RIS324663 De balans na tweeënhalf jaar Wet goed verhuurderschap bijlage
Tekst van het document
De balans van twee jaar Wet goed verhuurderschap Ervaringen in de G4 Federatie huurders in de commerciële sector (FHCS) Gepubliceerd op: 16-01-2026
Samenvatting Sinds 1 juli 2023 verplicht de Wet goed verhuurderschap (Wgv) gemeenten om op te treden tegen malafide verhuurders. De wet moet huurders beter beschermen tegen discriminatie, intimidatie en het betalen van te hoge borgsommen of servicekosten. Maar hoe pakt de Wgv in de praktijk uit? De Federatie Huurders in de Commerciële sector (FHCS) vroeg onderzoeksjournalist Fred van der Molen (oud-hoofdredacteur van NUL20 (platform voor wonen en bouwen) een eerste inventarisatie te maken van de implementatie en het effect van de nieuwe wet in de vier grote steden. De belangrijkste conclusies zijn: • • • • • •
De G4-gemeenten hebben taken die uit de Wgv voortvloeiend geïmplementeerd in hun organisatie, maar de pioniersfase is nog niet voorbij. De wet werkt normerend en heeft misstanden beperkt, maar hardnekkige huisjesmelkers trekken zich er weinig van aan. Intimidatie wordt veel gemeld, maar bewijs is lastig. Boetes zijn schaars en trajecten duren lang. Gemeenten zouden gebaat zijn bij duidelijke richtlijnen over intimidatie. Veel voorkomende problemen met het terugbetalen van borg of de afrekening van de servicekosten vallen buiten nog buiten gemeentelijke handhaving. Huurders kunnen beter worden beschermd tegen misstanden als deze twee zaken expliciet(er) in de Wgv worden vastgelegd.
De balans van twee jaar Wet goed verhuurderschap
Tijd voor de volgende stap Sinds 1 juli 2023 verplicht de Wet goed verhuurderschap (Wgv) gemeenten om op te treden tegen malafide verhuurders. Uit een inventarisatie in de vier grote steden blijkt dat gemeenten nog aan het pionieren zijn met de nieuwe handhavingstaken. Intimidatie wordt veel gemeld, maar de bewijsvoering blijkt uitermate lastig. Boetes zijn nog schaars en de handhavingstrajecten duren lang. En voor veel voorkomende problemen als het niet terugbetalen van borg en ondoorzichtige servicekosten biedt de Wgv geen oplossing. De wet werkt normerend, maar juist de hardnekkige huisjesmelkers lijken zich er nog weinig van aan te trekken. Vastgoedbeheerder Change= verloor het afgelopen decennium vrijwel elke procedure die Amsterdamse huurders aanspanden over te hoge servicekosten, communitykosten of ongeldig verklaarde dienstenovereenkomsten. Toch wachten minstens 349 huurders uit een voormalig Change=-complex in Amsterdam-Zuidoost nog altijd op hun geld — sommigen al zeven jaar. De beheerder wijst collectieve regelingen stelselmatig af en procedeert door tot het uiterste. Zo bevestigde het gerechtshof in april 2024 een vonnis uit 2021 waarin werd geoordeeld dat een verplichte, afzonderlijke dienstenovereenkomst — die huurders naast het huurcontract moesten tekenen — ongeldig was. Maar Change= betaalt nog steeds niet.
Stichting !WOON, die de huurders vertegenwoordigt, ziet zich daardoor genoodzaakt 349 afzonderlijke dagvaardingen uit te brengen om betaling af te dwingen. “Alleen al aan griffiekosten kost ons dat 84.000 euro,” zegt Tjerk Dalhuisen van !WOON. “Het is bizar dat ik in 2025 nog bezig ben kosten uit 2019 terug te vorderen.”
“Niet terugbetalen van borg is bij sommige verhuurders gewoon een verdienmodel”
Volgens Dalhuisen is de Wgv nog onvoldoende uitgewerkt. De regeling voor borg en servicekosten werd pas op het laatste moment toegevoegd, en de huurder moet nog altijd zélf naar de rechter als een verhuurder te hoge servicekosten rekent of de borg niet terugbetaalt. “Bij sommige verhuurders is dat gewoon een verdienmodel,” aldus Dalhuisen. “We winnen elke zaak, maar het kost enorm veel tijd en levert huurders veel stress op.’’ Zijn oproep aan de politiek: leg de borg- en servicekostenkwesties expliciet in de Wgv vast, zodat gemeenten structureel kunnen handhaven via bestuurlijke boetes. Nu moet iedere huurder opnieuw een civiele procedure starten. In 2024 behandelde Stichting !WOON in Amsterdam zeker 134 van zulke zaken. Opvallend is dat extreme borgsommen - mede door de hoge huren - toenemen, regelmatig meer dan €5.000. Ook in Rotterdam komt het niet (tijdig) terugbetalen van borg regelmatig voor.
