CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324716 Bijlage Memorandum

Commissie Leefomgeving 18 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Programma 9: Buitenruimte2.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Van: Datum: Betreft: Referentienr:

Gemeente Den Haag – BarentsKrans – 16 september 2025 Juridische consequenties auteursrecht op kunstwerken 139880/25352505/642

I

INLEIDING

1

De Gemeente Den Haag heeft BarentsKrans verzocht een memorandum op te stellen waarin wordt ingegaan op de juridische consequenties van het auteursecht dat rust op kunstwerken (ofwel, werken in de openbare ruimte). Meer specifiek heeft de Gemeente Den Haag opdracht gegeven om in kaart te brengen in hoeverre het auteursrecht of aanverwante rechten zich verzetten tegen de wijziging of vernietiging van werken in de openbare ruimte.

II

SAMENVATTING

2

Bij wijziging of vernietiging van werken in de openbare ruimte, moet rekening worden gehouden met de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van de maker van dat werk. Wanneer een werk auteursrechtelijk beschermd is, wat voor bouwwerken al snel wordt aangenomen, is de wijziging of vernietiging niet zomaar mogelijk.

3

Wanneer een auteursrechtelijk beschermd bouwwerk wordt gewijzigd en deze wijziging reputatieschade tot gevolg kan hebben, zal de maker van dat werk zich hiertegen succesvol kunnen verzetten. Leidt de wijziging niet tot reputatieschade dan zal een dergelijk verzet minder snel mogelijk zijn.

4

In het geval van de totale vernietiging van een auteursrechtelijk beschermd bouwwerk dienen voor de vernietiging gegronde redenen te bestaan en moeten de belangen van de maker meegewogen worden. Bestaan die gegronde redenen er onvoldoende, dan kan de maker zich tegen de vernietiging verzetten. Bestaan die redenen er wel, en de maker is de gelegenheid geboden om het werk te documenteren, dan is de vernietiging in beginsel toegestaan.

III

JURIDISCH KADER Auteursrecht

5

De relevante wetgeving in het kader van het auteursrecht en aanverwante rechten is de Nederlandse Auteurswet (‘Aw’).

6

De Aw biedt bescherming aan ‘werken’. Niet elk voorwerp is een ‘werk’ in auteursrechtelijke zin. Om te kwalificeren als werk dient er sprake te zijn van een ‘eigen, intellectuele schepping’ van de maker 1.

1

HvJ EU 16 juli 2009, C-5/08, ECLI:EU:C:2009:465 (Infopaq); HvJ EU 12 september 2019, C-683/17, ECLI:EU:C:2019:721 (Cofemel).

Dit veronderstelt een juridische beoordeling van de creatieve keuzes die de maker heeft gemaakt. Louter technische of zeer gangbare keuzes halen deze drempel in beginsel niet. 7

Voor bouwwerken in de openbare ruimte zal de auteursrechtelijke drempel veelal gehaald worden. De maker die een bouwwerk vervaardigt zal namelijk de nodige creatieve keuzes hebben gemaakt ten aanzien van bijvoorbeeld het uiterlijk, de vorm, de kleurstelling en het materiaal van het bouwwerk. Een creatieve keuze die in het werk herkenbaar is of daarin tot uitdrukking is gekomen, wordt ook wel een auteursrechtelijke ‘trek’ van het werk genoemd.

8

Het auteursrecht komt toe aan ‘de maker’ of de auteursrechthebbende. In het meest eenvoudige geval is de maker degene die zelf de creatieve keuzes ten aanzien van een werk heeft gemaakt. Het is eveneens mogelijk dat een opdrachtgever of andere derde als auteursrechthebbende wordt aangemerkt. De maker of auteursrechthebbende hoeft niet een natuurlijke persoon te zijn. Ook rechtspersonen kunnen als zodanig worden aangemerkt. Bij bouwwerken zal veelal de ontwerper, architect of diens onderneming de auteursrechthebbende zijn.

9

De maker/auteursrechthebbende kan de rechten uitoefenen die in de Aw worden toegekend. Deze rechten worden ook wel de exploitatierechten genoemd. De exploitatierechten zijn geldig tot 70 jaar na het overlijden van de maker indien dit een natuurlijke persoon is en 70 jaar na de eerste openbaarmaking als de auteursrechthebbende een rechtspersoon is.

