwe Europese grenswaarden) Bron: gegevens uit CIMLK

Belangrijk om te vermelden is dat in deze prognose de maatregel ZE-zone centrum is meegenomen, maar dat er nog geen rekening is gehouden met nieuwe maatregelen, zoals de uitbreiding van de ZEzone richting de kust.

10

De hoogste concentraties worden verwacht langs drukke wegen, zoals de centrumring en in het stadscentrum. De verwachte tien straten met de hoogst berekende concentraties NO2 in 2030, o.b.v. CIMLK 2024 (cijfers uit 2023) zijn:

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Straat

Centrumring

Neherkade Lekstraat Utrechtsebaan Calandstraat Bezuidenhoutseweg Binckhorstlaan Koninginnegracht Vaillantlaan Mauritskade Rijswijkseweg

ja ja nee ja nee ja nee ja nee nee

Hoogst berekende NO2 concentratie (µg/m³) 30,9 24,9 24,9 24,6 21,9 21,3 21,2 20,9 20,9 20,9

De prognose voor fijnstof (PM10) in 2030 (prognose op basis van de landelijke rekentool over de cijfers uit 2023) is dat de verwachte jaargemiddelde concentraties tussen 13,6 en 18,6 µg/m³ liggen, met een stedelijk gemiddelde van 15,3 µg/m³. Daarmee zal Den Haag in 2030 voldoen aan de nieuwe Europese grenswaarden voor PM₁₀ van 20 µg/m³, maar nog niet aan de WHO-advieswaarden van 15 µg/m³. De verwachte 10 straten met hoogst berekende concentraties PM10 in 2030, o.b.v. CIMLK 2024 (cijfers uit 2023) zijn: Straat 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Neherkade Calandstraat Utrechtsebaan Rijswijkseweg Lekstraat Parallelweg Vaillantlaan Vreeswijkstraat De La Reyweg Laan van Meerdervoort

Centrumrin g ja ja nee nee ja nee ja nee nee nee

Hoogst berekende PM10 concentratie (µg/m³) 18,6 16,9 16,8 16,8 16,6 16,6 16,5 16,3 16,3 16,3

De prognose voor fijnstof (PM₂,₅) in 2030 (prognose op basis van de landelijke rekentool over de cijfers uit 2023) is dat de berekende jaargemiddelde concentraties tussen 6,2 en 8,7 µg/m³ liggen, met een gemiddelde van 7,4 µg/m³. Ook voor PM₂,₅ zal Den Haag in 2030 voldoen aan de nieuwe Europese grenswaarde van 10 µg/m³, maar nog niet aan de WHO-advieswaarden van 5 µg/m³. De verwachte 10 straten met hoogst berekende concentraties PM2,5 in 2030, o.b.v. CIMLK 2024 (cijfers uit 2023) zijn: 11

Straat 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Neherkade Calandstraat Rijswijkseweg Vaillantlaan Parallelweg Kempstraat Utrechtsebaan Ammunitiehaven Lekstraat Jan Hendrikstraat

Centrumring Hoogst berekende PM2,5 concentratie (µg/m³) ja 8,7 ja 8,2 nee 8,1 ja 8,1 nee 8,1 nee 7,9 nee 7,9 nee 7,9 ja 7,9 nee 7,9

Uit de nu beschikbare gegevens blijkt dat we in 2030 waarschijnlijk aanvullende maatregelen nodig hebben om te voldoen aan de nieuwe Europese grenswaarden voor stikstofdioxide. Voor fijnstof (PM₁₀ en PM₂,₅) liggen de concentraties dichter bij de nieuwe grenswaarden, maar ook hier is waakzaamheid geboden. Nu en in 2030 wordt niet voldaan aan de WHO-advieswaarden. Kortom: de huidige prognoses laten zien dat, zonder extra landelijke, provinciale en lokale maatregelen, we voor NO2 de nieuwe Europese grenswaarden voor 2030 niet gaan halen. Voor fijnstof zitten we dicht bij de grenswaarde. De WHO-advieswaarde halen we in 2030 niet voor zowel NO2 als fijnstof. Daarmee komt onze ambitie voor schone gezonde lucht voor iedereen in gevaar.

12

3. Maatregelenpakket 3.1 Lopende maatregelen In het vorige hoofdstuk is beschreven dat Den Haag zich al geruime tijd inzet voor schone lucht in de stad. Ten opzichte van 30 jaar terug is de luchtkwaliteit sterk verbeterd. Om deze trend vast te houden en te zorgen dat de uitstoot niet weer gaat stijgen, is het belangrijk dat de lopende maatregelen die momenteel in uitvoering zijn, worden gecontinueerd. Denk hierbij o.a. aan maatregelen als het verder uitbreiden van het laadnetwerk, de milieuzones diesel personenauto's, bestelauto's, vrachtauto's en autobussen, de zero-emissiezone bestel- en vrachtauto's, ons duurzaam (en schoon) inkoopbeleid, schoon en emissieloos bouwen en de campagnes houtstook. Luchtfilters In gebieden waar de luchtkwaliteit slecht is, kan de kwaliteit van de binnenlucht worden verbeterd met bijvoorbeeld luchtfilters. In de begroting is in het programma Stadsontwikkeling en wonen, geld beschikbaar gesteld voor luchtfilters voor woningen aan de Vaillantlaan. De woningen die in bezit zijn van een corporatie krijgen éénmaal per jaar nieuwe luchtfilters vanuit het onderhoudsprogramma van de corporatie. Voor deze woningen is het dus niet nodig om vanuit de gemeente nieuwe luchtfilters te verzorgen. De gemeente richt zich daarom op de particuliere huiseigenaren voor het laten plaatsen van luchtfilters.

