RIS324752 Resultaten analyse 3-30-300-regel
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/11012540 RIS324752 Contactpersoon
Martin van den Hoorn Ralph Pitlo Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer Datum
14070
11 maart 2026
E-mailadres
Onderwerp
martin.vandenhoorn@denhaag.nl ralph.pitlo@denhaag.nl
Resultaten analyse 3-30-300-regel
Geachte voorzitter, Met deze brief informeer ik uw commissie over de werkwijze en resultaten van de eerste analyse van de 3-30-300-regel in Den Haag. De resultaten zijn als bijlages aan deze brief toegevoegd en tevens ontsloten door middel van een online dashboard dat via de volgende link te benaderen is: https://experience.arcgis.com/experience/0f278d6765814f1d9f8bbe45fa4236a9. Het dashboard is een dynamische website. Het wordt komende tijd verder verbeterd en is op termijn via kaartendenhaag.nl te vinden. Inleiding Als uitgangspunt voor een leefbare stad, heeft prof. dr. Cecil Konijnendijk in 2021 de 3-30-300-regel geïntroduceerd en deze in 2022 wetenschappelijk onderbouwd (Konijnendijk, 2022). De regel houdt in, dat vanuit het pand waarin iemand verblijft 3 goed ontwikkelde bomen te zien moeten zijn, de buurt waar het pand staat een boomkroonbedekking van minimaal 30% heeft en het pand zich bevindt op 300 m van een hoogwaardige groenzone met een oppervlak van minimaal 0,5 ha. De 3-30-300regel is een richtinggevende norm voor leefkwaliteit in een stad, maar geen absoluut gegeven. Konijnendijk geeft zelf bijvoorbeeld bij het getal 3 het volgende aan: “The specific number ‘3’ is not supported by scientific evidence but was chosen to connect with the numbers 30 and 300 from a communication and ‘stickiness’ perspective”.
Na de introductie van deze richtinggevende norm, zijn tal van initiatieven ontplooid en publicaties geweest over hoe de drie onderdelen van de 3-30-300-regel het beste te bepalen zijn. Voor het college is het vooral belangrijk, dat de wijze van het bepalen van de onderdelen van de 3-30-300-regel transparant, herleidbaar en reproduceerbaar is, (zoveel mogelijk) kan worden verkregen uit eigen ingewonnen data en duidelijk prioritaire gebieden in de stad aanduidt. De gemeente ontvangt met regelmaat ook analyses van commerciële partijen. De door hen gepresenteerde data is veelal afkomstig van door AI gegenereerde analyses op basis van open data en wijken soms fors af van de gemeentelijke data. Door met eigen data en stadskennis de analyse uit te voeren, wordt er een goede grip gehouden op de gebruikte data en uitgangspunten.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11012540
Het college ziet zich in de door haar gekozen methodiek gesterkt door een wetenschappelijke publicatie uit 2024 (Browning et al., 2024) die per onderdeel van de 3-30-300-regel verschillende methodieken onderling vergelijkt. Aanvullend op de 3-30-300-regel, heeft Den Haag de 750 mcomponent toegevoegd. Deze component is geïntroduceerd in de Nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen (RIS317835) en opgenomen in de Visie ruimte voor Groen en Water (RIS322885). Voor deze norm is onderzocht welke panden op minder dan 750 m afstand van de entree van een groot groengebied liggen. Drie bomen vanuit elk pand Om te bepalen in hoeverre een pand voldoet aan het uitganspunt dat vanuit dat pand 3 bomen zichtbaar moeten zijn, heeft het college gebruik gemaakt van het databestand met geregistreerde stadsbomen. Als uitgangspunt is genomen dat wanneer een boom op 20 m of minder vanaf een pand staat, deze vanuit het pand zichtbaar is. Om elke in Den Haag geregistreerde stadsboom is in een GISanalyse een buffer van 20 m getrokken. Vervolgens zijn uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) alle panden geselecteerd met een verblijfsfunctie. Van deze geselecteerde panden is per pand bepaald hoe vaak ze geheel of gedeeltelijk binnen de buffer van 20 m vallen.