10

Het auteursrecht kan geheel (schriftelijk) worden overgedragen of in licentie worden gegeven. Het auteursrecht gaat ook over bij erfopvolging, wat betekent dat de erfgenamen de resterende duur van het geërfde auteursrecht kunnen uitoefenen. Persoonlijkheidsrechten

11

Naast het auteursrecht en de bijbehorende exploitatierechten, verkrijgt de maker van een werk zogenaamde ‘persoonlijkheidsrechten’. Deze rechten weerspiegelen de bijzondere band tussen de maker en zijn werk. Persoonlijkheidsrechten waarborgen dat de maker een zekere zeggenschap over het werk behoudt, ook in het geval hij het auteursrecht heeft overgedragen of het niet meer (volledig) kan uitoefenen.

12

Aangezien het bij persoonlijkheidsrechten specifiek om de bijzondere band tussen de maker en het werk gaat, komen deze in eerste instantie aan de natuurlijke persoon als maker toe. Er bestaat in de rechtsliteratuur discussie of ook rechtspersonen aanspraak kunnen maken op persoonlijkheidsrechten. In de rechtspraak zijn uitspraken gewezen waarin architectenbureaus als rechtspersonen een beroep konden doen op persoonlijkheidsrechten 2.

13

Artikel 25 lid 1 Aw geeft een limitatieve opsomming waaruit de persoonlijkheidsrechten bestaan. De persoonlijkheidsrechten bieden de maker het recht om zich te verzetten tegen:

2

Rechtbank Maastricht 29 juli 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ4326, r.o. 3.4; Rechtbank Amsterdam 12 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2240, r.o. 4.2.; Rechtbank Rotterdam 13 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:4395, r.o. 4.35.

Pagina 2 van 7

(a)

de openbaarmaking zonder naamsvermelding, tenzij het verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid;

(b)

de openbaarmaking van het werk onder andere naam, wijziging van de benaming van het werk of in aanduiding van de maker, voor zover deze op of in het werk voorkomen dan wel in verband daarmede zijn openbaar gemaakt;

(c)

elke andere wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van zodanige aard is, dat het verzet in strijd met de redelijkheid zou zijn;

(d)

elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid.

14

Van het recht onder a) en c) kan afstand worden gedaan, voor de rechten onder b) en d) is dit niet mogelijk. Dit betekent dat wanneer de maker bijvoorbeeld in een overeenkomst heeft verklaard afstand van deze rechten te doen, de overeenkomst op dit onderdeel geen effect heeft en de maker alsnog een beroep op deze rechten toekomt. Deze rechten kunnen dus niet worden ‘weggecontracteerd’.

15

Anders dan het auteursrecht vererven persoonlijkheidsrechten niet 3 en vervallen zij in principe bij het overlijden van de maker. Wel is het mogelijk dat de maker bij testament of codicil iemand aanwijst om na zijn dood (en tot aan het einde van het auteursrecht) de persoonlijkheidsrechten uit te oefenen. Deze aanwijzing moet wel nadrukkelijk zijn geweest.

16

De geldigheidsduur van persoonlijkheidsrechten is gelijk aan die van het auteursrecht.

IV

JURIDISCHE CONSEQUENTIES

17

De persoonlijkheidsrechten die het meest relevant zijn met betrekking tot bouwwerken zijn de wijziging (sub c) en de aantasting, verminking of misvorming (sub d). Deze worden hieronder nader toegelicht. Wijziging (sub c)

18

Artikel 25 lid 1 sub c Aw geeft de maker het recht zich te verzetten tegen elke wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van zodanige aard is dat dit verzet in strijd met de redelijkheid zou zijn.

19

In 2019 heeft de Hoge Raad in het De 4 Jaargetijden-arrest4 meer invulling gegeven aan het begrip ‘wijziging’ in de zin van artikel 25 lid 1 sub c AW en overwogen dat het de volgende gevallen omvat:

3

In een wetsvoorstel dat thans voor de Eerste Kamer ter behandeling ligt (w.v. 36.536) wordt voorgesteld de Aw op dit punt te wijzigen, waardoor persoonlijkheidsrechten ook vatbaar worden voor vererving. Dit zou het effect hebben dat ook zonder nadrukkelijke aanwijzing door de maker, de persoonlijkheidsrechten alsnog door de erfgenamen van de maker uitgeoefend kunnen worden tot aan het einde van de duur van het auteursrecht. 4 Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:451 (Dijkstra/De Vier Jaargetijden).

Pagina 3 van 7

20

(i)

Wijzigingen die geen afbreuk doen aan de auteursrechtelijke beschermde trekken van het werk (ze zijn daarom geen aantasting en leiden niet tot reputatieschade);

(ii)

Wijzigingen in het werk die wél een afbreuk doen aan de auteursrechtelijk beschermde trekken (aantasting), maar niet tot reputatieschade leiden.

