CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324523 Beantw SV Niet langer wegkijken bij buitenslapers

Algemene Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

15 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Van Basten Batenburg en De Ridder, luidend: ‘Niet langer wegkijken bij buitenslapers’

DSB/11014802 RIS324523

De raadsleden Van Basten Batenburg en De Ridder hebben op 28 januari 2026 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De afgelopen jaren staan er een toenemend aantal tentjes in Haagse groengebieden, waar mensen jaarrond in wonen. Het aantal tentjes en de locaties variëren. Verschillende plekken al zeker drie jaar vrijwel permanent bewoond. De tentjes staan in De Scheveningse Bosjes, maar ook in het Haagse Bos, Hubertusduin, Madenstein en op de Binckhorst. Al deze tijd wordt vanuit de raad schriftelijk en in debat (onder andere) door de Haagse VVD gevraagd om een aanpak. Maar het college weigert op te treden, behalve bij wat het als ernstige problemen beschouwt. Twee jaar geleden kwam de Haagse VVD met een actieplan, maar het college wilde hiermee niet aan de slag en zette het gedoogbeleid voort. Als gevolg van dit gedogen zijn de problemen de afgelopen jaren zichtbaar erger worden. Zowel het aantallen tentjes, als de vervuiling neemt toe. Inmiddels ontvangen we wekelijks berichten over honden die ziek worden door het eten van drugsresten.

Naar aanleiding van toenemende signalen van zowel bewoners als van ondernemers uit onder andere de Bankastraat, voerde de Haagse VVD de derde week van januari een onderzoek uit in de wijken rond de Scheveningse Bosjes om breder de ervaringen van bewoners en ondernemers op te halen. 1. Is het college bekend met het feit dat er in Den Haag steeds meer tentjes in de groengebieden verschijnen en dat er daardoor steeds meer vervuiling ontstaat? Het college is bekend met de toenemende signalen en meldingen over de aanwezigheid van tenten in Haagse groengebieden en met de daarmee samenhangende vervuiling. De omvang en locaties wisselen en verplaatsen zich, maar het college ziet dat er sprake is van een structureel probleem. Het college neemt deze signalen serieus, omdat dit enerzijds inhumaan is voor de dak- en thuisloze mensen zelf en anderzijds de leefbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid van de openbare ruimte aantast. 2.

Is het college bekend met de effecten die deze vervuiling heeft op de dieren en natuur in deze groengebieden en op honden die deze groengebieden gebruiken?

Het college is bekend met deze effecten. Uit de vele reacties maken we op dat veel mensen zich, net als de Haagse VVD, zorgen maken over de onmenselijke omstandigheden waarin de buitenslapers leven, zeker in de winterse omstandigheden. Mensen snappen niet dat er geen actie wordt ondernomen.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11014802

3.

Is het college ermee bekend dat bewoners van Den Haag dit een onmenselijke situatie vinden?

Het college is ermee bekend dat omwonenden zich zorgen maken over de dak- en thuisloze mensen die in groengebieden overnachten. Het college zet daarom met het recent gelanceerde actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ extra in om op verschillende manieren dak- en thuisloze mensen zorg en ondersteuning te bieden en te motiveren tot herstel of terugkeer naar het land van herkomst (RIS324507 en RIS324508). 4.

Is het college het met de Haagse VVD eens dat deze onmenselijke situatie per direct beëindigd moet worden, op een menselijke manier?

Ja, het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ voorziet daarin door de gezamenlijke aanpak op korte termijn te versterken en aan te scherpen. Dit houdt in sneller perspectief bieden via opvang en begeleiding, de samenwerking in de keten versterken en de uitvoering eenduidiger en consistenter te organiseren. Hiermee wordt beoogd deze onmenselijke situatie op een menselijke manier te doorbreken én tegelijk de druk op leefbaarheid en veiligheid in de openbare ruimte te verminderen. De overlast is sinds de NAVO-top toegenomen. Het aantal tentjes, overlast van verbaal agressieve buitenslapers, vaak onder invloed van drugs en/of alcohol, vervuiling rond de tentjes van zowel afval als menselijke uitwerpselen. Veel mensen spreken van een onprettig of onveilig gevoel en er zijn mensen die de parken mijden, zeker in het donker. 5.