Deze maatregel met luchtfilters is in uitvoering en maakt geen onderdeel uit van dit actieplan luchtkwaliteit. Met de motie Gezonde lucht op school (RIS319325) is specifiek aandacht gevraagd voor de luchtkwaliteit in en rond scholen. Verbetering van luchtkwaliteit rondom scholen vereist een aanpak van de bron van de verontreiniging, zoals verkeerskundige maatregelen. Een effectieve manier om de luchtkwaliteit binnen scholen langs drukke wegen te verbeteren is het aanbrengen van mechanische ventilatie met zowel mechanische aanvoer als afvoer van lucht. Bij nieuwe of gerenoveerde schoolgebouwen is dergelijke ventilatie de standaard. Bij bestaande schoolgebouwen zijn schoolbesturen verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van ventilatie. Schoolbesturen ontvangen hiertoe middelen vanuit het Rijk.

3.2 Raakvlakken met andere opgaven De luchtkwaliteit in Den Haag wordt beïnvloed door vele factoren, zowel lokaal als van buiten de stad. Ook andere beleidsterreinen hebben invloed op de luchtkwaliteit. Een belangrijke factor is het Haagse mobiliteitsbeleid (zoals de door het college vastgestelde Netwerkstrategie 2040 (RIS322420) die in december 2025 is besproken in de raad). Bijvoorbeeld de mobiliteitstransitie, het STOMPprincipe6, de werkagenda Duurzame mobiliteit en het programmaplan Duurzame Stadslogistiek zorgen voor een verschuiving naar andere of schonere mobiliteit. Daarnaast hebben de klimaatopgave, de stikstofaanpak en Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) ook een positieve invloed op de luchtkwaliteit. Deze maken echter geen onderdeel uit van dit actieplan luchtkwaliteit. Maar Den Haag doet dus meer dan in dit actieplan wordt beschreven. In dit

6

STOMP-principe: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service, Privéauto. Met het STOMPordeningsprincipe wordt prioriteit gegeven aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en ov) en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen (zoals de auto).

13

actieplan nemen we alleen die maatregelen op die aansluiten op eerdere luchtkwaliteitsmaatregelen en aanvullend zijn op maatregelen uit andere beleidsterreinen.

3.3 Uitganspunten voor extra maatregelen Dankzij de maatregelen die we de afgelopen jaren hebben genomen, is de lucht in onze stad al gezonder geworden. Echter, om onze ambitie van een schone en gezonde stad waar te maken, zijn extra maatregelen nodig. Daarbij volgen we de aanbevelingen van de GGD. Zij adviseren om vooral de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in de regio aan te pakken: wegverkeer, mobiele werktuigen en houtstook door bewoners. Onze aanvullende maatregelen richten zich daarom vooral op deze bronnen en sluiten aan bij de acties uit de regionale aanpak luchtkwaliteit.

3.3.1 Uitgangspunten Bij het opstellen en uitvoeren van extra maatregelen worden de volgende uitgangspunten meegewogen: 1. Participatie en draagvlak Voordat we extra maatregelen vaststellen en uitvoeren, vinden we het belangrijk om inwoners en ondernemers actief te betrekken. We willen weten wat er leeft, welke zorgen er zijn, en welke ideeën mensen hebben. De participatie zal in meerdere fases plaatsvinden. Als eerste fase is gekeken wat men vindt van het nemen van extra maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiervoor is van 27 oktober tot en met 16 november 2025 een online raadpleging gehouden. In paragraaf 3.5 worden de uitkomsten van deze raadpleging beschreven. Bij nadere besluitvorming over extra maatregelen zal gerichter participatie plaatsvinden. Deze besluitvorming en participatie vindt plaats in een volgende raadsperiode. 2. Focus op de grootste bronnen en meest vervuilende locaties We richten ons op de bronnen waar we als stad zelf invloed op hebben en waar de meeste gezondheidswinst te behalen valt. Dit zijn voor Den Haag: mobiliteit, houtstook en mobiele werktuigen. Bij het bepalen van de extra maatregelen worden ook principes als evenwichtigheid en voorbeeldfunctie meegewogen. En het principe dat iedereen een bijdrage zou moeten leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit.

Daarnaast weegt mee dat de aanpak van deze bronnen ook bijdraagt aan de doelstellingen voor klimaat (vermindering CO2 uitstoot) en de stikstofaanpak. Bronnen van luchtverontreiniging Er zijn verschillende bronnen die zorgen voor luchtverontreinigende stoffen in de lucht. De belangrijkste bronnen van NO2 uitstoot in Den Haag zijn (weg)verkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen. Deze worden weergegeven in figuur 4.

14

NO2 concentratiebijdragen van bronnen in Den Haag (2022) 5%

3% 1%

5% Industrie

6%

Verkeer

6%

Mobiele werktuigen 39% Mobiele werktuigen bouw (SEB)

18%

Luchtvaart & rail Scheepvaart & visserij

1% 7%

9%

Figuur 4: NO2 concentratiebijdragen van bronnen in Den Haag (2022).

