RIS324506 Bijlage Regionaal uitvoeringsprogramma BW-MO 2026-2027
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Regio Den Haag 2026 – 2027
Uitvoeringsprogramma BW/MO
Inleiding Voor u ligt het regionaal uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO-BW) voor de H5-regio. Dit programma is geen losstaand document, maar een onderdeel van een samenhangend geheel van beleidsstukken en afspraken. Het bouwt voort op: • De verlengde regiovisie Samen bouwen aan maatschappelijk herstel, waarin de koers is bepaald naar herstel, preventie en samenwerking. • De regionale woonzorgvisie, waarin op dit moment afspraken worden gemaakt over een evenwichtige spreiding van aandachtsgroepen over de H9-regio, met het uitgangspunt “naar herkomstgemeente, tenzij”. • De lokale woonzorgvisies van Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer, waarin iedere gemeente haar integrale visie op wonen, zorg en welzijn heeft vastgelegd.
Dit uitvoeringsprogramma vertaalt deze visies naar concrete regionale acties voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Het zorgt voor samenhang tussen lokaal maatwerk en regionale samenwerking, zodat inwoners continuïteit van zorg ervaren: lokaal waar het kan, regionaal waar het moet.
Dakloosheid is een groeiende maatschappelijke opgave, niet alleen een individueel probleem. Het aantal (dreigend) dak- en thuisloze inwoners neemt toe, met grote sociale en financiële gevolgen. In april 2025 zijn in de regio Den Haag met de ETHOS-telling 7.201 dak- of thuisloze personen geteld. Tegelijkertijd stijgt het aantal inwoners dat een beroep doet op de Wmo. De huidige ontwikkelingen vragen om een gezamenlijke en integrale aanpak. Het gaat niet alleen om het bieden van opvang, maar vooral om het voorkomen dat mensen in een situatie terechtkomen waarin intensieve zorg of beschermd wonen nodig is. Dat betekent: investeren in preventie, tijdige ondersteuning en passende huisvesting, zodat problemen vroegtijdig worden aangepakt en mensen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen.
In dit uitvoeringsprogramma beschrijven we de belangrijkste thema’s en acties waarmee de H5-gemeenten in 2026 en 2027 aan de slag gaan. De rode draad is het versterken van preventie, het realiseren van passende woonplekken en het bieden van ondersteuning die aansluit bij de behoeften van inwoners.
Uitvoeringsprogramma BW/MO Algemene bepalingen
Overwegingen
Definitie doelgroep
Dit uitvoeringsprogramma richt zich op de verdere ontwikkeling en uitvoering van de gemeentelijke taken rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang. In het opstellen en uitvoeren van dit programma zijn er enkele belangrijke overwegingen: • Sommige acties hebben vergaande consequenties. Dit betekent dat er soms een collegebesluit, raadsbesluit en/of goede afstemming met inwoners nodig is • Uitgangspunt: we zetten de inwoner in onze gemeenten centraal • Lokale verantwoordelijkheden (gemeenten): toeleiding naar beschermd wonen, Wmo-indicatiestelling en lokale preventie • Rol van de centrumgemeente: • Heeft coördinerende en organiserende verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opvang en beschermd wonen binnen de regio • Draagt zorg voor voorzieningen en fungeert als aanspreekpunt richting Rijk en andere partners • Faciliteert de afstemming tussen lokale gemeenten en borgt de samenhang in beleid en uitvoering • Geeft beschikkingen af van beschermd wonen voor de gehele regio • Regionale samenwerking: afstemming van beleid en uitvoering rond preventie, opvang en doorstroom, gezamenlijke aanpak van knelpunten die gemeenten overstijgen, verdeling van voorzieningen en expertise.
