RIS324708 Beantw SV Ongelijke behandeling met betrekking tot huisvesting en financiering nieuwe scholen
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
21 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Butt en Mahmood, luidend: ‘Ongelijke behandeling met betrekking tot huisvesting en financiering nieuwe scholen’
OCW/11029082 RIS324708
De raadsleden Butt en Mahmood hebben op 12 februari 2026 een brief met daarin 22 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. GroenLinks en DENK onderhouden goede relaties met meerdere scholen in de stad, waaronder ook SIION AIDA Scholen. Naar aanleiding van uitgebreide communicatie met deze school blijkt dat er bij deze nieuwe school meerdere zaken spelen, met name op het gebied van onderwijshuisvesting en financiering. Conform haar wettelijke verplichting heeft de gemeente gezorgd voor onderwijshuisvesting voor AIDA Scholen in Den Haag. Voor de po locatie is gekozen voor tijdelijke huisvesting in het bestaande schoolgebouw van OBS De Baanbreker aan de Elboogstraat in Laak, waar lokalen leegstonden of voor andere doeleinden dan onderwijs gebruikt werden (zie ook RIS318773) vanwege krimp van deze basisschool. Voor de vo locatie is gekozen voor tijdelijke huisvesting in het voorheen (deels) leegstaande pand aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 in Transvaal. 1.
Op zowel de vo als de po locatie groeit AIDA Scholen. Hiertoe heeft zij ook gemeentelijke subsidie ontvangen voor twee extra lokalen bij de basisschool. Echter is de overeenkomst voor het gebruik van twee extra lokalen aan de Elboogstraat niet opgenomen in het IHP Onderwijs, en geeft De Haagse Scholen (het bestuur van OBS De Baanbreker) aan AIDA enkel tegemoet te komen met betrekking tot leslokalen aan de Elboogstraat in de mate dat zij hier juridisch verplicht toe zijn. Wat is de mening van het college over deze stand van zaken? Welke rol ziet het college voor de gemeente indien De Haagse Scholen niet bereid is tot overleg met AIDA Scholen over de onderwijshuisvestingsverdeling aan de Elboogstraat?
Het klopt dat de AIDA basisschool en het AIDA college niet zijn opgenomen op de investeringsagenda van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2034 (hierna IHP). Het IHP gaat namelijk over investeringen in vervangende nieuwbouw, renovatie en uitbreiding. Ingebruiknemingen van wissel- of tijdelijke locaties vallen daar niet onder en zijn derhalve buiten beschouwing gelaten op de investeringsagenda van het IHP. Bovendien is het IHP vastgesteld door de gemeenteraad, voordat de nieuwe AIDA basisschool en het AIDA college zijn gestart. Bij het financieren van scholen, zijn gemeenten gebonden aan landelijke wetgeving. Bij startende scholen gaan we de eerste jaren noodgedwongen uit van prognoses, aangeleverd door het schoolbestuur, omdat formele leerlingenprognoses bij een startende school nog ontbreken. Jaarlijks stellen we vóór de vaststelling van het Programma Onderwijshuisvesting die prognose, in afstemming met het betreffende schoolbestuur, bij op basis van actuele leerlingencijfers.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
Zo was het beeld begin 2024 dat AIDA basisschool in schooljaar 2026/2027 250 leerlingen zou hebben. Dat is ondertussen fors naar beneden bijgesteld. De berekening van de normatieve ruimtebehoefte van een school is op grond van de verordening gebaseerd op het aantal leerlingen, maar onder andere ook op criteria zoals de verdeling van onderbouw/bovenbouw leerlingen, leerlingengewicht en de omvang van de school. In 2024 hebben we, bij gebrek aan veel van deze gegevens bij een school die nog moe(s)t starten, de ruimtebehoefte op basis van 150 leerlingen ingeschat op zes groepen. Door het hoge aandeel onderbouwleerlingen, maar ook doordat de kleine scholentoeslag en achterstandsscore/gewicht inmiddels in de normatieve berekening kunnen worden opgenomen, blijkt dat de ruimtebehoefte per leerling hoger ligt dan de destijds gemaakte inschatting. Met de kennis van nu heeft AIDA basisschool op basis van 91 leerlingen recht op vijf groepen. In de huidige prognose gaat het college ervan uit dat AIDA basisschool in de loop van 2026 een ruimtebehoefte van acht groepen heeft. Overigens heeft de Baanbreker op het moment met 72 leerlingen een normatieve ruimtevraag van vier groepen. In de praktijk hebben we bij het medegebruik voor AIDA basisschool aan de Elboogstraat pragmatisch gekeken naar hoeveel lokalen (+ enige nevenruimten) de school nodig heeft.
