CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324508 Bijlage Actieplan overlastgevende buitenslapers

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Actieplan perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving (RIS324508)5.330 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieplan ‘perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ Dakloosheid is een landelijk en zeer onwenselijk fenomeen, waar ook Den Haag in toenemende mate mee te maken heeft. De afgelopen jaren zet de gemeente zich met het beleidskader ‘Den Haag geeft Thuis’ (RIS316085) in om dakloosheid te bestrijden. Helaas is het vraagstuk van dakloosheid taai, complex en niet eenvoudig op te lossen. In tijden van woningnood en stijgende dakloosheid heeft de gemeente de afgelopen jaren voor meerdere doelgroepen extra opvang kunnen realiseren. Bestaande opvang is uitgebreid of verlengd in de duur van openstellen (Winterkouderegeling (WKR) en Permanente Winteropvang (PWO). Ook is de dienstverlening door onze partners voor verschillende kwetsbare doelgroepen verruimd. Zo is er extra inzet van sociaal beheer, Haagse hosts en straatartsen. We willen dat mensen een dak boven hun hoofd hebben en een bed om in te slapen. Tegelijkertijd werken we gestaag door aan het realiseren van de doelstelling 'Wonen eerst'. We doen als gemeente meerdere dingen tegelijk; we realiseren nieuwe opvang met alle uitdagingen die hierbij komen kijken en we voeren de koerswijziging naar 'Wonen eerst' door met de partners in de stad, de regio en de woonsector.

De gemeente investeert in preventie, het samenbrengen van partners, het realiseren van oplossingen in de regio, het blijven verbeteren van onze dienstverlening en zoeken continu passende opvang en creatievere woonoplossingen. In de voortgangsrapportage Den Haag geeft Thuis (RIS322995) staat wat we bereikt hebben, maar ook welke resultaten we nog niet hebben behaald. Ondanks de gezette stappen in de afgelopen jaren op het gebied van het bestrijden van dakloosheid, zien we dat het aantal daken thuisloze mensen in Den Haag stijgt. Volgens de meest recente ETHOS-telling zijn er 6.246 dak- en thuisloze mensen in onze gemeente (RIS323412). Uit deze telling blijkt ook dat een groeiend aantal mensen in Den Haag buiten slaapt. Het college acht dit een zeer onwenselijke en inhumane ontwikkeling. Een deel van deze groep is moeilijk bereikbaar voor hulpverlenende partijen en heeft te maken met multiproblematiek. Deze mensen veroorzaken soms overlast en komen daardoor regelmatig in aanraking met politie en handhaving. Om juist aan deze groep hulp en zorg te bieden én om de leefbaarheid op bepaalde plekken in de stad te bevorderen, heeft het college dit actieplan opgesteld. Deze aanpak is aanvullend op alle andere inzet, van zowel de gemeente als partners, en richt zich in de eerste plaats op de Haagse groengebieden waar de impact van de problematiek het grootst is.

Deze groep mensen behoeft op zo kort mogelijke termijn kans op herstel en nieuw perspectief. Tegelijkertijd kan met deze aanpak de leefbaarheid in de Haagse groengebieden, zoals de Scheveningse bosjes, worden hersteld. Het college stelt vast dat het actieplan geen totaaloplossing biedt voor dakloosheid en de daarmee soms gepaard gaande overlast, maar is van mening dat niets doen geen optie is. Met dit actieplan wordt een versnelde aanpak voorgesteld om, op de plekken waar de impact het grootst is, dak- en thuisloze mensen op een humane maar doortastende wijze te begeleiden naar passende zorg en hulpverlening - met daarbij het credo; zacht waar het kan, hard waar het moet. De aanpak richt zich op het inrichten van een nachtopvang voor rechthebbenden én niet rechthebbenden voor een proefperiode van zes maanden. Het verblijf biedt opvang aan 60 personen en de verblijfsduur bedraagt drie weken met de mogelijkheid tot kortstondige verlenging indien dit noodzakelijk blijkt. Op deze manier kunnen binnen een half jaar zeker 480 Haagse buitenslapers goed in beeld gebracht worden, een toekomstplan voor hen worden gemaakt en geleerd worden waar aanvullende dienstverlening nodig is.