Of het verzet van de maker tegen de wijziging redelijk is moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. In het De 4 Jaargetijden-arrest heeft de Hoge Raad ten aanzien van bouwwerken overwogen dat, bij de beoordeling van de omstandigheden van het geval, bijzonder gewicht toekomt aan de reden voor de wijziging, die veelal gelegen zal zijn in een wijziging van de bestemming of gebruiksfunctie van het bouwwerk5. Hieruit kan worden opgemaakt dat indien voor de wijziging gegronde redenen bestaan, het verzet daartegen veelal als onredelijk zal worden beschouwd. Misvorming, verminking of andere aantasting (sub d)

21

Anders dan in artikel 25 lid 1 sub c Aw, heeft artikel 25 lid 1 sub d Aw betrekking op vormen van aantasting die wél leiden tot reputatieschade. Reputatieschade houdt in dat schade wordt toegebracht aan de ‘eer of naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid’.

22

De beoordeling of een aantasting leidt tot reputatieschade veronderstelt een geobjectiveerde toets, waarbij onderzocht moet worden hoe het relevante publiek over de aantasting denkt en of deze tot reputatieschade kan leiden. Het is van belang op te merken dat niet iedere aantasting ook automatisch tot reputatieschade leidt. Het kan immers zo zijn dat er wel sprake is van een aantasting (omdat de auteursrechtelijke trekken van een werk zijn gewijzigd), maar dat die aantasting niet van dien aard is dat deze volgens het relevante publiek tot reputatieschade leidt.

23

De Hoge Raad heeft in het De 4 Jaargetijden-arrest overwogen dat bij de beoordeling van het effect dat een aantasting van een werk in de ogen van het relevante publiek heeft op de reputatie van de maker van dat werk, alle omstandigheden die daarop licht kunnen werpen in aanmerking genomen dienen te worden. Als voorbeeld noemt de Hoge Raad vijf relevante omstandigheden die bij de beoordeling betrokken kunnen worden:

5

(a)

de aard en ernst van de aantasting;

(b)

de mate van bekendheid van het werk en van de maker bij het relevante publiek;

(c)

de reden voor de wijziging waarin de aantasting is gelegen;

(d)

de waarneembaarheid daarvan voor het relevante publiek;

(e)

de tijd die reeds is verstreken tussen de voltooiing van het werk en de aantasting.

Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:451 (Dijkstra/De Vier Jaargetijden), r.o. 3.8.6.

Pagina 4 van 7

24

Wanneer deze omstandigheden overwegend in het voordeel van de eigenaar van het bouwwerk uitvallen (het werk wordt slechts in beperkte mate aangetast, is niet bekend bij het publiek en de aantasting is noodzakelijk omwille van de veiligheid), zal het bestaan van reputatieschade niet snel worden aangenomen. Vernietiging

25

De persoonlijkheidsrechten uit artikel 25 lid 1 sub c jo. d Aw hebben betrekking op wijzigingen en aantastingen. Zij hebben echter niet betrekking op de totale vernietiging van een werk. De totale vernietiging valt dus buiten het bereik van de persoonlijkheidsrechten 6.

26

Desondanks staat het de eigenaar niet steeds vrij een bouwwerk te vernietigen, wanneer in dat bouwwerk een auteursrechtelijk werk is belichaamd. De vernietiging van een werk kan onder omstandigheden namelijk misbruik van bevoegdheid opleveren in de zin van artikel 3:13 lid 2 Burgerlijk Wetboek of anderszins onrechtmatig zijn tegen de maker van het werk.

27

Bij de vraag of vernietiging van een bouwwerk mogelijk is, dient het volgende getoetst te worden: 1) is in het bouwwerk een auteursrechtelijk werk belichaamd? Als hiervan geen sprake is, dan zal de vernietiging minder snel onrechtmatig zijn; 2) is het bouwwerk uniek, in de zin dat daarvan geen of weinig andere exemplaren zijn? In de rechtspraak wordt al snel aangenomen dat een bouwwerk uniek is; 3) zo ja, bestaan er aan de kant van de eigenaar gegronde redenen om tot vernietiging van het bouwwerk over te gaan?

28

Ten aanzien van 3) wordt verondersteld dat de gerechtvaardigde belangen van de maker meegewogen dienen te worden en de eigenaar er desgevraagd voor zorgt dat het bouwwerk behoorlijk wordt gedocumenteerd, althans dat de maker in de gelegenheid wordt gesteld het bouwwerk zelf te documenteren.

29

De gegronde redenen dienen in ieder geval tegen de belangen van de maker om het werk te behouden te worden afgewogen. Ook hier geldt dat hoe meer omstandigheden aangedragen kunnen worden die de sloop rechtvaardigen (zoals: het bouwwerk levert een veiligheidsrisico op, het disfunctioneert of het moet redelijkerwijs plaatsmaken voor een andere, meer belangrijke bestemming), hoe eerder de belangenafweging in het voordeel van de eigenaar van het bouwwerk zal uitvallen.