Recente publicatie van het CBS7 (en RIVM/Emissieregistratie) geeft aan dat in 2024 landelijk het meeste fijnstof werd uitgestoten door huishoudens, vooral doordat zij hout stoken in kachels en open haarden. Daarna is wegverkeer en scheepvaart de grootste bron. Meest vervuilende locaties Bij het ontwikkelen van nieuwe maatregelen richten we ons in het bijzonder op de locaties waar de luchtkwaliteit het meest onder druk staat. Dit zijn de plekken met de hoogste concentraties van fijnstof (PM₂,₅ en PM₁₀) en stikstofdioxide (NO₂). Uit metingen blijkt dat de hoogste concentraties vooral voorkomen langs de zuidelijke centrumring en op zeer drukke verkeerswegen. Door hier gericht maatregelen te nemen, zoals het stimuleren van schone mobiliteit kunnen we een significante verbetering van de luchtkwaliteit realiseren. Deze aanpak sluit aan bij het principe dat gezondheidswinst het grootst is waar de belasting het hoogst is. 3. Effectiviteit van maatregelen Bij het bepalen van nieuwe maatregelen nemen we de effectiviteit nadrukkelijk mee in de afweging. We kijken daarbij niet alleen naar het directe effect op het terugdringen van luchtverontreiniging, maar ook naar bredere maatschappelijke impact.

Belangrijke aspecten zijn onder andere de mate van directe blootstelling van inwoners (denk aan houtstook en uitstoot van brom- en snorfietsen op fietsers), met speciale aandacht voor gevoelige groepen zoals kinderen en ouderen. Daarnaast beoordelen we in hoeverre maatregelen bijdragen aan gedragsverandering en het stimuleren van duurzame mobiliteit. Ook economische effecten, zowel direct (zoals uitvoeringskosten), als indirect (zoals gezondheidswinst) worden meegewogen. Zo zorgen we voor een integrale aanpak die niet alleen effectief is, maar ook maatschappelijk verantwoord. 4. Stapsgewijze invoering We voeren maatregelen gefaseerd in, zodat inwoners, ondernemers en bezoekers de tijd krijgen om zich aan te passen. Waar nodig passen we de maatregelen tussentijds aan. 7

Uitstoot luchtverontreinigende stoffen lager dan norm voor 2030 | CBS

15

5. Effecten doorstroming De motie Verbeter de lucht op de Vaillantlaan (RIS319326) vraagt om extern en onafhankelijk onderzoek naar de verbetering van de luchtkwaliteit op en rondom de Vaillantlaan. Dit onderzoek, ‘Luchtkwaliteit Vaillantlaan’, is uitgevoerd door advies- en ingenieursbureau DGMR (zie bijlage 2). In dit rapport worden ook verkeersmaatregelen genoemd die van invloed zijn op de doorstroming. Hiermee wordt voor een deel ook antwoord gegeven op de motie Neem verkeersdoorstroming mee (RIS319319), waarin wordt gevraagd om verkeersoplossingen die bijdragen aan een betere luchtkwaliteit op te nemen in het actieplan luchtkwaliteit. Korte termijn verkeersmaatregelen DGMR noemt de volgende korte termijn verkeersmaatregelen op de Vaillantlaan: •

Snelheidsregulering (lagere maximumsnelheid), waarbij DGMR aangeeft dat de effecten voor verbetering van de luchtkwaliteit op een drukke stadsstraat met verkeerslichten, zoals de Vaillantlaan, beperkt is;

•

Optimalisatie van verkeerslichten (“groene golf”);

•

Het verbeteren van de verkeersdoorstroming door het verwijderen van overbodige parkeerplaatsen en het vermijden van ‘bottlenecks’, wat kan bijdragen aan een gelijkmatiger verkeersverloop.

Deze maatregelen kunnen bijdragen bij aan een gelijkmatiger verkeersverloop, maar de door DGMR verwachte impact op de luchtkwaliteit van de Vaillantlaan wordt als laag ingeschat. Lange termijn verkeersmaatregelen Uit het onderzoek van DGMR blijkt dat een structurele verbetering van de luchtkwaliteit op de Vaillantlaan vooral kan worden bereikt door het verminderen van de hoeveelheid autoverkeer op de Vaillantlaan, het “autoluwer” maken van de weg. Om dit te realiseren suggereert DGMR om de openbare ruimte her in te richten, met minder ruimte voor parkeren en meer ruimte voor groen, voetgangers en fietsers. Daarnaast suggereert DGMR te zoeken naar een alternatieve route voor regionaal verkeer. Deze maatregel vereist wel een afgewogen mobiliteitsplan. Daarnaast geeft DGMR aan dat op veel locaties het rechtdoor gaande- en rechtsaf rijdend verkeer voor auto’s gecombineerd is op één rijstrook, en gelijktijdig met fietsers en voetgangers groen krijgen. Daardoor ontstaan er deelconflicten en stagnatie van het verkeer. Een oplossing daarvoor is het aanpassen van de rijstrookindeling, waarbij afslaand verkeer een eigen rijstrook krijgt en gescheiden groenfasen worden toegepast voor auto’s en langzaam verkeer. Dit draagt bij aan een betere verkeersveiligheid voor langzaam verkeer en een betere doorstroming voor lokaal verkeer.