In augustus 2024 heeft AIDA basisschool zes lokalen + nevenruimten in medegebruik gekregen, ervan uitgaande dat de school uit zes klassen zou bestaan (in de praktijk bleken dit er vijf). In augustus 2025 heeft de school een extra lokaal gekregen, omdat er dit schooljaar zeven klassen zijn. Wij gaan ervan uit dat de school per augustus 2026 acht lokalen nodig heeft. Op basis van bovenstaande gegevens biedt de huidige locatie voldoende ruimte voor beide scholen in het komende schooljaar. De gemeente bemiddelt daarin actief tussen beide schoolbesturen met het doel zowel dit nieuwe initiatief voldoende te faciliteren en tegelijkertijd een ongehinderde onderwijsomgeving voor de leerlingen van de Baanbreker te behouden. Wij sturen er op aan dat ook de schooldirecties deze doelen in woord en daad ondersteunen. Het college heeft meermaals bij het Rijk en Tweede Kamer aangedrongen op een wijzing van de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen, waaronder nieuwe initiatieven zoals AIDA zijn gestart. Aanleiding is het op te korte termijn – namelijk binnen een jaar – moeten realiseren van toegekende nieuwe scholen en op de, met de school gedeelde, frustratie over het beperkingen van startfinanciering. Deze lobby heeft geleidt tot een passage in het regeerakkoord1 om de wet spoedig te herzien en het verzoek van de Tweede Kamer om gemeenten beter te betrekken bij het stichtingsproces. 2.
Als gevolg van de moeizame relatie met De Haagse Scholen met betrekking tot de locatie op de Elboogstraat heeft AIDA vanaf de start van het schooljaar 2025-2026 slechts beschikking over één extra klaslokaal op de Elboogstraat, terwijl er sinds de start van dit schooljaar twee nieuwe groepen zijn gestart in verband met de groei van AIDA Basisschool, en er ook gemeentelijke subsidie is toegekend voor twee nieuwe klaslokalen. Vanaf schooljaar 2026-2027 is de prognose van AIDA dat de basisschool opnieuw met minstens 3 groepen zal groeien, en er opnieuw 3 extra lokalen nodig zullen zijn. Hoe zet het college zich in voor voldoende adequate onderwijshuisvesting voor AIDA Basisschool, ofwel aan de Elboogstraat ofwel op een andere locatie in de stad? Zijn er andere locaties op het oog voor AIDA Basisschool, en zo ja, wat zijn deze locaties?
1 Bron: Primair Onderwijs | Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
Afgaand op de geldende normen, kan de geprognotiseerde groei van de AIDA basisschool plaatsvinden op de huidige locatie. Daarbij gaan wij uit van medegebruik van 3 extra groepen (6 tot en met 8). Er zijn geen alternatieve locaties voor de AIDA basisschool nodig of in beeld. 3.
Is er, indien de Elboogstraat door de gemeente wordt voorzien als langere termijn locatie voor AIDA Basisschool, contact vanuit de gemeente met het bestuur van AIDA Scholen over het beheer en onderhoud van het schoolgebouw aan de Elboogstraat? Zo nee, waarom niet?
Het huidige gebouw wordt opgenomen als onderzoekslocatie in de herijking van het IHP die momenteel wordt voorbereid. Dit houdt in dat de huisvesting op de langere termijn wordt onderzocht. Dit is inmiddels bekend bij het schoolbestuur. De gemeente heeft richting AIDA Basisschool aangegeven dat ze voor extra onderwijsruimte zouden kunnen kijken wat hiervoor de opties zouden kunnen zijn in het wijkcentrum Cromvlietplein in Laak. 4.
Deelt het college de mening van de indieners dat de voorzieningen die beschikbaar zijn in een wijkcentrum niet geschikt zijn voor het geven van regulier dagelijks onderwijs? Deelt het college de mening van de indieners dat zowel een wijkcentrum als een school ieder belangrijke maatschappelijke taken verrichten, waarbij het onwenselijk is dat deze taken elkaar verdringen vanwege een gebrek aan ruimte? Zo ja, hoe zet het college zich ervoor in om zowel geschikte en voldoende onderwijsruimte, als ruimte voor wijkcentra te garanderen?