Door de meest complexe casussen, die in de huidige aanpakken niet tot resultaat leiden, gezamenlijk en gecoördineerd op te pakken, kan een groot effect worden bereikt op de (zorg)keten, de leefbaarheid en veiligheid in de stad. De Haagse inwoner verwacht van de overheid dat zij kwetsbare mensen helpt met zorg en ondersteuning, maar ook de impact die deze problematiek heeft op onder andere onze groengebieden verlicht. Met deze aanpak wordt stevig ingezet om dit te bewerkstelligen. 1

Haags beeld buitenslapers

Den Haag wordt, net als andere grote steden in Nederland, in toenemende mate geconfronteerd met de complexe problematiek van dak- en thuisloze mensen. De groep dak- en thuisloze mensen kent grote verscheidenheid in achtergrond, problematiek en ondersteuningsvraag zoals de ETHOS telling laat zien. Een snelgroeiende groep betreft personen die zich binnen het vrije verkeer binnen de Europese Unie legaal in Nederland mogen vestigen, maar die door verlies van werk, gebrek aan huisvesting en/of (al bestaande) persoonlijke problematiek in een kwetsbare en soms overlastgevende situatie terechtkomen. Ter illustratie, sinds de heropening van de dagopvang ‘Hier en Nu’ van het Leger des Heils aan de Wagenstraat in juli 2024, ontvangen gemeente en de politie toenemende signalen van overlast in de directe omgeving van de dagopvang. De opvang is toegankelijk voor een brede groep, waaronder nietrechthebbende EU-burgers. In korte tijd is het aantal bezoekers sterk toegenomen. We zien eenzelfde stijging van aantal unieke bezoekers in de WKR. Een deel van de bezoekers van de dagopvang vindt onderdak in de WKR als deze open is. De toestroom toont de bestaande behoefte aan opvangvoorzieningen, 1/8

maar legt tegelijkertijd regelmatig druk op de omgeving en de openbare orde. Omwonenden en ondernemers melden aanhoudende overlast, zoals alcohol- en drugsgebruik op straat, vervuiling, intimidatie en agressief gedrag. Hier wordt inmiddels met ‘Actieplan Oude Centrum’ stevig op ingezet. Signalen zoals beschreven sluiten aan bij een breder patroon in de stad waarbij een groeiende groep overlastgevende buitenslapers onvoldoende bereikt wordt via bestaande zorg- en handhavingslijnen. Zo zien we bijvoorbeeld al geruime tijd dat in toenemende mate de Scheveningse Bosjes worden gebruikt voor onderdak. Dit brengt, net als in het centrum van de stad, de nodige problemen met zich mee. De schatting is dat er nu een groep van circa zeventig dak- en thuisloze mensen structureel verblijft in de groengebieden van stadsdeel Scheveningen. Dit is een inhumane situatie voor deze mensen. Een gevolg is ook dat er gevoelens van onveiligheid zijn bij omwonenden. Bewoners en ondernemers geven aan dat de situatie onhoudbaar is. De Haagse inzet is verankerd in het principe ‘Zorg eerst en dwang als het niet anders kan’ (RIS 318330, RIS 318288, RIS 318224, RIS 318821). Hoe deze lijn in de praktijk wordt vormgegeven, is uiteengezet in het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 – Den Haag geeft thuis, de beleidsbrief ‘Verward en onbegrepen gedrag’ en het programma Arbeidsmigratie in goede banen.

Deze beleidsstukken geven richting aan de moeilijke keuzes die dagelijks in de uitvoering moeten worden gemaakt, waarbij continu wordt gewogen tussen zorg, handhaving en maatschappelijke impact. Binnen de G4 verschillen de bestuurlijke accenten: waar Amsterdam kiest voor extra inzet op zorg en het beëindigen van beboeten van buitenslapen, zet Rotterdam juist sterker in op een repressieve aanpak. Vanwege de maatschappelijke impact en urgentie, het gebrek aan passende instrumenten en de druk op bestaande voorzieningen, is hernieuwde bestuurlijke afweging en sturing gewenst. De afgelopen jaren hebben wij als gemeente mede naar aanleiding van diverse beleidsstukken, de afdoening van moties en de beantwoording van schriftelijke vragen, intensief aandacht besteed aan de problematiek van dak- en thuisloze mensen in onze stad. Bovenop de al bestaande, omvangrijke inzet, proberen we met deze aanpak een oplossing te vinden voor de buitenslapers die de meeste overlast in de stad veroorzaken.

Problematiek in beeld

2

Omvang van de problematiek in cijfers

Om beleid en uitvoering effectief te kunnen sturen is het van belang een helder en gezamenlijk beeld te hebben van de omvang, aard en ontwikkeling van zowel de geregistreerde overlastincidenten als de inzet van zorg en begeleiding. De onderstaande cijfers geven inzicht in de feitelijke omvang van het vraagstuk en vormen daarmee een basis voor bestuurlijke afwegingen en gerichte interventies. Naast dat verblijf in de groengebieden een inhumane situatie is die snel en effectief opgelost moet worden, neemt de druk op de leefbaarheid en veiligheid door overlastgevende dak- en thuisloze mensen die buitenslapen in Den Haag toe. Dit blijkt ook uit het aantal door de politie geregistreerde meldingen van overlast1 door buitenslapers (zie tabel 1). Dit betreft uitsluitend de registratiecode E41 (overlast 1 Gebaseerd op registratiecode E41 overlast buitenslaper. Deze code wordt specifiek gebruikt als een dak- of thuisloos persoon

overlast geeft zoals geluidsoverlast, hinder of agressie. Andere vormen van overlast die ook binnen deze doelgroep regelmatig voorkomen, zoals verward gedrag, of overlast door drank- en drugsgebruik, vallen niet onder deze code en worden apart geregistreerd. Dit geldt ook voor vormen van criminaliteit zoals diefstal.

