RIS324720 Beantw SV Stop buitenlandse inmenging
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
14 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Van Basten Batenburg, luidend: ‘Stop buitenlandse inmenging’
OCW/11027789 RIS324720
Het raadslid mevrouw Van Basten Batenburg heeft op 16 februari 2026 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De vrijheid van onderwijs en religie zijn belangrijke grondrechten, die beschermd dienen te worden. Dit grondwettelijke recht zorgt ervoor dat ouders en scholen ruimte hebben om te kiezen voor een aanpak die past bij hun eigen waarden en visie. Dit recht moet wel altijd in evenwicht zijn met andere grondrechten zoals het recht op gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Al jaren bestaan er in dit kader grote zorgen over buitenlandse invloeden op de Nederlandse samenleving. Onvrije landen voeren een diasporabeleid dat onze democratische rechtsstaat, fundamentele rechten en waarden en de integratie van groepen ondermijnt. Ook in Den Haag bestaan deze zorgen. Zo riep de invloedrijke koepel Diyanet, die o.a. is gevestigd in Den Haag, bijvoorbeeld recentelijk nog op tot een wereldwijde jihad. In het recent gepresenteerde landelijke coalitieakkoord staan duidelijke plannen om paal en perk te stellen aan buitenlandse beïnvloeding van en inmenging in de Nederlandse samenleving. 1.
Is het college bekend met de passage in het landelijke coalitieakkoord ‘Aan de slag’ waarin staat dat “sommige religieuze instellingen worden misbruikt door onvrije landen om onze vrijheden aan te tasten” en dat daarom transparantie noodzakelijk is?
Ja, het college is hiermee bekend. 2.
Welke concrete informatie heeft de gemeente Den Haag over de herkomst van financiering (inclusief giften, leningen, vastgoedtransacties en salarissen) bij de grotere religieuze genootschappen en niet-Nederlandse culturele centra in de stad?
Zicht houden op financiering van organisaties en stichtingen zoals religieuze genootschappen, ligt primair bij het bankwezen. Zij zijn de poortwachters en zij melden verdachte stromen bij FIU (Financial Intellence Unit) Nederland. De gemeente heeft geen concrete informatie over de herkomst van financiering bij religieuze genootschappen en niet-Nederlandse culturele centra in de stad.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11027789
3.
Deelt het college de mening van de Haagse VVD dat buitenlandse financiering uit onvrije landen een risico kan vormen voor de verspreiding van ideeën die strijdig zijn met gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, fundamentele vrijheden, LHBTI-acceptatie, democratische grondrechten en de scheiding tussen kerk en staat? Zo nee, waarom niet?
Het college deelt de mening dat deze financiering een risico kan vormen voor de verspreiding van ideeën die niet in lijn zijn, of zelfs haaks staan, op onze democratische normen en waarden. Tegelijkertijd is vrijheid van godsdienst een groot goed in onze democratische rechtsorde. 4.
Hoe vaak heeft de gemeente in de afgelopen drie jaar signalen of meldingen ontvangen over mogelijke ongewenste buitenlandse beïnvloeding (inhoudelijk of financieel) bij Haagse onderwijsinstellingen met een religieus karakter, waaronder basisscholen, weekendscholen of koranscholen? Wat heeft het college met deze signalen gedaan?
De gemeente heeft in de afgelopen drie jaar geen signalen of meldingen ontvangen over mogelijk ongewenste buitenlandse beïnvloeding bij Haagse onderwijsinstellingen met een religieus karakter. Ook kent de gemeente geen afzonderlijke registratiecategorie voor ongewenste buitenlandse beïnvloeding binnen informeel onderwijs. Signalen die mogelijk raken aan democratie-ondermijnende praktijken of zorgwekkende ontwikkelingen binnen informele onderwijscontexten, komen binnen via bestaande taken binnen het veiligheids- en zorgdomein. 5.
Op welke wijze gaat het college actief op zoek naar signalen? Hoe zorgt het college voor laagdrempelige mogelijkheden om te melden?
De gemeente heeft geen opsporingsbevoegdheid en kan niet actief op zoek naar signalen. Dergelijke bevoegdheden liggen bijvoorbeeld bij politie en inlichtingendiensten. Wanneer er signalen worden opgevangen, zal de gemeente hier het gesprek over aangaan. 6.
Hoe toetst het college bij toekenning van subsidies op risico’s voor democratische waarden en grondrechten?