Invoering nieuwe wetgeving 2
De Wgv verplicht particuliere verhuurders sinds 1 juli 2023 tot een aantal voor de hand liggende gedragsregels: – een schriftelijk huurcontract – het aanleveren van een puntenberekening – geen bemiddelingskosten voor huurders – maximaal twee maanden kale huur als borg – een deugdelijke specificatie van servicekosten – een expliciet verbod op discriminatie en intimidatie. Onderdeel van de nieuwe wetgeving was dat gemeenten een (digitaal) meldpunt moesten openen, vóór 1 januari 2024. De wet kreeg meer gewicht door de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur (Wbh) en de Wet vaste huurcontracten (Wvh) op 1 juli 2024. Daarmee kregen huurders meer zekerheid en kunnen gemeenten optreden tegen te hoge huren — bij sociale huur én nieuwe contracten in de gereguleerde middenhuur. Samen met eerdere wetgeving (opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht, beperkingen op vakantieverhuur, verhuurvergunningen) zijn veel wensen van G4-wethouders ingewilligd. Maar daalt sindsdien het aantal misstanden? En werkt de Wet goed verhuurderschap, inmiddels anderhalf jaar van kracht zoals bedoeld? In dit artikel onderzoeken we het effect van de implementatie van de Wgv in de Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Rotterdam, de G4. Een opvallend bijeffect van het overheidsbeleid mag niet ongenoemd blijven: kleine particuliere verhuurders trekken zich massaal terug van de woningmarkt.
Beleggen in huurwoningen is namelijk minder lucratief geworden vanwege fiscale wijzigingen, nieuwe huurwetgeving en hogere rente. Het gevolg is uitponding. In Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag daalde het bezit van particuliere investeerders tussen 2023 en eind Q3 2025 met 12.500 woningen, tot 78.400 (bron: Kadaster).
Uitvoering – pionieren in de praktijk De uitvoering van de Wgv verschilt sterk per gemeente, zegt Dirk Konings, beleidsadviseur Wonen bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Iedere gemeente heeft wel een meldpunt, maar de inrichting verschilt enorm. Kleinere gemeenten kiezen soms voor een regionaal meldpunt of besteden het uit. Konings: “Gemeenten zoeken nog naar een goede manier om de handhaving te organiseren. Het is echt nog werk in uitvoering.” De aanpak loopt uiteen: kleinere gemeenten voegen de Wgv-handhaving toe aan bestaande afdelingen; grotere gemeenten breiden bestaande teams uit (zoals de Pandbrigade in Den Haag, het programma Beschermen bestaande woningvoorraad in Utrecht en het team Goed Huren en Verhuren in Rotterdam. Amsterdam heeft een apart team Goed Verhuurderschap binnen een grotere afdeling handhaving, onderdeel van de directie Wonen. Daar werken al zo’n twintig mensen en er zijn vacatures. In Utrecht bestaat het totale programmateam uit 30–35 medewerkers. Drie inspecteurs werken bijna fulltime aan de Wgv. In Rotterdam bestaat het team binnen Bouw en Woningtoezicht dat zich uitsluitend bezighoudt met uitvoering van de Wgv, Wbh en de Wet Opkoopbescherming uit 10 mensen, inclusief een analist en een coördinator.
De Wgv lijkt wél al een normerend effect te hebben: veel verhuurders hebben hun processen aangepast, al valt er in accuratesse van de puntentelling, en de verantwoording en verdeling van de servicekosten nog het een en ander te winnen.
