RIS324657 Plan van aanpak n.a.v. Rekenkameronderzoek Koers op Groen
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Robert Barker wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10996985 RIS324657 Contactpersoon
Bas Bauer Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
27 februari 2026
groenbeleid@denhaag.nl
Onderwerp
Plan van aanpak n.a.v. Rekenkameronderzoek Koers op Groen
Geachte voorzitter, In september 2025 heeft de Rekenkamer het rapport Koers op groen (RIS323316) gepubliceerd. Hierin is onderzocht of het gemeentebestuur op koers ligt voor het realiseren van zijn ambities voor groen in de stad. Het college dankt de Rekenkamer voor dit waardevolle onderzoek en onderschrijft het belang van het gekozen thema. Groen speelt een essentiële rol in het verbeteren van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van Den Haag, en draagt bovendien bij aan urgente maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en de gezondheid van inwoners. De reactie van het college op het onderzoek is aangenomen door de raad op 13 november 2025. Met het aannemen hiervan heeft de raad het college opgedragen een planning naar de raad te sturen over de opvolging van de aanbevelingen (overeenkomend met aanbeveling 5 van de Rekenkamer). Met deze brief voldoet het college aan deze afspraak. Uitwerking De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn welkome handvatten voor verdere uitwerking van het groenbeleid. Het college neemt dit voortvarend ter hand, met in achtneming van enkele randvoorwaarden benoemd in de reactie van het college (RIS323316). Hierbij moet gedacht worden aan randvoorwaarden ten aanzien van de kwalitatieve ontwikkeling van groen en met betrekking tot externe factoren zoals weer en ziektes.
Hieronder geeft het college per aanbeveling de inzet aan, De acties onder aanbeveling 1, 2, 3 en 4 zijn afhankelijk van elkaar en verlopen daarom grotendeels parallel, waarbij het merendeel correspondeert met het proces van het Thematisch Omgevingsprogramma Groen en Water, dat momenteel in ontwikkeling is. Onze voorlopige verwachting is dat er eind Q4 2027 gerapporteerd kan worden over de resultaten van onderstaande acties als geheel, wanneer we verwachten dat het college het Thematisch Omgevingsprogramma heeft vastgesteld. Tussentijds zal er gecommuniceerd worden met de raad over de voortgang. Voor de kosten van de incidentele acties onder aanbeveling 1, 2 en 3 (het vormgeven van de nieuwe systematiek) is reeds dekking, omdat deze corresponderen met de uitvoering van het Thematisch Omgevingsprogramma Groen en Water. De kosten hiervan komen ten laste van Programma 9 Openbaar Groen. De structurele acties onder aanbeveling 2, 3 en 4 (het gebruiken van de nieuwe systematiek) moeten worden uitgevoerd binnen de bestaande capaciteit. Voor extra capaciteit is namelijk geen dekking beschikbaar.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10996985
Dit heeft gevolgen voor het ambitieniveau van de rapportage en de monitoring wat betreft frequentie, detailniveau, omvang en/of diepgang. De voortgang ten aanzien van de gestelde doelen en het behalen hiervan worden daardoor mogelijk diffuser en met een hogere onzekerheidsmarge in beeld gebracht. Aanbeveling 1: Het vaststellen van een samenhangende visie met concrete doelen voor het groen in Den Haag, waarin is vastgelegd: a) wat er onder doel-gerelateerde termen als vergroening, ontstening en kwalitatieve ontwikkeling wordt verstaan; b) op welke soorten groen een doel is gericht met onderscheid tussen groen in eigen beheer en groen in beheer van derden; c) bij welke waarde een doel bereikt is en hoe dat gemeten gaat worden; d) wat daarmee bereikt wordt ten opzichte van de huidige situatie; e) welke activiteiten nodig zijn om de doelen te bereiken; f) wanneer het gewenste eindresultaat bereikt moet zijn. Het beleidsvertrekpunt voor groen en water is geborgd in voornamelijk twee overkoepelende visiedocumenten: de Omgevingsvisie 2050 en de visie ‘Ruimte voor groen en water’ (RIS323250), allebei in 2025 vastgesteld. In het Thematisch Omgevingsprogramma ‘Groen en Water’ worden de strategische keuzes en de doelen die hieruit voortvloeien verder verkend.