In dit uitvoeringsprogramma wordt meerdere keren verwezen naar doelgroepen. Om misverstanden te voorkomen, hanteren we de (toegang tot de) Wmo hiervoor als richtlijn. Doelgroepen binnen dit programma: • Inwoners die we willen bereiken via het voorliggend veld om dakloosheid te voorkomen of zwaardere zorg voor beschermd wonen. Dit gaat om inwoners die door plotselinge of geleidelijke veranderingen, zoals verlies van fysieke of geestelijke gezondheid, werk, woning of mantelzorgondersteuning, financiële problemen, enz. het risico lopen op verminderde zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. • Inwoners die al toegang hebben tot (geïndiceerde) Wmovoorzieningen: Dit zijn inwoners die ondersteuning ontvangen om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld via hulp bij het huishouden, dagbesteding, begeleiding of hulpmiddelen en maken gebruik van de maatschappelijk opvang of een vorm van beschermd wonen. Door deze indeling hanteren we een preventieve én ondersteunende benadering: enerzijds gericht op het voorkomen van escalatie, anderzijds op het waarborgen van continuïteit van bestaande ondersteuning.
Uitvoeringsprogramma BW/MO Algemene bepalingen
Financiën
Bestuurlijke afstemming: lokaal én regionaal
De gemeente Den Haag ontvangt als centrumgemeente rijksmiddelen voor Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) voor de regio Haaglanden. Een groot deel van deze middelen wordt ingezet voor opvang en zorg die door zorgaanbieders in de regio wordt geleverd. Deze aanbieders worden gefinancierd via subsidies of via contracten op basis van geleverde producten of trajecten gekoppeld aan individuele inwoners met een Wmoindicatie.
Binnen de regio vinden op verschillende thema’s bestuurlijke overleggen (BO’s) plaats die raakvlakken hebben met dit uitvoeringsprogramma, zoals het Bestuurlijke Tafel Wonen en het BO Zorg en Veiligheid. Niet overal zitten dezelfde bestuurders aan tafel, wat het belang van goede afstemming benadrukt. Deze afstemming vindt zowel lokaal als regionaal plaats. Lokaal zorgen we voor verbinding binnen gemeenten en met lokale partners. Regionaal stemmen we onderling af om te komen tot een gedeelde koers en gezamenlijke afspraken waar dat nodig is. In het AO BW/MO wordt afgestemd welke informatie relevant is om te delen binnen het BO BW/MO en of dit verder gedeeld moet worden met andere bestuurlijke overleggen. Ook wordt bepaald hoe een en ander gedeeld wordt en welke vragen worden voorgelegd aan de bestuurders.
Monitoring en evaluatie De uitvoering van dit programma wordt actief, elk half jaar gemonitord en geëvalueerd door de leden van het AO. De regiocoördinator heeft de regie. Elk halfjaar wordt via een voortgangsrapportage aan het DO en BO gepresenteerd in hoeverre de gestelde doelen en acties behaald zijn of waar er bijsturing nodig is. Hierbij maken we gebruik van beschikbare data, signalen uit de praktijk en waar nodig input van partners en cliënten. Bij actuele ontwikkelingen en behoeften binnen de regio, onderzoeken we of we dit in het uitvoeringsprogramma kunnen meenemen.
Samenhang met andere beleidsplannen Verschillende beleidsdocumenten en samenwerkingsafspraken raken aan dit uitvoeringsprogramma, zoals de lokale woonzorgvisies, de regionale woonzorgvisie en het landelijk convenant vroegsignalering. Deze plannen hebben deels dezelfde doelgroepen of doelen, maar komen vanuit andere beleidsvelden of verantwoordelijkheden tot stand. In dit uitvoeringsprogramma leggen we de verbinding tussen deze trajecten, zodat de verschillende beleidsmaatregelen elkaar versterken en er geen overlap of tegenstrijdigheden ontstaan. Dit doen we door regelmatig af te stemmen met collega's van zowel wonen als zorg zodat het programma blijft aansluiten bij de regionale en lokale woonzorgvisies.
Uitvoeringsprogramma BW/MO Algemene bepalingen
Domeinoverstijgende samenwerking en interne capaciteit
Sluitend aanbod binnen de keten
De opgaven op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vragen steeds vaker om samenwerking over verschillende domeinen heen, zoals zorg, wonen, veiligheid en werk en inkomen. Dit heeft ook gevolgen voor de benodigde interne capaciteit binnen gemeenten. In dit uitvoeringsprogramma proberen we per thema een inschatting te maken van de benodigde inzet en expertise, zodat we realistisch kunnen plannen en tijdig kunnen bijsturen.