Er zijn geen alternatieven nodig omdat aan de Elboogstraat, voor zowel De Baanbreker als de AIDA basisschool, voldoende onderwijsruimte beschikbaar is. We gaan er nog steeds van uit dat partijen onderling in goed overleg komen tot werkbare oplossingen in het pand aan de Elboogstraat. Voor de vo locatie van SIION AIDA Scholen is gekozen voor tijdelijke huisvesting in het voorheen (deels) leegstaande pand aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 in Transvaal. Dit pand heeft, voordat de school introk, lange tijd leeggestaan, en moest voordat de school introk grondig verbouwd worden. Nog steeds is er sprake van gebreken in dit schoolgebouw. 5.
Kan het college aangeven wat het bouwjaar is van het pand aan de Schalkburgerstraat493/Veluweplein 1?
Ook hier gaat het om startlocatie en – in dit geval – een gehuurde wissellocatie (voormalig schoolgebouw uit de 20’er jaren van de vorige eeuw) waarvan het deel dat nu in gebruik is genomen tot 2021 in gebruik was als schoolgebouw. 6.
Kan het college aangeven of het gebouw aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 in eigendom is van de gemeente? Indien het pand niet in eigendom is van de gemeente, hoe is de huurconstructie tussen de eigenaar, de gemeente en de school geregeld? Door welke andere partijen wordt het pand gebruikt, en is het college op de hoogte van wanneer deze gebruiksovereenkomsten aflopen? Indien het college hiervan op de hoogte is: tot wanneer lopen deze gebruiksovereenkomsten?
Het gedeelte dat nu in gebruik is door het ADIA college - de Potchefstraat 2/Schalkburgerstraat 493 wordt gehuurd van een particuliere eigenaar.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
Deze bruikleenovereenkomst, die nog niet door het schoolbestuur is ondertekent, gaat in op 1 augustus 2024 voor een periode van 5 (vijf) jaar en loopt derhalve tot en met 31 juli 2029. Zie het antwoord op vraag 10. Een deel van het complex aan de Veluwepleinzijde wordt verhuurd aan het Leger des Heils. 7.
Kan het college aangeven wie verantwoordelijk is voor het onderhoud en de adequate staat van het pand aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 in het algemeen, en wie is verantwoordelijk voor het gereedmaken van het pand voor ingebruikname voor onderwijs?
De gemeente is verantwoordelijk voor het gereedmaken van de ruimte voor AIDA. Dit is in 2024 en 2025 uitgevoerd. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het zogenaamde ‘eigenaarsonderhoud’ (onderhoud buitenschil en gebouwgebonden installaties). Vervolgens is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het ‘huurdersonderhoud’ (dagelijks en serviceonderhoud en onderhoud/vervanging van gebruiksgerelateerde installaties). De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor (het merendeel van) het eigenaarsonderhoud ligt bij de particuliere verhuurder van het pand. 8.
Ziet het college de locatie aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 als een tijdelijke of als een permanente locatie voor het AIDA College? In hoeverre is de school in staat gesteld om hun eisen voor het schoolgebouw (PvE) bij de gemeente aan te geven, en zijn/worden deze eisen door de gemeente ook meegenomen bij de plannen voor het gereedmaken van het gebouw voor onderwijshuisvesting?
Dit betreft een tijdelijke startlocatie. Het PvE van het schoolbestuur is zoals gebruikelijk als vertrekpunt genomen bij de aanpassingen aan het gebouw. Mede op basis hiervan is onder andere rekening gehouden met een aula, mediatheek, theorielokalen, lokalen voor bètavakken, een talenplein, docentenkamers en een directieruimte. In dit geval stelde AIDA voor om het zogeheten ‘nieuwbouwniveau’ als uitgangspunt te nemen. Dit is echter niet gebruikelijk en werkbaar bij tijdelijke huisvesting en hierover is AIDA vanaf het begin af aan geïnformeerd. Het AIDA College (vo locatie Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1) groeit sterk; waar de school begin schooljaar 2024-2025 startte met 160 leerlingen, zijn er aan het begin van het schooljaar 2025-2026 in totaal 340 leerlingen gestart. Als gevolg hiervan groeit ook het ruimtegebruik van de locatie Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1. Zoals gezegd is niet elk deel van dit pand al in geschikte bouwkundige staat voor het geven van onderwijs, en over de tijdige en adequate oplevering hiervan zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente en AIDA scholen. 9.