We voeren de volgende concrete acties uit: 1.1 We onderzoeken hoe beleidsdoelen (zoals vergroening en ontstening) op zo’n manier geconcretiseerd kunnen worden dat deze specifiek, meetbaar, ambitieus, realistisch en tijdsgebonden (SMART) zijn. We inventariseren de onderdelen die al voldoen aan de eisen van de Rekenkamer en inventariseren de nog ontbrekende elementen (bijv. doel, meetbaarheid, tijdspad). We organiseren werksessies om deze doelen te concretiseren. Bij het SMART formuleren van doelen bepalen we ook 1) hoe deze te monitoren zijn en of we dit al doen en 2) welke aanpassingen er nodig zijn om structureel te monitoren. 1.2 We onderzoeken of en hoe de kwalitatieve ontwikkeling van groen SMART geformuleerd kan worden. Hiervoor voeren we een achtergrondonderzoek uit en houden we één of meerdere werksessies om kwalitatieve doelen te vertalen naar meetbare (secundaire) indicatoren. Zodra deze doelen bekend zijn, wordt gestart met de definitieve nulmeting van de actuele situatie. 1.3 We maken de beleidsdoelen concreter aan de hand van beleidsbotsproeven en ruimtelijke verkenningen. Via botsproeven stemmen we intern beleid op elkaar af door onderlinge afhankelijkheden, synergiën en spanningen te identificeren met praktijkscenario’s.
Via ruimtelijke verkenningen doen we ontwerpend onderzoek naar de mogelijkheden voor versterking van de bestaande groenblauwe structuren van de stad. 1.4 Op dit moment ligt er een strakke scheidslijn tussen het groen in beheer bij de gemeente enerzijds en gemeentelijk en particulier groen in beheer bij derden anderzijds. We onderzoeken hoe we effectiever kunnen sturen op het groenbeheer van derden. Aanbeveling 2: Het vertalen van deze visie en meetbare doelen naar een planmatige aanpak met de daarvoor benodigde middelen, en daarbij aangeven: a) hoe de activiteiten bijdragen aan de vastgestelde doelen; b) hoe de beschikbare middelen gekoppeld zijn aan de uit te voeren activiteiten; c) voor de realisatie van de doelen de daarvoor benodigde middelen in het plan op te nemen, dan wel aan de raad een voorstel te doen om het ambitieniveau van de doelen aan te passen. Zoals hierboven vermeld worden in het Thematisch Omgevingsprogramma ‘Groen en Water’ de strategische keuzes en de doelen van de Omgevingsvisie en de visie ‘Ruimte voor groen en water’ verder verkend.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10996985
Binnen het Thematisch Omgevingsprogramma worden projecten gedefinieerd (ook in relatie tot andere opgaven zoals klimaatadaptatie, warmte, mobiliteit, woningbouw, parkeren, schoolstraten, visie op lopen, visie gebruik op ruimte etc.) om deze doelen te realiseren, met daaraan gekoppeld de benodigde middelen en capaciteit. We voeren de volgende concrete acties uit: 2.1 We definiëren binnen het Thematisch Omgevingsprogramma prioritaire projecten om invulling te geven aan onze doelen, waarbij we een monitoringssystematiek opzetten en in gebruik nemen om de voortgang van deze projecten bij te houden. 2.2 We voeren een capaciteitsanalyse uit om na te gaan hoeveel fte nodig is voor uitvoering, monitoring en rapportage. 2.3 We stellen een begrotingsmatrix op waarin per doel de benodigde middelen worden ingeschat (aanleg, beheer, monitoring). 2.4 We bouwen een evaluatiemoment in ten aanzien van de planmatige aanpak om bij te sturen als dat nodig blijkt. 2.5 We nemen een intern toetsingsmoment in gebruik bij nieuwe projecten, om te toetsen of er dekking is voor beheer van groen. Meer informatie hierover volgt in de afdoening van de motie ‘Groen moet je doen’ (RIS323838) eind Q1. Deze actie staat los van het Thematisch Omgevingsprogramma.
Aanbeveling 3: Het systematisch monitoren wat er is gerealiseerd en hoe dit zich verhoudt tot de voortgang op het bereiken van de gestelde doelen, en daarbij vast te leggen wat per doel: a) jaarlijks is gerealiseerd; b) wat het resultaat is van de gerealiseerde activiteiten; c) in hoeverre daarmee bijgedragen is aan het bereiken van het betreffende doel. In het Thematisch Omgevingsprogramma ‘Groen en Water’ worden de mogelijkheden voor een passende monitoringssystematiek verkend, in nauwe samenhang met de strategische keuzes en de doelen van de Omgevingsvisie en de visie ‘Ruimte voor groen en water’. We ondernemen de volgende concrete acties: 3.1 In het Thematisch Omgevingsprogramma onderzoeken we hoe een passende monitoringssystematiek eruit moet zien: wat meten we, hoe vaak en met welk instrument. Hiermee willen we monitoren wat er is gerealiseerd, wat het resultaat is van projecten en activiteiten en hoe dit zich verhoudt tot het behalen van de doelen. 3.2 We toetsen of de nieuwe monitoringssystematiek mogelijk is met het huidige systeem of dat er aanvullende bronnen nodig zijn. 3.3 We zoeken waar mogelijk de aansluiting bij de systematiek die wordt uitgewerkt in het kader van de Omgevingsvisie.