2/8

buitenslaper) en niet andere specifieke overtredingen (softdrugs-, alcohol- of bedelverbod, natuurlijke behoefte doen, vervuilen etc.) of misdrijven zoals vernieling, brandstichting en (winkel)diefstal. Deze cijfers zijn hier niet in meegenomen, maar uit analyse van de politie blijkt dat achter een deel van de overlastgevende buitenslapers criminaliteit schuilhoudt (veelal winkeldiefstallen). Verslavingsproblematiek werkt criminaliteit in de hand. In 2018 registreerde de politie in totaal 1.781 meldingen van overlast veroorzaakt door dak- of thuisloze mensen. In 2025 is dit opgelopen naar een totaal van 4.143 meldingen. Dit is een toename van 133 procent. Enkel de E41 registraties vertegenwoordigen al minimaal 18 procent (2025) van het totale aantal overlastregistraties en meldingen van de politie in Den Haag. Deze cijfers illustreren de omvang en intensiteit van de problematiek, waarbij opgemerkt dient te worden dat dit een absolute ondergrens is. Overlast en criminaliteit worden immers niet altijd gemeld. Meer dan de helft van deze meldingen (56%) vond plaats in het hart van de stad, waar de druk op de leefbaarheid en (de beleving van) veiligheid het grootst is.

Daarnaast werd 12 procent van de overlast geregistreerd in stadsdeel Escamp en 9 procent in Scheveningen, waarmee ook duidelijk wordt dat het probleem zich niet beperkt tot één gebied, maar verspreid aanwezig is in meerdere delen van de stad. Op basis van een verdiepende analyse van politiecijfers wordt uitgegaan van een fluïde groep van ruim 500 dak- en thuisloze mensen die herhaaldelijk (met meer dan acht politieregistraties in één jaar) in beeld komen. Uit de analyse blijkt verder dat ongeveer 150 mensen uit deze groep verantwoordelijk zijn voor meer dan 20 politieregistraties per individu in één jaar. Ruim 200 mensen hebben een EU-achtergrond. Ondanks herhaalde interventies, begeleidingstrajecten en handhavingstrajecten, blijven zij in beeld komen bij de politie en handhaving.

Tabel 1: overlastregistraties registratiecode E41 politie

3

De huidige aanpak: van zorg tot handhaving

Met het programma ‘Arbeidsmigratie in goede banen’ zet het college in op een integraal, samenhangend en meerjarig maatregelenpakket dat aansluit bij zowel gemeentelijke beleidsdoelen als nationale kaders (zie o.a. Kamerstuk 29 407 – Arbeidsmigratie, en Kamerstuk 32 847 Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen). Dit pakket bestrijkt de domeinen: informatievoorziening, registratie, huisvesting, participatie en integratie, aanpak arbeidsmisstanden, ondersteuning, zorg en opvang. Voor dak- en thuisloze (arbeids)migranten omvat de aanpak: ▪ ▪ ▪ ▪

Ondersteuning op straat en toeleiding via o.a. het Haags Straatteam en Stichting Barka; Zorgverlening door straatverpleegkundigen en het TOP-team van Parnassia; Winterkoudeopvang (WKR) conform de landelijke kaders en gemeentelijke verordening maatschappelijke opvang; Opvang met doorgeleiding naar werk of terugkeer naar herkomstland via het project Perspektywa.

Personen met een EU-nationaliteit die voldoen aan de voorwaarden voor duurzaam verblijf (zoals vastgesteld in Richtlijn 2004/38/EG en geïmplementeerd in de Vreemdelingenwet 2000) hebben volledig recht op maatschappelijke opvangvoorzieningen op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Een deel van de EU-(arbeids)migranten voldoet (nog) niet aan de voorwaarden voor Wmo-ondersteuning en heeft daarmee geen formeel recht op deze voorzieningen. Voor deze groep voorziet het project 3/8

Perspektywa in tijdelijke, 24-uursopvang met begeleiding gericht op herstel, participatie en toeleiding naar werk of vrijwillige terugkeer. Dit gebeurt conform de uitgangspunten van de EU Return Directive (Richtlijn 2008/115/EG) en in lijn met jurisprudentie over de zorgplicht van gemeenten in schrijnende situaties. In 2024 zijn via deze aanpak 195 personen begeleid naar hun herkomstland, waar zij passende zorg en ondersteuning krijgen, en 111 personen naar werk. Vanuit de handhavende instanties wordt opgetreden vanuit een zorgvuldig afgewogen juridisch kader, waarbij elke maatregel proportioneel, subsidiair en juridisch houdbaar moet zijn. Dit betekent dat handhavingsoptreden altijd is ingebed in de wettelijke bevoegdheden. In de praktijk vertaalt zich dit naar een gebieds- en persoonsgerichte benadering, waarbij overlastgebieden informatie gestuurd worden gecontroleerd door politie (waaronder AVIM) en gemeente. Binnen deze aanpak wordt de persoonsgerichte aanpak (PGA-buitenslapers) vanuit directie Veiligheid op dit moment geïntensiveerd, zodat overlastgevende individuen op maat en integraal kunnen worden begeleid.

