RIS324698 Beantw SV Structurele liftstoringen, brandveiligheid en veiligheid hoogbouw Bezuidenhout
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
21 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Martinez van Andel, luidend: ‘Liftstoringen, brandveiligheid en veiligheid hoogbouw Bezuidenhout’
DSO/11020427 RIS324698
Het raadslid de Martinez van Andel heeft op 11 februari 2026 een brief met daarin 31 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Algemeen en Veiligheid 1.
Is het college bekend met de aanhoudende en structurele liftstoringen in twee hoogbouwflats, The Roofs, gelegen aan de Prins Willem-Alexanderweg in Bezuidenhout met respectievelijk 30 en 37 verdiepingen, in totaal circa 655 woningen, waarbij regelmatig liften uitvallen en bewoners soms opgesloten raken in liften?
Ja. Het college is bekend met berichtgeving en signalen over liftstoringen en (incidentele) liftinsluitingen in het appartementencomplex The Roofs. 2.
Sinds wanneer is het college op de hoogte van deze problematiek en via welke kanalen (bijvoorbeeld meldingen van bewoners, wijkteams, brandweer, GGD, bewonersvereniging of media)?
De gemeente heeft de afgelopen jaren via verschillende signalen kennisgenomen van situaties in het gebouw. Deze signalen zijn onder meer via bewoners en via berichtgeving in de media onder de aandacht gekomen. Daarnaast is de Haagse Pandbrigade (Hpb) in de afgelopen twee jaar meerdere keren in contact geweest met de beheerder over de liftstoringen en de opvolging daarvan. 3.
Hoe beoordeelt het college de algehele veiligheidssituatie voor bewoners, gezien het feit dat het hier gaat om hoogbouw met een groot aantal woningen en structurele problemen met vitale installaties?
Het college acht liftstoringen in een hoog woongebouw onwenselijk, omdat deze ernstige hinder en ongemak kunnen veroorzaken voor bewoners, met name voor bewoners die minder mobiel zijn. Voor de beoordeling van de veiligheidssituatie is met name van belang hoe de brandveiligheid van het gebouw is ingericht. Brandveiligheid in hoogbouw wordt primair gerealiseerd via adequaat werkende brandveiligheidsvoorzieningen in het gebouw. The Roofs is ontworpen en gebouwd op basis van de geldende brandveiligheidsvoorschriften ten tijde van de vergunningverlening en aanvullende richtlijnen voor gebouwen hoger dan 70 meter. Het niveau van deze voorzieningen is afgestemd op het gekozen ontruimingsconcept. Zo is Brandweer Haaglanden als adviseur van de gemeente betrokken geweest bij de vaststelling van deze uitgangspunten.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
Het functioneren en onderhoud van installaties in het gebouw, waaronder liften, is primair de (eind)verantwoordelijkheid van de eigenaar. Het dagelijks beheer is door de eigenaar uitbesteed aan een partij die tevens optreedt als verhuurder en die namens de eigenaar verantwoordelijk is voor een snelle en adequate opvolging van liftstoringen en liftopsluitingen. Het toezicht op liften als product ligt landelijk bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. De gemeente ziet toe op de naleving van bouw- en gebruiksvoorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Liftstoringen leiden niet automatisch tot een overtreding van deze voorschriften. Dat kan anders zijn wanneer daardoor niet langer wordt voldaan aan de eisen uit het Bbl. Voor zover het college kan beoordelen is daarvan in deze situatie geen sprake. De eigenaar en beheerder nemen maatregelen om storingen te verhelpen en te voorkomen. 4.
Acht het college het verantwoord dat bewoners — waaronder ouderen, mensen met een beperking, bewoners met een rollator en gezinnen met kinderwagens — bij uitval van liften genoodzaakt zijn tientallen verdiepingen via de trap te overbruggen?
Het college acht de situatie onwenselijk. Voor de beoordeling binnen het geldende wettelijke kader wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3. 5.
Is de brandweer of een andere veiligheidsinstantie betrokken (geweest) bij het beoordelen van de risico’s die deze situatie met zich meebrengt, met name in het kader van evacuatie en veiligheid bij calamiteiten?
Ja. Zie beantwoording vraag 3. Brandveiligheid en loze brandalarmen 6.
Klopt het dat bewoners signaleren dat het brandalarm in de betreffende hoogbouwflats met regelmaat afgaat, waaronder ook ’s nachts, terwijl achteraf blijkt dat sprake was van een loos of onterecht alarm?