Aanbeveling 4: Het periodiek voorzien van de raad van relevante en samenhangende informatie over de voortgang, waarbij die informatie: a) betrekking heeft op alle vastgestelde doelen b) inzicht biedt in de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling; c) onderscheid maakt tussen groen in de hele stad en groen in beheer van de gemeente; d) inzicht biedt in het doelbereik; e) van genoeg duiding is voorzien zodat duidelijk is wat wel en wat niet zichtbaar is met de beschikbare gegevens. Rapportage aan de raad verloopt nu via de Haagse Groenmonitor, die eind 2024 voor het eerst is verschenen en tweejaarlijks wordt geactualiseerd. De informatie hierin is openbaar.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10996985
Zodra de doelen, acties en monitoringssystematiek duidelijk zijn (acties behorend bij aanbeveling 1, 2 en 3), kan de rapportagestructuur hierop worden aangepast, zodat de raad in samenhang en op eenduidige wijze periodiek voorzien wordt van alle relevante voortgangsinformatie van de vastgestelde doelen. Dat doen we met de volgende concrete acties: 4.1 We gaan tweejaarlijks rapporteren waarbij we een vast format gebruiken voor de voortgangsrapportage over de vastgestelde doelen. We integreren deze rapportage waar mogelijk in de Groenmonitor en zoeken voor eventueel openstaande punten een andere manier om te rapporteren. 4.2 We voegen bij elke rapportage een duidingsparagraaf toe waarin de relevante beperkingen van data en meetbaarheid in de rapportage worden toegelicht. We zullen elke keer het onderscheid duiden tussen het groen in beheer bij de gemeente en gemeentelijk en particulier groen in beheer bij derden. Aanbeveling 5: Het voorleggen van een planning voor de opvolging van de aanbevelingen. Met deze brief heeft het college aan deze aanbeveling voldaan. Toezeggingen Hieronder worden de toezeggingen toegelicht die eerder zijn gedaan en die met voorliggend stuk worden afgedaan.
Zo is naar aanleiding van het commissiedebat op 16 oktober 2025 toegezegd om de raad te informeren over: 1) de verhouding tussen gebruiksgroen en ecologisch groen; 2) de onderhoudskosten op stadsdeelniveau; en 3) of er een doel gesteld kan worden voor de groeiplaatsen (toezegging 1095). Conform punt 1 en 2 van de toezegging is per stadsdeel in beeld gebracht hoe de verhouding ecologisch groen en gebruiksgroen is, evenals de kosten voor onderhoud per stadsdeel. Dit is te vinden in bijlage 1. Daarnaast is conform punt 3 de volgende actie ondernomen. Iedere stadsboom in de openbare ruimte heeft zijn eigen boompaspoort waarin gegevens zijn opgenomen zoals naam, leeftijd, locatie, stamdiameterklasse, etc. In dit boompaspoort is ook vastgelegd of een boom is geplant met een bijzondere groeiplaatsconstructie. Dit komt voort uit ambtelijke inbedding van de werkwijze (voorheen niet bestuurlijk ingebed). Op het Lange Voorhout is bijvoorbeeld bij de bomen in de verharding een ondergrondse groeiplaatsconstructie gemaakt die ervoor zorgt dat er vrachtwagens ‘over’ de monumentale boomwortels kunnen rijden zonder dat de wortels beschadigd raken en de bodem wordt verdicht. Dergelijke groeiplaatsconstructies zijn tot op heden toegepast bij ruim 1.650 stadsbomen.
Bij de overige stadsbomen bestaat de kans wel dat in de loop der jaren de groeiplaats door verschillende omstandigheden wordt verdicht. Uiteindelijk leidt dit tot een groeiafname van de boom en kan dit uiteindelijk leiden tot een voortijdig einde. Bij de uitvoering van infrastructurele projecten worden ook de groeiplaatsen van stadsbomen beoordeeld. Indien er sprake is van bodemverdichting kan gelijktijdig de bodem verbeterd worden rond de betreffende stadsbomen. Voor het verbeteren van groeiplaatsen is geen concreet doel gesteld omdat dit afhankelijk is van de hiervoor genoemde factoren en daarnaast de beschikbare middelen. Structureel zijn hier geen middelen voor beschikbaar gesteld. Door werk met werk te maken ontstaan er vaak mogelijkheden. In de afgelopen jaren zijn honderden groeiplaatsen verbeterd. Echter zijn deze locaties niet vastgelegd in het boompaspoort.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10996985
Ondanks dat er geen concreet doel gesteld kan worden is het wel van belang om deze verbeteringen vast te leggen. Om die reden wordt daar met ingang van heden mee gestart.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Buitenruimte, Dierenwelzijn en Milieu Robert Barker
5/5