Het bestuurlijke instrumentarium, variërend van waarschuwingen en (bestuurlijke)boetes tot gebiedsontzeggingen en zelfs in enkele gevallen uitzetting uit Nederland, wordt selectief en doelgericht toegepast, waarbij de nadruk ligt op het beëindigen van herhaaldelijk en ernstig overlastgevend gedrag. In het geval van ‘vreemdelingen met en zonder verblijfsrecht’ kan in enkele gevallen, wanneer sprake is van structurele en ernstige verstoring van de openbare orde en strafbare feiten, na zorgvuldige dossieropbouw gewerkt worden aan gedwongen terugkeer naar het land van herkomst. Dit wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de ketenpartners. De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) speelt hierin een centrale rol. Zij monitoren de betrokken personen en leveren, op basis van een bestuurlijk dossier, signalen aan van structurele overlastgevers bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De IND beoordeelt vervolgens of het verblijfsrecht van een EU-burger kan worden beëindigd. Dit gebeurt op basis van Europese richtlijnen en nationale regelgeving. Daarbij wordt gekeken naar de aard en ernst van het gedrag, waaronder herhaalde en ernstige overlast zoals agressie of openbare ordeverstoring. Ook worden verblijfsduur, persoonlijke omstandigheden en proportionaliteit meegewogen.

Alleen wanneer er sprake is van een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde, kan het verblijfsrecht worden ingetrokken. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dergelijke trajecten langdurig en complex van aard zijn. 4

Huidige aanpak: versnipperd en zonder centrale regie

De huidige aanpak van structureel overlastgevende buitenslapers in Den Haag kent deels succes. Voor een groep mensen die ontvankelijk is voor hulp en bereid is stappen te zetten richting terugkeer, werk of rehabilitatie, biedt de bestaande ondersteuning voldoende aanknopingspunten. Tegelijkertijd blijkt de aanpak onvoldoende effectief voor een andere, hardere kern binnen deze doelgroep. Dit betreft met name personen die zorg mijden, structureel overlast veroorzaken, criminaliteit plegen en formeel geen toegang hebben tot langdurige zorg. Juist in deze groep is sprake van complexe problematiek die de draagkracht van de bestaande aanpak overstijgt. Bovendien zijn er in de aanpak van de gehele groep, dus ook van de mensen die wél geholpen willen worden, knelpunten die de effectiviteit en uitvoerbaarheid van het beleid structureel beperken. Er ontbreekt een slagvaardige en integraal aangestuurde samenwerking. Alle betrokken partners, van zorginstellingen tot handhaving en politie, vervullen ieder met volle inzet hun eigen rol binnen de bestaande kaders. Toch is er sprake van versnippering. Verschillende knelpunten binnen de huidige aanpak staan een effectieve en samenhangende uitvoering in de weg.

4.1 Gebrek aan centrale regie en eenduidigheid, versnipperd zicht op de doelgroep en beperkte gegevensdeling De meest overlastgevende buitenslapers zijn vaak tegelijk bij meerdere partijen in beeld, maar deze informatie wordt niet systematisch gedeeld of gebundeld tot een samenhangend plan. Dit leidt ertoe dat professionals langs elkaar heen werken en er geen duidelijkheid is over wie de regie voert. Daardoor ontbreekt samenhang in de aanpak en blijft een duurzame oplossing uit. Er is geen eenduidige regie binnen de zorg- en handhavingsketen en nauwelijks afstemming tussen deze domeinen. Meerdere organisaties zijn tegelijk actief bij dezelfde persoon zonder centraal plan, wat leidt tot overlap, tegenstrijdige interventies en demotivatie bij professionals. Dit versnipperde zicht en gebrek aan gezamenlijke analyse beperken de effectiviteit van interventies en maken persoonsgerichte oplossingen moeilijk. 4.2

Onvoldoende toegang tot passende zorg en tijdelijke opvang

In de praktijk worden zorg en ondersteuning bovendien te vaak te laat of helemaal niet beschikbaar gesteld. Dit komt door ontbrekende of vertraagde diagnosestelling, door lange wachtlijsten die tijdige opname in de weg staan, of door het ontbreken van recht op zorg in Nederland. Ook zijn er op dit moment onvoldoende opvangmogelijkheden voor dak- en thuisloze mensen (buitenslapers) die zich nu in benarde en soms structureel overlastgevende situaties bevinden op specifieke locaties in de stad.