Ja. Het college is bekend met signalen van bewoners over alarmeringen in het gebouw en begrijpt dat dergelijke meldingen, met name wanneer deze ’s nachts plaatsvinden, impact kunnen hebben op bewoners. Het college doet echter geen uitspraak over de vraag of een brandalarm terecht of onterecht is. Bij een melding is vooraf vaak niet vast te stellen of sprake is van een dreigende situatie en wordt daarom gehandeld volgens de geldende procedures en vanuit de wettelijke taak van de brandweer. De brandweer is in 2025 dertien keer en in 2026 één keer gealarmeerd voor The Roofs. Deze meldingen hadden betrekking op liftopsluitingen (zes), storingen in brandveiligheidsvoorzieningen (vier), wateroverlast (twee) en werkzaamheden die een alarm hebben veroorzaakt (twee). 7.
Is het college bekend met deze meldingen van herhaaldelijke loze brandalarmen en de impact daarvan op bewoners, die zich genoodzaakt zien hun woning te verlaten, soms midden in de nacht?
Ja. Zie beantwoording vraag 6.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
8.
Acht het college het verantwoord dat in hoogbouwcomplexen van deze omvang herhaaldelijk loze brandalarmen plaatsvinden, mede gezien het risico dat bewoners bij een daadwerkelijke calamiteit minder alert of terughoudender reageren?
Het college acht het van belang dat brandmeld- en ontruimingsinstallaties goed functioneren en dat onnodige meldingen zoveel als mogelijk worden voorkomen. Een brandalarm is bedoeld om te zorgen voor een tijdige evacuatie van het eerst bedreigde gebied rondom een brandmelding. Gelet hierop is het belangrijk dat bewoners adequaat reageren wanneer een brandalarm afgaat. Brandmeld- en ontruimingsinstallaties worden daarom periodiek geïnspecteerd door een geaccrediteerd bureau om te controleren of deze voldoen aan de geldende voorschriften. De uitkomsten van deze inspecties worden betrokken bij het toezicht dat voor dit type gebouw periodiek wordt uitgevoerd door de brandweer. Dit toezicht staat voor dit gebouw in 2026 op de planning. Daarnaast hebben eigenaar en gebruikers van het gebouw een zorgplicht om maatregelen te nemen die onnodige meldingen voorkomen, bijvoorbeeld door defecte of verkeerd geplaatste melders te vervangen of gebruik te beperken dat meldingen veroorzaakt. Zie in dit verband ook de beantwoording van vraag 6. 9.
Is bekend of, door wie en hoe vaak de brandmeld- en ontruimingsinstallaties in deze gebouwen zijn gecontroleerd en onderhouden, en of daarbij tekortkomingen zijn vastgesteld?
Ja. Zie beantwoording vraag 8. 10. Is de brandweer betrokken (geweest) bij het beoordelen van de betrouwbaarheid en werking van de brandmeld- en ontruimingsinstallaties in deze gebouwen, en zo ja, wat waren de bevindingen? Ja. Zie beantwoording vraag 8. Liftveiligheid, noodcommunicatie en bereik 11.
Klopt het dat bewoners aangeven dat de noodknoppen en spreek-luisterinstallaties in de liften regelmatig niet werken, waardoor opgesloten personen geen contact kunnen leggen met hulpdiensten of een meldkamer?
Het college acht het van belang dat noodcommunicatie in liften te allen tijde naar behoren functioneert. Er zijn geen aanwijzingen dat niet wordt voldaan aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Voor liften in woongebouwen geldt dat zij moeten zijn voorzien van een werkende noodcommunicatievoorziening conform het Warenwetbesluit liften. De beheerder heeft aangegeven dat de liften die in gebruik zijn voldoen aan deze voorschriften en dat aanvullende controles zijn uitgevoerd op noodknoppen en meldkamerverbindingen. Voor de rolverdeling tussen eigenaar, gemeente en landelijke toezichthouders wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3. 12. Klopt het dat bewoners daarnaast aangeven dat er in de liften geen (mobiel) bereik is, waardoor zij bij een liftstoring volledig onbereikbaar zijn? Ja. Het college is bekend met signalen van bewoners over beperkt of wegvallend mobiel bereik in de liften. Voor de beoordeling van de veiligheid wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 11.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
13. Acht het college deze situatie — waarbij mensen opgesloten kunnen raken zonder werkende noodcommunicatie en zonder mobiel bereik — verantwoord en veilig, met name in gevallen waarin sprake is van medische nood, paniek of kwetsbare bewoners? Het college acht het onwenselijk wanneer noodcommunicatie in liften niet naar behoren functioneert. Er zijn geen aanwijzingen dat niet wordt voldaan aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Voor de beoordeling wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 11 en vraag 3. Type liften, CLIMB-Liften en regelgeving 14. Is het college bekend met signalen van bewoners dat de liften die momenteel in de betreffende hoogbouwflats in gebruik zijn, zogenoemde bouwliften zouden betreffen, die tijdens de bouwfase reeds intensief zijn belast? Voor zover het college bekend is, zijn deze signalen niet eerder bij de gemeente gemeld. 15.
