CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324709 Beantw SV CPB-rapport Perspectief op de woningmarkt en de wet betaalbare huur

Algemene Raadscommissie 13 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

21 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Dubbelaar, luidend: ‘CPB-rapport perspectief op de woningmarkt en de wet betaalbare huur'

DSO/11023026 RIS324709

Het raadslid Dubbelaar heeft op 12 februari 2026 een brief met daarin 7 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.

Is het college bekend met de CPB-publicatie ‘Perspectief op de woningmarkt’ van februari 2026, waarin wordt gepleit voor het afschaffen van de Wet betaalbare huur?

Ja, het college is bekend met deze CPB-publicatie. 2.

In de beantwoording van eerdere vragen (RIS319655) stelde het college: “Het college ziet daar geen enkele reden voor”, refererend aan het bevriezen van de wet. Hoe reflecteert het college op deze uitspraak nu de belangrijkste economische adviseur van de regering tot de tegenovergestelde conclusie komt?

Het CPB concludeert in de publicatie Perspectief op de woningmarkt niet dat de Wet betaalbare huur moet worden afgeschaft. Het rapport beschrijft economische effecten van regulering en schetst verschillende beleidsrichtingen met bijbehorende uitruilen. Binnen één van die richtingen wordt het afschaffen van de Wet betaalbare huur als mogelijke beleidsoptie genoemd, maar het rapport bevat geen expliciete aanbeveling tot afschaffing van de wet. De afweging tussen economische effecten en andere maatschappelijke belangen is reeds gemaakt bij de totstandkoming van de Wet betaalbare huur. De wetgever heeft daarbij de economische effecten, waaronder mogelijke gevolgen voor het investeringsgedrag van verhuurders, gewogen naast maatschappelijke belangen zoals betaalbaarheid en bescherming van huurders. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft aangekondigd de Wet betaalbare huur te zullen evalueren. Het is aan het Rijk om op basis van die evaluatie het wettelijke kader te beoordelen. Het college blijft bij de lijn zoals verwoord in de beantwoording van schriftelijke vragen (RIS319655). Dat wil zeggen dat de Wet betaalbare huur als welkom instrument wordt beschouwd om te hoge huurprijzen in verhouding tot het puntenaantal op basis van het Woningwaarderingsstelsel tegen te gaan en huurders beter te beschermen.

Zolang het wettelijk kader ongewijzigd is, ziet het college toe op naleving van de Wet betaalbare huur en wordt waar nodig handhavend opgetreden. 3.

Het CPB stelt dat huurprijsregulering leidt tot een afname van het aanbod en de mobiliteit op de woningmarkt belemmert. Erkent het college nu dat de daling van het aantal particuliere huurwoningen in Den Haag een direct en schadelijk gevolg is van deze wet?

Nee. Het CPB beschrijft in algemene zin dat huurprijsregulering invloed kan hebben op investeringsbeslissingen en op de mobiliteit van huurders. Het rapport bevat geen specifieke analyse van de effecten van de Wet betaalbare huur op de mobiliteit of het aanbod in Den Haag.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11023026

De Wet betaalbare huur is op 1 juli 2024 in werking getreden. De meest recente beschikbare eigendomscijfers betreffen de stand per 1 januari 2025. Per 1 januari 2024 bedroeg het aantal particuliere huurwoningen 71.026 en per 1 januari 2025 71.186. Op basis van deze peildata is geen sprake van een vastgestelde netto daling van het aantal particuliere huurwoningen sinds de invoering van de wet. In 2015 bedroeg het totale aantal particuliere huurwoningen in Den Haag nog 51.117, in 2020 waren dit er 60.302 en uiteindelijk is dit aantal dus gegroeid naar 71.186 in 2025. In de jaren vóór de invoering van de Wet Betaalbare Huur zien we dus juist een aanzienlijke stijging van het aantal particuliere huurwoningen1. Uit de Evaluatie voorraadbeleid Den Haag 2024 (RIS3237472) blijkt wel dat het aantal aankopen door investeerders sinds 2020 is afgenomen en dat het aantal verkopen door investeerders aan eigenaarbewoners in 2023 hoger lag dan in eerdere jaren. De in deze evaluatie opgenomen transactiecijfers lopen tot en met 2023. De evaluatie wijst erop dat verschillende factoren van invloed kunnen zijn op deze ontwikkeling. Een belangrijke factor hierin zijn nieuwe fiscale maatregelen, waaronder hogere belastingen in box 3 en de verhoogde overdrachtsbelasting. Andere factoren zijn renteontwikkelingen, de opkoopbescherming en aangekondigde regulering van de middenhuur.

Voor de periode na invoering van de Wet betaalbare huur is nog geen uitgewerkte analyse van transactieroutes beschikbaar. De actualisatie van deze cijfers wordt voorbereid. De raad wordt hierover naar verwachting in het derde kwartaal van 2026 geïnformeerd. De beschikbare registraties bevatten geen informatie over de reden van verkoop. Een uitsplitsing naar de mate waarin verkopen specifiek het gevolg zijn van de Wet betaalbare huur is daarom niet mogelijk. Op basis van de beschikbare gegevens kan dan ook geen directe causale relatie worden vastgesteld tussen de Wet betaalbare huur en een eventuele afname van het particuliere huuraanbod in Den Haag. 4.

Het college noemde de wet voorheen een ‘welkom instrument’. Is het college, gezien de vernietigende analyse van het CPB, bereid deze kwalificatie in te trekken? Zo nee, waarom weegt het ideologische standpunt van het college zwaarder dan de economische feiten van het CPB?

Nee. Zie de beantwoording van vraag 2. 5.

Grote beleggers zoals pensioenfondsen trekken zich terug uit de bouw van middenhuur. Is het college bereid om de bouw van deze woningen vlot te trekken door de 30 procent sociale bouweisen te verevenen op stadsniveau in plaats van op projectniveau?

In paragraaf 6, Van visie naar uitvoering, van de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS319812) wordt al de mogelijkheid geboden om ruimtelijk te verevenen. Zie pagina 103. In eerste instantie is verevening op gebiedsniveau mogelijk, wanneer dat niet lukt, kan in uitzonderlijke gevallen ook ruimtelijk verevend worden in de rest van de stad, mits het de segregatie niet bevordert. Hierbij kijken we, voor het realiseren van compenserende sociale woningbouw, eerst naar gebieden met een laag percentage sociale huur.

1

Gemeente Den Haag (2025). Woningvoorraad naar eigendomsvorm, peildatum 1 januari 2015, 1 januari 2020, 1 januari 2024, 1 januari

2025. Geraadpleegd via de databank Den Haag in Cijfers (DHIC) 2

Voorstel van het college inzake Nota Woningvoorraad 2025 (RIS323747), Bijlage 3: ABF, Evaluatie voorraadbeleid Den Haag 2024,

paragraaf 4.4.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11023026

6.

In november 2024 verwierp de raad de motie van Hart voor Den Haag (RIS320500) om de wet terug te draaien. Is het college, nu er een nieuw feitelijk fundament ligt, bereid om alsnog de lobby richting het Rijk te starten om deze wet van tafel te krijgen?

Nee. Zie hiervoor beantwoording vraag 2. 7.

Kan het college aangeven hoeveel particuliere huurwoningen er in Den Haag sinds de invoering van de wet zijn onttrokken aan de huurvoorraad en zijn verkocht? Graag een overzicht van de meest recente cijfers.

Zie beantwoording vraag 3. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16855945/1