Binnen de regio streven we naar een sluitend en samenhangend aanbod voor inwoners met (dreigende) psychische, psychosociale of maatschappelijke problematiek. Dit betekent dat er op elk moment in de keten – van preventieve ondersteuning tot curatieve ondersteuning – passende hulp beschikbaar is. We voorzien in ondersteuning voor mensen die wachten op een plek binnen Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang en voor mensen die al gebruikmaken van deze voorzieningen. Daarmee voorkomen we dat mensen tussen wal en schip raken en zorgen we voor continuïteit in begeleiding, opvang en zorg, afgestemd op de persoonlijke situatie en ontwikkeling van de inwoner.
Inzet en verantwoordelijkheid van zorgaanbieders We verwachten dat de door gemeenten gecontracteerde zorgaanbieders beschikken over voldoende capaciteit, deskundigheid en inzetbaarheid om inwoners in een Beschermd Wonen- of Maatschappelijke Opvangsetting passend te begeleiden. Dit vraagt om strategisch partnerschap, kwaliteitsbewaking en het signaleren van knelpunten in de praktijk. Met het traject verwerving BW/MO wordt ook samengewerkt met de grote zorgaanbieders in de regio. Er wordt gekeken naar hoe we de ambities voor BW/MO meerjarig kunnen vormgeven in de nieuwe financiële afspraken. Dit is gericht op de beweging van opvang naar Wonen Eerst en op goede samenwerking met minder administratieve lasten.
Thema 1:
Preventie
Wat het thema inhoudt
Beleidsdoel
Preventie zorgt voor passende zorg, zoveel mogelijk thuis waarbij wordt voorkomen dat de situatie van een inwoner dusdanig verslechterd dat BW/MO noodzakelijk is. Preventie betekent in deze context: het vroegtijdig signaleren van problemen bij inwoners en het tijdig inzetten van passende, laagdrempelige ondersteuning en advisering voordat de situatie escaleert en zwaardere vormen van opvang of beschermd wonen noodzakelijk worden of zelfs een uithuiszetting volgt. Voorbeelden hiervan zijn ondersteuning bij schuldenproblematiek, ambulante begeleiding in de thuissituatie en bemoeizorg.
Het eerder inzetten van (intensieve) passende zorg/ondersteuning thuis, zo lang als dat mogelijk is en daarmee (onnodige) instroom in BW/MO voorzieningen voorkomen. Dit doen we door mensen in een eerder stadium te ondersteunen in de thuissituatie, zodat zij daar kunnen blijven en de risico’s dat ze het daar niet redden verminderen.
Goede onderlinge afstemming zowel intern als regionaal over inzet en budgetten is een randvoorwaarde in dit thema. We verwachten dat er naar aanleiding van de uitkomsten van de EHTOS-telling in deze regio meer acties nodig zijn op bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld jongeren en gezinnen. Voor de uitvoering hiervan voorzien wij mogelijk de behoefte aan extra middelen. Wanneer dit nodig is, zal dit voorgelegd worden aan de lokale raden.
Wie daarvoor nodig zijn • Lokale beleidsadviseurs en collega’s vanuit de uitvoering op o.a. Wmo (casemanagers, maatschappelijk werkers), gezondheid, W&I, preventie, bemoeizorg, stevige lokale teams en wonen. • Lokale en regionale uitvoeringspartijen, zoals zorg- en welzijnspartijen en woningcorporaties/verhuurders • Externe partners als politie, veilig thuis en onderwijs
Thema 1:
Preventie Doelen en uitvoering
Thema 1 Doel
1
2
3
Acties
Lokaal inzichtelijk krijgen van ondersteuningsaanbod Regionaal en lokaal inzicht in Inzichtelijk maken van het beschikbare aanbod voor inwoners, professionals en beschikbare gemeentelijke uitvoeringen ondersteuningsaanbod Start regionaal uitwisselen van lokaal ondersteuningsaanbod (best practices)
Vroegtijdige signalering van Structureel inregelen van vroegsignalering, bijvoorbeeld op het gebied van schulden en dreigende (huur)achterstanden en passende hulp voor kwetsbare doelgroepen Afspraken over signalering met woningcorporatie
Creëren van aanvullend passend ondersteuningsaanbod
