RIS324692 Beantwoording SV Bescherm Haagse inwoners
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
17 maart 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden KlokkenburgReedeker, Butt, Ahraui, Arp, Smit, Mostert en Faïd, luidend: ‘Bescherm Haagse inwoners’
OCW/11021982 RIS324692
De raadsleden Klokkenburg-Reedeker, Butt, Ahraui, Arp, Smit, Mostert en Faïd hebben op 10 februari 2026 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 18 december 2025 heeft de Tweede Kamer asielwetsvoorstellen aangenomen, inclusief de novelle die strafbaarstelling mogelijk maakt van mensen zonder verblijfsstatus en hulpverleners. Inmiddels ligt de wet bij de Eerste Kamer. Het bondgenootschap Stop de Asielwetten (stopdeasielwetten.nl), een alliantie van diverse organisaties, kerken en juridisch experts, noemt de wet “onmenselijk, onuitvoerbaar en onwenselijk: ze beperken de rechten van vluchtelingen, terwijl dat wat wordt beoogd niet bereikt gaat worden.” Criminalisering van mensen zorgt er bovendien juist voor dat mensen onder de radar verdwijnen, waardoor ze uit beeld raken. Daarmee vermindert de toegang tot basisvoorzieningen en zorg, met alle (gezondheids)risico’s van dien. 1.
Is het college bekend met de actie van bondgenootschap Stop de Asielwetten?
Ja. 2.
Is het college bereid zich samen met VNG, de G4 en andere landelijke partners uit te spreken richting de Eerste Kamer tegen strafbaarstelling illegaliteit, met nadruk op de onuitvoerbaarheid en onwenselijkheid daarvan?
Het nieuwe kabinet heeft aangekondigd de strafbaarstelling in stand te houden indien de Asielnoodmaatregelenwet (waar de strafbaarstelling onderdeel van is) wordt aangenomen door de Eerste Kamer. De plenaire behandeling van de wet staat gepland op 14 april 2026. Het college is bereid zich uit te spreken over de voorziene negatieve gevolgen van de strafbaarstelling illegaliteit. In Den Haag zien we elke dag hoe belangrijk het is dat mensen, ongeacht hun status, toegang hebben tot basiszorg, onderwijs en rechtsbescherming. Het college blijft door middel van lobby richting de Eerste Kamer inzetten op de lijn zoals die is geformuleerd in de G4/G40 brandbrief van 2 juli 2025 aan de Tweede Kamerleden, dat de strafbaarstelling voorziene negatieve gevolgen heeft in de uitvoering. Het leidt ertoe dat ongedocumenteerde mensen nog meer onder de radar zullen proberen te blijven uit angst voor contact met instanties. Dit kan leiden tot het mijden van onderwijs en zorg en geeft een hoger risico op uitbuiting. Gemeenten, politie en hulpverleners verliezen dan het zicht op deze toch al kwetsbare groep. 3.
Is het college het met indieners eens dat het hulp verlenen aan ongedocumenteerde mensen nooit strafbaar mag zijn en dat rechtsbescherming, ook van hulpverleners, noodzakelijk is?
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11021982
Ja, hulpverleners zouden niet gedwongen mogen worden om te kiezen tussen hun beroepsethiek en de angst om zelf in de problemen te komen. De aangenomen novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf beoogt te voorkomen dat hulpverleners niet vervolgd worden wanneer zij hulp verlenen aan ongedocumenteerde mensen. In lijn met het advies van de Raad van State is onze lezing echter dat het strafrecht in beginsel niet voorziet in een volledige uitsluiting van medeplichtigheid en medeplegen.1 De verantwoordelijkheid voor rechtszekerheid en bescherming wordt hiermee doorgeschoven naar de rechtspraak. Dit mag nooit het geval zijn. 4.
Is het college bereid te onderzoeken met relevante partners, waaronder G4, hoe de humanitaire en rechtsstatelijke impact van de asielwetten zoveel mogelijk beperkt kunnen worden?
Als college onderschrijven wij de voorziene negatieve gevolgen voor de uitvoering zoals deze door de colleges en gemeenteraden van Amsterdam en Utrecht naar voren zijn gebracht de afgelopen weken. Daarnaast zien we in onze uitvoering dat mensen zonder verblijfsstatus lang niet altijd mensen zijn die niet zouden meewerken aan terugkeer. Vaak gaat het om mensen die om uiteenlopende redenen geen verblijfsvergunning krijgen, maar ook niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. Zij bevinden zich daardoor in een langdurige en kwetsbare situatie, waarin toegang tot basisvoorzieningen en begeleiding noodzakelijk blijft. Daarom zetten we graag in gezamenlijkheid enerzijds in op lobby richting de Eerste Kamer om de voorziene negatieve gevolgen te benadrukken en anderzijds, indien de Asielnoodmaatregelenwet aangenomen worden, te onderzoeken met wie en hoe deze gevolgen in de uitvoering zoveel mogelijk beperkt kunnen worden binnen de grenzen van de wet. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
1 De novelle kiest voor een constructie waarbij deelneming (medeplegen, medeplichtigheid) volledig wordt uitgesloten bij
artikel 108a Vreemdelingenwet. Dit betekent dat hulpverleners per definitie niet strafbaar zijn. Dit is een geldige wetgevingstechniek: de wetgever mag een delict zo formuleren dat bepaalde gedragingen niet onder de strafbaarstelling vallen. De Raad van State (RvS) benadrukt echter dat deze oplossing afwijkt van de systematiek van het strafrecht, omdat het Wetboek van Strafrecht normaal gesproken niet voorziet in een volledige uitsluiting van deelnemingsvormen. De RvS vraagt zich af hoe deze uitzondering juridisch past in het bestaande stelsel. De RvS vindt dat dit zorgvuldig moet worden uitgelegd hoe deze constructie zich verhoudt tot andere strafbaarstellingen van illegaal verblijf (zoals bij een inreisverbod), waar wél straf voor hulp mogelijk is en eventueel aangepast moet worden. De Afdeling advisering zegt daarnaast expliciet dat de voorbereiding van de strafbaarstelling onzorgvuldig was en dat essentiële afwegingen niet zijn gemaakt. Dit maakt de wetsconstructie kwetsbaar voor kritiek. Het betekent niet dat het per definitie juridisch ongeldig is, maar dat het meer risico loopt bij toetsing, interpretatie of discussie in de rechtspraktijk.
2/2