RIS324710 Beantw SV Besloten verkiezingsdebat Transvaal
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
12 mei 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Faïd, luidend: ‘Besloten verkiezingsdebat Transvaal’
DPZ/11050904 RIS324710
Het raadslid Faïd heeft op 11 februari 2026 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 10 februari 2026 vond in Transvaal en de Schilderswijk een besloten lijsttrekkersdebat plaats in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. De bijeenkomst was uitsluitend toegankelijk op uitnodiging en werd georganiseerd door het comité Verkeersinfarct Hobbemaplein. Transvaal en de Schilderswijk hebben de status van officiële investeringsgebieden. In dat licht roept een besloten verkiezingsdebat in deze wijken vragen op over democratische gelijkheid, transparantie, toegankelijkheid voor bewoners en de scheiding tussen publieke middelen en verkiezingsactiviteiten. 1.
Was het college voorafgaand aan 10 februari 2026 geïnformeerd over de organisatie, opzet en deelnemersstructuur van dit debat? Zo ja, wanneer en via welke kanalen? Zo nee, wanneer heeft het college hiervan kennisgenomen?
Ja, het college is begin december 2025 geïnformeerd door het Comité Verkeersinfarct Hobbemaplein (hierna: het Comité) dat deze bijeenkomst, waarbij alle lijsttrekkers van alle partijen zouden worden uitgenodigd, zou plaatsvinden. Dit is gebeurd tijdens een regulier ambtelijk contact. 2.
Heeft de gemeente direct of indirect een bijdrage geleverd aan deze bijeenkomst (financieel, faciliterend, communicatief, via wijknetwerken, gesubsidieerde organisaties of anderszins)? Graag een volledig gespecificeerd overzicht.
Desgevraagd heeft de gemeente een aantal namen van betrokken bewoners, ondernemers en wijkpartners voor deelname aan het debat gedeeld met het Comité. Tevens heeft de gemeente het Comité verwezen naar een tweetal gemeentelijke subsidies. Daar is door het Comité geen gebruik van gemaakt. 3.
Zijn ambtenaren, stadsdeeldirecties, wijkmanagers of andere gemeentelijke functionarissen betrokken geweest bij de totstandkoming of uitvoering van dit debat? Zo ja, in welke rol en op basis van welke opdracht?
Zie vraag 2.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11050904
4.
Acht het college het verenigbaar met het beginsel van gelijke behandeling van politieke partijen dat een verkiezingsdebat in officiële investeringsgebieden besloten plaatsvindt en uitsluitend op uitnodiging toegankelijk is?
Het college hecht aan het beginsel van gelijke behandeling van politieke partijen bij, door of namens de gemeente georganiseerde activiteiten. In dit geval betrof het een eigen initiatief van het Comité waar geen subsidie of andere financiële tegemoetkoming van de gemeente bij gemoeid was. Derhalve is het aan het Comité wie en hoe zij de mensen uitnodigt voor deze bijeenkomst. 5.
Deelt het college de opvatting dat bewoners in beginsel kosteloos en zonder selectieve drempels toegang moeten kunnen hebben tot een verkiezingsdebat dat expliciet over hun eigen wijk gaat?
Ja, het college deelt deze opvatting. 6.
Indien het college deze opvatting deelt, welke concrete maatregelen zijn genomen om vrije, laagdrempelige en kosteloze toegang voor bewoners te waarborgen? Zijn er selectie- of aanmeldcriteria gehanteerd, en zo ja, welke?
Het college deelt de opvatting dat een verkiezingsdebat die door de gemeente wordt (mede)georganiseerd in beginsel openbaar, kosteloos en laagdrempelig toegankelijk dient te zijn. Voor initiatieven van derden waarmee de gemeente geen financiële relatie heeft, bepaalt de organisatie wie en hoe zij haar deelnemers uitnodigt. 7.
Indien het college deze opvatting niet deelt, kan het college motiveren waarom een besloten karakter gerechtvaardigd is bij een debat over de toekomst van twee investeringsgebieden?
Zie vraag 6. 8.
De Haagse Stadspartij heeft signalen ontvangen van betrokkenen uit stadmakersnetwerken, het jongerenwerk en het meidenwerk in Transvaal en de Schilderswijk dat zij geen toegang hebben gekregen tot dit debat. Is het college bekend met deze signalen? Heeft het college hierover navraag gedaan bij de organisatie?
Het college is niet bekend met deze signalen. 9.
Kan het college bevestigen of vertegenwoordigers van jongerenwerk, meidenwerk en actieve stadmakersorganisaties zijn uitgenodigd? Zo ja, op welke wijze en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Het college kan niet bevestigen of vertegenwoordigers van jongerenwerk, meidenwerk en actieve stadmakersorganisaties zijn uitgenodigd. Zoals al eerder aangegeven betreft het hier een door het Comité georganiseerde bijeenkomst, waarbij de gemeente geen financiële binding heeft. Het is aan het Comité wie en hoe zij de mensen uitnodigt voor deze bijeenkomst. 10. Acht het college het wenselijk dat professionele organisaties die dagelijks werken met jongeren en kwetsbare groepen in deze wijken niet structureel vertegenwoordigd zijn bij een debat over de toekomst van hun wijk?
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11050904
Het college vindt het wenselijk dat bij gesprekken over de toekomst van wijken zowel bewoners als professionals en maatschappelijke organisaties betrokken kunnen worden. Het college stimuleert daarom in algemene zin dat bewonersinitiatieven waar mogelijk verbinding zoeken met lokale organisaties en jongerenwerk. 11.
Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat politieke participatie onder jongeren extra inspanning vraagt, mede gelet op structurele ongelijkheid in participatie en stemgedrag?
Ja, het college onderschrijft dat politieke en maatschappelijke participatie onder jongeren extra aandacht en inzet vraagt. Daarom investeert de gemeente onder meer via jongerenwerk, scholen en participatieprogramma’s in het versterken van jongerenbetrokkenheid bij democratische processen. 12. Het Residentie Orkest leverde samen met het Haags Hiphop Centrum een inhoudelijke bijdrage aan deze avond. Is deze bijdrage (deels) bekostigd uit gemeentelijke subsidie? Zo ja, onder welke regeling en welk bedrag is hiermee gemoeid? Nee. 13. Hoe waarborgt het college dat gemeentelijke subsidies aan culturele instellingen niet worden ingezet in een context die samenhangt met verkiezingsactiviteiten? Het college waarborgt dit door in de subsidieverlening en -verantwoording duidelijke kaders te stellen aan de besteding van gemeentelijke middelen. In de subsidiebeschikkingen en de toepasselijke subsidieregelingen zijn voorwaarden opgenomen omtrent rechtmatige en doel gebonden besteding. Instellingen leggen hierover verantwoording af. Als blijkt dat middelen zijn ingezet in strijd met de gestelde voorwaarden, kan het college handhavend optreden. 14.
Deelt het college de opvatting dat publieke middelen en gesubsidieerde instellingen strikt neutraal dienen te opereren in de aanloop naar verkiezingen? Zo ja, hoe is dit in dit geval geborgd? Zo nee, waarom niet? Ja, het college onderschrijft het uitgangspunt dat publieke middelen rechtmatig, doelmatig en overeenkomstig de daaraan verbonden voorwaarden worden ingezet. Dit betekent dat gesubsidieerde instellingen de ontvangen middelen uitsluitend besteden in lijn met de geldende subsidievoorwaarden. De gemeente heeft hiertoe een proces ingericht met meerdere controlemomenten om de rechtmatige besteding te waarborgen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3