RIS324488 Beantw SV Aanhoudende overlast en onveiligheid in de Scheveningse bosjes
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
8 april 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid De Mos, luidend: ‘Aanhoudende overlast en onveiligheid in de Scheveningse bosjes’
DSB/11014121 RIS324488
Het raadslid De Mos heeft op 27 januari 2026 een brief met daarin dertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De gemeenteraad hecht groot belang aan een veilige, schone en toegankelijke openbare ruimte. Al geruime tijd ontvangt Hart voor Den Haag ernstige signalen van bewoners over aanhoudende overlast, verloedering en onveiligheid in de Scheveningse bosjes. Bewoners melden tentenkampen, drugs- en alcoholgebruik, vervuiling, open vuur, intimidatie en een toenemend gevoel van onveiligheid. Deze zorgen zijn breed gedeeld, onder meer via meldingen bij de gemeente en recente berichtgeving in landelijke media (1). Toch lijkt effectieve handhaving uit te blijven. 1.
Is het college bekend met de aanhoudende meldingen van overlast, onveiligheid en verloedering in de Scheveningse bosjes? Zo ja, sinds wanneer is dit bij het college bekend?
Het college is bekend met de signalen en meldingen over overlast, vervuiling en ervaren onveiligheid op straat en in groengebieden (RIS321737, RIS322060, RIS323427) zoals de Scheveningse Bosjes. Dit beeld is niet nieuw; vergelijkbare signalen zijn in eerdere periodes ook bij het college onder de aandacht gebracht, waarna het college consequent heeft ingezet op een integrale aanpak in de keten. Het college hecht eraan te benadrukken dat meldingen van bewoners serieus worden genomen en dat het uitgangspunt is dat de openbare ruimte leefbaar en veilig moet zijn. 2.
Kan het college aangeven hoeveel meldingen hierover in 2024 en 2025 zijn binnengekomen bij de gemeente (SIG-meldingen en via andere kanalen)?
In het jaar 2024 zijn in de gemeentelijke registratiesystemen, 95 meldingen geregistreerd die betrekking hebben op overlast, vervuiling en/of (ervaren) onveiligheid in en rond de Scheveningse Bosjes. In het jaar 2025 gaat het om 219 geregistreerde meldingen. In het jaar 2024 zijn bij de politie 32 registraties die betrekking hebben op incidenten en signalen van overlast door alcohol/drugs en overlast door dakloze mensen in en rond de Scheveningse Bosjes. In het jaar 2025 gaat het om 43 registraties. Het college merkt daarbij op dat meldingen uiteenlopen in aard en urgentie en dat één gebeurtenis in sommige gevallen meerdere keren is gemeld.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11014121
3.
Kan het college bevestigen dat het langdurig verblijven en kamperen in bosgebieden niet is toegestaan? Zo ja, waarom wordt hier in de praktijk nauwelijks tot niet tegen opgetreden? Graag een gedetailleerd antwoord.
Het college bevestigt dat langdurig verblijf en kamperen in bos- en groengebieden in beginsel niet is toegestaan, omdat dit niet past binnen het beoogde gebruik van de openbare ruimte. De gemeente beschikt over bevoegdheden om hiertegen op te treden. Tegelijkertijd is het college, in lijn met eerdere bestuurlijke afdoeningen en zoals expliciet verwoord in de afdoening van de motie ‘Stop beboeten dakloze mensen’ (RIS323867), consequent geweest in de duiding dat buitenslapen niet uitsluitend een handhavingsvraagstuk is, maar veelal samenhangt met ernstige kwetsbaarheid, zorgmijding, verslavingsproblematiek of psychische problematiek. In die lijn wordt in de uitvoeringspraktijk primair ingezet op het actief benaderen van betrokkenen en het motiveren en begeleiden richting zorg, hulp en opvang. Beboeten wordt in deze situaties beschouwd als een uiterste instrument en uitsluitend ingezet wanneer menselijke, sociale en veiligheidsoverwegingen dit onvermijdelijk maken, of wanneer een combinatie van begrenzend optreden en een concreet zorgaanbod kan bijdragen aan het alsnog accepteren van hulp. Daarbij geldt als onverkort leidend uitgangspunt dat niemand wordt beboet om het enkele feit dat hij of zij dakloos is.