AIDA scholen geeft aan met betrekking tot de verbouwingen van de locatie Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 ambtelijk contact te hebben met verschillende gemeentelijke afdelingen, wat soms verwarring schept aangezien er tegenstrijdige uitspraken worden gedaan. Kan het college aangeven in hoeverre er op dit dossier tussen verschillende afdelingen ambtelijke afstemming plaatsvindt voordat er communicatie is richting de school? Deelt het college de mening van de indieners dat een belangrijk beginsel van goed bestuur het duidelijk communiceren van de gemeente richting partijen in de stad is, wat ook in deze casus nageleefd dient te worden?
Naar de mening van het college is na een woelige start, waarin snelheid noodzakelijk was – onder de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen heeft de gemeente slechts een jaar om een startlocatie te vinden, te verbouwen en op te leveren – zoals gebruikelijk een goede afstemmings- en communicatiestructuur tot stand gekomen. Daarbij spelen de gemeente (CVDH (bouwheer) en onderwijshuisvesting (opdrachtgever)), schoolbestuur (toekomstig gebruiker) en de eigenaar van het pand (verhuurder) elk hun rol. Het college herkent zich niet in tegenstrijdige uitspraken.
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
AIDA geeft aan dat ondanks afspraken met de gemeente over de bouwkundige staat van het gebouw aan de Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 er nog steeds sprake is van gebreken in het pand, waardoor de veiligheid van leerlingen en een fysiek prettig leerklimaat vaak onder druk komen te staan. Zo is er nog steeds geen klimaatbeheersing in het gebouw, is de elektra onveilig en verouderd, kan de verwarming niet worden uitgezet en valt deze tegelijkertijd soms helemaal uit, en is er vaak sprake van lekkages vanaf het dak, om maar een paar voorbeelden te noemen. 10. Kan het college aangeven wanneer de gemeente gaat zorgen voor oplossingen voor de problemen aan het pand Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1? Het college hecht eraan te vermelden dat het pand aan de Schalkburgerstraat/Veluweplein voldoet aan alle wettelijke eisen voor een schoolgebouw. Er is verschil van inzicht tussen gemeente en het schoolbestuur waaraan een startlocatie qua opleveringsniveau moet voldoen, zie ook het antwoord op vraag 8. Aan welke eisen een schoolgebouw moet voldoen is vastgelegd in de verordening. De gemeente heeft vanaf de start van de gesprekken over dit pand aangegeven dat functionaliteit en veiligheid voorop staan.
Het schoolbestuur heeft bij voortduring hogere verwachtingen gehad over het opleveringsniveau en heeft daarom tot op de dag van vandaag de gebruiksovereenkomst niet ondertekend, waardoor partijen (nog) niet zijn gebonden aan de voorwaarden van de overeenkomst en daaraan geen rechten en plichten kunnen ontlenen. Onderdelen waar het schoolbestuur verwachtingen heeft waarvan de gemeente volgens de normen niet aan tegemoet kan en gaat komen, zijn onder andere: vervanging van de in de ogen van het schoolgebouw te oude liftinstallatie en het vervangen van de klimaatbeheersing door actieve koeling. De liftinstallatie is gecertificeerd en voldoet aan de vereisten en de gemeente voorziet niet in actieve koeling op onderwijslocaties. Wel zal de klimaatbeheersing de komende tijd verder worden verbeterd door het plaatsen van luchtbehandelingskasten, waarvoor recentelijk een omgevingsvergunning is verleend. Wat betreft de klachten over de verwarmingsinstallatie en de elektra: de verwarmingsinstallatie is gedeeltelijk vernieuwd en er zijn nieuwe cv-ketels geplaatst. Eventuele klachten over het verwarmingssysteem worden door de eigenaar van het pand tijdig opgepakt en verholpen. De elektra was en is veilig. Daartoe zijn recentelijk ook enkele elektrotechnische werkzaamheden, inclusief de diverse aanvullende wensen van de gebruikers uitgevoerd.
Tot slot hebben we helaas inderdaad al enkele lekkages moeten melden bij de eigenaar. Deze worden voortvarend verholpen. De gemeente dringt er bij de eigenaar op aan om het dak te vervangen. 11.
