RIS324738 Huisbezoeken aan vreedzame demonstranten
Tekst van het document
RIS324738 Schriftelijke vragen – Huisbezoeken aan vreedzame demonstranten Indiener: Fatima Faïd, Haagse Stadspartij Datum: 18 februari 2026 Naar aanleiding van berichtgeving over een medewerker van Amnesty International die na deelname aan een vreedzaam, aangemeld protest in Den Haag thuis is bezocht door de politie in het kader van een zogenoemd CTER-huisbezoek, stelt raadslid Fatima Faïd (Haagse Stadspartij) overeenkomstig artikel 32 van het Reglement van orde de volgende vragen: 1. Deelt het college de opvatting dat deelname aan een vreedzame, aangemelde demonstratie nooit op zichzelf aanleiding mag zijn voor een huisbezoek of registratie in het kader van terrorisme, extremisme en radicalisering? Zo nee, waarom niet? 2. Hoe vaak zijn in 2024 en 2025 in Den Haag demonstranten na afloop van een vreedzaam protest thuis bezocht door de politie en in hoeveel van die gevallen ging het om CTER-registraties? 3. Kan het college daarnaast aangeven hoe vaak de politie Den Haag en/of de burgemeester van Den Haag opdracht heeft gegeven tot het thuis opzoeken van een demonstrant, ook wanneer het feitelijke huisbezoek is uitgevoerd door agenten uit een andere eenheid of regio? 4.
Onderkent het college dat huisbezoeken in de privésfeer, zeker wanneer deze plaatsvinden in een CTER-context, een intimiderend en afschrikwekkend chilling effect kunnen hebben op het uitoefenen van het demonstratierecht? Hoe weegt het college dit risico in relatie tot de verantwoordelijkheid van de burgemeester als bevoegd gezag bij demonstraties? 5. Welke concrete criteria worden gehanteerd om over te gaan tot een CTERhuisbezoek en/of registratie na deelname aan een protest? Wordt daarbij expliciet getoetst aan noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit? 6. Wie maakt de afweging om over te gaan tot een CTER-huisbezoek of -registratie (welk team, welke functionaris of welke gezagsdrager binnen de politie is hiertoe bevoegd)? In hoeverre is het Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI) hierbij betrokken? In hoeverre wordt de burgemeester als bevoegd gezag bij demonstraties geïnformeerd over, dan wel betrokken bij, deze afwegingen en besluiten? 7. Worden bij dergelijke registraties gegevens vastgelegd over politieke opvattingen, deelname aan demonstraties, werkgevers of gezinssituatie? Acht het college dit
verenigbaar met het recht op privacy en de bescherming van bijzondere persoonsgegevens? 8. Kan het college inzichtelijk maken hoeveel CTER-registraties in Den Haag betrekking hebben op personen tegen wie géén concrete verdenking van een strafbaar feit bestond? 9. Op welke wijze worden inwoners geïnformeerd over het feit dat zij zijn opgenomen in een CTER-registratie? Wordt dit actief gemeld of uitsluitend na een inzageverzoek? 10. Deelt het college de zorg dat effectieve rechtsbescherming onder druk staat wanneer betrokkenen geen volledig inzicht krijgen in hun registratie? Welke stappen worden gezet om transparantie en controle te verbeteren, mede in het licht van signalen van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Nationale Ombudsman? 11. In hoeverre is de burgemeester als bevoegd gezag op de hoogte van deze praktijk, en welke afspraken bestaan er tussen gemeente en politie over de omgang met vreedzame demonstranten na afloop van een protest? 12. Is het college bereid met de politie in gesprek te gaan om te waarborgen dat deelname aan een vreedzame demonstratie, zonder concrete dreiging of het plegen van een strafbaar feit, niet kan leiden tot een huisbezoek of CTERregistratie? 13.
Is het college bereid zich actief uit te spreken voor maximale bescherming van het demonstratierecht en tegen onnodige surveillance van vreedzame demonstranten in Den Haag? Fatima Faïd Haagse Stadspartij