Ondertunneling Ondertunneling van de Vaillantlaan wordt door DGMR als optie toegelicht, maar lijkt in tegenstelling tot het autoluwer maken weinig effectief. Het aandeel lokaal verkeer is met 75–80% zeer hoog en zal op maaiveldniveau blijven rijden om af te kunnen slaan. Daarnaast worden emissies door een tunnel slechts verplaatst en geconcentreerd bij de uitlaatpunten van de tunnelventilatie en de tunnelmonden. Daarmee schat DGMR het netto-effect voor verbetering van de luchtkwaliteit op verwaarloosbaar tot nihil. Er wordt een nader verkeerskundig onderzoek uitgevoerd naar de

16

Neherkade - Vaillantlaan waarin o.a. een tunnel en een onderdoorgang worden onderzocht, waarmee de motie Inzicht ondertunneling Vaillantlaan (RIS319323) kan worden beantwoord. Aanzuigeffect van betere doorstroming DGMR benadrukt dat verbetering van de doorstroming, zowel door kleine maatregelen als door aanleg van een tunnel, kan leiden tot het zogenoemde aanzuigeffect (induced demand). Een betere doorstroming maakt de route aantrekkelijker voor autoverkeer, waardoor het verkeersvolume toeneemt. Dit effect is uitgebreid gedocumenteerd in de wetenschappelijke literatuur89 en kan de milieuwinst volledig tenietdoen. Uiteindelijk keert de stagnatie van autoverkeer weer terug. Hoewel de Vaillantlaan onderdeel is van de Centrumring, wordt de weg voornamelijk gebruikt door verkeer met een herkomst en/of bestemming in de Schilderswijk, Transvaal en RustenburgOostbroek. Dit verkeer maakt veel afslaande bewegingen naar de zijstraten. Wanneer de doorstroming op de Vaillantlaan meer prioriteit krijgt, zullen voertuigen op de zijwegen langer moeten wachten. Dit kan een aanzuigende werking hebben op doorgaand verkeer, waardoor de luchtkwaliteit op de Vaillantlaan niet verbetert en de verkeersafwikkeling in de woonwijken juist verslechtert. Ook bestaat het risico dat de luchtkwaliteit in deze wijken achteruitgaat.

Voorstellen voor verkeersmaatregelen op de Vaillantlaan Naast maatregelen voor de luchtkwaliteit neemt het college een aantal verkeersmaatregelen om de verkeerssituatie op de Vaillantlaan te verbeteren. Het kader voor deze voorstellen vormt de Netwerkstrategie 2040: voor een leefbaar en bereikbaar Den Haag (RIS322420). In de Netwerkstrategie heeft de Vaillantlaan een functie als stedelijke hoofdweg, met een functie voor doorgaand autoverkeer en een maximum snelheid van 50 km/uur. Opwaardering van de weg naar 30 km/uur is daarmee niet aan de orde. Conform de Netwerkstrategie wordt een vermindering van de verkeersbelasting op de Vaillantlaan gezocht in een sterkere functie van de S106 (Prinses Beatrixlaan– Moerweg) voor verkeer met een herkomst of bestemming in Den Haag Zuidwest en de wijken rond de Haagse Markt. Daarnaast wordt gewerkt aan onder andere verkeersmaatregelen ter hoogte van de Vijfsprong, uitbreiding van de netwerkregeling waarin de verkeerslichten zijn gekoppeld en herinrichting van het kruispunt Calandstraat – Van der Kunstraat (RIS321991). 6. Van vrijblijvend naar sturend beleid Gezonde lucht vraagt om krachtig beleid. Den Haag zet in op vier beleidsinstrumenten: -

Communiceren: bewustwording over het belang van schone lucht; Stimuleren: gewenst gedrag aanmoedigen; Faciliteren: bijvoorbeeld via subsidies en laadinfrastructuur; Reguleren: inzet van regelgeving waar nodig.

Hoewel we communiceren, faciliteren en stimuleren heel belangrijk vinden, beseffen we dat dit niet altijd voldoende is. Regulerende maatregelen hebben vaak meer impact en kunnen noodzakelijk zijn om onze doelen te halen. Daar waar vrijblijvende maatregelen onvoldoende opleveren, kiezen we daarom voor een regulerende rol. 7. Publiek-private samenwerking (PPS) 8

Duranton G., et al.: The Fundamental Law of Road Congestion, American Economic Review (2011), 101(6), 2616-52, doi.org/2010.1257/aer.101.6.2616. 9 Goodwin P. et al.: Empirical evidence on induced traffic, Transportation, 1996, 23:1, (1996), 23(1), 35-54, doi.org/10.1007/BF00166218.

17

Het verbeteren van de luchtkwaliteit is een gezamenlijke opgave die vraagt om nauwe samenwerking tussen overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Publiek-private samenwerking (PPS) vormt daarom een belangrijk uitgangspunt bij de uitvoering van veel maatregelen. Veel initiatieven, zoals zero-emissiezones, deelmobiliteit (fietsen, scooters, auto’s), duurzame bouwlogistiek, schoon woon-werkverkeer en slimme verkeerssystemen, worden in PPS-verband opgepakt. Deze integrale aanpak vergroot niet alleen de impact op luchtkwaliteit, maar creëert ook economische kansen en draagvlak in de stad. In dit actieplan werken we niet afzonderlijk nieuwe PPS-projecten uit, omdat deze samenwerking al stevig verankerd is in andere programma’s, zoals duurzame stadslogistiek en mobiliteitsbeleid. Wel sluiten de maatregelen in dit plan hierop aan en profiteren we van de resultaten van deze gezamenlijke inspanningen, die indirect bijdragen aan een betere luchtkwaliteit. 8. Lobby Het grootste deel van de luchtverontreiniging in Den Haag komt van buiten de stad. Daarom zijn regionale, landelijke en internationale maatregelen essentieel om de luchtkwaliteit te verbeteren. De gemeente blijft hier actief op inzetten door in regionale samenwerkingsverbanden en landelijke lobby structureel aandacht te vragen voor bronaanpak en strengere emissie-eisen op landelijk en Europees niveau.

Samen met andere gemeenten en partners dringen we aan op maatregelen zoals schonere voertuigen, verduurzaming van mobiliteit en aanscherping van Europese emissie-eisen. Zo zorgen we dat Den Haag niet alleen lokaal, maar ook via invloed op hogere schaalniveaus bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit.