4/8

4.3

Beperkte effectiviteit van handhavingsinstrumenten

De huidige handhavingsinstrumenten en sancties die vanuit handhaving en politie kunnen worden ingezet, blijken in de praktijk vaak noodzakelijk, maar onvoldoende effectief zonder verdere opvolging. Maatregelen zoals bekeuringen, gebiedsverboden of korte bestuurlijke interventies hebben daardoor hooguit een tijdelijk effect. Ze leiden er veelal toe dat het probleem zich slechts verplaatst naar een andere locatie in de stad. Hiernaast vraagt de doelgroep relatief veel inzet van de politie en de handhavingsorganisatie. Capaciteit die niet altijd kan worden geleverd vanwege personele krapte en andere prioriteiten. 5

Noodzaak tot versterkte en integraal aangestuurde aanpak

Op dit moment ontbreekt het aan beleidsmatige eenduidigheid tussen politie, gemeentelijke en nietgemeentelijke partijen over de korte-, midden en lange termijndoelen, en de middelen die daarvoor ingezet moeten worden. Zonder een gezamenlijk strategisch kader blijft de uitvoering te veel afhankelijk van individuele interpretaties, waardoor interventies elkaar soms versterken maar te vaak ook tegenwerken. Om de structurele overlast van een relatief kleine, maar zeer beeldbepalende groep buitenslapers duurzaam aan te pakken, is het noodzakelijk om als gemeente samen met ketenpartners versneld een fundamentele versterking van onze aanpak door te voeren. Actieplan perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving richt zich op de (groen)gebieden waar de leefbaarheid en openbare orde onder druk staat en daken thuisloze personen die binnen één jaar meer dan acht keer door de politie zijn geregistreerd wegens overlast of strafbare feiten. Wat is er nodig om te komen tot een versterkt en meer integraal aangestuurde aanpak? De navolgende paragrafen (5.1, 5.2, 5.3) binnen dit hoofdstuk beschrijven wat nodig is op het vlak van personeel en governance. Hoofdstuk 6 beschrijft het fundament waarop het actieplan rust.

Afsluitend gaat hoofdstuk 7 in op aanvullende maatregelen die in de nabije toekomst nodig zijn om de leefbaarheid en openbare orde in de aangetaste (groen)gebieden te herstellen. 5.1

Grip op de doelgroep en structurele gegevensdeling door inzet van een persoonsgerichte aanpak

Een cruciale pijler in de versterking is het creëren van een gedeeld en actueel informatiebeeld, waarbij alle betrokken partijen inzicht hebben in elkaars taken, verantwoordelijkheden en interventiemogelijkheden. Om die reden is het cruciaal om voor de complexe casussen de persoonsgerichte aanpak verder in te richten, maar bovenal uit te breiden waarbij stevige regie op casusniveau onmisbaar is. Er valt winst te behalen om zowel de meest complexe zorgvraagstukken van zorgmijders, als personen die zich herhaaldelijk misdragen in de openbare ruimte, overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen, multidisciplinair te bespreken. Juist vanwege deze diversiteit is het noodzakelijk om te differentiëren in de aanpak. Zo ontstaat er beter zicht op wie waar in beeld is, welke acties zijn ondernomen en welke verantwoordelijkheden bij welke partij liggen. Het ontbreken van heldere afspraken over gegevensdeling in zowel de zorgketen als in de drang- en dwangketen belemmert nu een effectieve samenwerking. Signalen uit publieksmeldingen, particuliere hulporganisaties, handhavers, politie, gebiedsgerichte acties en gemeentelijke casemanagers moeten systematisch worden samengebracht in een stedelijk gecoördineerde aanpak.

Alleen zo voorkomen we dat personen eindeloos worden ‘rondgestuurd’ of dat door dak- en thuisloze mensen wordt ‘geshopt’ tussen (hulp)organisaties zonder dat er werkelijk perspectief of gedragsverandering wordt bereikt. Daarnaast moeten zorg- en repressiemiddelen in samenhang worden ingezet. Dit betekent dat we bijvoorbeeld detentieperiodes of kortstondige verblijven in een opvang actief benutten als momentum om motivatie tot behandeling of zorg op te bouwen, en dat we juist geen repressie toepassen wanneer dit een lopend zorgtraject zou onderbreken. Dit vraagt om een zorgvuldige fasering waarin beide instrumenten elkaar versterken in plaats van neutraliseren. 5.2

