RIS324515 Beantwoording SV Veiligheid screening en toezicht in de kinderopvang na arrestatie BSO-medewerker
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
10 februari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer De Mos, luidend: ‘Veiligheid, screening en toezicht in de kinderopvang na arrestatie BSO-medewerker’
OCW/11013176 RIS324515
Het raadslid de heer De Mos heeft op 28 januari 2026 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Aanleiding: De arrestatie van een medewerker van een Haagse buitenschoolse opvang op verdenking van ontucht en het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal met twee minderjarigen. 1.
Kan het college bevestigen of de verdachte ten tijde van zijn werkzaamheden beschikte over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en correct stond ingeschreven in het Personenregister Kinderopvang (PRK)? Zo ja, welk screeningsprofiel was op deze VOG van toepassing?
Ten eerste wil het college benadrukken dat het deze situatie serieus neemt en oog heeft voor de zorgen van alle betrokkenen: ouders, kinderen en medewerkers. Het college kan bevestigen dat de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) met de voor de kinderopvang van toepassing zijnde screeningsprofielen 84 en 86 in orde waren en de betrokkene was gekoppeld aan de houder in het Personenregister Kinderopvang (PRK). Het PRK is een landelijk register, waarin personen die in de kinderopvang werken worden geregistreerd en continu worden gescreend, zodat snel kan worden ingegrepen wanneer zich relevante nieuwe justitiële feiten voordoen. •
Screeningsprofiel 84: “Belast zijn met de zorg voor minderjarigen”(hoofdprofiel). Richt zich op risico’s voor de veiligheid en het welzijn van minderjarigen en wordt gebruikt om te beoordelen of justitiële gegevens relevant zijn voor het werken met kinderen, zoals bij kinderopvang.
•
Screeningsprofiel 86: “Kinderopvang” (geen zelfstandig profiel; moet altijd in combinatie met 84). Aanvullend, sectorspecifiek profiel. Hierdoor kan screening gerichter plaatsvinden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11013176
2.
Kan het college toelichten hoe de continue screening via Justis, DUO en het PRK in dit geval heeft gefunctioneerd? Zijn er voorafgaand aan de arrestatie signalen geweest die aanleiding gaven tot herbeoordeling of het aanvragen van een nieuwe VOG?
De continue screening in de kinderopvang heeft één doel: kinderen beschermen. Iedereen die in de opvang werkt of daar regelmatig aanwezig is, wordt continu gecontroleerd op nieuwe strafbare feiten die een risico kunnen vormen. Deze monitoring vult de eenmalige VOG aan met dagelijkse digitale controles, zodat mogelijke risico’s snel worden gesignaleerd. Als iemand een strafbaar feit pleegt dat onverenigbaar is met het werken in de kinderopvang, stuurt de Justitiële informatiedienst (Justid) direct een melding naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die dit vervolgens doorgeeft aan de GGD. Bij GGD Haaglanden zijn geen signalen binnengekomen. Er zijn dus voorafgaand aan de arrestatie geen aanwijzingen geweest, die aanleiding gaven tot herbeoordeling of het aanvragen van een nieuwe VOG. 3.
Kan het college aangeven welke rol de gemeente Den Haag en de GGD Haaglanden hebben gehad in het toezicht op deze opvanglocatie met betrekking tot personeelsdossiers, VOGcontrole, PRK-inschrijving en algemene veiligheid? Wanneer hebben de laatste inspecties plaatsgevonden en wat waren de relevante bevindingen?
Er vinden jaarlijkse controles plaats bij alle kinderopvanglocaties in Den Haag en, wanneer daartoe aanleiding is, ook incidentele of nadere onderzoeken. Deze worden uitgevoerd door de GGD Haaglanden. Tijdens deze inspecties worden de VOG en PRK-inschrijving en koppeling gecontroleerd. Tevens wordt er geïnspecteerd op veiligheid. Tijdens de jaarlijkse inspectie van 2025 is er één overtreding geconstateerd, namelijk het vijf dagen niet te allen tijde aanwezig zijn van een volwassene die EHBO kan bieden op de locatie, door ziekte en uitval van vaste medewerkers. Er zijn in 2025 geen andere overtredingen geconstateerd, dus ook niet rondom VOG of PRK. Tijdens de jaarlijkse inspectie van 2024 zijn er geen overtredingen geconstateerd. 4.