Klopt het dat deze liften oorspronkelijk niet zijn bedoeld voor langdurig regulier gebruik in bewoonde hoogbouwcomplexen van deze omvang? Zo ja, is het toegestaan om deze liften structureel in gebruik te houden voor dagelijks bewonersgebruik?
Het college heeft geen rol in het vaststellen waarvoor een bepaald type lift oorspronkelijk is ontworpen. Voor het wettelijke kader en het toezicht hierop wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 3, 11 en 16. 16. Kan het college aangeven welke regelgeving (zoals het Bouwbesluit dan wel het huidige Besluit bouwwerken leefomgeving, liftveiligheidsnormen en overige relevante wet- en regelgeving) van toepassing is op het type liften dat in deze gebouwen is geplaatst? Ten tijde van vergunningverlening was het Bouwbesluit 2012 van toepassing. Inmiddels geldt het Bbl. Deze regelgeving bevat eisen aan bouwwerken, onder meer ten aanzien van brandveiligheid en toegankelijkheid. De gemeente toetst bij vergunningverlening het bouwwerk aan deze bouw- en gebruiksvoorschriften en kan handhavend optreden wanneer sprake is van overtredingen van het Bbl. Voor liften geldt daarnaast het Warenwetbesluit liften. Hierin zijn de productveiligheid, conformiteitsbeoordeling en periodieke keuring van liften geregeld. Toezicht op de naleving daarvan ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en niet bij de gemeente. 17.
Acht het college het vanuit veiligheidsoogpunt en vanuit de zorgplicht richting bewoners verantwoord om liften die mogelijk als bouwliften zijn gebruikt, structureel in stand te houden voor dagelijks gebruik door honderden bewoners?
Zie beantwoording vraag 3 en 15.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
18. Is door of namens de gemeente ooit gecontroleerd of beoordeeld of de aanwezige liften voldoen aan de eisen die worden gesteld aan liften in permanente hoogbouwbewoning, inclusief eisen ten aanzien van noodcommunicatie? Zo ja, wanneer heeft deze controle plaatsgevonden en wat waren de uitkomsten? Nee. Zie beantwoording vraag 16. 19. Indien deze controle niet heeft plaatsgevonden, is het college bereid dit alsnog te laten onderzoeken en de uitkomsten daarvan met de raad te delen? Nee. Zie beantwoording vraag 3 en 16. 20. Is het college bekend met het feit dat het hier gaat om zogenaamde CLIMB Lift™-liften, waarvan dit de enige exemplaren in Nederland zijn, en dat in 2022/2023 regelmatig Zwitserse specialisten moesten worden ingevlogen omdat er in Nederland onvoldoende expertise aanwezig was? Ja. Het college heeft via berichtgeving kennisgenomen van de stelling dat in het gebouw zogenoemde CLIMB-liften zouden zijn toegepast. Het college kan niet bevestigen dat dit de enige exemplaren in Nederland zouden zijn of dat hiervoor regelmatig buitenlandse specialisten zouden moeten worden ingezet. 21.