Is de locatie Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 meegenomen in het huidige IHP Onderwijs 2024-2034 (RIS317535)? Zo nee, wordt deze locatie meegenomen in de volgende actualisatie van het IHP Onderwijs?
De huisvesting voor AIDA fase 2 is opgenomen als onderzoekslocatie in het IHP. Dit houdt in dat de huisvesting op de langere termijn wordt onderzocht. 12. Deelt het college de mening van de indieners dat de wettelijke taak van de gemeente omtrent het verzorgen van onderwijshuisvesting ook inhoudt dat er gezorgd moet worden voor een veilig en prettig leerklimaat voor de kinderen in onze stad? Zo nee, waarom niet? Ja. De gemeente en het bestuur hebben hier eenzelfde belang, zij het dat de verwachtingen c.q. wensen van het schoolbestuur hoger kunnen liggen dan de ruimte die de huisvestingsverordening de gemeente toestaat. Overigens heeft de gemeente, omdat het om een startend, relatief klein schoolbestuur gaat, ruimhartig bekostigd. Schoolbesturen zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van schoolgebouwen.
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
Zoals gezegd groeit AIDA Scholen op zowel de po als de vo locatie snel. Hierdoor zal op beide locaties snel sprake zijn van ruimtegebrek. 13. In hoeverre houdt de gemeente bij de plannen omtrent onderwijshuisvesting van nieuwe scholen rekening met de (verwachte) leerlingenaantallen van deze scholen? Hoe wordt er gezorgd voor passende onderwijshuisvesting bij een nieuwe school die snel groeit? Graag een toelichting. Zie het antwoord op vraag 1. De gemeente volgt samen met het bestuur de prognoses in relatie tot het behalen van de stichtingsnorm. Aan AIDA Scholen is toegezegd dat vanaf augustus 2026 ook het middendeel van de locatie Schalkburgerstraat 493/Veluweplein 1 (De La Reyweg 628) in gebruik genomen zal kunnen worden, om zo de groeiende leerlingenaantallen passend te kunnen huisvesten. Echter is op 15 oktober jl. ook een aanvraag omgevingsvergunning ingediend tot opvanglocatie (legalisatie) van het Leger des Heil op deze locatie. 14. Hoe staan deze twee feiten volgens het college tot elkaar in verhouding? Hoe wordt er door het college gezorgd voor adequate huisvesting voor zowel het AIDA College als het Leger des Heils? Worden hiervoor eventueel ook andere locaties onderzocht? Zo ja, in welk stadium bevindt dit onderzoek zich? Zie het antwoord op vraag 11.
Daarnaast is er geen sprake van eerdere toezeggingen van het middendeel van de locatie Schalk Burgerstraat 493/ Veluweplein 1. AIDA geeft aan ook met betrekking tot toewijzing van gebruik van sportvoorzieningen (gymlokalen) buiten de boot te vallen, aangezien er door de gemeente wordt uitgegaan van onjuiste leerlingenaantallen en leerlingenprognoses. Als gevolg hiervan heeft AIDA te weinig uren gymzaal en buitensportvoorzieningen toegewezen gekregen, en kan daardoor niet voor alle leerlingen volwaardig LO aanbod worden geboden. 15.
In hoeverre houdt de gemeente bij de toewijzing van gebruik van sportvoorzieningen aan scholen rekening met de (verwachte) leerlingenaantallen van scholen? Hoe wordt hierbij rekening gehouden met snelgroeiende nieuwe scholen met snel stijgende leerlingenaantallen? Worden scholen in de gelegenheid gesteld om de gemeente te corrigeren indien er voor de toewijzing van gebruik van sportvoorzieningen gebruik is gemaakt van onjuiste leerlingenaantallen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt de toewijzing van sportvoorzieningen hier dan ook op aangepast?
Voor de leerlingen faciliteren we in voldoende ruimte voor het bieden van gymlessen. Toekenning van sportvoorzieningen gaat via het programma onderwijshuisvesting. Als een schoolbestuur het niet eens is met dit besluit, kan een bezwaarschrift worden ingediend. Bij de toewijzing van sportvoorzieningen aan scholen wordt op grond van de huisvestingsverordening rekening gehouden met de leerlingenaantallen van scholen op basis van DUO-tellingen. Bij startende scholen gaan we de eerste jaren noodgedwongen uit van prognoses, aangeleverd door het schoolbestuur. Zie voor nadere toelichting het antwoord vraag 1. 16. Deelt het college de mening van de indieners dat de wettelijke taak van de gemeente omtrent onderwijshuisvesting ook het aanbieden van voldoende gymlokalen en buitensportvoorzieningen inhoudt? Zo nee, waarom niet?