3
Een voorbeeld geeft Janhuib Blans van de FHCS: “De beheerder in ons complex zei dat hun puntenadministratie ‘waterdicht is’, maar mijn buurvrouw kreeg ten onrechte een niet bestaande WC toegerekend’. De invoering van de Wgv ging soms samen met andere ontwikkelingen in de verhuursector. Zo werd in Rotterdam het Platform Particuliere Verhuurders Rotterdam (PPVR) opgericht, dat volgens de gemeente een bijdrage levert aan het verder versterken van transparantie en het naleven van de regels rondom goed verhuurderschap. Daarnaast is in de havenstad in 2024 een samenwerking gestart met verhuurmakelaars in de Vereniging Verhuurmakelaars Rotterdam (VVR). Iets vergelijkbaars is het Kompasoverleg in Amsterdam, waarvan de FHCS ‘agendalid’ is. Blans: ‘Bijwonen mogen we het nog niet’.
Huurteams opgedoekt in Utrecht en Rotterdam Wat opvalt is dat in twee grote steden de uitbreiding van gemeentelijke handhaving gepaard gaat met het terugschroeven van de bestaande huurdersondersteuning. Utrecht en Rotterdam stoppen in 2026 met de lokaal verankerde Huurteams die sinds 2010 actief zijn en uitbesteed aan de organisatie Steenvlinder BV. Het Utrechts college wijst op de noodzaak tot bezuinigen, maar windt er in een raadsbrief geen doekjes om dat dit ten koste gaat van huurdersondersteuning: “Onze bijstand richting de huurder zal beperkter zijn dan de ondersteuning die het Huurteam levert. Wij zullen ons richten op het handhaven van overtredingen, maar zullen geen bijstand verlenen aan de huurder om de Huurcommissie in te schakelen om huur of borg terug te vorderen. Ook kunnen wij wel handhaven op de hoogte van de borg, maar niet wanneer een verhuurder deze niet terugbetaalt.” In Rotterdam verwacht het college dat andere organisaties (Je Goed Recht, Sociaal Raadslieden, sociaal advocaten, Juridisch Loket) de gaten opvangen en zorgen voor aanwezigheid in de wijken. In Amsterdam en Den Haag worden de huurteams niet bedreigd. In Amsterdam is zowel het Huurteam als het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag een activiteit van Stichting !WOON. Dit meldpunt en het nieuwe gemeentelijke meldpunt bestaan naast elkaar en werken intensief samen.
In november 2025 is de samenwerking met de gemeente geformaliseerd in een convenant. Het Haagse Huurteam is evenals de Pandbrigade onderdeel van de gemeentelijke organisatie.
Nog weinig boetes – trage trajecten Een landelijke evaluatie van de Wgv verschijnt pas tegen de zomer van 2026. Er zijn landelijk nog weinig resultaten beschikbaar. Bij de VNG bestaat de indruk dat er nog maar weinig boetes zijn opgelegd. De praktijk in de G4 bevestigt dat beeld. Procedures die daartoe moeten leiden zijn bovendien langdurig en complex. In Den Haag leidden tientallen lasten onder dwangsom tot slechts drie bestuurlijke boetes. Waar weer tegen geprocedeerd wordt. In het Amsterdamse openbare Wgv-sanctieoverzicht staat slechts één boete vermeld: uitgedeeld aan verhuurder Cernic, wegens intimidatie van huurders. Maar de laatste update van 18 juli 2024 meldt dat "er rechtsmiddelen openstaan tegen dit besluit.” Kortom: ook daar een slepende juridische procedure. Lasten onder dwangsom worden vaak niet gepubliceerd. In Amsterdam werd eigenaar Marcel van Hooijdonk in 2024 wel aangeschreven voor €200.000, maar van een boete is vooralsnog geen sprake. 4
De structurele misstanden bij studentencomplex HiCondo in Zuidoost illustreren hoe traag het soms gaat: ondanks vele meldingen en journalistieke onthullingen trad de gemeente lange tijd niet op. Dat is vanwege de noodzaak van zorgvuldige dossieropbouw én capaciteitsgebrek, aldus wethouder Zita Pels: “En we moeten kijken waar we onze handhavers inzetten. We hebben echt heel schrijnende situaties in de stad en we hebben niet voor alle situaties genoeg handhavers.” (Parool, 6-10-2025) Maar het gaat niet alleen om boetes, nuanceert Konings van de VNG: "Met een boete zit je al hoog op de escalatieladder. Het begint met een waarschuwing, vervolgens eventueel een Last onder dwangsom. En als dat volstaat vind je dat niet terug. Het aantal meldingen en boetes zegt ook niet alles. Als je de werking van de wet goed wil onderzoeken, moet je veel dieper kijken. Hoe en in welke mate hebben verhuurders hun gedrag bijvoorbeeld aangepast.” In Rotterdam worden volgens procesregisseur Connor Donkers veel gemelde misstanden zonder boetes opgelost. “We zien wel vaak dat verhuurders afwachten tot wij in actie komen. We maken wel verschil tussen te hoge huren of servicekosten en intimidatiezaken.