Regionale campagne te doen waarin we mensen wijzen op hun rechten bij het huren van een (te dure) woning Mogelijkheid opschorten kostendelersnorm verkennen als mogelijkheid in een noodsituatie Regionaal een lobby starten om verhuurders te overtuigen van bijvoorbeeld hospitaverhuur etc. Woonoplossingen op maat zodat instroom in MO en BW voorzieningen niet nodig is. Inzet op Beschermd Thuis, Housing First en convenantwoningen
Beleidsmatig inregelen lokaal contactpunt
4
Kennis vergroten (van medewerkers van de contactpunten) op dakloosheid en Organiseren van lokale lokaal/regionaal aanbod laagdrempelige contactpunten voor dreigend Zorgdragen voor voldoende vindbaarheid contactpunt dakloze mensen Inregelen voldoende capaciteit voor contactpunt Afstemming met regionale organisaties om juist te kunnen verwijzen
Planning
Capaciteit totaal (2026-2027)
Q1 2026 Q2 2026 Q2 2026 Q4 2026 Q4 2026 Q2 2026 Q1 2026 Q1 2027 Q2 2026 Q2 2026 Q3 2026 Q3 2026 Q1 2027 Q1 2027
• 2-4 uur per week van beleidsmedewerkers sociaal domein van de vijf gemeenten • 4-6 uur per maand van de uitvoeringsprofessionals bij de vijf gemeenten
Thema 2:
Uitstroommogelijkheden
Wat het thema inhoudt
Beleidsdoel
Werken aan (maatschappelijk) herstel verloopt het best in de op dat moment meest passende woon- en leefomgeving. Dit kan tijdelijk binnen een voorziening voor Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang zijn. Wanneer het traject binnen een voorziening is afgerond, is het wenselijk dat het eventuele herstel snel kan worden voortgezet in een eigen woonomgeving of woning.
Het realiseren van de juiste zorg op de juiste plek en het principe ‘Wonen Eerst’. Door mensen op de meest geschikte plek te laten wonen, kunnen zij beter werken aan hun herstel. Voldoende uitstroommogelijkheden uit zorginstellingen creëren ruimte voor nieuwe instroom.
Op dit moment zijn er echter te weinig geschikte en betaalbare woningen beschikbaar. Voor de beschermd wonen doelgroep betekent dit dat zij niet kunnen uitstromen uit een zorginstelling. Dat belemmert hun herstel en zorgt er bovendien voor dat zij plekken bezet houden die bedoeld zijn voor mensen met een intensieve zorgvraag.
Wie daarvoor nodig zijn
Voor de doelgroep maatschappelijke opvang en beschermd wonen beperken we ons hier tot inwoners die niet zelfredzaam zijn en op een opvang of beschermd wonen locatie verblijven. Voor hen betekent dit dat zij niet uit kunnen stromen uit een voorziening wanneer zij voldoende vaardigheden hebben om zelfstandig te wonen. Dit beperkt ook de instroom voor beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Om deze redenen is het van groot belang dat er in de regio voldoende geschikte uitstroommogelijkheden beschikbaar zijn.
• • • •
Gemeente: Afdelingen (beleid + uitvoering) Zorg, Jeugd, Wonen en Inkomen Zorgaanbieders/ketenpartners Woningcorporaties en andere woningeigenaren Maatschappelijke partners op het gebied van woningdelen (o.a. Kamers met aandacht)
Thema 2:
Uitstroommogelijkheden Doelen en uitvoering
Thema 2 Doel 1
2
3
4
Acties
Overzicht en inzicht in aantal Onderzoek naar benodigde woningen op korte termijn (wegwerken wachtlijsten) aanwezige en benodigde en lange termijn. woningen voor uitstroom Inzichtelijke maken aantal benodigde woningen vanuit onderzoek (regionale woon-zorg visie). Analyseren of de convenantwoning nu worden uitgenut
Het huidige aantal convenantwoningen goed benutten en waar mogelijk uitbreiden
Onderzoeken van andere oplossingen voor uitstroommogelijkheden. Mogelijke door- en uitstroommogelijkheden realiseren
Planning
Capaciteit (2026-2027)
Q1 2026 Q2 2026 Q1 2026
Proces verdeling convenantwoningen analyseren en aanscherpen Zorgen dat de verdeling van de convenantwoningen past bij de vraag/verdeling van doelgroepen Regionale afstemming over uitnutting convenantwoningen opzetten Inwoners op een zorgvuldige manier terug laten stromen naar de gemeente van herkomst tenzij dat belemmerend is voor het herstel
Q2 2026
Q1 2026
•
Lokaal zorgen voor volledige uitnutting convenantwoningen Zorgen dat woningen die niet worden uitgenut, onderling verdeeld kunnen worden (door regionale afstemming) Regionaal afstemmen en verkennen van de mogelijkheid tot een vorm van regionale toegankelijkheid tot convenantwoningen.
