CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324582 Afdoening motie Borg kansengelijkheid in de jeugdzorg

Algemene Raadscommissie 9 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de gemeenteraad

OCW/11023635 RIS324582 Contactpersoon

Yasmine Hourmatallah Dienst

Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

DBV M&O Recruitment & Mobili.. Telefoonnummer

14070 E-mailadres

yasmine.hourmatallah@denhaag.nl

Datum

31 maart 2026 Onderwerp

Afdoening motie: ‘Borg kansengelijkheid in de jeugdzorg’

Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel inzake ‘Verordening tot wijziging van de Verordening jeugdhulp Den Haag 2024’ (RIS324252) op 29 januari 2026, de door het raadslid Holman ingediende motie: ‘Borg kansengelijkheid in de jeugdzorg’ (RIS324582) aangenomen. Hierbij informeert het college de raad over de afdoening van de motie. De motie luidt als volgt: Constaterende, dat: het college kiest voor ongelijk investeren voor gelijke kansen, zo ook in het Haags Beleidskader Jeugd 2025-2028 (RIS320888); hierom de samenwerkingsverbanden in de jeugdzorg gebiedsgericht werken, wat inhoudt dat de problemen in een gebied leidend zijn voorde intensiviteit en de wijze waarop de samenwerkingsverbanden worden ingezet. Overwegende, dat: uit de meest recente Jaarrapportage Jeugd (RIS322734) blijkt dat het percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp per wijk, niet in lijn is met de problemen in het gebied; voornamelijk in de specialistische jeugdzorg waarbij in wijken met meer sociaaleconomische uitdagingen het aandeel jeugdigen dat gebruik maakt van deze jeugdzorg ongeveer 3% tot 4% is, terwijl in de wijken met minder uitdagingen dit percentage ongeveer 5% tot 6% is.

Verzoekt het college; met de samenwerkingsverbanden in gesprek te gaan over hoe het ongelijk investeren voor gelijke kansen beter verankerd kan worden in de werkwijze van het gebiedsgericht werken, in het bijzonder in het toekennen van specialistische jeugdzorg; de raad te infomeren over de uitkomsten bij de eerstvolgende Jaarrapportage Jeugd. Het college doet de motie op de volgende manier af:

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11023635

Gebiedsgericht werken en objectieve budgetverdeling Gebiedsgericht werken is een expliciete ontwikkelopgave binnen het Haags Toekomstperspectief en maakt onderdeel uit van de opdracht aan de samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou. Den Haag is een sterk gesegregeerde stad. In wijken met een lagere sociaaleconomische status staan bij veel gezinnen, zorgen over bestaanszekerheid centraal (zorgen over wonen, gezondheid, schulden, inkomensonzekerheid etc.). Ook is er een ‘mismatch’ in de jeugdhulp. In Haagse wijken waar je op grond van de aanwezige problematiek veel gebruik van jeugdhulp zou verwachten, is het gebruik juist lager, terwijl het gebruik juist hoger ligt in Haagse wijken waar je op grond van de aanwezige problematiek, weinig jeugdhulp zou verwachten. Dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak voor de verschillende gebieden in Den Haag. In de ene (lagere SES-) wijk zal de focus meer moeten liggen op het eerder bereiken van kwetsbare gezinnen door outreachend werken en ondersteuning bij bestaanszekerheidsvraagstukken. In de andere (hogere SES-) wijk zal de focus meer moeten liggen op het normaliseren. Met een objectief budgetmodel1 beoogt het college een objectieve verdeling van het totale, aanvankelijk historisch bepaalde, budget over de vier gebieden in de stad mogelijk te maken. Zodat de investeringen daar terechtkomen waar ze het hardst nodig zijn.

Het model is ontwikkeld en gevalideerd conform de gezamenlijke opdracht van Kracht, rondomJou en de gemeente Den Haag. En is gebaseerd op objectieve criteria per gebied. Zoals het aantal jeugdigen; éénouderhuishoudens; gezinnen met meerdere kinderen en/of een bijstandsuitkering; jeugdigen in gezinnen met een armoederisico; en jeugdigen met ouders met psychische problematiek. Op deze manier krijgen de samenwerkingsverbanden de ruimte om de jeugdhulpmiddelen daar in te zetten waar de opgaven relatief groot zijn, en de ondersteuningsbehoefte het hoogst is. Zoals beschreven in de gunningsleidraad (RIS315246) is vanaf 2026 deze gefaseerde overgang van een historische naar een objectieve budgetverdeling ingevoerd. Dit gebeurt met stappen van maximaal 3% per jaar en een passend ingroeipad dat is afgestemd op het meerjarig budget na 2025. Dit heeft geleid tot de eerste verschuivingen van budgetten tussen de percelen van de opdracht aan de samenwerkingsverbanden. Deze verschuivingen zijn verwerkt in de budgetten voor 2026. Met een gefaseerde ingroei, in stappen van maximaal 3% per jaar2, kan deze verschuiving binnen de looptijd van de opdracht worden gerealiseerd. Aansluiting bij gebiedsopdrachten Met de verschuiving van budget sluiten de gebiedsbudgetten aan op de behoefte van ondersteuning die samenhangt met de objectieve criteria in het betreffende gebied.

Dit faciliteert de afgesproken transformatie van de jeugdhulp. Voor wijken of gebieden met de opdracht ‘vergroten bereik en bestaanszekerheid’ komt meer budget beschikbaar, terwijl voor wijken of gebieden met de opdracht ‘normaliseren’ in de toekomst relatief minder budget nodig is. Gezien de opdracht is daarnaast een update en doorontwikkeling van het objectieve model nodig. De indicatoren binnen het model zijn momenteel gevuld met waarden uit 2023 en kunnen op termijn worden geactualiseerd met gegevens uit recentere jaren. Ook vraagt het budgetmodel om periodieke herijking. De huidige indicatoren zijn statistisch onderbouwd op basis van de jeugdhulp die in 2023 is geleverd. Inmiddels is de transformatie in gang gezet.

1

Dit objectieve budgetmodel gebruikt dezelfde landelijke modelstandaarden waarop ook de landelijke verdeling van jeugdhulpmiddelen

over gemeenten is gebaseerd. 2

Stappen van maximaal 3% voorkomt een te grote verschuiving in één keer. Dit geeft meer financiële rust.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11023635

Hoewel een objectief model meerdere jaren kan functioneren, is het van belang om het model periodiek te actualiseren en verder te ontwikkelen zodat het blijft aansluiten bij de praktijk en de ontwikkelingen binnen het jeugdstelsel. In de Jaarrapportage Jeugd 2025 informeert het college de raad over de voortgang van het gebiedsgericht werken als onderdeel van het Haags Toekomstperspectief. Het college beschouwt de motie hiermee als afgedaan. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Mariëlle Vavier

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16775153/1