RIS324719 Elke Haagse kunstenaar maakt aanspraak op subsidie
Tekst van het document
RIS-nummer: 324719
Schriftelijke vragen: Elke Haagse kunstenaar maakt aanspraak op subsidie Indiener: Maarten De Vuyst (GroenLinks)
Datum: 16 februari 2026
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
GroenLinks Den Haag ontvangt van meerdere Haagse kunstenaars signalen over ondersteuningstrajecten en subsidies van Stroom Den Haag voor Haagse kunstenaars. Terwijl deze kunstenaars een sterke binding hebben met Den Haag, hier al meerdere jaren werken en hun kunstenaarspraktijk in Den Haag gevestigd is, worden zij uitgesloten van ondersteuningstrajecten en subsidies, enkel omdat zij (soms uit noodzaak vanwege de huidige woningnood) niet in Den Haag wonen. Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Maarten De Vuyst (GroenLinks) de volgende vragen: Stroom Den Haag is één van de drie Haagse ‘systeeminstellingen’ die een faciliterende, verbindende, kennisdelende en aanjagende rol hebben voor (een deel van) de culturele sector in Den Haag. Daarnaast verleent Stroom namens de gemeente, subsidies aan kleinere partijen en individuele makers in de stad1. 1.
Is het college bekend met de voorwaarde die Stroom Den Haag hanteert dat ontvangers van subsidie van Stroom ook in Den Haag moeten wonen?
Stroom ontvangt met de vaststelling van het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 een begrotingssubsidie. Noch het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028, noch de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 noemt deze specifieke voorwaarde. 2. Kan het college toelichten wie of waar deze voorwaarde om enkel aan makers die in Den Haag wonen subsidie te verlenen is vastgelegd? Of heeft Stroom deze eis zelf gesteld? 3. Indien de voorwaarde gesteld is door de gemeente Den Haag, wordt de eis om in Den Haag te moeten wonen ook bij andere subsidies die de gemeente zelf uitgeeft opgelegd, bijvoorbeeld subsidies voor Haagse ondernemers? Zo nee, kan het college dan reflecteren of zij het wenselijk vindt om deze eis op deze wijze aan kunstenaars op te leggen?
1
Cultuurvisie Den Haag 2033 (RIS315525), pagina 12
4. Is het college het met GroenLinks eens dat het voor het zijn van een Haagse kunstenaar of een Haagse maker van belang is waar iemands kunstenaarspraktijk gevestigd is, en niet in welke gemeente deze betreffende kunstenaar als inwoner staat ingeschreven? Haagse kunstenaars, zelf woonachtig in Den Haag of niet, dragen vaak veel bij aan de (ontwikkeling van) de Haagse kunst en cultuursector, en zij doen dit vaak zelfs onbetaald. Zo kent GroenLinks verhalen van Haagse kunstenaars die aangesloten zijn bij Haagse kunstcollectieven en voor deze collectieven onbetaald werk doen, kunstenaars die in samenwerking met wijk- en buurtinitiatieven bijdragen aan het aanbieden van laagdrempelig kunst en cultuuraanbod en kunst en cultuuronderwijs in de stad, en kunstenaars die vanwege hun eigen kunstactiviteiten en tentoonstellingen aandacht genereren voor Den Haag. 5.
Deelt het college de mening van GroenLinks dat kunstenaars (vaak kosteloos) veel bijdragen aan de ontwikkeling en bekendheid van de Haagse kunst- en cultuursector? Is het college met GroenLinks van mening dat het daardoor extra dubbel is dat deze kunstenaars geen gebruik kunnen maken van gemeentelijke subsidies voor Haagse kunstenaars? Zo nee, waarom niet?
GroenLinks hoort dat Haagse kunstenaars die niet in Den Haag wonen dat niet doen omdat zij niet in Den Haag willen wonen, maar dat zij hierdoor genoodzaakt zijn vanwege de wooncrisis; in een andere gemeente kwamen zij bijvoorbeeld wel in aanmerking voor een sociale huurwoning, of konden zij een goedkopere woning huren dan in Den Haag mogelijk zou zijn. 6. Is het college het met GroenLinks eens dat de wooncrisis niet mag betekenen dat een groep ondernemers, Haagse kunstenaars, die op verschillende manieren veel bijdraagt aan Den Haag niet in aanmerking kan komen voor gemeentelijke subsidies en ondersteuningsregelingen, die wel voor deze groep Haagse kunstenaars bedoeld zijn? Zo nee, waarom niet? GroenLinks hoort dat Haagse kunstenaars die niet in Den Haag wonen, maar die wel in Den Haag gevestigd zijn met hun kunstenaarspraktijk, vanwege het niet in aanmerking komen voor gemeentelijke subsidies via Stroom Den Haag, dan maar proberen om in andere gemeenten voor gelijksoortige ontwikkelsubsidies in aanmerking te komen. Echter komen zij ook in andere gemeenten niet voor subsidies in aanmerking. De reden? Ze zijn ‘te Haags’, en hebben te duidelijk een binding met Den Haag, en moeten dus maar in Den Haag subsidie aanvragen. 7.
Deelt het college de mening van GroenLinks dat ook kunstenaars die wellicht niet zelf in Den Haag wonen, maar via hun kunstenaarspraktijk een duidelijke binding hebben met de stad, en dus duidelijk Haagse kunstenaars zijn, ook in aanmerking zouden moeten kunnen komen voor gemeentelijke subsidies die door Stroom Den Haag worden verstrekt? Zo nee, waarom niet?
Maarten De Vuyst GroenLinks