Intensivering samenwerking – multidisciplinair outreachend team

Structurele overlast van dak- en thuisloze mensen is een complex probleem dat domeinoverstijgende samenwerking vereist. Zorg en handhaving zijn hierin onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om kennisuitwisseling te bevorderen en het netwerk van betrokken professionals te versterken is er behoefte aan een multidisciplinair team, dat aanwezig is wanneer nodig. Den Haag kent meerdere teams die zich op straat begeven (het Haags Straatteam en het TOP team van Parnassia), maar mist een eenduidige sluitende aanpak. Niet alle doelgroepen kunnen nu passend worden ondersteund. Den Haag kan lering trekken uit de Utrechtse aanpak. Het ‘Erop af’ team in Utrecht is een multidisciplinair outreachteam dat gespecialiseerd is in het begeleiden van kwetsbare, dak- en thuisloze mensen die moeilijk te bereiken zijn. Professionals uit verschillende disciplines werken nauw samen en gaan samen de straat op, zodat zij snel en effectief kunnen inspelen op problemen en zorgvragen. Deze werkwijze zorgt voor betere afstemming tussen zorg, handhaving en politie en biedt een integrale aanpak van hardnekkige overlast en zorgmijding. 5/8

Ook Rotterdam kent een outreachend team van verschillende professionals dat zogenaamde zorg- en wekrondes uitvoert in de stad. Den Haag is hier in juli 2025 ook mee gestart in de vorm van een pilot van een half jaar. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Buitenslapers zijn op overlastlocaties met behulp van de politie in kaart gebracht en er is hulp aangeboden. Deze manier van werken vraagt, met oog voor de wettelijke taakstelling van betrokken diensten en partners, om vrijmaken van capaciteit van met name de hulpverlening. Als deze personele capaciteit niet aanwezig is dan moet deze worden gecreëerd door personele uitbreiding. De politie blijft uiteraard betrokken bij het handhaven van de openbare orde. Het multidisciplinair maakt deel uit van de PGA aanpak die verder wordt versterkt binnen de gehele keten. 5.3

Sneller inzetten van hulp en begeleiding niet rechthebbenden

Binnen het huidige wettelijke kader is de inzet van Wmo-voorzieningen voor personen zonder voldoende verblijfsrechtelijke status in beginsel niet toegestaan. Den Haag heeft met Perspektywa, in samenwerking met SZW, VWS en BZK, aangetoond dat effectieve 24-uursopvang en begeleiding wél mogelijk zijn binnen deze grenzen. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Arbeidsmigratie heeft op 11 juli 2025 bevestigd dat er geen juridische belemmeringen zijn en pleit voor uitbreiding van deze aanpak. Dit biedt Den Haag de bestuurlijke en juridische basis om Perspektywa op te schalen naar de complexere groep structureel overlastgevende EU-burgers die nu buiten het formele zorgdomein vallen. Dit vraagt om voldoende capaciteit, zowel voor feitelijke effectuering van uitzettingen van personen met een langjarige overlastgeschiedenis als voor de noodzakelijke opvang en begeleiding. De doorontwikkeling van de pilot Kwetsbare EU-burgers (Perspektywa), in samenwerking met de G4 en andere pilotgemeenten, biedt daarbij kansen om opvang en begeleiding te organiseren in het herkomstland, maar vereist bestuurlijke borging, structurele afspraken en blijvende investeringen.

6

De basis: een veilige plek

We creëren op korte termijn een nachtopvangvoorziening voor Haagse overlastgevende buitenslapers van waaruit we effectief hulp en ondersteuning kunnen bieden. Haagse structureel overlastgevende buitenslapers dienen een (laatste) mogelijkheid te krijgen om zich te ontworstelen aan de situatie waarin zij zich begeven. Handhavende disciplines zoals politie en de handhavingsorganisatie geven aan dat zij structureel overlastgevende buitenslapers willen verwijzen naar een nachtopvangvoorziening. Dit zorgt ervoor dat de overlast niet direct verplaatst en de dak- en thuisloze mensen in kwestie op een humane manier worden opgevangen, hulp krijgen en zichzelf kunnen herpakken. Het is niet zo dat deze mogelijkheden nu niet worden aangeboden, echter als het gaat om nachtopvang is het openen van de WKR bij extreem weer niet afdoende. Den Haag heeft eerder een permanente nachtopvangvoorziening gehad op de Binckhorstlaan. Het (her)openen van een nachtopvangvoorziening biedt de mogelijkheid om op korte termijn de genoemde groep overlastgevende dakloze mensen te helpen en bevordert de leefbaarheid en veiligheid in de stad. Zorg- en hulpverlening kunnen vanuit de nachtopvangvoorziening direct een helpende hand bieden wat de integrale aanpak efficiënt maakt en een impuls geeft.