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
Dit is geen mening, maar dit staat in de huisvestingsverordening. Omdat er in dit geval, onder de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen, binnen een jaar tijd door de gemeente geleverd moest worden, vroeg dit om creativiteit en flexibiliteit van zowel gemeente als schoolbestuur. Voor het faciliteren in ruimte voor het bieden van gymlessen wordt op dit moment aan de normen voldaan. De indieners horen dat wat betreft het gebruik van buitensportvoorzieningen er extra complicaties optreden, aangezien sportverenigingen niet altijd tijdig en op de juiste wijze op de hoogte worden gesteld van het gebruik van sportvelden door scholen en sportvelden op dezelfde tijd aan meerdere verschillende scholen ter beschikking worden gesteld. Daarnaast wordt ook aangegeven dat scholen met inpandige sportvoorzieningen soms niet willen meewerken indien deze sportvoorzieningen aan andere scholen ter beschikking worden gesteld. 17.
Is het college bekend met bovengenoemde problemen omtrent het gebruik van sportvelden en sportvoorzieningen door scholen? Zo ja, hoe gaat het college om met de benoemde problematiek? Hoe wordt ervoor gezorgd dat elke school voldoende en adequaat bewegingsonderwijs kan geven?
Incidenteel zijn er inderdaad wel eens knelpunten bij het leggen van de complexe puzzel ten aanzien van gebruik van de beschikbare sportvelden en -voorzieningen. Daarin wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met maximaal wenselijke afstanden. Maar zoals gezegd: bij nieuwe initiatieven geldt dat in de eerste fase oplossingen vragen om creativiteit en flexibiliteit van zowel gemeente als schoolbestuur. AIDA Scholen geeft ook aan volgens de gemeente niet in aanmerking te komen voor verschillende onderwijssubsidies, die bedoeld zijn om gelijke kansen in de stad te versterken. 18. Kan het college aangeven of ook nieuwe scholen in aanmerking komen voor subsidies vanuit de gemeente Den Haag (bijvoorbeeld subsidies voor leerlingen uit armoedeprobleemcumulatiegebieden (APC-gebieden) zoals de subsidies extra en intensieve leertijd po, zomerscholen po, en vakantie en weekendscholen po)? Ja, nieuwe scholen kunnen in beginsel in aanmerking komen voor gemeentelijke onderwijssubsidies. Voor een aantal subsidieregelingen gelden echter voorwaarden waarbij gebruik wordt gemaakt van objectieve gegevens uit maximaal twee jaar voorafgaand aan de aanvraag, zoals CBS-leerlingenscores of DUO-registraties. Startende scholen beschikken daar bij aanvang nog niet over, waardoor zij in de eerste jaren doorgaans niet aan deze voorwaarden kunnen voldoen.
Overigens wordt de Armoede probleem cumulatie score niet meer gebruikt omdat deze niet meer geactualiseerd wordt. In het voornoemde geval van AIDA heeft het bestuur van deze stichting voor het eerste jaar 2025 de 24 subsidies aangevraagd waarvan onderstaande 5 aanvragen zijn afgewezen met als reden het niet hebben van objectieve gegevens uit het verleden: • buitenschoolse activiteiten en schoolreisjes vo; • extra en intensieve leertijd po; • extra en intensieve leertijd en brede talentontwikkeling vo; • vakantie- en weekendschool in de wijk vo; • buitenschoolse activiteiten en schoolreisjes vo. Zie voor meer toelichting en de wijze waarop het college zich verzet tegen deze situatie ook het antwoord op vraag 1.
