CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324732 Ervaringen met CO2-Beprijzing

Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Bestuur

DSB/10974733 RIS324732 Contactpersoon

Jody Milder Dienst

Dienst Stadsbeheer Afdeling

DSB BAS Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

24 februari 2026

jody.milder@denhaag.nl

Onderwerp

Ervaringen met CO2-Beprijzing

Geachte voorzitter, In de commissie Leefomgeving van 4 juli 2024 heeft het college de toezegging gedaan (toezegging 538) om na de zomer de uitkomsten van pilots CO2-beprijzing terug te koppelen. Het doel van CO2-beprijzing is het voorkomen van klimaatschade voor inwoners en bedrijven door betere beleidskeuzes en maatregelen op basis van inzicht in de CO2-kosten en effecten. Met deze brief informeren wij u over de mogelijke vormen van CO2-beprijzing, de ervaringen binnen de gemeente en de vervolgstappen. Mogelijke vormen van CO2-beprijzing CO₂-beprijzing is een economisch instrument dat wordt gebruikt om de uitstoot van koolstofdioxide (CO₂) – een belangrijke oorzaak van klimaatverandering – te verminderen door er een prijs aan te verbinden. Het principe is simpel: vervuiling krijgt een prijs, zodat overheden, bedrijven en consumenten worden gestimuleerd om schonere alternatieven te kiezen. Er zijn twee vormen van CO2-beprijzing; fictieve CO2-beprijzing en reële CO2-beprijzing. Bij fictieve CO2-beprijzing is er geen sprake van daadwerkelijke geldstromen. De CO2-prijs wordt gebruikt om overzicht en bewustwording te creëren, om beslissingen te nemen over investeringen en beleid, om projecten te vergelijken en inschrijvingen op opdrachten. De CO2-kosten worden hierbij dus niet daadwerkelijk afgerekend of betaald.

CO2-beprijzing kan ook plaatsvinden via reële prijzen, waarbij de CO2 -kosten daadwerkelijk worden afgerekend. Een voorbeeld daarvan is de nationale CO2 -heffing die geldt voor de industrie of het Europese Handelsysteem voor industriële bedrijven (ETS). Via dit systeem krijgen bedrijven een bepaalde hoeveelheid uitstootrechten en kunnen rechten bijkopen of verkopen. Een ander voorbeeld is dat organisaties CO2 vrijwillig een prijs geven, bijvoorbeeld door CO2-compensatie toe te passen. Dat leidt enerzijds tot een prikkel om CO2 te reduceren (want uitstoot is niet meer gratis) en draagt tegelijkertijd bij aan CO2-reductie via de compensatieprojecten waaraan het geld besteed wordt (bijvoorbeeld het aanplanten van bossen).

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10943104

Bij de toepassing van CO2-beprijzing kan er gewerkt worden met verschillende bedragen en benaderingen. Veel gebruikte methoden zijn de preventiekostenbenadering of totale maatschappelijke kosten. De preventiekostenbenadering focust op wat technisch en economisch haalbaar is. CE-Delft adviseert een prijs van € 100,- tot € 140,- per ton CO2 tot 2030. De maatschappelijke kosten benadering geeft inzicht in de bredere gevolgen van een bepaalde keuze of maatregel. Deze benadering rekent ook effecten door zoals gezondheidsschade, biodiversiteitsverlies en overstromingen. Hierdoor liggen de prijzen veel hoger. De provincie Utrecht heeft bijvoorbeeld de keuze gemaakt om een fictieve CO2-prijs te hanteren van € 875,- per ton CO2 bij het maken van MKBA-analyses.1 Vanuit hetzelfde perspectief heeft de gemeente Amsterdam vorig jaar besloten om een prijs te hanteren van € 418,- per ton CO2 en daarbij het voornemen uitgesproken om deze prijs stapsgewijs te verhogen.2 CO2-beprijzing betekent overigens niet dat projecten automatisch duurder worden. In de praktijk hangt het effect op de kosten af van projectkeuzes, ontwerpuitgangspunten en de mate waarin emissies kunnen worden beperkt.

In sommige gevallen kan CO2-beprijzing leiden tot hogere kosten, terwijl dit in andere situaties beperkt blijft of kan worden gecompenseerd door aanpassingen in het project en in specifieke gevallen zelfs tot kostenreductie kan leiden. Ervaringen binnen de gemeente. De gemeente heeft ervaring opgedaan met fictieve CO2-beprijzing door het toepassen van de Milieukostenindicator (MKI) bij het inkopen en aanbesteden. In MKI’s worden CO2-uitstoot en een aantal andere relevante milieueffecten van een product/project omgerekend in euro’s. Hoe lager de MKI-score hoe kleiner de negatieve impact. Deze methode is toegepast bij de Europese aanbesteding van de ontkluizing en vervanging van bruggen bij het Piet Heinplein. Om de markt te stimuleren heeft de gemeente de inschrijvers uitgedaagd een zo laag mogelijke MKI te behalen. Ook bij de rioolvervangingen Leyenburg Noord en Belgisch Park fase 4 is gewerkt met deze methode. Bij een tweetal aanbestedingen is daarnaast de CO2-Prestatieladder3 uitgevraagd om zo bedrijven die structureel en aantoonbaar werken aan het verminderen van hun CO2-voetafdruk, volgens de erkende CO2-Prestatieladder methodiek, een extra voordeel te geven. Dit bleek echter niet onderscheidend, genoeg, omdat alle inschrijvers hoog scoorden binnen deze systematiek.