De huidige wet- en regelgeving biedt voldoende handvatten aan het college om subsidies af te wijzen, in te trekken of lager vast te stellen. Zo biedt de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 (ASV) in artikel 11 verschillende weigeringsgronden. Wanneer bij beoordeling van de subsidieaanvraag duidelijk is dat de aanvrager dergelijke activiteiten zal ontplooien of boodschappen uitdraagt kan de subsidie geweigerd worden. Ook wanneer de subsidie reeds verleend is kan deze voortijdig (deels) worden ingetrokken op grond van artikel 4:48, eerste lid, onder c en d van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij het nemen van een besluit om subsidie te weigeren, in te trekken of lager vast te stellen in het geval van een exces, moet het bestuursorgaan ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Bij het nemen van een dergelijk besluit moeten gelijke gevallen, gelijk worden behandeld, mogen de gevolgen van het besluit voor de ontvanger, niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit en mag het bestuursorgaan niet vooringenomen handelen en moet het besluit zorgvuldig tot stand komen en goed worden gemotiveerd. Het is daarom belangrijk om per geval zorgvuldig af te wegen of daadwerkelijk sprake is dat de aanvrager gehandeld heeft in strijd met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde en dit zorgvuldig te motiveren.
Hierbij moeten naast het algemeen belang ook de belangen van de subsidieontvanger worden meegewogen.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11027789
7.
Kan het college een overzicht geven van alle subsidies, accommodatieverstrekkingen of andere vormen van gemeentelijke ondersteuning (inclusief vastgoed) die de afgelopen vijf jaar zijn verstrekt aan religieuze of culturele organisaties met (deels) buitenlandse financiering?
Van religieuze en culturele organisaties wordt niet bijgehouden of ze buitenlandse financiering ontvangen. Gemeenten beschikken niet over instrumenten om zelfstandig onderzoek te doen naar dergelijke financiering en vervolgens consequenties daaraan te verbinden. Het is daarom niet mogelijk een overzicht te verstrekken van gemeentelijke ondersteuning die is verstrekt aan religieuze of culturele organisaties met (deels) buitenlandse financiering. 8.
Is het college met de Haagse VVD van mening dat het voornemen van het nieuwe kabinet om een meldpunt buitenlandse inmenging te creëren onder het ministerie van Justitie & Veiligheid, waar diasporagemeenschappen en internationale studenten zo nodig anoniem melding kunnen doen van transnationale repressie, van groot belang is om de vrijheid van diasporagemeenschappen en internationale studenten te borgen?
Het college is op de hoogte van dit voornemen en vindt het van belang dat individuen die last hebben of slachtoffer zijn van buitenlandse inmenging een meldpunt hebben waar zij terecht kunnen. De gemeente neemt deel aan de klankbordgroep om het ministerie te voorzien van feedback op de plannen voor het meldpunt. 9.
Deelt het college de mening van de Haagse VVD dat Den Haag, gezien de vele nationaliteiten in onze stad, voorop moet lopen bij het tegengaan van buitenlandse inmenging? Is het college bereid om met het kabinet in overleg te treden om pilotgemeente te worden voor de ontwikkeling van dit meldpunt? Zo nee, waarom niet en welke alternatieve actie onderneemt het college om de weerbaarheid te vergroten?
Zoals bij vraag 8 genoemd, is de gemeente betrokken bij de ontwikkeling van dit meldpunt. In een wat latere fase zal helder worden welke rol het ministerie ziet weggelegd voor lokale overheden. Uiteraard zal de gemeente dit met interesse volgen en een rol pakken. De Haagse VVD staat voor goed en vrij onderwijs, omdat het de sleutel is tot persoonlijke ontplooiing en een sterke samenleving. Het biedt ieder kind in Den Haag, ongeacht afkomst of achtergrond, een goede start met gelijke kansen om talenten te ontdekken, kennis op te doen en vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn voor een zelfstandige, vrije toekomst. Juist omdat we hieraan belang hechten, is de Haagse VVD bezorgd over signalen dat onderwijs ook in Den Haag gericht wordt ingezet om onze rechtsstaat te ondermijnen en integratie tegen te werken. In het landelijke coalitieakkoord “Aan de slag!” wordt hieraan aandacht besteed. Het stuk benoemt de grote zorgen over onvrije landen, die een diasporabeleid inzetten om een agenda te voeren die onze democratische rechtsstaat ondermijnt en integratie tegenwerkt. De coalitie wil in kunnen grijpen, wanneer hiervoor weekend- en avondscholen worden ingezet.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11027789
10. Is het college het ermee eens dat de vrijheid van onderwijs gediend is met maximale transparantie over de financiering, wie lessen geeft en met welk gedachtegoed? Zo ja, welke extra stappen wil het college nemen om dit lokaal te borgen? Het college is van mening dat transparantie kan bijdragen aan vertrouwen in onderwijsactiviteiten van het formeel onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op de onderwijskwaliteit en het toezicht op financiën is hier onderdeel van. Bij elk onderwijsbestuur in het primair en voortgezet onderwijs en in het mbo wordt het financieel beheer nader onderzocht bij het vierjaarlijks bestuursonderzoek van de Inspectie. Dit financieel toezicht concentreert zich op de vraag of de financiële positie van de onderwijsinstelling voldoende is voor de continuïteit van goed onderwijs. Ook ziet de Inspectie toe op de rechtmatigheid van de verkrijging en besteding van onderwijsmiddelen en de doelmatigheid van de besteding. De Inspectie houdt geen toezicht op informeel onderwijs, zoals weekend- en avondscholen. Tegelijkertijd moet transparantie steeds worden bezien in samenhang met fundamentele rechten, waaronder de vrijheid van onderwijs (artikel 23 Grondwet) en de vrijheid van godsdienst (artikel 6 Grondwet), evenals met geldende privacywetgeving. 11.