3.3.2 Randvoorwaarden Bij het ontwikkelen van maatregelen houden we rekening met belangrijke randvoorwaarden. Twee cruciale aspecten zijn impact op de maatschappij en handhaafbaarheid. Sommige maatregelen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor inwoners, bedrijven of maatschappelijke processen. Ook moet duidelijk zijn of een maatregel praktisch uitvoerbaar en handhaafbaar is. Voor maatregelen waarbij deze randvoorwaarden een rol spelen, is het noodzakelijk om dit vooraf goed te onderzoeken en mee te nemen in de afweging, zoals bijvoorbeeld middels een MKB-toets, een MKBA-toets of een handhavingsplan. Bij hoge impact op de maatschappij zullen er wellicht ook ondersteunende maatregelen genomen worden, zoals een subsidie voor de sloop van oude voertuigen. Zo zorgen we voor een realistische en gedragen aanpak.

3.4 Inventarisatie van mogelijke extra maatregelen Als we onze doelstelling en de nieuwe luchtkwaliteitsgrenswaarden willen halen, is het noodzakelijk om extra maatregelen te nemen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Deze inventarisatie omvat maatregelen die aansluiten op eerdere luchtkwaliteitsmaatregelen en zijn aanvullend op maatregelen uit andere beleidsterreinen. Deze maatregelen dragen zoveel mogelijk direct bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit in Den Haag of aan het verminderen van de directe blootstelling. Ook kijken we naar gevoelige groepen en bevordering van de bewustwording. Dit levert de volgende mogelijke extra maatregelen op: 1. harmonisering milieuzone diesel personenauto’s; 2. uitbreiden grenzen milieuzone diesel personenauto’s; 18

3. milieueisen voor nieuwe parkeervergunningen; 4. stapsgewijs naar uitstootvrije brom- en snorfietsen in heel Den Haag; 5. uitbreiden zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s; 6. zero-emissiezone invoeren voor andere voertuigtypen; 7. demontageregeling voor oude voertuigen; 8. uitbreiden houtstook informatiecampagne; 9. uitzondering voor sfeervuren schrappen uit APV; 10. verbod op houtstook bij code rood onderzoeken; 11. uitfaseren vervuilende dieselaggregaten; 12. milieuzone op het water; 13. voorlichting luchtverontreiniging en burgerwetenschap inzetten, d.m.v. citizen science; 14. richtlijn opstellen voor gevoelige bestemmingen. Dit is een opsomming van mogelijke extra maatregelen die hieronder nader worden omschreven. Deze lijst is nog in willekeurige volgorde en omvat nog geen keuzes. In hoofdstuk vier wordt pas een nadere keuze en prioritering gemaakt.

3.4.1 Mobiliteit Om de lucht in Den Haag écht schoon en gezond te krijgen, moeten de emissies van alle vormen van verkeer verder omlaag. Het vervoer wordt ook zonder maatregelen steeds schoner. Hoewel eerdere maatregelen al hebben geleid tot een aanzienlijke daling van de uitstoot, is dat nog niet voldoende om onze doelen te bereiken. Voor elk segment van vervoer geldt dat de verschoning verder zal moeten worden versneld. Dit draagt ook bij aan de verlaging van de CO2 uitstoot en de stikstofaanpak. Met betrekking tot mobiliteit zijn de volgende maatregelen geïnventariseerd: 1. Harmonisering toelatingseis huidige milieuzone diesel personenauto’s in het centrum Met ingang van 1 januari 2026 geldt voor diesel personenauto’s in de Scheveningse Haven een toelatingseis van emissieklasse 5 (blauwe milieuzone). Deze voorwaarden gelden ook in Amsterdam en Utrecht. In het centrum van Den Haag geldt echter nog de toelatingseis voor diesel personenauto’s van emissieklasse 4 (groene milieuzone). Door de milieuzone in het centrum aan te passen naar de blauwe zone treedt harmonisatie op. Daarnaast zorgt dit ervoor dat, naast de ondernemers die moeten voldoen aan de ZE-zone, ook particulieren een extra bijdrage leveren aan schone lucht. Voor deze maatregel is een verkeersbesluit nodig en dit zou bijvoorbeeld vanaf 2027 kunnen worden ingevoerd.

Er staan momenteel (2025) 1.593 diesel personenauto’s met emissieklasse 4 geregistreerd in Den Haag. Dat is 0,7% van alle personenauto’s (217.459). Van deze 1.593 diesel personenauto’s staan er 239 geregistreerd in de Milieuzone Centrum.

19

Op een later moment in de toekomst zou deze toelatingseis ook nog kunnen worden aangescherpt naar emissieklasse 6 of volledig uitstootvrij. Ook is een mogelijke vervolgstap om het restrictiebeleid in de milieuzone uit te breiden naar voertuigen die rijden op andere brandstoftypen, zoals benzine. Omdat deze aanscherpingen op dit moment juridisch nog niet mogelijk zijn, wordt hier niet verder op ingegaan.

2. Stapsgewijze uitbreiden grenzen milieuzone diesel personenauto’s Vergroting van de milieuzone is een logische volgende stap richting een uitstootvrije stad. De milieuzone voor diesel personenauto’s kan stapsgewijs worden uitgebreid. Bijvoorbeeld door eerst de milieuzone personenauto's geografisch uit te breiden naar de kuststrook (zelfde omvang als ZEzone bestel- en vrachtauto's). Verder zou de milieuzone voor personenauto’s kunnen worden uitgebreid naar de gemeentegrenzen van Den Haag.

