CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324509 Wijziging van de omgevingsvergunning voor WarmtelinQ Rijswijk - Leiden ten behoeve van het project woonwagenstandplaatsen Henri Faasdreef

Commissie Leefomgeving 12 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving

DSO/11010616 RIS324509 Contactpersoon

College van B&W Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Energietransitie Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

3 februari 2026 Onderwerp

Wijziging van de omgevingsvergunning voor WarmtelinQ Rijswijk Leiden ten behoeve van het project woonwagenstandplaatsen Henri Faasdreef.

Geachte voorzitter, Aanleiding Met deze brief informeer ik uw commissie over een door het college genomen wijzigingsbesluit met betrekking tot de omgevingsvergunning voor het project WarmtelinQ Rijswijk–Leiden. Aanleiding hiervoor is de samenloop van de werkzaamheden van WarmtelinQ met de realisatie van nieuwe woonwagenstandplaatsen aan de Henri Faasdreef en de wens om overlast en risico’s voor toekomstige bewoners zoveel mogelijk te beperken. In de omgevingsvergunning die op 20 juni 2024 is verleend voor de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ is als voorschrift opgenomen dat van de vergunning pas gebruik mag worden gemaakt nadat het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) onherroepelijk is vastgesteld. Eerder is op verzoek van uw raad een dergelijk voorschrift opgenomen in de omgevingsvergunning van het project WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag. WarmtelinQ heeft tegen dit voorschrift in de omgevingsvergunning voor WarmtelinQ Rijswijk – Leiden beroep ingesteld. Hangende dit beroep heeft de voorzieningenrechter op 30 december 2025 een voorlopige voorziening getroffen, waarbij een deel van de bomen (fase 1 van het traject Rijswijk - Leiden) mag worden gekapt. De bomen die nodig zijn voor werkzaamheden ter hoogte van de Henri Faasdreef vallen hier niet onder. Context en problematiek Aan de Henri Faasdreef wordt een nieuw woonwagencentrum gerealiseerd.

De eerste fase hiervan moet in september 2026 gereed zijn. Direct aangrenzend aan dit terrein zal WarmtelinQ werkzaamheden uitvoeren, waaronder een boogboring onder de RandstadRail en de aanleg van een expansielus. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd met zwaar materieel en gaan gepaard met open ontgravingen tot circa vijf meter onder maaiveld. Conform gemaakte afspraken moeten de woonwagens uiterlijk 1 september 2026 worden verplaatst naar hun definitieve standplaatsen. Indien de werkzaamheden van WarmtelinQ pas na ingebruikname van deze standplaatsen kunnen plaatsvinden, leidt dit tot aanzienlijke overlast door geluid en trillingen en vergroot dit het risico op schade aan woonwagens en interieur.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11010616

Voor het vervroegd uitvoeren van deze werkzaamheden is het noodzakelijk dat twaalf bomen in het gebied van fase 2, gelegen aan de Tiber en Theems, vóór het broedseizoen (circa 15 maart 2026) worden gekapt. Het gaat om 12 van de in totaal 84 vergunningplichtige bomen (56 te kappen, 28 te verplanten) in het gebied van fase 2, die alle gecompenseerd zullen worden. Door het huidige voorschrift in de omgevingsvergunning is de kap van de 12 bomen echter niet mogelijk. Afweging en keuze van het college Het afwachten van de bodemprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State biedt geen oplossing, omdat niet te verwachten is dat vóór het begin van het broedseizoen uitspraak wordt gedaan. Een latere verhuizing van de woonwagenbewoners is niet wenselijk en zou ingaan tegen gemaakte afspraken. Op basis van ingewonnen juridisch advies is vastgesteld dat het mogelijk is om hangende een lopende beroepsprocedure een wijzigingsbesluit te nemen op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college heeft besloten gebruik te maken van deze mogelijkheid en heeft besloten om het voorschrift dat het PIP onherroepelijk moet zijn vastgesteld uit de omgevingsvergunning te schrappen.

Hiermee ontstaat de benodigde flexibiliteit om de werkzaamheden van WarmtelinQ beter af te stemmen op het gemeentelijk project realisatie woonwagenstandplaatsen aan de Henri Faasdreef en om de kap van de betreffende bomen vóór het broedseizoen mogelijk te maken. Dit sluit aan bij de belangen van de toekomstige bewoners van het woonwagencentrum en beperkt overlast en mogelijke schade. Met WarmtelinQ is afgesproken dat voor de werkzaamheden voor de rest van fase 2 de oorspronkelijke planning van de werkzaamheden aangehouden zal blijven worden. Naast bovengenoemde belangen betrekt het college bij dit besluit, zoals ook door de voorzieningenrechter is overwogen, dat de aanhangige beroepen tegen het inpassingsplan zich niet richten tegen de aanleg van de warmtetransportleiding in de gemeente Den Haag. Het schrappen van dit voorschrift is verder afgestemd met WarmtelinQ, die te kennen heeft gegeven deze aanpassing van haar vergunning en de daarmee gepaard gaande flexibiliteit te waarderen en mee wil werken aan deze oplossing om zo de overlast voor de woonwagenbewoners te verminderen. Het college onderschrijft het belang dat bomen niet worden gekapt zolang het risico bestaat dat het onderliggende project geen doorgang kan vinden als gevolg van een gerechtelijke uitspraak. Dit belang is destijds de reden geweest om het voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden.

Op dit moment weegt dit belang, gelet op het voorgaande, echter niet meer zwaarder dan de belangen die pleiten voor het schrappen van het voorschrift. Gezien de tijdsdruk, door het naderende broedseizoen (circa 15 maart 2026), heeft het college besloten het wijzigingsbesluit met toepassing van artikel 6.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onverwijld in werking te laten treden. Vervolg Het wijzigingsbesluit wordt gepubliceerd. Nieuwe belanghebbenden kunnen desgewenst direct in beroep gaan tegen dit besluit. Hun beroep wordt toegevoegd aan de bestaande beroepsprocedure. Een belanghebbende kan daarnaast ook een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Nieuwe belanghebbenden kunnen enkel opkomen tegen de wijzigingen die met het wijzigingsbesluit worden aangebracht in de omgevingsvergunning (het schrappen van het voorschrift 'onherroepelijk PIP').

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11010616

Zij kunnen niet meer opkomen tegen andere onderdelen van de omgevingsvergunning van WarmtelinQ. Met deze brief acht het college uw commissie geïnformeerd over de aanleiding, afweging en voorgenomen aanpak. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16563634/1