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
De indieners horen uit de stad dat nieuwe scholen niet in aanmerking komen voor bovengenoemde subsidies aangezien er wordt uitgegaan van leerlingenaantallen van een aantal jaar geleden, wat bij nieuw startende scholen niet aangeleverd kan worden. 19. Herkent het college dit signaal? Klopt dit? Van welke leerlingenaantallen wordt er uitgegaan bij het toekennen van (onderwijs)subsidies? Worden (nieuwe) scholen in de gelegenheid gesteld om de gemeente te corrigeren indien er voor de toewijzing van (onderwijs)subsidies gebruik is gemaakt van onjuiste leerlingenaantallen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt de (hoogte van de) toewijzing van (onderwijs)subsidies hier dan ook op aangepast? Ja, het college herkent het signaal. Zie ook de beantwoording van vraag 1 en 18. Het college herkent niet het signaal dat er wordt uitgegaan van onjuiste aantallen. Uitgegaan wordt van CBS-scores en DUO-registraties op vastgestelde peildata. Deze systematiek is gekozen om de verdeling transparant en controleerbaar te laten verlopen. Prognoses met betrekking tot schoolweging of eigen inschattingen van scholen zijn niet verifieerbaar. Dit zou leiden tot rechtsonzekerheid voor alle andere aanvragers. Alleen als de landelijke gegevens worden aangepast, wordt de rangvolgorde van de gemeentelijke subsidies daarop gecorrigeerd. 20.
Bij een nieuwe school kan er elk jaar sprake zijn van een sterke stijging van het aantal leerlingen. Wordt hier bij de toekenning van (onderwijs)subsidies ook rekening mee gehouden? Graag een toelichting. Bij de toekenning van subsidies wordt niet vooruitgelopen op verwachte leerlingengroei. De regelingen werken met objectieve gegevens op vaste peildata uit eerdere jaren. Groei wordt daarom pas zichtbaar in subsidietoekenningen zodra deze is vastgelegd in de officiële registraties. 21. Deelt het college de mening van de indieners dat alle scholen in Den Haag, ongeacht hoe lang zij al actief zijn, evenveel kans zouden moeten kunnen maken op subsidies van de gemeente die als doel dienen de positie en toekomst van kinderen in de stad te verbeteren? Zo nee, waarom niet? Het college is van mening dat gelijke behandeling inhoudt dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Startende scholen verkeren echter in een andere positie dan gevestigde scholen, omdat zij nog niet beschikken over de gegevens die voor bepaalde subsidies vereist zijn. Zie ook het antwoord op vraag 19.
Als gevolg van het niet toekennen van onderwijssubsidies die als doel dienen om gelijke kansen in de stad te bevorderen, zijn de kinderen op AIDA Scholen (veelal afkomstig uit APC-gebieden en/of met een niet-Nederlandse culturele achtergrond) de dupe, en lopen zij verdere achterstanden op, of kunnen zij hun bestaande achterstanden niet inlopen aangezien de school geen extra onderwijs (in de vorm van zomerscholen, weekend en vakantiescholen, of extra en intensieve leertijd) aanvullend op het reguliere aanbod kan aanbieden. In de Haagse Educatieve Agenda 2022-2026 staat hierover het volgende vastgelegd:
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11029082
“In het po en vo wordt het potentieel van kinderen en jongeren optimaal benut. Ze krijgen een aanbod van extra en intensieve leertijd waarbij taal een belangrijk onderdeel is. Interventies die effectief zijn gebleken, worden uitgebreid.” 1 Hiertoe wordt door de HEA-partners in 2022-2026 ingezet op het volgende: “In het po en vo zetten we in op het inlopen van onderwijsachterstanden met extra en intensieve leertijd voor doelgroepleerlingen met een extra focus op extra taalstimulering en aandacht voor het taalniveau. Dit extra leeraanbod voorziet ook in studieondersteuning.”2 Ook in de nieuwe HEA 2026-2032 wordt er ingezet op het bevorderen van gelijke kansen voor alle kinderen in Den Haag: “In Den Haag streven we naar een stad waarin ieder kind en iedere jongere de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Dat vraagt om een aanbod dat inclusief, taalrijk en samenhangend is – van de vroegste jaren tot en met het vervolgonderwijs.” 22. Deelt het college de mening van de indieners dat de HEA 2022-2026 en de HEA 2026-2032 voor alle kinderen in Den Haag, ongeacht op welke school zij zitten, nageleefd zou moeten worden? Zo nee, waarom niet? Het college onderschrijft dat de doelstellingen van de Haagse Educatieve Agenda gelden voor alle kinderen in Den Haag. De wijze waarop middelen worden ingezet, gebeurt echter via subsidieregelingen met objectieve en controleerbare criteria.
Zie ook de antwoorden 1, 18 en 19. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
9/9