3. Milieueisen voor nieuwe parkeervergunningen Het is mogelijk om, net als in Amsterdam, milieueisen (zoals bijvoorbeeld minimaal emissieklasse 5 voor diesel personenauto’s en emissieklasse 4 voor benzine personenauto’s) op te nemen bij de aanvragen voor nieuwe parkeervergunningen. Deze eisen gelden niet voor bestaande vergunningen of gebieden waar geen betaald parkeren is. Hier gaan we verder onderzoek naar doen. We kijken daarbij welke milieueis wenselijk en realistisch is, welke aanpassingen er aan het parkeervergunningensysteem nodig zijn, vanaf welk moment dit ingevoerd kan worden en wat de voorwaarden en eventuele uitzonderingen moeten zijn.

4. Stapsgewijs naar uitstootvrije brom- en snorfietsen in heel Den Haag Een belangrijke maatregel is het stapsgewijs toewerken naar uitstootvrije brom- en snorfietsen bijvoorbeeld in 2030. Omdat het een grote doelgroep betreft, gaat de invoering bij voorkeur, net als andere steden, met een tussenstap. Voor de huidige milieuzone geldt dat een brom- of snorfiets van vóór 1 januari 2011 niet in Den Haag mag rijden. Een mogelijke logische tussenstap kan zijn dat bijvoorbeeld vanaf 2028 brom- en snorfietsen met een DET (Datum Eerste Toelating) tot 1 januari 2018 Den Haag niet meer mogen inrijden. Deze maatregel is al in Amsterdam en Utrecht ingevoerd. Dit zou dan 18.971 brom- en snorfietsen (RDW, 2025) (waarvan 6452 al nu niet in Den Haag mogen rijden) treffen. Dat is 55% van het totaal aantal brom- en snorfietsen in Den Haag. Een volgende stap kan dan zijn dat bijvoorbeeld vanaf 2030 alleen nog uitstootvrije brom- en snorfietsen zijn toegelaten in Den Haag, dan zou dat ruim 16.000 geregistreerde brom- en snorfietsen (RDW, 2025) treffen. Wel moet aangegeven worden dat het verloop bij brom- en snorfietsen hoog is.

5. Zuidelijke centrumring of Vaillantlaan toevoegen aan zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s Uit de jaarlijkse monitoring en andere onderzoeken blijkt dat langs drukke wegen zoals de Vaillantlaan en rond het centrum de luchtkwaliteit het slechtst is. In meerdere moties is aandacht gevraagd voor nader onderzoek. De motie Verbeter de lucht op de Vaillantlaan (RIS319326) vraagt om extern en onafhankelijk onderzoek naar de verbetering van de luchtkwaliteit op en rondom de Vaillantlaan. Dit onderzoek ‘Luchtkwaliteit Vaillantlaan’ is uitgevoerd door advies- en ingenieursbureau DGMR (zie bijlage 2). 20

Uit dit onderzoek volgt dat een uitbreiding van de zero-emissiezone bestel- en vrachtauto’s naar de zuidelijke centrumring of de Vaillantlaan het meeste effect zal hebben op de luchtkwaliteit van de langs liggende buurten. Hiervoor is nader onderzoek nodig naar de ligging van de grenzen, de effecten op de luchtkwaliteit en de economische haalbaarheid van een uitbreiding van de zeroemissiezone voor het centrum. Op basis van deze onderzoeken kan pas een besluit worden genomen of deze maatregel wordt doorgezet. Om dit te realiseren moet dit twee jaar voor de invoeringsdatum worden besloten, zoals afgesproken in de Uitvoeringsagenda Zero-emissiezones bestel- en vrachtauto’s.

6. Zero-emissiezone invoeren voor andere voertuigtypen In de toekomst is het toewerken naar het invoeren van de zero-emissiezone voor andere voertuigtypen de volgende logische stap. Deze uitbreiding kan een grote bijdrage leveren aan het terugdringen van uitlaatemissies van stikstofoxide en fijnstof. Landelijk wordt gewerkt aan het toevoegen van taxi’s en touringcars aan de bestaande zero-emissiezones. Dit kan echter pas worden ingevoerd zodra het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) is aangepast. Den Haag heeft in 2022 met het Afsprakenkader Emissieloos Taxivervoer besloten om tot invoering van de ZE-zone voor taxi’s over te gaan en had besloten deze in 2025 in te voeren (RIS311807), maar gegeven dat de aanpassing van het RVV nog niet is doorgevoerd kan dit nog niet worden ingevoerd. Ook heeft Den Haag voor touringcars met het afsprakenkader Emissieloos Touringcarvervoer (RIS316902) afspraken gemaakt over invoering van een ZE-zone voor touringcars. 7. Demontageregeling voor oude voertuigen Flankerende maatregelen zoals een demontageregeling voor oude, sterk vervuilende voertuigen kunnen nodig zijn ter ondersteuning van andere maatregelen, zoals een ZE-zone voor brom- en snorfietsen of het uitbreiden van milieuzones en zero-emissiezones, als deze een te grote impact op de stad zouden hebben.

Mocht uit onderzoek blijken dat extra ondersteuning noodzakelijk is, dan geldt een subsidieregeling voor het vrijwillig slopen van oudere, vervuilende voertuigen als een van de meest effectieve opties om de overgang te versoepelen en de luchtkwaliteit te verbeteren.

