RIS324716 Uitkomst onderzoek juridische consequenties vh auteursrecht dat rust op kunstwerken openbare ruimte
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker Wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10945626 RIS324716 Contactpersoon
Marc Mulder en Daphne van Iperen Dienst
Dienst Stadsbeheer / Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
DSB BAS / OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer Datum
14070
24 februari 2026
E-mailadres
Onderwerp
marc.mulder@denhaag.nl / daphne.vaniperen@denhaag.nl
Uitkomst onderzoek juridische consequenties van het auteursrecht dat rust op kunstwerken in de openbare ruimte
Geachte voorzitter, Op 20 maart 2025 heb ik tijdens het debat over de Buitenruimte in uw commissie toegezegd (toezegging 877) om een onderzoek te laten doen naar de juridische consequenties van het auteursrecht dat rust op kunstwerken in de openbare ruimte. Dit was naar aanleiding van de vergroening van de fontein op het Vaillantplein. Hiervoor heb ik, vanwege de expertise op het gebied van auteursrecht, het advocatenkantoor BarentsKrans om advies gevraagd, en hen de vraag gesteld in kaart te brengen in hoeverre het auteursrecht of aanverwante rechten zich verzetten tegen de wijziging of vernietiging van werken in de openbare ruimte (het memorandum is als bijlage bij deze brief gevoegd). In deze brief geef ik een uiteenzetting van het gevraagde algemene advies en ga ik nader in op wat dit betekent voor het Vaillantplein. Het (juridisch) kader Ten eerste is het van belang om de relevante wetgeving ten aanzien van dit vraagstuk te benoemen. Met betrekking tot het auteursrecht en aanverwante rechten is dit de Nederlandse Auteurswet (hierna: Aw). De Aw biedt bescherming aan ‘werken’, maar niet elk voorwerp is een ‘werk’ in auteursrechtelijke zin.
Auteursrechten Om de kwalificatie ‘auteursrechtelijk’ werk te krijgen, dient er sprake te zijn van een eigen, intellectuele schepping van de maker; oftewel heeft de maker in het maakproces voldoende creatieve keuzes gemaakt of zijn er alleen technische of zeer gangbare beslissingen genomen? 1 Wanneer het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, dan ligt het auteursrecht bij de rechthebbende. In de eenvoudigste (en meest voorkomende) gevallen is de maker tevens rechthebbende, maar het is ook mogelijk dat een opdrachtgever of andere derde hiertoe is aangemerkt. De auteursrechten zijn geldig tot 70 jaar na het overlijden van de maker indien dit een natuurlijk persoon is en 70 jaar na de eerste openbaarmaking als de auteursrechthebbende een rechtspersoon is. 1 HvJ EU 16 juli 2009, C-5/08, ECLI:EU:C:2009:465 (Infopaq); HvJ EU 12 september 2019, C-683/17, ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10945626
Persoonlijkheidsrechten Naast het auteursrecht en de bijbehorende exploitatierechten, heeft de maker van een werk ook zogenaamde ‘persoonlijkheidsrechten’2. Persoonlijkheidsrechten zijn fundamentele, onvervreemdbare rechten die de menselijke persoonlijkheid beschermen, de persoonlijke band tussen de maker en zijn werken weergeven en de artistieke integriteit van een maker beschermen, onder andere specifieke auteursrechtelijke ‘morele’ rechten, zoals naamsvermelding en verzet tegen aantasting van werk; ook in het geval dat de maker het auteursrecht heeft overdragen of het niet meer (volledig) kan uitoefenen. Sinds 1 januari 2026 gaan persoonlijkheidsrechten bij overlijden van de maker van rechtswege over op diens nabestaanden, tenzij de maker bij uiterste wilsbeschikking reeds een andere persoon had aangewezen om na zijn dood de persoonlijkheidsrechten uit te oefenen. De geldigheidsduur van het persoonlijkheidsrecht is gelijk aan die van het auteursrecht. Eigendom Wanneer een kunstwerk wordt geschonken, aangekocht of in opdracht wordt opgeleverd, dan wordt het fysieke eigendom van een kunstwerk overgedragen. Bij kunstwerken in de openbare ruimte wordt de gemeente veelal eigenaar, maar dat hoeft niet het geval te zijn (zoals genoemd op pagina 8 in de vastgestelde Uitvoeringsnota Kunst in de Openbare Ruimte).
De gemeente als eigenaar mag in dit geval beslissen over onderhoud, schoonmaak of (tijdelijke) verplaatsing van een kunstwerk (indien de omgeving geen onderdeel is van het artistieke concept), maar verkrijgt met de fysieke eigendom niet óók de auteursrechten (tenzij het auteursrecht ook contractueel aan de gemeente is overgedragen) of persoonlijkheidsrechten (omdat de maker hier in beginsel geen afstand van kan doen). Bouwwerken en het auteursrecht Bouwwerken in de openbare ruimte zoals architectonische gebouwen, monumenten, bruggen en fonteinen zullen vaak als auteursrechtelijke werken worden gezien. De maker van het betreffende bouwwerk heeft – in alle waarschijnlijkheid – de nodige creatieve keuzes gemaakt ten aanzien van de vorm, de kleurstelling en het materiaal. Een wijziging of vernietiging van het bouwwerk is daarmee niet zomaar mogelijk. De persoonlijkheidsrechten bieden de maker namelijk het recht om zich hiertegen te verzetten. Wijziging of vernietiging van bouwwerken in de openbare ruimte Zoals in de vorige alinea aangegeven moet bij wijziging of vernietiging van bouwwerken in de openbare ruimte rekening worden gehouden met de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van de maker van dat werk. Daarbij is het allereerst van belang om te toetsen of een bouwwerk wordt gezien als een werk in auteursrechtelijke zin.
