CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324663 Beantw SV De balans na tweeënhalf jaar Wet goed verhuurderschap

Algemene Raadscommissie 8 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

27 maart 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de heer Mekers, luidend: 'De balans na tweeënhalf jaar Wet goed verhuurderschap'

DSO/11022286 RIS324663

Het raadslid de heer Mekers heeft op 5 februari 2026 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 26 januari jl. verscheen een eerste inventarisatie over de implementatie van de Wet goed verhuurderschap1. De wet is inmiddels anderhalf jaar van kracht. In Den Haag ontvangt de gemeente meldingen van ongewenst verhuurgedrag. Tegelijkertijd blijkt dat hardnekkige misstanden blijven bestaan en dat handhaving in de praktijk soms complex is. Tegen deze achtergrond wil de fractie van D66 weten hoe het college deze eerste inventarisatie beoordeelt. Ook vraagt de fractie welke conclusies het college hieruit trekt voor de uitvoering en handhaving van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag. 1.

Deelt het college de opvatting dat de uitvoering van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag zich nog in een pioniersfase bevindt?

Nee, het college deelt die opvatting niet. De wet brengt weliswaar nieuwe vraagstukken met zich mee vanwege de grote variëteit in de casuïstiek, maar van pionieren is in Den Haag geen sprake meer. De periode in aanloop naar de Wet goed verhuurderschap (Wgv) kan gezien worden als pioniersfase. In die periode heeft de Haagse Pandbrigade (Hpb) intensief contact gehad met het Rijk over ongewenste verhuurpraktijken in de particuliere huursector en wat de Wgv zou kunnen bijdragen aan de handhaving daarop. Vervolgens heeft de Hpb de Haagse aanpak en visie op de handhaving van de Wgv op uitnodiging van de VNG en het ministerie van VRO de afgelopen twee jaar op vele plaatsen in het land toegelicht tijdens netwerk- en kennisbijeenkomsten met andere gemeenten. De handhaving op gedrag van verhuurders is anders dan handhaving op onderhoud en gebruik van gebouwen. De Hpb heeft zich echter vanaf het begin van haar bestaan gespecialiseerd in een eigenaargerichte en themagerichte aanpak en is hierdoor in staat gebleken om zich de handhaving van de Wet goed verhuurderschap (Wgv) snel eigen te maken. De Hpb zet nu in op doorontwikkeling en versterking van de uitvoeringspraktijk. 2.

Kan het college bevestigen dat sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap circa 600 meldingen van ongewenst verhuurgedrag zijn binnengekomen in Den Haag? En kan het college toelichten waarom van deze meldingen slechts circa 50 à 60 zaken daadwerkelijk zijn opgepakt en tot handhaving hebben geleid? Welke criteria worden gehanteerd om te bepalen of er wel of geen handhaving wordt ingezet?

Ja. Vanaf de inwerkingtreding van de Wgv op 1 juli 2023 tot en met december 2025 zijn 606 (potentiële) overtredingen gemeld, inclusief de signalen die de inspecteurs van de Hpb hebben geregistreerd.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11022286

In totaal zijn 86 waarschuwingsbrieven verzonden, 53 lasten onder dwangsom en vier bestuurlijke boetes opgelegd. In totaal is dus 143 keer door middel van een schriftelijke maatregel gehandhaafd op de Wgv. De keren dat inspecteurs van de Hpb door mondelinge interventie kleine overtredingen oplossen worden niet vastgelegd. Bijna elke waarschuwing, last onder dwangsom en bestuurlijke boete ziet toe op meerdere overtredingen en heeft uitwerking op de gehele verhuurportefeuille van degene die op zijn verhuurgedrag aangesproken wordt. In totaal gaat het om duizenden woningen. De manier van prioriteren is maatwerk; elke zaak is anders en heeft ook een andere impact. Zaken met de meeste impact krijgen voorrang. Denk hierbij aan ernstige intimidatie, excessief hoge huren en uitbuiting. Bij andere zaken wordt ook gekeken naar de impact die handhaving heeft. Een melding over een verhuurder die tientallen woningen verhuurt wordt sneller opgepakt dan een melding over een verhuurder met één woning. Ook wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gekeken of zaken voldoende informatie bevatten om tot succesvolle handhaving te leiden. Geen enkele melding gaat echter verloren. Verschillende signalen over één verhuurder kunnen er namelijk toe leiden dat alsnog tot handhaving wordt overgegaan, bijvoorbeeld in de vorm van een zogenoemd (preventief) boekenonderzoek bij de betreffende verhuurder.

Zie ook de uitgebreide evaluatie van de Wet goed verhuurderschap (RIS324998). 3.

Klopt het dat intimidatie in Den Haag de grootste categorie meldingen vormt? Hoe verklaart het college dit beeld?