Bij de eerste categorie starten we gelijk met een aanschrijving, maar intimidatie blijft in de meeste gevallen lastig “hard” te maken en gaan wij (afhankelijk van de ernst) het gesprek aan met de verhuurder.” Rotterdam heeft nog geen bestuurlijke boetes opgelegd in het kader van de Wgv. Donkers: “Inmiddels hebben wij enkele sanctiezaken opgestart. Deze zijn halverwege het traject gestrand, omdat de huurders in deze gevallen uiteindelijk toch zijn verhuisd. Bij arbeidsmigranten speelt angst voor het verliezen van hun baan of huis een grote rol. Ze willen hun verhaal wel kwijt, maar daarbij blijft het. Veruit de meeste intimidatie meldingen lossen wij op in minnelijk overleg. Daar zit ook onze kracht.”
Meldingen – intimidatie springt eruit In bijna tweeënhalf jaar kwamen in Den Haag zo’n 600 meldingen binnen, waarvan er 50 à 60 zaken zijn aangepakt. Waarbij aangetekend dat één zaak meerdere huurders kan betreffen. Bij het Amsterdamse meldpunt, gestart per 1 januari 2024, zou dat minstens het dubbele zijn, zo meldde het platform NUL20. De hoofdstad houdt zelf de kaarten nog tegen de borst totdat eind januari de voortgangsrapportage verschijnt. "Gemiddeld krijgen we ongeveer 10 tot 15 meldingen per week. Ongeveer 15 procent daarvan wordt doorgezet naar de toezichthouders voor nader onderzoek”, aldus een voorlichter van de gemeente. Een aanzienlijk deel van de meldingen betreft overigens het terugvorderen van de waarborgsom; die huurders worden verwezen naar !WOON. Utrecht ontving in 2024 178 meldingen, in 2025 iets meer. “Maar die cijfers zeggen volgens Laurens Den Dekker, programmaleider Beschermen bestaande woningvoorraad, niet alles. “Enerzijds staat een melding niet gelijk aan een misstand, anderzijds vermoed ik dat veel huurders misstanden niet (durven) melden.” Daarbij kruisen melders ook van alles aan. Den Dekker: “Wat tel je dan mee, voor welke categorie? We zijn daardoor ook strenger geworden. Als er geen ondersteunend bewijs wordt meegestuurd, kunnen we er niet veel mee.
Het oordeel van de huurder is niet voldoende.” Intimidatie vormt in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam de grootste categorie; in Rotterdam meer dan de helft, in Den Haag een derde van alle meldingen. "Waarbij nog aangetekend dat veel burgers niet durven melden", aldus Anjo Hoogendoorn, beleidsadviseur bij de Haagse Pandbrigade. Het is meteen ook de categorie waar
5
handhavers het meeste mee worstelen omdat het vaak moeilijk is hard te maken. Hoogendoorn: “Soms is intimidatie eenvoudig vast te stellen als er schriftelijke of auditieve communicatie bestaat (mail of app-verkeer; een opgenomen telefoongesprek); of als er ander fysiek bewijs is, zoals dichtgespoten sloten of het op afstand laag zetten van de verwarming” (jawel, het gebeurt allemaal). Maar als objectief bewijs ontbreekt wordt het heel lastig. Blans: ‘De meeste intimidatie gebeurt met angstaanjagende brieven, niet door mannen met een boksbeugel die voor de deur staat’. Maar zelfs als er fysiek bewijs is, blijft de uitslag ongewis en neemt de aanpak heel veel tijd in beslag, aldus Den Dekker: “In één zaak is eerder via het strafrecht geprobeerd de verhuurder te veroordelen. Maar hoewel er beeld en geluid bestond van de intimidatie, seponeerde het OM. Wij hebben nu via het bestuursrecht een zeer zorgvuldige route gevolgd om verweer tegen de boete bij de rechter met succes te weerleggen. Er is nog geen uitspraak.” De Haagse Pandbrigade heeft een grote zaak lopen tegen een verhuurder met tachtig objecten. Hoogendoorn: “Die was eerder al in beeld vanwege onderhoudsklachten. Maar we pakken die nu aan voor intimidatie. Hij verhuurt alleen aan jonge vrouwen. Maar die zijn allemaal bang voor hem. Wij hebben het verhuurdergedrag beoordeeld als intimidatie.