Is het college bekend met het feit dat mensen deze groengebieden mijden, omdat zij niet alleen een onprettig, maar ook een onveilig gevoel krijgen door (agressieve) buitenslapers en menselijke uitwerpselen?

Ja, het college is bekend met signalen van bewoners en bezoekers. Het college acht deze ontwikkeling onwenselijk, omdat groengebieden voor alle inwoners veilig, toegankelijk en leefbaar moeten zijn. Dergelijke signalen worden daarom nadrukkelijk serieus genomen en betrokken bij de prioritering van outreachend hulpverlening, beheer, toezicht en handhaving. Tegen deze achtergrond werkt het college aan de uitvoering van het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’, waarin zorgtoeleiding, opvang en begrenzend optreden in samenhang worden ingezet. 6.

Kan het college zich voorstellen dat bewoners actie verwachten van het college, omdat kamperen in de openbare ruimte verboden is en zij geen begrip hebben voor de situatie?

Het college herkent de zorgen van omwonenden, zowel voor wat betreft de ondersteuningsbehoefte van deze dak- en thuisloze mensen, als de aantasting van veiligheidsgevoelens van omwonenden en overige gebruikers van de Haagse groengebieden. In lijn met het handelingskader van de afgelopen jaren wordt daarbij primair ingezet op actieve toeleiding naar zorg, opvang en begeleiding, waarbij handhavend optreden aan de orde is wanneer er sprake is van structureel aanhoudend overlast en de leefbaarheid of veiligheid in de openbare ruimte onder druk komt te staan. Recent zijn nieuwe borden met de huisregels van de Scheveningse Bosjes geplaatst. 7.

Kan het college zich voorstellen dat bewoners geen begrip hebben voor het feit dat de regels in de parken worden aangescherpt voor alle bezoekers, terwijl de buitenslapers daar gewoon mogen kamperen?

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11014802

Het is onwenselijk dat mensen structureel buitenslapen. Naast dat dit tegen de regels in gaat, is het ook onmenselijk voor diegene die door omstandigheden nergens anders kunnen verblijven. Er is tot op heden een gecombineerd pakket van zorg en handhaving ingezet (zie antwoord op vraag 8). Met de komst van het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ stelt het college ook hierin een duidelijkere grens. Door sneller perspectief te bieden via (nood)opvang en begeleiding, en door de uitvoering eenduidiger en consequenter te organiseren, wordt het mogelijk om de gestelde norm herkenbaarder toe te passen en te voorkomen dat bewoners het gevoel krijgen dat regels voor de één strenger gelden dan voor de ander. Twee jaar geleden kwam de Haagse VVD met het Actieplan Niet langer wegkijken bij buitenslapers (RIS318469), waarin een sluitende aanpak werd voorgesteld. Met handhaving van de regels, tijdelijke opvang met intensieve begeleiding naar zorg, terug naar werk of terug naar het thuisland, als het arbeidsmigranten betreft die geen toekomst meer hebben in Nederland. 8.

Is het college bereid om te stoppen met gedogen, omdat het hierdoor niet langer een onmenselijke situatie is, maar een zelf gekozen levensstijl? Zo nee, waarom niet?

Vanuit politie, handhaving en zorg is in Den Haag de afgelopen jaren consequent ingezet op een gebalanceerd pakket aan maatregelen. Deze bestuurlijke lijn kenmerkt zich door het uitgangspunt zorg waar het kan en begrenzen waar het moet, waarbij outreachende hulpverlening, opvang en begeleiding structureel worden gecombineerd met handhavend optreden bij structureel aanhoudend overlast en wanneer de leefbaarheid en veiligheid onder druk komen te staan. Een concreet voorbeeld hiervan is de succesvolle aanpak Perspektywa, waarmee in 2025 in totaal 165 personen naar werk en 99 personen naar het land van herkomst zijn begeleid. Tegelijkertijd wordt gewerkt binnen de grenzen van beschikbare opvangcapaciteit, de mogelijkheden van drang- en dwangtrajecten en de zorgvraag en bereidheid van de buitenslapers zelf. Het college kiest daarbij bewust voor prioritering en maatwerk, juist omdat buitenslapen veelal samenhangt met complexe problematiek op het snijvlak van zorg, veiligheid en bestaanszekerheid. In lijn met deze meerjarige handelingskader en de uitgangspunten van het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ wordt ingezet op een heldere norm en een eenduidige uitvoeringslijn.

