RIS324700 Beantwoording SV Koester Haagse grandeur
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
21 april 2026 Ons kenmerk
DSO/11033479 RIS324700
Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Sluijs, luidend: ‘Koester Haagse grandeur’
Het raadslid Sluijs heeft op 11 februari 2026 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de economische problemen waarmee ondernemers in de directe omgeving van het Binnenhof te maken hebben als gevolg van de langdurige sluiting en verminderde bereikbaarheid van dit gebied?
Het college is zich ervan bewust dat bouwwerkzaamheden gepaard kunnen gaan met overlast. Van verminderde bereikbaarheid van de omgeving van het Binnenhof is echter geen sprake: alle ondernemingen zijn bereikbaar en de bezoekersstromen laten een stijgende trend zien, zie tabel hieronder. Vanaf 2022 zijn er elk jaar meer unieke bezoekers in het 350-metergebied rondom het Binnenhof (Museumkwartier) dan het jaar ervoor. Oorzaken van economische problemen kunnen van diverse aard zijn. Q1
Q2
Q3
Q4
2021
-
-
2,8 miljoen
2022
2,7 miljoen
2,5 miljoen
2023
2,0 miljoen (Binnenhof afgesloten voor publiek) 2,3 miljoen
2,5 miljoen (start renovatie) 2,6 miljoen
2,6 miljoen
2,7 miljoen
2,6 miljoen
2024
2,4 miljoen
2,7 miljoen
2,9 miljoen
2,7 miljoen
2025
2,4 miljoen
2,8 miljoen
3,4 miljoen
3,1 miljoen
2026
2,6 miljoen
-
-
-
Tabel 1 Aantal unieke bezoekers per kwartaal in het 350-metergebied rondom het Binnenhof (Museumkwartier) Bron: Resono
2.
Kan het college inzicht geven in welke maatregelen tot nu toe zijn genomen om deze ondernemers te ondersteunen en acht het college deze maatregelen toereikend?
Samen met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en ondernemers zet de gemeente in op het aantrekkelijk houden van de omgeving van het Binnenhof door middel van programmering en marketing. Daarnaast wordt in overleg met de omgeving gewerkt aan het zo veel mogelijk voorkomen van overlast. Er is een werkgroep actief met vertegenwoordiging vanuit de Stichting Binnenstadsmanagement, RVB en gemeente om gezamenlijk actiepunten in de openbare ruimte, marketing en communicatie op te pakken.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033479
In opdracht van de gemeente is bij The Hague & Partners een programmeur aangesteld die zorgt voor programmering in het 350-metergebied rondom het Binnenhof (Museumkwartier). Dit jaar vindt onder andere de vijfde editie van de Blow-up Art plaats. Deze activiteiten vinden plaats in het kader van de programmering zoals bedoeld in het plan Kom Binnenhof! (RIS318532) en het in 2017 opgestelde document Renovatie Binnenhof met oog voor de omgeving, het zogenoemde ‘Paarse Boekje' (RIS296473). Het RVB draagt bij met onder meer het uitzichtpunt op het Buitenhof. Een succesvolle publiekstrekker met in het eerste jaar 500.000 bezoekers. Ook heeft het RVB het informatiecentrum Binnenhof renovatie aan de Plaats 22 met wisselende tentoonstellingen over de geschiedenis van het Binnenhof, archeologie en nieuwe ontwerpen voor het complex. Naast aantrekkelijke bouwschuttingen, draagt het RVB ook bij aan activiteiten in de binnenstad, onder meer tijdens de Dag van de Bouw. De bezoekersaantallen in het gebied rondom het Binnenhof laten een stijgende lijn zien sinds de start van de renovatie. In dat opzicht acht het college de maatregelen als toereikend om de omgeving aantrekkelijk te houden tijdens de renovatie. 3.
Is het college bereid te onderzoeken of nadeelcompensatie mogelijk is voor ondernemers die aantoonbaar omzetverlies lijden door de langdurige afsluiting van het Binnenhof en aanpalende gebieden? Zo nee, waarom niet?
Nee, op verzoek van de gemeente Den Haag heeft het RVB een schadeprotocol ingericht voor ondernemers mocht er sprake zijn van buitenproportionele inkomensschade veroorzaakt door de renovatie van het Binnenhof. Dit schadeprotocol bevat uitgangspunten die vergelijkbaar zijn met veel gemeentelijke regelingen voor nadeelcompensatie. Het onafhankelijk adviesbureau SAOZ beoordeelt de claims. Het RVB informeert de ondernemers regelmatig over het schadeprotocol en ondernemers kunnen onafhankelijk advies inwinnen bij SAOZ. 4.
Hoe weegt het college bij het verlenen van vergunningen voor evenementen en demonstraties in de binnenstad de economische impact op gevestigde ondernemers, met name winkels met een vaste en minder mobiele klantenkring?