De gemeentelijke Adviescommissie Bezwaarschriften heeft ons gelijk gegeven. Er is beroep ingesteld bij de rechter. Ik verwacht dat we gelijk krijgen. Voordeel van de Wet Goed verhuurderschap is dat intimidatie heel anders wordt gewogen dan voorheen via het strafrecht.” Het is nog zoeken voor veel gemeenten, met name rond zo’n criterium als intimidatie. Dat merkte ook Gert-Jan Bakker van het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag (in Amsterdam, onderdeel van Stichting !WOON), bij een door BZK georganiseerde bijeenkomst waarin gemeenten ervaringen en kennis uitwisselden: “Maastricht bleek een heel ruime opvatting van intimidatie te hebben, terwijl Amsterdam bij wijze van spreken in drievoud bewijs wil hebben, alsof het strafrecht betreft. In Maastricht vinden ze een uiting van de verhuurder van het type “Stop de procedure bij de huurcommissieprocedure, want anders…” voldoende om in actie te komen. De wet is onvoldoende duidelijk op dit punt, dus gemeenten zijn nu allemaal het wiel aan het uitvinden. Betere richtlijnen zijn wenselijk.”
“Dolblij met de wet” Ondanks kritiek is de Wgv een grote stap vooruit, zegt Hoogendoorn. “We zijn in Den Haag dolblij met de nieuwe wet.” Voorheen konden inspecteurs weinig doen tegen te hoge huren of malafide praktijken; nu kunnen zij via bestuursrecht optreden. “Daardoor verandert de hele handhavingsketen.” In Den Haag gaan de meeste meldingen over intimidatie, gevolgd door die over te hoge huur, te hoge servicekosten en het niet voldoen aan de informatieplicht. Ook in Amsterdam komen veel meldingen over intimidatie binnen; de hoofdstad handhaafde onder andere op het niet tijdig verstrekken van servicekostenspecificaties, te hoge huren en discriminatie. Meer dan de helft van de meldingen bij het gemeentelijk loket valt echter buiten de Wgv (veelal borgproblemen) en wordt doorgestuurd naar !WOON. Utrecht kent relatief weinig intimidatiemeldingen, maar dat betekent niet dat het weinig voorkomt, aldus Den Dekker. Bewijs blijft een probleem. In één zaak werd wel een boete opgelegd, nadat het OM eerder had geseponeerd.
6
Proactief optreden De Wgv biedt gemeenten betere instrumenten om ook zonder melding op te treden. Toch is de praktijk verschillend, zelfs in de grote steden. Utrecht heeft geen pro-actief beleid, aldus Den Dekker: “Daar hebben we geen capaciteit voor. Onze handhaving in het kader van de Wgv werkt helemaal op basis van meldingen.” Voor de Haagse Pandbrigade biedt de Wgv extra mogelijkheden om op te treden. Hoogendoorn: “We bezoeken jaarlijks zo'n 2.000 woningen. Waar we voorheen alleen handelend konden optreden op basis van de Huisvestingswet, kunnen we nu veel vaker proactief problemen aanpakken dankzij de Wgv.” Rotterdam treedt vooral pro-actief op in de zogeheten ‘focuswijken’ in het eerste jaar van de Wgv avondcontroles uitgevoerd. In 2024 werden bij 243 huisbezoeken 74 ernstige misstanden geconstateerd, waaronder woon- en huurproblematiek en malafide pandgebruik. Er is vaak sprake van een stapeling van misstanden, grotendeels veroorzaakt door kleinere pandjesbazen. Die zijn overigens inmiddels massaal aan het uitponden.