Q3 2026
•
Onderzoeken van alternatieve oplossingen zoals: uitruil woningen, gedeelde woonoplossingen, Kamers met Aandacht, Thuisfonds.
Q3 2026 Q2 2026
Q4 2026 Q2 2026 Q1 2026
Het starten van pilots van potentieel goede oplossingen Potentiële plekken die geschikt zijn als (tijdelijke) door- en uitstroomlocatie gericht op zelfstandig wonen inzichtelijk houden per gemeente
Q1 2027
Het realiseren van uitstroommogelijkheden op deze potentiële plekken
Q1 2027
Q2 2026
3 tot 4 uur per week van beleidsmedewerkers wonen en zorg van de vijf gemeenten 4 tot 6 uur per maand van uitvoeringsmedewerkers van de vijf gemeenten
Thema 3:
Spreiding van voorzieningen
Wat het thema inhoudt
Beleidsdoel
De insteek met betrekking tot de ondersteuning in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is: lokaal waar het kan, en regionaal waar het moet. Dit komt voort uit de regiovisie BW en MO. Daarnaast is de druk op de fysieke ruimte in Den Haag en de regiogemeenten hoog. Het is niet langer houdbaar om met de toenemende druk op de maatschappelijke opvang en beschermd wonen de voorzieningen die nodig zijn alleen in Den Haag te organiseren. Vanuit de gehele regio en een gedeelde verantwoordelijkheid kijken we naar de spreiding en vergroting van het aantal van deze voorzieningen.
Overzicht creëren van benodigde voorzieningen en/of ondersteuning vanuit de geïndiceerde Wmo en deze passend over de regio verdelen. Daarnaast wordt er een kansenkaart ontwikkeld om overzichtelijk weer te geven waar kansen voor (her) ontwikkeling liggen.
In 2025 is met betrekking tot het organiseren van het lokale aanbod een mooie stap gemaakt door het verplaatsen van de toegang tot Beschermd Wonen voor inwoners van de regiogemeenten naar die regiogemeente. Deze trend willen we graag doorzetten in het spreiden van ondersteuning. Spreiden van ondersteuning gaat over twee ontwikkelingen: a) de fysieke intramurale locaties/opvangvoorzieningen, maar ook b) ambulantisering en preventie: het organiseren van de benodigde zorg in de eigen woonomgeving (Beschermd Thuis) en het voorkomen van het verlies van de eigen woning.
Wie daarvoor nodig zijn • • • • •
Gemeenten o.a. afdelingen Wonen & Zorg, Vastgoed Zorgaanbieders Maatschappelijke partners Woningcorporaties Cliëntvertegenwoordigers, zoals de cliëntklankbordgroep
Thema 3:
Spreiding van voorzieningen Doelen en uitvoering Thema 3 Doel
1
2
3
4
Inzichtelijk krijgen wat er is en nodig is aan voorzieningen voor zowel BW als MO
Mogelijkheden verkennen binnen bestaand vastgoed
Mogelijkheden verkennen voor nieuw vastgoed
De beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis wordt nagestreefd.
Acties In kaart brengen wat voor voorzieningen/woonplekken zijn en nodig zijn t/m 2030 binnen de keten vanuit de regionale en lokale woonzorgvisie Het ontwikkelen van een kansenkaart. Er wordt inzichtelijk gemaakt waar in elke gemeente kansen liggen voor bijvoorbeeld (her)ontwikkeling
Planning
Capaciteit (2026-2027)
Q1 2026 Q2 2026
Verkennen van vrijstaand (zorg)vastgoed geschikt voor een nieuw MO of BW-locatie indien nodig in overleg met zorgaanbieders
Q1 2026
Waar mogelijk bestaand (zorg)vastgoed benutten voor kleinschalig opvang
Q2 2026
In gesprek met ontwikkelaars nieuw vastgoed gemeente
Q2 2026
Waar mogelijk in nieuwbouwprojecten ruimte voor kleinschalig opvang creëren
Q3 2026
Onderzoeken wat er nodig is om in te zetten op Housing First/Beschermd Thuis, in proces en in financiën
Q2 2026
Inzet op vormen van intensief ambulante begeleiding en Housing First.