6

Hoge Raad 6 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7830 (Jelles/Zwolle), r.o. 4.6.

Pagina 5 van 7

30

Wanneer geen van de kenmerkende elementen van het oude ontwerp van een bouwwerk meer zichtbaar zijn, maar het niet volledig wordt gesloopt, kan ook van vernietiging worden gesproken 7. Het bovenstaande toetsingskader geldt dan eveneens. Handhaving

31

De maker of rechthebbende die zijn persoonlijkheidsrechten inroept, kan verregaande vorderingen instellen. Zo kan hij bijvoorbeeld een verbod op verdere wijziging, aantasting of vernietiging vorderen, hetgeen in de praktijk op een bouwstop neerkomt. Ook kan er schadevergoeding worden gevorderd voor de reeds toegebrachte reputatieschade.

32

Een bouwstop kan zowel in een kortgedingprocedure als een bodemprocedure worden gevorderd. Aangezien bodemprocedures doorgaans 1.5 jaar duren voordat er een eindvonnis wordt gewezen, kan er lange tijd onzekerheid bestaan of de voorgenomen wijziging of sloop van het bouwwerk doorgang kan vinden.

V

PRAKTISCHE AANDACHTSPUNTEN

33

Om te voorkomen dat een wijziging of vernietiging van een auteursrechtelijk beschermd bouwwerk tot een juridisch conflict leidt, verdient het de aanbeveling om vroegtijdig met de volgende punten rekening te houden en daarop voorbereid te zijn.

34

In de eerste plaats dient inzichtelijk te worden welke afspraken er met betrekking tot het bouwwerk bestaan. Wat is er contractueel afgesproken, welke partijen zijn daarbij betrokken geweest en is de contractuele wederpartij ook de auteursrechthebbende?

35

In de tweede plaats dient achterhaald te worden om welke redenen het bouwwerk destijds werd vervaardigd. Heeft het bouwwerk altijd een functionele bestemming gehad of diende het juist een zuiver esthetisch doel? Hoe ‘kunstzinniger’ een bouwwerk is, hoe meer een verzet van de maker tegen de wijziging of vernietiging daarvan verwacht kan worden.

36

In de derde plaats dient, ruim vóór tot enige wijziging of vernietiging besloten wordt, gedocumenteerd te worden welke redenen er bestaan voor de wijziging of vernietiging. Doorgaans is een (onafhankelijk) onderzoek naar de staat van het bouwwerk nodig om vast te kunnen stellen of minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn. Wanneer de wijziging of vernietiging overwogen wordt op grond van een gewijzigde bestemming van het bouwwerk, is het aan te bevelen om een onderzoek te doen in hoeverre het bouwwerk alsnog binnen de nieuwe bestemming kan blijven bestaan.

37

In de vierde plaats dient, vóórdat tot enige wijziging of vernietiging (formeel) besloten is, de maker c.q. rechthebbende hiervan op de hoogte te worden gesteld. In een dialoog met de maker/ rechthebbende kan dan nader worden toegelicht op welke gronden het voornemen tot wijziging of

7

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1577 (De Bovenlanden), r.o. 4.6, in stand gelaten in Gerechtshof Amsterdam 21 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:927 (De Bovenlanden). Zie ook Rechtbank Amsterdam 12 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:2240 (The Rock), r.o. 4.5.

Pagina 6 van 7

vernietiging is gebaseerd en onderzocht worden in hoeverre de maker/rechthebbende zich hiertegen zal verzetten. Bij vernietiging moet aan de maker/rechthebbende in ieder geval aangeboden worden het werk deugdelijk te (laten) documenteren. Ook kan onderzocht worden of de maker/rechthebbende kan instemmen met een financiële of commerciële oplossing (bijvoorbeeld, hij wordt ingeschakeld om een nieuw bouwwerk te vervaardigen). 38

In de laatste plaats dient, vóórdat daadwerkelijk tot wijziging of vernietiging wordt overgaan, nogmaals getoetst te worden of daarvoor nog steeds gegronde redenen bestaan. Zeker bij grootschalige bouwprojecten kan er geruime tijd verstrijken tussen de aanvankelijke beslissing om een bouwwerk te wijzigen of te vernietigen en de daadwerkelijke uitvoering daarvan. In de tussenliggende periode kunnen zich nieuwe of gewijzigde omstandigheden voortdoen die opnieuw meegewogen moeten worden bij de beoordeling of er (nog steeds) gegronde redenen bestaan om het bouwwerk te wijzigen of te vernietigen.

*************************************************************

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16635965/1