Conclusie De grote steden hebben de handhavingstaken die volgen uit de Wgv ingebed in hun apparaat, maar de pioniersfase lijkt nog niet afgesloten. De Wgv wordt in de handhavingsketen als een belangrijke verbetering ervaren en heeft bij een grote groep verhuurders een normerend effect gehad. Al valt er in accuratesse van de puntentelling, en de verantwoording en versleuteling van servicekosten nog het een en ander te winnen. Er resteert een hard-core categorie huisjesmelkers die zich niets van de Wgv aantrekt. Dus waar intimidatie en bedreigingen gewoon doorgaan en regelgeving wordt ontdoken. Intimidatie wordt relatief veel gemeld, maar gemeenten worstelen met de bewijsvoering. En zelfs in zaken waar ook objectief bewijs is, duurt het lang voordat een boete is opgelegd en geïnd. Bij de Haagse Pandbrigade kiest men er daarom vaak voor de waarschuwing over te slaan omdat een formele waarschuwingsbrief al rechtsgevolg heeft. De verhuurder kan daar dus al beroep instellen. Misschien een tip voor andere gemeenten. Te meer daar ook een last onder dwangsom al vooraf moet worden aangekondigd. Gemeenten zouden gebaat zijn bij duidelijker richtlijnen wat onder intimidatie valt. Borg Aan de kwalijke en wijdverbreide praktijk van het niet (tijdig) terugbetalen van de borg, is eenvoudig wat te doen.
Terugbetaling en verrekening moet volgens de Wgv binnen 14 dagen na het einde van de huurovereenkomst plaatsvinden. Maar als de verhuurder dat niet doet, kan de gemeente nu niets doen. Dan is het geen bestuursrecht maar privaatrecht. Blans: “Er zijn verhuurders die van niet-terugbetalen van de borg een extra verdienmodel hebben gemaakt. Wij stellen voor dat te sanctioneren via de Wgv. Het is van de gekke dat huurders via de rechter hun gelijk moeten halen.” Servicekosten Veel disputen zijn er ook over de servicekosten. Volgens de Wgv mogen alleen 'daadwerkelijk gemaakte kosten’ in rekening worden gebracht, te specificeren in een jaarlijks overzicht. In het Beleidsboek Servicekosten van de Huurcommissie staat een overzicht van de toegestane servicekosten. Veel gemeenten zullen niet erg happig zijn zich 7
in arbeidsintensieve twisten over de juiste berekening van servicekosten te storten. Blans: “De servicekostenafrekening is in de commerciële sector meestal in handen van beheerders. Die maken er vaak een potje van. De Wet modernisering servicekosten zou een stap vooruit moeten zijn, maar zonder handhavingsmacht bij de gemeente zijn we er nog niet. Des te zorgelijker is het dat gemeenten als Rotterdam en Utrecht de Huurteams opheffen. Wij willen meer transparantie en een meer uniform rapportagemodel van de servicekosten.” Huurregister Wethouders van grote steden zouden graag een landelijk ‘huurregister’ invoeren. De FHCS dringt daar ook al jaren op aan. In de Tweede Kamer werd eind 2023 de motie Nijboer/Grinwis aangenomen, die de regering oproept zo'n register te ontwikkelen. Minister Keijzer heeft een uitwerking van de motie aangekondigd, met resultaten ergens in 2026. Bezwaren tegen zo’n register zijn makkelijk gevonden: weer meer regels en bureaucratie. En wie gaat de implementatie ervan betalen? Maar zo’n register maakt de verhuurmarkt wel transparanter waardoor gemeenten proactiever kunnen opgetreden. Nu voeren gemeenten veelal een reactief beleid op basis van meldingen. Het zou gemeenten ook kunnen helpen zicht te houden op afspraken met ontwikkelaars over instandhoudingstermijnen rond maximale huurprijzen en uitponding.
Registratie van huurgegevens kan ook andere overheidsorganisaties in staat stellen hun wettelijke taak beter uit te voeren. Denk aan de Dienst Toeslagen (recht op huurtoeslag), de belastingdienst (Box 3 - huurinkomsten) en de Huurcommissie. Tenslotte kan registratie van huurgegevens waardevol zijn bij het nemen van regie op de volkshuisvesting en de woningbouwopgave.
De zeven regels van goed verhuurderschap 1. 2. 3. 4. 5.
De verhuurder mag niet discrimineren. De verhuurder mag de huurder niet bedreigen of intimideren. De verhuurder mag maximaal twee maanden kale huur als borg vragen. De verhuurder moet een schriftelijk huurcontract opstellen. De verhuurder moet huurders goed informeren over: – rechten en plichten die niet in het contract staan, – de hoogte en terugbetaling van de borg, – contactgegevens van de verhuurder, – informatie over het meldpunt ongewenst verhuurgedrag, – een volledige specificatie van servicekosten. 6. De verhuurder mag alleen wettelijke servicekosten rekenen (BW 7:259 en 7:261). 7. De verhuurbemiddelaar mag geen bemiddelingskosten aan de huurder vragen.
8