Evenementen zijn vergunningsplichtig. Aanvragen worden getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hoewel een economisch belang geen vastgelegde grond is om vergunning te weigeren, dient het college wel alle betrokken belangen zorgvuldig te wegen. Bij een conflicterend belang (bijvoorbeeld inbreuk op een recht) wordt de vergunningaanvrager gevraagd om gepaste maatregelen te treffen, om de impact van het evenement op dit belang te reduceren. Als dit onvoldoende wordt gedaan, kan de belanghebbende een zienswijze indienen en uiteindelijk bezwaar maken tegen de vergunning.. Voor demonstraties geldt geen vergunningstelsel, omdat demonstreren een grondrecht is. Een aankondiging is voldoende en zelfs onaangekondigde demonstraties worden in beginsel gefaciliteerd. De burgemeester kan volgens de Wet openbare manifestaties (Wom) slechts beperken op basis van een vrees voor wanordelijkheden, belang van het verkeer, of bescherming van de gezondheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard van de locatie. De economische impact op ondernemers wordt hierbij niet meegewogen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033479
5.
Deelt het college de mening dat verloedering van de openbare ruimte, zoals zwerffietsen en rommel, afbreuk doet aan de uitstraling van het centrum en daarmee aan het vestigingsklimaat voor hoogwaardige winkels?
Ja. Daarom wordt periodiek een schouw uitgevoerd om knelpunten in de openbare ruimte te signaleren en aan te pakken. Stakeholders in het gebied worden hierover geïnformeerd. 6.
Welke concrete stappen zet het college om handhaving op zwerffietsen en het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte in dit deel van de binnenstad te intensiveren?
Het college zet de bestaande aanpak van weesfietsen voort. Er wordt structureel gehandhaafd op fietsen die langer dan 7 dagen in een voorziening staan. Voor fietsen buiten voorzieningen geldt dat zij niet langer dan 28 dagen in de openbare ruimte mogen staan. Verdere intensivering is op dit moment niet mogelijk. Er wordt gewerkt aan een fietsparkeerkader dat toekomstige handhaving gerichter en effectiever moet ondersteunen. Daarnaast is het Binnenstadsplan 2033 (RIS316359) vastgesteld. Hierin staat het belang van een overzichtelijke, veilige en aantrekkelijke binnenstad centraal, met de voetganger als uitgangspunt. De binnenstad wordt echter steeds intensiever gebruikt. Zonder voldoende handhaving raakt de openbare ruimte snel ontregeld. Extra handhavingscapaciteit is daarom in de toekomst noodzakelijk. Indien dat niet haalbaar blijkt, moeten duidelijke keuzes worden gemaakt in welke taken prioriteit krijgen. 7.
Is het college bereid om maatwerk toe te passen in parkeerbeleid voor ondernemers met een oudere en internationale clientèle, bijvoorbeeld door flexibel om te gaan met bestaande parkeerplaatsen in de directe omgeving van dit soort winkels?
De Haagse binnenstad is uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer en per fiets. Voor bezoekers die desondanks met de auto naar de binnenstad willen reizen, zijn er meerdere parkeergarages op korte loopafstand beschikbaar. Het parkeerbeleid voor bezoekers van de binnenstad richt zich er dan ook op dat zij in eerste instantie gebruikmaken van één van deze vele parkeergarages. Het is niet wenselijk dat automobilisten tot aan de voordeur van winkels rijden, omdat dit de verkeersveiligheid en de verblijfskwaliteit in het centrumgebied aantast. Daarbij kan in de inrichting van de binnenstad geen rekening worden gehouden met de specifieke klantenkring van individuele winkels. Het college is van mening dat de bereikbaarheid voor bezoekers met de auto dankzij het huidige beleid ruim voldoende is en ziet daarom geen nut of noodzaak voor parkeermaatregelen die afwijken van het beleid of die zich specifiek op individuele ondernemers richten. Voor bezoekers die minder mobiel zijn, zijn in en rondom de binnenstad Gehandicaptenparkeerplaatsen beschikbaar, zodat ook zij de binnenstad goed kunnen bereiken. 8.
Op welke wijze worden historische en beeldbepalende winkels, zoals F.G. van den Heuvel, momenteel betrokken in de citymarketing van Den Haag via The Hague & Partners?
The Hague & Partners informeert ondernemers via ondernemerscollectieven over haar campagnes, waarbij er ook ruimte is voor discussie. Individuele ondernemers kunnen zelf contact opnemen om ideeën te bespreken of mogelijkheden te verkennen. TH&P organiseert ook periodiek partnerevenementen, waarbij partners worden bijgepraat over ontwikkelingen en er ruimte is voor gesprek over de marketingactiviteiten.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033479
9.
Ziet het college kansen om de ontwikkeling van het Museumkwartier nadrukkelijker te koppelen aan het versterken van het economisch profiel van omliggende winkels en zo ja, hoe wordt dit concreet uitgewerkt?
Een ambitie uit de Visie Museumkwartier 2033 (RIS320071) is dat het winkelaanbod in het gebied aansluit bij de doelgroepen en ambities van het Museumkwartier. Stichting Binnenstadsmanagement acquireert actief om het aanbod te verrijken en leegstand tegen te gaan. 10. Kan het college toezeggen dat bij toekomstige besluiten over langdurige werkzaamheden, afsluitingen en evenementen in de binnenstad de belangen van bestaande ondernemers expliciet en aantoonbaar worden meegewogen? Het college hecht grote waarde aan een goed ondernemersklimaat. Bij de voorbereiding van besluiten worden de belangen van ondernemers al betrokken, onder meer via tijdige afstemming en het onderzoeken van mitigerende maatregelen. Ook in de toekomst worden deze belangen zorgvuldig meegewogen, waarbij gestreefd wordt naar een goede balans tussen bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en economische vitaliteit. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4