Is het college van mening dat er ruim voldoende kennis en kunde aanwezig is in Nederland om deze liften in onderhoud te hebben, rekening houdend met het intensieve gebruik door circa 1.200 bewoners, exclusief bezoekers, pakketdiensten, maaltijdbezorgers, boodschappendiensten en andere leveranciers? Het college heeft geen rol in de beoordeling van de beschikbaarheid van specifieke technische expertise voor het onderhoud van liftinstallaties. Het organiseren van onderhoud en het beschikken over de benodigde technische kennis is de verantwoordelijkheid van de eigenaar en diens onderhoudspartijen. Toezicht op de naleving van het Warenwetbesluit liften ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Pandbrigade, eigenaar en rol college 22. Is de Haagse Pandbrigade bekend met de structurele lift- en veiligheidsproblemen in deze hoogbouwflats? Ja. De Hpb is bekend met de signalen in The Roofs. 23. Is de pandbrigade ter plaatse geweest? Zo ja, wanneer en wat heeft zij geconstateerd met betrekking tot de staat, veiligheid, betrouwbaarheid en werking van liften en andere vitale installaties? Nee. De Hpb is niet ter plaatse geweest. Er zijn geen signalen bekend over gebreken aan andere vitale installaties in het gebouw. Voor het wettelijke kader ten aanzien van liften en het toezicht daarop wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 16.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
24. Welke acties en/of vervolgacties heeft de pandbrigade naar aanleiding hiervan ondernomen richting de eigenaar en/of verhuurder van de panden? Naar aanleiding van de signalen heeft de Hpb op 5 februari 2026 contact opgenomen met de beheerder om te beoordelen of adequate acties worden ondernomen om de problemen met de liften te verhelpen. Nadien is er meerdere keren contact geweest om de voortgang te monitoren. Volgens de beheerder was het herstel van de defecte lift afhankelijk van de levering van een nieuwe liftmotor die speciaal moest worden geproduceerd. Dergelijke motoren zijn niet op voorraad en de fabricage kan niet worden versneld. De beheerder heeft met de leverancier afgesproken dat de motor na productie per vliegtuig naar Nederland wordt vervoerd. Daarnaast heeft de beheerder verschillende maatregelen genomen om storingen zoveel mogelijk te voorkomen. Volgens de beheerder worden storingen mede veroorzaakt doordat pakketbezorgers liften regelmatig vastzetten om meerdere leveringen tegelijk te doen. Om dit gebruik te beperken zijn onder meer pakketlockers in de centrale hal geplaatst en instructies gegeven over het bezorgen van pakketten. Ook worden extra onderhoud en controles uitgevoerd aan de liften en worden bewoners via bewonersbrieven geïnformeerd over de voortgang.
De beheerder heeft aangegeven dat de defecte lift inmiddels, medio maart 2026, weer in gebruik is genomen. 25. Heeft het college contact gehad met de eigenaar en/of verhuurder van de betreffende gebouwen over deze problematiek? Zo ja, wanneer en met welke uitkomst? Zo nee, waarom niet? Ja. Zie beantwoording vraag 24. 26. In hoeverre ziet het college mogelijkheden om de eigenaar/verhuurder aan te spreken op zijn verantwoordelijkheid voor woonkwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van deze woningen? Zie beantwoording vraag 24. 27. Is het college bekend met het feit dat bewoners zich inmiddels hebben verenigd in een bewonersvereniging, maar naar eigen zeggen weinig tot geen inhoudelijke reactie krijgen van de verhuurder/eigenaar? Nee. Het college is niet bekend met het beeld dat de bewonersvereniging geen inhoudelijke reactie ontvangt van de verhuurder of beheerder. Voor zover bekend worden bewoners en de bewonersvereniging door de beheerder geïnformeerd over de voortgang van herstelwerkzaamheden. 28. Welke rol ziet het college voor zichzelf weggelegd in situaties waarin bewoners structureel vastlopen bij een verhuurder, terwijl de problematiek grote gevolgen heeft voor leefbaarheid, gezondheid en veiligheid? Huurders die vastlopen bij een verhuurder kunnen zich wenden tot de Huurbalie voor informatie en advies.
Afhankelijk van de aard en ernst van de signalen wordt bezien welke gemeentelijke inzet passend is en/of naar welke instantie kan worden doorverwezen.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11020427
29. Hoe verhoudt deze situatie zich volgens het college tot het Haagse woonbeleid en de ambitie om de stad toegankelijk en inclusief te maken voor ouderen en mensen met een beperking? Het college hecht waarde aan goede toegankelijke woningen voor alle bewoners, zo ook voor ouderen en mensen met een beperking. Tegelijkertijd is het onderhoud en functioneren van installaties in een woongebouw, zoals liften, primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar en gelden hiervoor landelijke wettelijke kaders. Het college handelt binnen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die de gemeente hierin heeft. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de beantwoording van de vragen 3, 16 en 24. 30. Is het college bereid om, indien de situatie voortduurt, een meer actieve of regisserende rol te pakken richting de eigenaar/verhuurder om tot structurele en duurzame oplossingen te komen? Zo ja, op welke wijze? De defecte lift is inmiddels hersteld en weer in gebruik genomen. De beheerder heeft maatregelen getroffen om storingen te beperken, zoals toegelicht bij de beantwoording van vraag 24. Daarmee is de beschikbaarheid van liften in de betreffende toren verbeterd. Het college blijft de situatie volgen. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt bezien welke rol passend is. 31.
Tot slot: welke concrete stappen is het college bereid op korte termijn te zetten om de veiligheid en leefbaarheid voor de bewoners te verbeteren? Zie beantwoording vraag 30. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
7/7