Vervolgens zijn de panden in de volgende drie klassen ingedeeld: 0 bomen op minimaal 20 m afstand, 1-2 bomen op minimaal 20 m afstand en 3 of meer bomen op minimaal 20 m afstand. De gevolgde werkwijze geeft een goed beeld van de bomendichtheid in de stad, maar is, omdat er slechts gerekend is met geregistreerde stadsbomen, nog wel een onderschatting. Bomen in (achter)tuinen, houtwallen en groengebieden zijn (grotendeels) niet meegeteld. Als gevolg hiervan, krijgen panden die in of vlakbij groengebieden liggen en waar de gemeente geen beheer uitvoert – zoals bijvoorbeeld park Sorghvliet – nu nog een te lage score. Dit geldt ook voor panden die aan een boomarme straat gelegen zijn, maar wel uitzicht hebben op boomrijke achtertuinen. Aangezien de gevolgde methode al een duidelijke kaart oplevert, is vanuit het oogpunt van transparantie, herleidbaarheid en reproduceerbaarheid er voorlopig voor gekozen om dit niet verder te corrigeren. Opgemerkt wordt, dat in de oorspronkelijke publicatie van Konijnendijk er wordt gesproken over “well-established trees”. Hier is binnen de analyse voor nu ook geen onderscheid in gemaakt. Elke geregistreerde stadsboom is meegeteld.
Een boomkroonoppervlak van minimaal 30 % Zoals opgenomen in de Nota Stadsbomen (RIS307827), werkt het college aan een betrouwbare en goed reproduceerbare methode voor het bepalen van het boomkroonoppervlak voor de gehele stad. Deze methode maakt gebruik van de meetgegevens van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) en geeft een zeer goed beeld van het boomkroonoppervlak per buurt. Alhoewel Konijnendijk aangeeft dat “Based on current research….. a 30% canopy cover should be a minimum, and cities should strive for even higher canopy percentage when possible”, lijkt een boomkroonvolume van 30% voor elke buurt van een stad moeilijk haalbaar. In Den Haag wordt een dergelijk percentage alleen gehaald in die wijken waar zich ook een groot groengebied bevindt. De buurten zijn daarom ingedeeld in de volgende vier klassen van boomkroonoppervlak: < 10 % 10-19%, 20-29% > 30%.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11012540
Een parkje binnen 300 m Om te bepalen welke panden er binnen 300 m van een parkje liggen, zijn alle openbaar toegankelijke groenzones van minimaal 0,5 ha in kaart gebracht en is er om alle entrees een buffer van 300 m heen gelegd. Er is geen rekening gehouden met een eventuele looproute vanaf de voordeur. Dit is in de praktijk niet altijd eenduidig te berekenen en ook niet heel relevant. Konijnendijk geeft in zijn originele publicatie aan dat het gaat om “approximately a 5-min walk or so, from their home”. In de analyse van de groenzones zijn alle groenzones die maar enigszins kwalificeren als “public green space” meegenomen. In de praktijk betekent dit, dat ze niet allemaal reeds kwalificeren als groenzone met hoogwaardig groen of verblijfskwaliteit, maar dat de potentie er wel is en, met het plaatsen van bijvoorbeeld enkele bankjes en/of bomen, deze groenzones relatief eenvoudig in gebruikswaarde kunnen stijgen. Een groot groengebied binnen 750 m Aanvullend op de 3-30-300-regel, heeft het college de analyse uitgevoerd in hoeverre een pand binnen 750 m van de entree van een groot groengebied ligt. Een groot groengebied wordt gedefinieerd als een groengebied van circa 20 ha of groter. In de analyse is ook het strand ter hoogte van Scheveningen meegenomen. Dit is weliswaar geen groengebied in strikte zin, maar wel een plek van ontspanning en ontmoeting in de natuur.
Vervolg Met de hier gepresenteerde resultaten, geeft het college een onderbouwde analyse wanneer het gaat om huidige stand van zaken van de 3-30-300-regel. We zien het ook als “work in progress”. Binnen de werkzaamheden voor het Thematisch Omgevingsprogramma Groen Blauw, worden de komende twee jaar verdere stappen gezet om de kaarten en analyses te verbeteren. Zo wordt onderzocht of aan de hand van de analyses van het boomkroonoppervlak ook de niet geregistreerde stadsbomen aan het ‘3onderdeel’ kunnen worden toegevoegd. Tegelijkertijd onderzoeken we welke concrete acties mogelijk zijn om de stad voor de 3-30-300-750 te verbeteren. Dit kan op meerdere manieren. Bijvoorbeeld door het toevoegen van oppervlakte groen in de stad, het uitvoeren van het actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken, en door het opwaarderen als verblijfplek van bestaande groenzones. Met vriendelijke groet, de wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
3/3