In hoeverre toetst de gemeente of kinderopvangorganisaties beschikken over adequate interne procedures voor signalering, meldplicht, omgang met incidenten en bescherming van kinderen? Is vastgesteld of de betrokken organisatie in deze zaak conform deze procedures heeft gehandeld?
De GGD-toezichthouders beoordelen tijdens inspecties of kinderopvangorganisaties beschikken over adequate interne procedures voor signalering, zoals de meld-, overleg- en aangifteplicht (MOA). Het doel van de MOA is, het verplichten van professionals in de kinderopvang om te handelen bij vermoedens of signalen van misbruik of mishandeling. Zij toetsen daarbij regelmatig of beroepskrachten bekend zijn met de MOA en met de stappen die zij moeten volgen bij incidenten. Op basis van de bestaande informatie, lijkt het erop dat de procedures gevolgd zijn, maar dat is nog niet vastgesteld.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11013176
5.
Welke maatregelen zijn genomen of worden genomen om ouders en medewerkers zorgvuldig te informeren en te ondersteunen, met oog voor privacy, rechtsbescherming en herstel van vertrouwen in de opvang?
De betreffende organisatie heeft met zorgvuldigheid maatregelen genomen om ouders en medewerkers te informeren en te ondersteunen, met nadrukkelijke aandacht voor privacy, rechtsbescherming en het herstel van vertrouwen. Er is een crisisteam geformeerd, dat dagelijks bijeenkomt. De organisatie informeert ouders actief en verwijst hen waar nodig naar passende vormen van ondersteuning. Er is een ouderavond georganiseerd, waar het Crisis Interventie team (CIT) en slachtofferhulp bij aanwezig waren. De hoogste prioriteit ligt bij het ondersteunen van de direct betrokken kinderen, hun ouders en de betrokken medewerkers. In de publieke reactie van het college op het OM-persbericht is duidelijk gemaakt dat de ouders die dit betreft op de hoogte zijn, om onnodige zorgen onder de rest van de ouders in de stad te voorkomen. 6.
Ziet het college aanleiding om breder te onderzoeken of er structurele kwetsbaarheden bestaan in de uitvoering van VOG-controle, PRK-inschrijving en toezicht binnen Haagse kinderopvangorganisaties? Zo ja, welke verbetermaatregelen worden overwogen?
Op dit moment wordt door het OM onderzoek gedaan naar het handelen van de vermeende dader. Op basis daarvan wordt vastgesteld of er stappen nodig zijn en zo ja, welke stappen dat zijn. 7.
Ziet het college, binnen de kaders van landelijke wetgeving, mogelijkheden om het lokale toezicht verder te versterken, bijvoorbeeld door extra audits, intensievere samenwerking met GGD en DUO, of aanvullende kwaliteitseisen richting organisaties?
Dat is afhankelijk van wat er uit het onderzoek van het OM komt. Binnen de kaders van de landelijke wetgeving ziet het college op dit moment beperkte mogelijkheden om het lokale toezicht verder uit te breiden. De uitvoering van toezicht ligt primair bij de GGD, die jaarlijks alle locaties inspecteert en aanvullende inspecties uitvoert wanneer daar aanleiding voor is. Direct zichtbare incidenten worden tijdens reguliere inspecties gesignaleerd en vastgelegd. Daarnaast worden alle binnenkomende signalen en klachten van ouders, medewerkers of andere betrokkenen onderzocht en kan dit leiden tot extra inspecties. De GGD Haaglanden voert vaker en uitvoeriger toezicht uit dan wettelijk vereist: waar landelijk meestal één jaarlijkse controle plaatsvindt, doet de GGD in Den Haag jaarlijks aanvullend meerdere controles, zoals flitscontroles, meerdere incidentele onderzoeken en aanvullende inspectie-items, waarbij onder meer VOG en PRK-controles plaatsvinden. De samenwerking tussen het college en de GGD is intensief en is er een goede samenwerking tussen GGD en DUO. Binnen de huidige wettelijke kaders kunnen gemeenten geen aanvullende kwaliteitseisen stellen boven op de Wet kinderopvang en de bijbehorende regelgeving.
Het college blijft de ontwikkelingen in het landelijke stelsel volgen en zal, waar mogelijk binnen de wet, blijven inzetten op versterking van toezicht en samenwerking, want de kinderopvang moet een veilige plek zijn voor alle kinderen en medewerkers. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3