Zij hoeven immers niet meer afzonderlijk van elkaar op zoek naar de dak- en thuisloze mensen op straat en weten beter van elkaar wie wat doet in de aanpak. Door het opnieuw openen van een nachtopvangvoorziening kunnen gefaseerd dak- en thuisloze mensen uit de gebieden worden gehaald waar de leefbaarheid en openbare orde onder druk zijn komen te staan. Afgelopen jaar heeft de gemeente deze werkwijze toegepast tijdens de NAVO-top. Het begeleid en geleidelijk toepassen van deze opvangmogelijkheid zorgt ervoor dat het gebied rondom de nachtopvangvoorziening niet direct onder druk komt te staan. Het verblijf in de nachtopvangvoorziening volgt dezelfde voorwaarden als die van Perspektywa en biedt een tijdelijke en sobere opvangmogelijkheid voor zestig personen. De voorziening fungeert als een laatste kansvoorziening, gericht op het creëren van perspectiefverbetering en met oog voor een goede doorstroom, zodat verstopping in de aanpak wordt voorkomen. De maximale verblijfsduur bedraagt drie weken, met de mogelijkheid tot verlenging in uitzonderlijke gevallen. Het verblijf is primair bedoeld ter ondersteuning van trajecten die leiden tot terugkeer naar het land van herkomst, doorgeleiding naar passende hulpverlening of toeleiding naar werk of opleiding. 6.1

Combinatie met een permanente WKR-voorziening

Den Haag is ook op zoek naar een structurele locatie voor de WKR-opvang. Het combineren van deze opgave met de ontwikkeling van de nachtopvang kan een significante efficiëntiewinst opleveren. De opgave wordt compleet wanneer tevens wordt onderzocht of een tweede dagopvang kan worden geïntegreerd (zie hoofdstuk 7). Om de structurele overlast en de daarmee gepaard gaande aantasting van de openbare orde een halt toe te roepen, is het echter noodzakelijk om zo snel mogelijk te starten met de realisatie van een nachtopvangvoorziening. Deze snelle realisatie kan worden behaald door gebruik te maken van een locatie 6/8

die in eigendom en beheer is van de gemeente. Het tijdelijk inrichten van een nachtopvangvoorziening voor een periode van ten minste zes maanden biedt de gemeente de mogelijkheid om te beoordelen of de aanpak effectief is. Ook kan verder worden onderzocht of er een combinatie kan worden gemaakt met de locatie voor de toekomstige permanente WKR-opvang. 6.2

Locatie nachtopvangvoorziening

De locatie Binckhorstlaan 123 betreft een leegstaand kantoorpand, gesitueerd boven de McDonald’s. In de omgeving op een afstand van zo’n 160 meter is reguliere bewoning aanwezig (woonflat). Met de asielopvanglocaties aan de Jupiterkade (60), de Saturnusstraat (600) en de Maanweg (90) worden er in deze omgeving een fors aantal asielzoekers opgevangen. Op een afstand van ongeveer 250 meter is een middelbare school gehuisvest. Het pand, met een totale oppervlakte van 2.200 m2, is in eigendom van de gemeente en wordt momenteel niet gebruikt. De locatie kan worden ingezet voor de opvang van circa zestig personen. De locatie is relatief snel (binnen vier weken) in te zetten als nachtopvangvoorziening. Mitigerende maatregelen (vergelijkbaar met de huidige WKR en PWO-opvangvoorziening) worden getroffen om de impact op de omgeving tot een minimum te beperken. De pilotfase van zes maanden creëert de mogelijkheid om de aanpak snel te starten en het combineren van de overige gemeentelijke opgaven (permanente WKR- en de 2e dagopvangvoorziening) verder voor te bereiden voor de periode na de pilotfase. 7.

De nabije toekomst

Het openen van een tweede dagopvang voor dak- en thuisloze mensen zorgt dat meer en betere toeleiding naar zorg- en hulpverlening kan worden gerealiseerd en dat de druk op het centrum van de stad wordt verlicht. De kosten voor het openen van een tweede dagopvang zijn reeds opgenomen in de gemeentelijke begroting, echter is er vooralsnog geen geschikte locatie gevonden in de stad. Streven is om in 2026 deze opvang te realiseren, waarbij het combineren van de nachtopvangvoorziening en de tweede dagopvang een reële optie is. Een tweede dagopvang combineren met een nachtopvang, gericht op mensen uit de EU en ongedocumenteerde mensen heeft de voorkeur. Deze combinatie maakt dat de mensen geen onnodige reisbewegingen hoeven te maken. Vanuit deze locatie kan een passend programma met betrekking tot terugkeer naar werk, hulpverlening, verblijf elders of terugkeer naar land van herkomst worden gerealiseerd. Dit geeft ook de mogelijkheid de 1e dagopvang in het centrum aan te merken voor de doelgroep rechthebbenden uit de Haagse regio die bekend is bij het Daklozenloket. Hiermee reduceren we significant de aanloop naar de Wagenstraat en de daarmee gepaarde overlast in de het centrum van de stad. 7.1

Verwijderen van tenten en overige bouwwerken en materialen uit de (groen)gebieden