De aanpak is daarbij nadrukkelijk menselijk van karakter doordat zorg en begrenzing met elkaar worden verbonden, met als doel zowel perspectief te bieden aan kwetsbare personen als de openbare ruimte veilig, schoon en leefbaar te houden voor alle inwoners en gebruikers van de stad. 9.

Is het college alsnog bereid om aan de slag te gaan met een sluitende aanpak, waarbij de buitenslapers tijdelijk worden opgevangen en intensief begeleid naar het vinden van een betaalbare woning en/of zorg?

Het college zet in op de maatregelen zoals uitgewerkt in het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’, in samenhang met de eerder gegeven beantwoording bij vraag 3, 4, 7 en 8. Er is ook aandacht nodig voor de onderliggende oorzaken. Veel buitenslapers zijn arbeidsmigranten, die door omstandigheden zonder werk zijn komen te zitten en (daardoor) hun woning zijn kwijtgeraakt. De Haagse VVD vraagt al langer om actie tegen malafide uitzendbureaus die arbeidsmigranten slecht huisvesten en/of op straat zetten zodra ze even geen werk meer hebben. Wie een arbeidsmigrant naar Nederland haalt, draagt wat de Haagse VVD betreft een grote verantwoordelijkheid.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11014802

10. Is het college het met de Haagse VVD eens dat uitzendbureaus een groot aandeel hebben in deze toename van buitenslapers en dat zij een grote verantwoordelijkheid hebben om arbeidsmigranten van huisvesting te voorzien? Het college acht uitzendbureaus in eerste instantie ervoor verantwoordelijk om zich te houden aan bestaande wet- en regelgeving omtrent goed werkgeverschap (bijvoorbeeld het houden aan de Arbowet, de Wet minimumloon en kaders en procedures voor ontslag, de Wet goed verhuurderschap (zoals scheiding van werk- en huurcontract) en de Wet betaalbare huur. Zie ook het antwoord op vraag 11. Het college benadrukt dat deze ontwikkeling niet aan één oorzaak of één actor (zoals de gehele uitzendbranche) kan worden toegeschreven. EU-migranten komen zowel via uitzendbureaus als op eigen initiatief naar Nederland, vaak vanwege beperkte perspectieven in het land van herkomst en de aantrekkingskracht van de Nederlandse arbeidsmarkt, waar relatief veel flexibel en laaggeschoold werk beschikbaar is tegen hogere lonen. Wanneer inkomen en daarmee ook huisvesting wegvalt, kunnen mensen in een onzekere en kwetsbare situatie terechtkomen. In dat geval bestaat de mogelijkheid om terug te keren naar het land van herkomst, eventueel met ondersteuning via het reconnectieprogramma van stichting Barka.

In de praktijk wordt hier niet altijd voor gekozen, of wordt afgezien van het ondersteuningsaanbod. Ook onderschrijft het college het uitgangspunt dat werkgevers die werken met arbeidsmigranten vooraf moeten zorgen voor voldoende en fatsoenlijke huisvesting voor buitenlandse (uitzend)krachten in de omgeving van de werkplek. Op dit moment is de wet- en regelgeving ontoereikend om deze verantwoordelijkheid af te dwingen. Daarom heeft het college bij het rijk gelobbyd voor een verplichtend karakter van de Bedrijfseffectenrapportage nieuwe bedrijvigheid (zie Voortgangsrapportage Arbeidsmigratie 2024, RIS321305, p. 25). In het recent gepubliceerde coalitieakkoord van regeringspartijen VVD, D66 en CDA ‘Aan de slag’ (p. 38) is een vergelijkbare ambitie opgenomen. 11. Wat heeft het college al effectief ondernomen tegen malafide uitzendbureaus en wat zijn de resultaten hiervan? Zoals beschreven in de beantwoording van schriftelijke vragen ‘Handhaving op uitzendbureaus in Den Haag’ op 12 maart 2025 (RIS321025) heeft de gemeente geen specifieke juridische handhavingsbevoegdheid richting de uitzendbranche. Het optreden tegen arbeidsmisstanden is hoofdzakelijk de taak van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). De gemeente kan handhavend optreden in het geval van overtredingen op het gebied van bijvoorbeeld afval en parkeren en is toezichthouder op het gebied van wonen.