Dat klopt, in de periode juli 2023 tot en met december 2025 betroffen 166 van de 606 geregistreerde meldingen intimidatie. Hierbij moet opgemerkt worden dat meldingen onder verschillende categorieën geregistreerd kunnen worden. Als een melding bijvoorbeeld zowel intimidatie als een te hoge huur betreft, wordt de melding onder beide categorieën geregistreerd. Dit geeft aan dat meldingen van andere categorieën vaak gepaard gaan met intimidatie. 4.

Deelt het college de zorg dat veel huurders intimidatie niet durven te melden uit angst voor repercussies, zoals verlies van woonruimte of verslechtering van de verhuurrelatie?

Ja, het college deelt deze zorg. In de uitgebreide evaluatie van de Wet goed verhuurderschap wordt nader ingegaan op de meldingsbereidheid. Er is een discrepantie tussen het lagere aantal meldingen bij het meldpunt ongewenst verhuurgedrag en het hogere aantal overtredingen dat de Hpb constateert. 5.

Welke maatregelen neemt de gemeente Den Haag om ervoor te zorgen dat huurders ongewenst verhuurgedrag, en met name intimidatie, wél durven te melden?

De gemeente heeft sinds de invoering van de Wgv met social media-campagnes actief ingezet op bekendheid geven aan het meldpunt ongewenst verhuurgedrag en het vergroten van de meldingsbereidheid. Sinds 2024 is er sprake van een licht stijgende trend in het aantal meldingen, maar gezien de overtredingen die de Hpb constateert, is de drempel om een melding te maken nog niet weggenomen. Dit blijkt ook uit gesprekken met huurders. De proactieve handhaving door de Hpb blijft dan ook noodzakelijk. 6.

Acht het college de huidige wettelijke kaders voldoende duidelijk om intimidatie door verhuurders effectief te kunnen handhaven?

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11022286

Op basis van de ervaringen tot nu toe is de conclusie dat het handhavingsinstrumentarium van de Wgv de gemeente voldoende handvatten biedt om effectief op te treden bij alle vastgestelde overtredingen van de wet. Op enkele uitzonderingen na passen verhuurders hun gedrag na een opgelegde sanctie aan. Intimidatie is echter niet altijd te bewijzen, waardoor niet alle meldingen geschikt zijn om tot handhaving over te gaan. Zie ook het antwoord op vraag 2. 7.

Is de capaciteit van de Haagse Pandbrigade afdoende om de meldingen nu adequaat op te pakken en hoe voorziet het college dat voor de toekomst?

De middelen die de gemeente Den Haag vanuit het rijk ontvangt om te handhaven op de Wgv worden door de Hpb volledig besteed. Echter, vanaf 2027 nemen deze middelen af, waardoor de capaciteit van de Hpb met circa 6 fte afnemen, bijna een halvering van de huidige capaciteit. De handhaving van de Wet goed verhuurderschap komt daarmee onder druk te staan. Deze zorg is met het Rijk gedeeld en het college dringt aan op voortzetting van de huidige bijdrage. Anders zal ingezet moeten worden op andere financieringsmogelijkheden om de huidige effectiviteit van de handhaving te borgen. 8.

Deelt het college de analyse dat er nog verbetering mogelijk is in de accuratesse van puntentellingen en in de transparantie en verantwoording van servicekosten?

Het maken van de puntentelling is al vereenvoudigd. Het maken ervan kost weliswaar tijd maar leidt in de praktijk niet tot problemen. Voor wat betreft de transparantie en verantwoording van servicekosten verwacht het college dat de Wet modernisering servicekosten verbetering zal brengen. Hierin wordt vastgelegd welke zaken onder servicekosten mogen vallen. De wet treedt naar verwachting op 1 juli 2026 in werking. 9.

Hoe beoordeelt het college de effectiviteit van de Wet goed verhuurderschap in Den Haag sinds de invoering, nu de wet anderhalf jaar van kracht is?

Zoals gezegd in het antwoord op vraag 6 concludeert het college dat het handhavingsinstrumentarium van de Wgv de gemeente voldoende handvatten biedt om effectief op te treden bij alle vastgestelde overtredingen van de wet. In de uitgebreide evaluatie van de Wgv is geconstateerd dat er nog te weinig informatie is om een uitspraak te kunnen doen over de maatschappelijke effecten van de wet. Mogelijk geeft de landelijke evaluatie van de Wgv, die het Rijk voornemens is in de eerste helft van 2026 te starten en rond de zomer af te ronden, hier meer inzicht in. 10. Kan het college de raad voorzien van een uitgebreidere analyse? Zoals toegezegd in de eerste evaluatie van de Wet goed verhuurderschap (RIS321288) is begin 2026 een uitgebreide evaluatie van de Wgv opgesteld. Deze wordt gelijktijdig met de beantwoording van deze schriftelijke vragen aan de raad verzonden. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16768037/1