Indien dit niet het geval is, zal wijziging of vernietiging niet snel leiden tot een juridisch conflict. Wanneer er wel auteurs- en persoonlijkheidsrechten berusten op het bouwwerk is wijziging dan wel vernietiging niet onmogelijk, maar wel lastiger. Wijziging De persoonlijkheidsrechten die het meest relevant zijn met betrekking tot bouwwerken in de openbare ruimte zijn de wijziging en de aantasting, verminking of misvorming van een werk. Wanneer dit aan de orde is zal er juridisch beoordeeld worden wat de reden voor wijziging is en of de aantasting, verminking of misvorming zal leiden tot reputatieschade voor de maker. Hierbij moet opgemerkt worden dat niet iedere aantasting ook automatisch tot reputatieschade leidt, maar het betreft wel een complex proces dat zorgvuldigheid vereist3.
2
Exploitatierechten zijn de exclusieve rechten van een maker om te bepalen hoe zijn of haar werk gebruikt en verspreid mag worden.
3 Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:451 (Dijkstra/De Vier Jaargetijden), r.o. 3.8.6.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10945626
Vernietiging Totale vernietiging van een werk valt buiten het bereik van de persoonlijkheidsrechten, maar desondanks staat het een eigenaar van een werk niet vrij om een bouwwerk waar auteursrechten op berusten te vernietigen. De vernietiging van een werk kan onder omstandigheden namelijk misbruik van bevoegdheid opleveren in de zin van artikel 3:13 lid 2 Burgerlijk Wetboek of anderszins onrechtmatig zijn tegen de maker van het werk. Bij de vraag of vernietiging mogelijk is, dient in ieder geval het volgende getoetst te worden: 1. Is in het bouwwerk een auteursrechtelijk werk belichaamd? 2. Is het bouwwerk uniek, in de zin dat daarvan weinig tot geen andere exemplaren zijn? 3. Zo ja, bestaan er aan de kant van de eigenaar gegronde redenen om tot vernietiging van het bouwwerk over te gaan? De vragen één en twee zullen waarschijnlijk eenvoudig te beantwoorden zijn, vraag drie vraagt eveneens een zeer zorgvuldig proces waarin stapsgewijs beoordeeld moet worden of vernietiging van het bouwwerk gerechtvaardigd is en daarmee dus boven het belang van de maker gesteld kan worden om het bouwwerk te behouden.
Consequenties Indien de eigenaar van het bouwwerk besluit tot wijziging of vernietiging en dit in strijd is met de persoonlijkheidsrechten of gerechtvaardigde belangen van de maker, kan dit niet alleen ingrijpende juridische gevolgen hebben, maar ook het aanzien en de waardigheid van de kunstenaar schaden. Zo kan de maker of rechthebbende die zich op zijn persoonlijkheidsrechten beroept of stelt dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid, bijvoorbeeld een verbod op verdere wijziging, aantasting of vernietiging vorderen, hetgeen in de praktijk op een bouwstop neerkomt. Ook kan er schadevergoeding worden gevorderd voor de reeds toegebrachte reputatieschade. Contractuele bedingen De persoonlijkheidsrechten bestaan om de positie van de maker te beschermen. Bij nieuwe initiatieven is het van belang om afspraken over levensduur, wijzigingen, verplaatsingen en verwijdering vooraf vast te leggen, zodat voor betrokkenen duidelijk is wat er in dergelijke gevallen mag en kan. Omdat de maker geen afstand kan doen van het recht zich te verzetten tegen wijzigingen die tot reputatieschade kunnen leiden, zullen contractuele bepalingen waarin een dergelijke afstand wel wordt bedongen, niet rechtsgeldig zijn.
Het is in beginsel ook niet mogelijk om contractueel overeen te komen dat de maker, bij de vernietiging van een (bouw)werk, afstand doet van zijn recht om een vordering in te stellen vanwege misbruik van bevoegdheid of op grond van onrechtmatige daad. Conclusie Het proces tot wijziging of verwijdering van kunstwerken in de openbare ruimte van kunstenaars die minder dan 70 jaar geleden zijn overleden is een langdurig proces, dat zorgvuldig moet worden gevolgd. In de eerste fase wordt getracht om met de kunstenaar of diens erfgenaam/erfgenamen tot een vaststellingsovereenkomst te komen; mocht dit niet mogelijk blijken dan kan de rechter vervolgens worden verzocht een verklaring van recht af te geven. Fontein Vaillantplein Het voorgaande geldt ook voor de casus met betrekking tot de fontein op het Vaillantplein, die met u besproken is. Er is hier sprake van auteursrechten en ook evt. persoonlijkheidsrechten die op de erven van de kunstenaar zijn overgegaan. De gemeente is weliswaar eigenaar van de bewuste fontein en zorgt voor beheer en onderhoud, maar kan dus niet zonder toestemming overgaan tot aanpassing of verwijdering.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10945626
Ik heb u begin dit jaar geïnformeerd (RIS310605) dat de erven niet bereid zijn tot overdragen of afkopen van de rechten. Het signaal van de Raad is duidelijk; ik zal daarom opnieuw in gesprek treden met de erfgenaam van de kunstenaar over de inrichting van het Vaillantplein en inzetten op sloop van het kunstwerk. Op basis van dit gesprek zal gekeken worden naar welke vervolgstappen genomen kunnen worden. In afwachting van de uitkomsten van dit traject zal er geen groot-onderhoud aan of renovatie van de fontein plaatsvinden. Met vriendelijke groet, de wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
4/4