CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324663 De balans van twee jaar Wet goed verhuurderschap

Algemene Raadscommissie 8 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS-nummer: 324663 Schriftelijke vragen: De balans na tweeënhalf jaar Wet goed verhuurderschap Indiener: Peter Mekers (D66 Den Haag) Datum: 5 februari 2026 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Op 26 januari jl. verscheen een eerste inventarisatie over de implementatie van de Wet goed verhuurderschap1. De wet is inmiddels anderhalf jaar van kracht. In Den Haag ontvangt de gemeente meldingen van ongewenst verhuurgedrag. Tegelijkertijd blijkt dat hardnekkige misstanden blijven bestaan en dat handhaving in de praktijk soms complex is. Tegen deze achtergrond wil de fractie van D66 weten hoe het college deze eerste inventarisatie beoordeelt. Ook vraagt de fractie welke conclusies het college hieruit trekt voor de uitvoering en handhaving van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag. Overeenkomstig art.

30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Peter Mekers (D66 Den Haag) de volgende vragen: 1) Deelt het college de opvatting dat de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag zich nog in een pioniersfase bevindt? 2) Kan het college bevestigen dat sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap circa 600 meldingen van ongewenst verhuurgedrag zijn binnengekomen in Den Haag? En kan het college toelichten waarom van deze meldingen slechts circa 50 à 60 zaken daadwerkelijk zijn opgepakt en tot handhaving hebben geleid? Welke criteria worden gehanteerd om te bepalen of er wel of geen handhaving wordt ingezet? 3) Klopt het dat intimidatie in Den Haag de grootste categorie meldingen vormt? Hoe verklaart het college dit beeld? 4) Deelt het college de zorg dat veel huurders intimidatie niet durven te melden uit angst voor repercussies, zoals verlies van woonruimte of verslechtering van de verhuurrelatie? 5) Welke maatregelen neemt de gemeente Den Haag om ervoor te zorgen dat huurders ongewenst verhuurgedrag, en met name intimidatie, wél durven te melden? 6) Acht het college de huidige wettelijke kaders voldoende duidelijk om intimidatie door verhuurders effectief te kunnen handhaven? 7) Is de capaciteit van de Haagse Pandbrigade afdoende om de meldingen nu adequaat op te pakken en hoe voorziet het college dat voor de toekomst? 8) Deelt het college de analyse dat er

nog verbetering mogelijk is in de accuratesse van puntentellingen en in de transparantie en verantwoording van servicekosten? 9) Hoe beoordeelt het college de effectiviteit van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag sinds de invoering, nu de wet anderhalf jaar van kracht is?

Pagina 1 van 2 1

https://federatiehcs.nl/wp-content/uploads/2026/01/FHCS-Zo-functioneert-de-Wet-goedverhuurderschap-in-de-G4-def-1.pdf

10) Kan het college de raad voorzien van een uitgebreidere analyse? Peter Mekers, D66 Den Haag

Pagina 2 van 2 1

https://federatiehcs.nl/wp-content/uploads/2026/01/FHCS-Zo-functioneert-de-Wet-goedverhuurderschap-in-de-G4-def-1.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16578877/1