3.4.2 Houtstook Recente publicatie van het CBS10 (en RIVM/Emissieregistratie) geeft aan dat in 2024 landelijk de meeste fijnstof werd uitgestoten door huishoudens, vooral doordat zij hout stoken in kachels en open haarden. In 2005 was vervoer nog de grootste bron, maar door Europese emissie-eisen aan nieuwe auto’s, zoals roetfilters, daalde de uitstoot door vervoer aanzienlijk, waardoor houtstook nu de grootste bron van uitstoot van fijnstof is. Naast de lange termijn gezondheidsrisico’s die hiermee gepaard gaan, veroorzaakt houtstook ook directe overlast voor de naaste omgeving. Bij een houtvuur ontstaat er rook. In die rook zit fijnstof die ongezond is voor de stoker zelf en anderen in de omgeving. Mensen kunnen daarvan astma, COPD, chronische bronchitis en longkanker krijgen. Daarnaast kan fijnstof ook hart- en vaatziekten veroorzaken of erger maken. Houtrook is ongezond voor iedereen. Ook bij kleine hoeveelheden houtrook kunnen mensen klachten krijgen. Daarom is het van groot belang om het gebruik van houtkachels en open haarden zoveel mogelijk te ontmoedigen. 10

Te vinden op: Uitstoot luchtverontreinigende stoffen lager dan norm voor 2030 | CBS

21

In Den Haag is de motie Geen verbod op houtstook (RIS319316) aangenomen, waarin het college wordt verzocht om geen verbod op houtstook in het actieplan luchtkwaliteit op te nemen. Daarom wordt in deze inventarisatie geen algeheel houtstookverbod opgenomen. Er worden hier maatregelen beschreven die gericht zijn op het zoveel mogelijk beperken van houtstook, om bewustwording te vergroten en overlast te verminderen.

8. Continueren en uitbreiden Houtstook informatiecampagne De informatiecampagne omtrent houtstook kan worden gecontinueerd en uitgebreid om houtstook verder te ontmoedigen. Hierbij wordt de focus gelegd op niet stoken. Ook kan er extra focus worden gelegd op de adviezen van de stookwijzer en het stookalert, bijvoorbeeld door te adviseren om niet te stoken tijdens code rood momenten.

9. Uitzondering voor sfeervuren schrappen uit APV In Den Haag is het verbod op stoken van vuur in de openbare ruimte geregeld in artikel 5:34 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hiervoor geldt echter een uitzondering voor sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven. In navolging van Utrecht kan nader onderzoek worden gedaan naar het verwijderen van deze uitzondering uit de APV. De genoemde motie ging echter specifiek in op dit onderwerp. Daarom zal hier nu geen verder onderzoek naar worden gedaan.

10. Verbod op houtstook bij code rood onderzoeken Een maatregel voor het ontmoedigen van houtstook is het verbieden van het branden van open haarden en houtkachels als de Stookwijzer code rood aangeeft. Code rood wordt door het RIVM afgegeven als er een hoog risico is dat houtrook de luchtkwaliteit zwaar verslechtert. Hiervoor is nader onderzoek nodig, waarbij de benodigde randvoorwaarden, de juridische houdbaarheid en het aspect handhaving minimaal moeten worden meegenomen. Ook de ervaringen en ontwikkelingen in de steden zoals Amersfoort, Utrecht, Eindhoven en Arnhem moeten worden meegenomen.

3.4.3 Mobiele werktuigen Den Haag heeft het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend (RIS316901) op koploperniveau. Het convenant loopt tot 2030 en het wordt jaarlijks aangescherpt. De periodiek strengere eisen zullen in de uitvragen van de gemeente geïmplementeerd moeten worden. Hiermee wordt toegewerkt naar zero emissie NRMM (Non-Road Mobile Machinery) bouw.

11. Uitfaseren vervuilende dieselaggregaten Een mogelijke extra maatregel is het uitfaseren van de inzet van (vervuilende) dieselaggregaten binnen de bebouwde kom voor bouw, evenementen en ambulante handel. Hiervoor is eerst nader onderzoek nodig. Bij dit onderzoek moet ook gekeken worden naar ervaringen in andere steden en of er flankerende maatregelen nodig zijn. 22

3.4.4 Overige acties 12. Milieuzone op het water In de Nota Binnenwater 2026-2035 Varen in Den Haag (RIS 323763) staan maatregelen waarmee stappen worden gezet op de weg naar uitstootvrij varen. De komende jaren zal worden bepaald of het nodig is om meer te doen. Hiervoor zal een onderzoek worden gestart naar de mogelijkheden en wenselijkheid van een milieuzone op het water in de binnenstad van Den Haag.

13. Inzetten van bewustwording en burgerwetenschap d.m.v. citizen science Een van de verplichte maatregelen in het SLA richt zich op het thema Citizen Science en Participatie. Globe Nederland heeft in opdracht van het SLA het project ‘Scholieren meten luchtkwaliteit’ ontwikkeld. Dit project biedt een kant-en-klare invulling voor het SLA-thema Citizen Science en Participatie. Het doel van het project is om participatie te bevorderen door scholieren te betrekken bij onderzoek naar luchtkwaliteit. Tegelijkertijd maken de leerlingen kennis met innovatieve technologie en leren zij meer over luchtkwaliteit en de effecten van menselijk gedrag hierop. In schooljaar 2025/2026 doen zes Haagse middelbare scholen mee met dit project. In veel steden zijn al groepen bewoners actief die samen metingen doen van milieufactoren als luchtkwaliteit, geluid en waterkwaliteit. Dergelijke meetgemeenschappen leveren vaak interessante inzichten en resultaten op. Den Haag is in 2023 met de Provincie Zuid-Holland en GovTechNL de pilot Urban Sensing Lab (USL) gestart. In de pilot worden een reeks bijeenkomsten voor inwoners georganiseerd als aanzet tot een Haagse meetgemeenschap. In 2024 is een vervolgpilot gestart om de groep die tijdens USL ontstaan is uit te breiden, deze pilot is tot op heden nog actief.