Het permanent verblijven en overnachten in gemeentelijke natuurgebieden is niet toegestaan. Dit is niet voor niets: open vuur brengt brandgevaar met zich mee, vervuiling en menselijk gebruik verstoren flora en fauna, en er moet ruimte blijven voor andere bezoekers van de Haagse groengebieden. Het doel is om op zo kort mogelijke termijn tot een verantwoorde en uitvoerbare aanpak te komen, waarin zorg en handhaving in balans zijn en het gebied weer volledig veilig en leefbaar wordt voor alle gebruikers. We sluiten hierbij aan op de inzet van Staatsbosbeheer. Het openen van een nachtopvangvoorziening - voor in ieder geval zes maanden - is hierin noodzakelijk om de buitenslapers naartoe te verwijzen. Het risico op het creëren van een waterbedeffect is anders evident. Daarnaast is het van belang dat de (groen)gebieden na toeleiding van Haagse overlastgevende buitenslapers naar de nachtopvangvoorziening vrij van verblijf worden gehouden. Hierover worden afspraken gemaakt met de betrokken ketenpartners, waaronder de politie en de handhavingsorganisatie. We hechten er waarde aan om hierbij te benadrukken dat de Haagse lijn helder is, bij signalen van buitenslapen wordt eerst ingezet op begeleiding naar hulp, zorg en/of opvang alvorens wordt gehandhaafd. Het uitgangspunt is dat niemand wordt beboet om het enkele feit dat hij of zij dakloos is. 7.2

Realiseren Skaeve Huse in Den Haag

Een ontwikkeling die raakt aan dit onderwerp is de realisatie van de ambitie Bijzonder Thuis uit het beleidskader dakloosheid voor een groep dak- en thuisloze mensen met (zware) problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid met risicovol en verward gedrag (waarvan een deel overlastgevend is) voor wie nu geen passende plek bestaat. Deze doelgroep bestaat uit 40 tot 60 mensen en overlapt deels met de groep die onderwerp is in dit actieplan. De realisatie van deze plekken zou de doelstelling van het actieplan ondersteunen. 8

Financiële paragraaf

In deze paragraaf worden de benodigde gelden inzichtelijk te maken. Hoewel er bestaande dekking is binnen de gemeentelijke programma’s 4 (Openbare orde en veiligheid), 8 (Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid), 9 (Buitenruimte) en 14 (Stadsdelen, integratie en dienstverlening), zijn aanvullende middelen noodzakelijk om de aanpak structureel verder te verstevigen en te bestendigen. Voor de pilotfase 7/8

zal aanvullende financiering binnen de programma’s 4 en 8 moeten worden ingezet. Hieronder zijn de benodigde extra middelen in beeld gebracht, inclusief de vraag of hiervoor reeds dekking beschikbaar is. 8.1

Kostenoverzicht realiseren nachtopvangvoorziening

Beheer Nachtopvangvoorziening: € 1.868.000 (€173 pppn) • Uitgaande van een pilot van minimaal 6 maanden • Opvang voor 60 personen voor 180 nachten (van 20.00 tot 08.00 uur) • Start april 2026 • Totale kosten € 1.868.000 (€173 pp/pn) Dekking: De benodigde dekking voor het beheer van de nachtopvangvoorziening kan worden gedekt vanuit programma 8: geef thuis (ChristenUnie/SGP). Dit amendement stelt dat in 2026 incidenteel € 2,5 mln. wordt toegevoegd aan de Reserve Maatschappelijk Opvang ten behoeve van de uitvoering van het beleidskader Den Haag geeft Thuis. Verbouwing Binckhorstlaan 123

€ 700.000

Dekking: De kosten voor het geschikt maken van de Binckhorstlaan 123 kunnen worden gedekt uit Programma 8 (Nieuwkomers). Na deze pilot gaat het college onderzoeken in hoeverre de locatie ingezet kan worden voor de opvang-/tijdelijke huisvesting van deze of andere doelgroepen. 8.2

Versterken persoonsgerichte aanpak, hulpverlening en ondersteuning

Om de persoonsgerichte aanpak te versterken zal vanuit de programma’s 4 en 8 worden ingezet op personele uitbreiding ten behoeve van de aanpak (paragraaf 5.1, 5.2, 5.3). •

Extra capaciteit Directie Veiligheid:

€ 436.000 (per jaar)

Dekking: De capaciteitsuitbreiding voor 2026 kan incidenteel gedekt worden binnen de begroting van programma 4. • •

Extra capaciteit Daklozenloket en beleid MO: Extra capaciteit zorgaanbieders:

€ 200.000 (per 6 maanden) € 200.000 (per 6 maanden)

Dekking: De benodigde dekking vanuit programma 8 kan worden gevonden in het aangenomen amendement: geef thuis (ChristenUnie/SGP). Dit amendement stelt dat in 2026 incidenteel € 2,5 mln. wordt toegevoegd aan de Reserve Maatschappelijk Opvang ten behoeve van de uitvoering van het beleidskader Den Haag geeft Thuis. De kosten voor de pilotfase van het Actieplan perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving, bestaande uit de realisatie van een nachtopvangvoorziening voor een periode van minimaal zes maanden en de benodigde extra personele inzet bedragen in totaal € 3.404.000,-.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16612177/1