In de voorbereiding van de aanbesteding van het gascontract zijn vier scenario’s uitgewerkt, waarbij per scenario is gekeken, naar de CO2-reductie, de meerkosten van groen gas en CO2-kosten met een CO2-prijs van €100,- per ton CO2. Het toepassen van fictieve CO2-beprijzing in de voorbereiding van deze aanbesteding heeft geleid tot inzicht over de afwegingsopties bij dergelijke aanbestedingen. Ook is ervaring opgedaan met fictieve CO2-beprijzing door het uitvoeren van een MKBA bij het project Erasmusvaart, in samenwerking met de Provincie Zuid-Holland, de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap Delfland, waarbij het waterschap de trekker was. Binnen deze MKBA is systematisch inzicht verkregen in de verhouding tussen kosten en baten, inclusief externe effecten zoals CO₂-kosten. Het proces heeft laten zien hoe een MKBA kan worden ingezet als instrument ter ondersteuning van investeringsafwegingen. Hoewel het project als gevolg van externe ontwikkelingen geen doorgang heeft gevonden, heeft het traject bijgedragen aan kennis en ervaring met de toepassing van een MKBA en aan het versterken van het afwegingskader voor toekomstige besluitvorming. 1

https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/SB-CO2-beprijzing-in-maatschappelijke-kosten-en-batenanalysesprovincie-Utrecht.pdf https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/938210/verduurzamingsrapportage_2023.pdf. De CO2-Prestatieladder is een internationaal erkend CO2-managementsysteem en aanbestedingsinstrument van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen dat organisaties helpt hun CO2-emissies te meten, reduceren en structureel te verduurzamen. 2 3

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/10943104

Binnen de eigen organisatie past de gemeente een vrijwillige vorm van reële beprijzing toe. In het vastgestelde energiebesparingsbeleid voor de gemeentelijke organisatie (RIS319432) is een interne prijs voor CO2-uitstoot opgenomen. Dit betekent dat de CO2-uitstoot van verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie wordt uitgedrukt in euro’s en vervolgens wordt dit bedrag gecompenseerd via het Haags Klimaatfonds. Gelijktijdig reduceren we met de aanpak de uitstoot in de stad doordat de interne verrekening via het Haags Klimaatfonds toegekend wordt aan bewonersinitiatieven en initiatieven van maatschappelijke instellingen. We hanteren daarbij een CO2 -compensatie prijs die als economisch verantwoord wordt gezien, € 75,- per ton CO2 over de uitstoot in 2025 en € 100,- over de uitstoot in 2026 en volgende jaren. Vervolgstappen Het college wil de opgedane ervaringen verder uitbouwen en de aanpak rondom CO 2-beprijzing verder versterken. Daarnaast wil het college meer ervaring opdoen met de toepassing bij investeringsbeslissingen en/of maatschappelijke kosten en batenanalyses. Er wordt geen bepaalde methode of prijsbenadering gekozen, maar aangesloten bij wat passend is voor de context en werkwijze binnen een bepaald marktsegment.

Concreet zet het college in op: Fictieve beprijzing Structurele toepassing van de MKI als instrument voor aanbestedingen binnen het fysiek domein conform de afspraken van het manifest Het Nieuwe Normaal (RIS321486). In de Klimaatrapportage van 2025 rapporteren over het aantal aanbestedingen waarbij deze methoden zijn toegepast en de daarmee gerealiseerde effecten. Meer ervaring opdoen met projecten waar een MKBA kan worden uitgevoerd, met als doel ervaring op te doen met (fictieve) CO₂-beprijzing bij investeringsbeslissingen. Bij een mogelijke MKBA worden meerdere scenario’s doorgerekend op preventiekosten en maatschappelijke kosten, zodat vanuit beide benaderingen informatie wordt verkregen ten behoeve van beleidskeuzes en besluitvorming. Daarbij wordt aangesloten bij de prijzen zoals gehanteerd door gemeente Amsterdam en de provincie Utrecht. Parallel aan het MKBA spoor het verkennen van een CO2-boekhouding bij projecten middels pilot doorrekeningen bij nog te selecteren aanbestedingen om te verkennen bij welke prijs het kantelpunt zit en aanbestedingen leiden tot andere, duurzamere keuzen. Dit helpt ons tevens de hoogte van de CO2-prijs te bepalen. Kennisuitwisseling met (G4) gemeenten via een halfjaarlijks G4 overleg in samenwerking met het Klimaatverbond.

Op basis van het Actieplan MVOI (RIS317939) sterker inzetten op CO₂-beprijzing door beleid voor te bereiden dat gericht is op de verdere uitwerking en invoering van CO₂-beprijzing. Doorgroeien op de CO₂-Prestatieladder naar trede 2 (Handboek 4.0), om beter inzicht te krijgen in de uitstoot in de keten (scope 3) en de gemeente in staat te stellen hier indirect op te sturen. Reële beprijzing Voortzetting van de interne (reële) CO2-beprijzing conform het energiebesparingsbeleid, waarbij jaarlijks een evaluatiemoment plaatsvindt met Duurzaam Den Haag (Klimaatfonds) om te kijken wat de meest effectieve vorm van CO2-compensatie is. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16638878/1