In 2025 is een bewonersinitiatief gestart voor het meten van fijnstof in de Schilderswijk en in het gebied van de uitbreiding van de ZE-zone naar de kust.

14. Richtlijn gevoelige bestemmingen In de regionale aanpak luchtkwaliteit is met de GGD gewerkt aan beleid voor gevoelige bestemmingen. Dat houdt in dat nieuwe locaties waar gevoelige groepen lang verblijven, niet worden gerealiseerd op plekken met grote luchtvervuiling (langs drukke wegen). Locaties waar het in eerste instantie om zal gaan zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings- en verpleegtehuizen. Hiervoor is een wijziging nodig van het omgevingsplan. Voorwaarde voor deze maatregel is dat de wijziging van het omgevingsplan mogelijk is en dat de impact acceptabel is.

3.5 Uitkomsten participatie In lijn met de motie Geen actieplan zonder participatie (RIS319315) is gekozen voor een gefaseerde aanpak van participatie. In het najaar van 2025 is als eerste fase een online inwonersraadpleging gehouden. Het doel hiervan was om actief de wensen, zorgen en ideeën van inwoners en ondernemers op te halen over luchtkwaliteit in Den Haag en mogelijke maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het inhoudelijke onderdeel van de inwonersraadpleging was een keuzetaak, die de situatie van de gemeente nabootst. Deze keuzetaak is opgesteld volgens de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) 23

methode. Bij deze methode zien deelnemers mogelijke maatregelen die de gemeente kan nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze lijst was opgesteld op basis van het overzicht in paragraaf 3.4. Ook zien deelnemers de relevante beperkingen en/of verplichtingen, in dit geval een doel dat moet worden gehaald voor schonere lucht. Welke keuzes maken inwoners en ondernemers als zij in de stoel van beleidsmakers zitten? Ook krijgen deelnemers de mogelijkheid om hun keuzes uit te leggen en te nuanceren. Dit levert waardevolle inzichten op over voorkeuren, gedeelde waarden, en de achterliggende zorgen bij inwoners. Het belang van de gemeente hierbij is om beleid te maken dat maatschappelijk gedragen wordt en effectief bijdraagt aan gezondheid en leefbaarheid. Inwoners konden meedoen aan de online raadpleging over een periode van drie weken van 27 oktober tot en met 16 november 2025. Aan het hoofdonderzoek hebben in totaal 1.218 inwoners deelgenomen. Sommigen (543) deden mee op basis van een brief die de gemeente heeft verstuurd aan 12.000 willekeurige huishoudens. Hiermee is een gecontroleerde steekproef ontstaan met resultaten die representatief zijn voor de gemeente Den Haag op de kenmerken leeftijd, gender en opleiding. De overige deelnemers (675) namen deel op basis van communicatie via social media en straatgesprekken.

Naast het hoofdonderzoek is er een kleinschalig tweede onderzoek uitgevoerd. In het hoofdonderzoek werden deelnemers namelijk verplicht om een minimaal aantal maatregelen te kiezen. Om het effect van de verplichting te toetsen, is een kleinschalig onderzoek uitgevoerd met 237 deelnemers die dezelfde vragen kregen maar niet verplicht werden om maatregelen te kiezen. Ook zonder deze verplichting, vindt 86% van de deelnemers dat de gemeente genoeg maatregelen moet nemen om aan het doel te voldoen. Dit laat zien dat de verplichting van de keuzetaak de uitkomsten van de raadpleging niet significant beïnvloedde. Voor een volledige beschrijving van de raadpleging, de methode en de resultaten wordt verwezen naar het onderzoeksverslag in bijlage 3 (‘Resultaten van een onderzoek onder inwoners over het verbeteren van de luchtkwaliteit in Den Haag’ door Populytics). Uit de raadpleging komen duidelijke patronen naar voren in de zorgen, voorkeuren en verwachtingen van inwoners en ondernemers ten aanzien van luchtkwaliteit en het verbeteren ervan. De uitkomsten zijn samengevat in de volgende acht conclusies: 1. Deelnemers maken zich vaker wel zorgen over luchtkwaliteit, dan niet. Namelijk 42% van de deelnemers aan het representatieve onderzoek zei zich (heel) veel zorgen te maken hoe schoon de lucht is in Den Haag. 17% zei zich hier (heel) weinig zorgen over te maken.

Ondanks verschillen in mate van zorgen delen inwoners opvallend veel voorkeuren in de prioritering van maatregelen. 2. De drie meest geprioriteerde maatregelen zijn: (1) geen nieuwe parkeervergunningen voor oudere dieselauto’s, (2) het vergroten van de milieuzone voor dieselauto’s en (3) strengere regels voor brom- en snorfietsen. 3. Deze drie maatregelen krijgen hoge prioriteit van deelnemers, ongeacht geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en of iemand inwoner of ondernemer is. 4. Op basis van ambitie en voorkeuren voor maatregelen, kunnen we vier groepen deelnemers onderscheiden, namelijk: (1) lichte inzet op alle maatregelen, (2) sterke inzet op alle maatregelen, behalve de maatregelen tegen houtstook, (3) lichte inzet op alle maatregelen, en sterke inzet op de maatregelen tegen houtstook, (4) sterke inzet op alle maatregelen. 5. Ook wanneer deelnemers niet verplicht waren maatregelen te kiezen, adviseren inwoners om maatregelen te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Een ruime meerderheid van de deelnemers adviseert om op 7 van de 8 maatregelen in te zetten. Alleen het ontmoedigen of 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16630921/1