Is het college met de Haagse VVD van mening dat de mogelijkheid om gericht toezicht te kunnen houden op weekend- en avondscholen essentieel is voor de bescherming van zowel de leerlingen als onze vrije samenleving en democratische rechtsstaat? Zo nee, graag een toelichting.
Nee, de gemeente heeft bij geen enkele onderwijsvorm de bevoegdheid van inhoudelijk toezichthouder, ook niet op weekend- of avondscholen en zal binnen haar bestaande taken en bevoegdheden handelen. Het college onderschrijft het belang van bescherming van leerlingen tegen onderwijs dat aanzet tot haat, geweld of discriminatie. Het voorgenomen wetsvoorstel Wet toezicht informeel onderwijs voorziet in een landelijk, signaal gestuurd toezichtkader dat zich op deze ondergrens richt. De verdere vormgeving en inwerkingtreding van het toezicht zijn afhankelijk van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. 12. Is het college bereid om met het nieuwe kabinet in gesprek te gaan om als Den Haag pilotgemeente te worden voor nieuwe regelgeving voor het toezicht op weekend- en avondscholen? Het college staat open voor overleg met het Rijk over de uitvoerbaarheid van nieuwe regelgeving, als dit wetsvoorstel wordt aangenomen. De Turkse overheidsorganisatie Diyanet (Presidency of Religious Affairs) coördineert via de Islamitische Stichting Nederland (ISN) nog steeds een groot aantal moskeeën, detacheert en betaalt imams vanuit Ankara en levert preekrichtlijnen en ander materiaal vanuit Turkije aan. 13.
Hoe schat het college het risico in dat politieke of ideologische sturing vanuit de Turkse regering plaatsvindt in Haagse gebedshuizen, mede gelet op het feit dat Freedom House Turkije als onvrij ('Not Free') bestempelt in haar Freedom in the World 2025-rapport met een score van 33/100? Het college is bekend met de werkwijze van Diyanet en heeft in beeld welke Haagse moskeeën hierbij zijn aangesloten. In 2020 is er een WODC-rapport en een onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie ingesteld die zorgen rondom politieke of ideologische sturing van de Turkse
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11027789
regering blootlegden. In welke mate sturing plaatsvindt vanuit de Turkse regering bij Haagse moskeeën is niet bekend. Daar waar er sprake is van ondermijnende uitingen die bekend zijn bij de gemeente, en die niet strafbaar zijn, dan zal een organisatie of persoon door de gemeente hierop worden aangesproken. Het is aan het Rijk om de informatiepositie rondom politieke of ideologische sturing van de Turkse regering te versterken. Bijvoorbeeld door het aangaan van de dialoog met landen die zich schuldig maken aan ongewenste inmenging in Nederland en hen daar consequent op aan te spreken. Indien landen zich schuldig maken aan strafbare feiten, dan grijpt het Rijk op diplomatieke wijze in. Zo zijn er in het verleden diplomaten uitgezet na strafbare feiten gelinkt aan statelijke inmenging. 14. Deelt het college de analyse uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ dat onvrije landen religieuze instellingen kunnen misbruiken om vrijheden aan te tasten? Geldt dit ook voor Diyanet als verlengstuk van de Turkse overheid? Zo nee, op welke gronden wijkt het college af van deze landelijke lijn? Zie vraag 13.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
5/5