Q1 2027
Onderzoeken of het werkbaar is om convenantwoningen beschikbaar stellen voor instroom Housing First
Q1 2026
• 1 tot 2 uur per week van de beleidsmedewerkers wonen en BW/MO van de vijf gemeenten • 1 tot 2 uur per week van de vastgoedmedewerkers
Thema 4:
Data op orde rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang
Wat het thema inhoudt
Beleidsdoel
Goed datamanagement is een essentiële randvoorwaarde voor het slagen van het uitvoeringsprogramma. Het biedt structureel inzicht in de doelgroep en maakt een duurzame, sturende aanpak mogelijk. Voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang is het cruciaal dat data regionaal wordt afgestemd en gedeeld. Als centrumgemeente vervult Den Haag een centrale rol in het monitoren van de regionale data. Regiogemeenten zijn verantwoordelijk voor het inrichten van de monitoring voordat een inwoner in de opvang of beschermde woonvorm terechtkomt. Hierdoor ontstaat een volledig overzicht van het traject, kunnen cijfers regionaal worden vergeleken en wordt de omvang van de opgave helder. Het thema 'Data op orde' draait om het gezamenlijk en structureel maken van afspraken over het verzamelen, analyseren en benutten van data.
Inzichtelijk maken van lokale en regionale cijfers op het gebied van MO en BW en het gezamenlijk verzamelen en registeren van meldingen en informatie uit het toegangsonderzoek voor het maken van onderbouwd beleid en het nemen van gerichte besluiten.
Om een goede analyse te maken van de opgave voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang wordt ervoor gekozen om voor beide onderwerpen apart data te registeren. Daar waar het samenbrengen van data van toegevoegde waarde is wordt dit gedaan. Het stelt gemeenten in staat om preventieve acties in te zetten, aanbod en ondersteuning af te stemmen op de daadwerkelijke vraag en behoefte, en om te bepalen waar uitbreiding, aanpassing of samenwerking nodig is.
Wie daarvoor nodig zijn • • • • • •
Dataspecialisten uit Den Haag Systeembeheerder Den Haag en eventueel van regiogemeenten Dataspecialist uit de regiogemeenten Privacy officers Uitvoering professionals die registreren Beleidsadviseurs BW/MO en welzijn/preventie
Thema 4:
Data op orde rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang Doelen en uitvoering
Thema 4 Doel
1
2
Inzicht in data
Acties
Planning
Gezamenlijke visie opstellen over welke data we willen verzamelen
Q1 2026
Onderzoek doen naar de borging van de privacy in het gezamenlijk verzamelen van data
Q1 & Q2 2026
Plan van aanpak opstellen waarin staat vermeld welke data er gemonitord wordt, hoe dit wordt geregistreerd, wordt ingeregeld en wordt gemonitord
Q1 & Q2 2026
Plan van aanpak implementeren in alle gemeentes
Q3 & Q4 2026
Het structureel inregelen van de meetmomenten
Q4 2026
Monitoring en In beeld brengen welke trends en behoeften er sturing op data spelen en op basis daarvan prioriteren in uitvoeringsprogrammanen en acties
Q2 2027
Capaciteit (2026)
• 4 tot 6 uur per maand voor de dataspecialisten en systeembeheerders van alle vijf de gemeenten • 1 tot 2 uur per week voor de beleidsmedewerkers BW/MO van alle vijf de gemeenten • 2 tot 4 uur per maand van de uitvoeringsprofessionals van alle vijf de gemeenten
• 1 tot 2 uur per week voor de beleidsmedewerkers BW/MO van alle vijf de gemeenten • 2 tot 4 uur per maand van de uitvoeringsprofessionals van alle vijf de gemeenten • 2 uur per maand voor de dataspecialisten