Het is echter lastig om vastgestelde overtredingen te koppelen aan een specifieke werkgever of uitzendbureau. Waar het kan zet de gemeente signalen over misstanden met betrekking tot een uitzendbureau altijd door naar de NLA. Per 1 januari 2027 zal onder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) een toelatingsstelsel voor de uitzendbranche van kracht gaan. Dat betekent dat vanaf 1 januari 2028 alleen nog uitleners actief mogen zijn met een officiële toelating van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU), Voor (aanscherping van) deze wetgeving is onder andere vanuit de gemeente Den Haag gelobbyd. Ook ligt er momenteel een wetsvoorstel in de Eerste Kamer voor het verbreden van de strafbaarstelling van mensenhandel, waardoor ook ernstige benadeling van werknemers, bijvoorbeeld in de vorm van (zeer) slechte huisvesting, strafbaar zal worden. De gemeente neemt deel aan een werkgroep vanuit RIEC Rotterdam waarin wordt geanticipeerd op wat dit gaat betekenen voor de signaleringsfunctie gemeentelijke toezichthouders. Vanuit onder andere de gemeente Den Haag is gelobbyd voor voldoende middelen voor uitvoeringsconsequenties. Inmiddels zijn middelen toegezegd voor het trainen van gemeentelijke toezichthouders op het signaleren van ernstige benadeling.

Daarnaast is in het najaar 2025 in opdracht van de gemeente een onderzoek uitgevoerd naar de meldingsbereidheid van arbeidsmigranten als het gaat om (woon- en werk)misstanden.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11014802

De signaleringsfunctie van de gemeente als het gaat om arbeidsuitbuiting wordt versterkt vanuit het Actieprogramma mensenhandel 2025-2028 (RIS320843) en het programma Arbeidsmigratie in goede banen (RIS316674). Zo worden in teams die contact staan met kwetsbare doelgroepen, waaronder arbeidsmigranten, getraind om uitbuiting te signaleren. Ook zijn tussen december 2025 en februari 2026 vrijwel alle inspecteurs van de Haagse Pandbrigade getraind in het herkennen van mensenhandel, waaronder arbeidsuitbuiting. Specifiek wat betreft de uitzendbranche voert het RIEC Den Haag momenteel in opdracht van de gemeente een onderzoek uit naar malafiditeit in de uitzendbranche en wat mogelijke handelingsperspectieven zijn om dat tegen te gaan. In navolging van dit onderzoek zal ook het barrièremodel arbeidsuitbuiting in de uitzendbranche worden geüpdatet in samenwerking met regionale ketenpartners. Voor een uitgebreider overzicht van relevante maatregelen ter preventie, signalering en barrières – bijvoorbeeld de inzet op informatievoorziening over rechten en plichten, en beschikbare (juridische) ondersteuning bij misstanden – zie de Voortgangsrapportage Arbeidsmigratie in goede banen 2024 (RIS321305), programma Arbeidsmigratie in goede banen (RIS316674), Actieprogramma Mensenhandel 2025-2028 (RIS320843) en de beantwoording SV ‘Handhaving op uitzendbureaus’ (RIS321025). 12.

Is het college bereid om in gesprek te gaan met de uitzendbureaus, grote werkgevers in Haaglanden en buurgemeentes, om er samen voor te zorgen dat arbeidsmigranten niet op straat terecht komen wanneer zij tijdelijk geen werk hebben? Het college verkent momenteel of een samenwerking van werkgevers en in-/uitleners die werken met arbeidsmigranten gevormd kan worden. Daarnaast worden grote bedrijven actief geïnformeerd over hun plichten als inlener, onder meer via gerichte communicatie en bedrijfsbezoeken. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een informatiebrief voor zorginstellingen die personeel via uitzendbureaus inhuren. Tegelijkertijd praat het college met uitzendbureaus om naar een gezamenlijke aanpak van misstanden en verbetering van de positie van arbeidsmigranten in onze stad toe te werken. Met de regeling bescherming arbeidsmigranten waren er meer mogelijkheden geweest om uitbuiting of slechte omstandigheden te voorkomen. Minister Paul heeft dit wetsvoorstel ingetrokken en tot op heden is er geen alternatief geboden om de kwetsbare positie van arbeidsmigranten verder te kunnen beschermen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx

Mariëlle Vavier

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16834874/1