Handhavend optreden en het opleggen van sancties komen uitsluitend in beeld bij concreet gedrag dat gevaarzettend, ernstig overlastgevend of anderszins onhoudbaar is, én nadat aantoonbaar inzet is gepleegd op zorgtoeleiding en het bieden van opvangmogelijkheden. Dat betekent niet dat er niet gehandhaafd wordt, maar er wordt in principe niet beboet en er wordt gehandeld conform het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’, 4.
Kan het college aangeven hoe vaak er de afgelopen zes maanden daadwerkelijk is gehandhaafd in de Scheveningse bosjes?
Boswachters voeren dagelijks controles uit in de Scheveningse bosjes en treden dan ook handhavend op. Daarnaast zijn in de afgelopen zes maanden in de Scheveningse Bosjes vier gerichte handhavingsacties uitgevoerd, waarvan twee in samenwerking met de politie en twee als zelfstandige acties door de Handhavingsorganisatie van gemeente Den Haag. Het college benadrukt dat deze vier acties onderdeel zijn van een bredere, doorlopende inzet in het gebied. In de afgelopen 6 maanden is daarnaast ook op andere momenten toegeleid naar hulp en zorginstellingen en is er waar nodig handhavend opgetreden door de boswachters en handhavers van de Handhavingsorganisatie. Daarnaast benadrukt de politie dat haar inzet in de Scheveningse Bosjes aanvullend plaatsvindt op de gemeentelijke inzet en primair is gericht op het borgen van de openbare orde en veiligheid, het optreden bij strafbare feiten en het ondersteunen van gerichte acties waar dat noodzakelijk is. 5.
Acht het college de huidige situatie in de Scheveningse Bosjes veilig voor bewoners, kinderen, ouderen en hondenbezitters? Zo ja, waarop baseert het college dat?
Het college stelt voorop dat de openbare ruimte veilig moet zijn en dat situaties die leiden tot overlast, vervuiling, open vuur, intimidatie of risico’s voor dieren en bezoekers niet acceptabel zijn. Het college zal daarom niet volstaan met een abstract oordeel “veilig” of “onveilig”, maar baseert de inzet op signalen, meldingen, waarnemingen in het gebied en informatie uit de zorg- en veiligheidsketen. In eerdere afdoeningen is bovendien onderkend dat vervuiling, uitwerpselen en reststoffen risico’s kunnen geven en dat het handelen daarom zowel gericht moet zijn op begeleiding, zorg en opvang én herstel van het gebied. We blijven sturen op een zichtbare verbetering, juist voor kwetsbare groepen en voor gezinnen en hondenbezitters die het gebied moeten kunnen gebruiken zonder zorg of hinder.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11014121
6.
Hoe verklaart het college dat bewoners aangeven zich structureel onveilig te voelen, terwijl er volgens de gemeente “actie wordt ondernomen”?
Het college neemt gevoelens van onveiligheid altijd serieus, ook als de omvang en ernst van de feitelijk gepleegde misdrijven en overtredingen binnen veilige kaders blijven. Dat betekent ook dat onveiligheidsgevoelens niet één op één lopen met de effecten van de gepleegde inzet. We begrijpen dat bewoners het verschil ervaren tussen “actie” en “zichtbaar effect”. Een deel van de inzet speelt zich buiten het directe zicht van bewoners af. Outreachende hulpverlening, hulp -en zorgtoeleiding, casusregie en afstemming met politie wordt bijvoorbeeld dagelijks ingezet, terwijl het ervaren probleem zichtbaarder wordt voor gebruikers van het Scheveningse bos. Daarbij komt dat de problematiek dynamisch is: mensen verplaatsen zich waardoor effecten niet altijd direct zichtbaar zijn. Dit neemt niet weg dat het college de ervaren gevoelens van onveiligheid en de feitelijke overlast als zwaarwegend signaal beschouwt. Het uitgangspunt is daarom dat inzet niet alleen georganiseerd moet zijn, maar ook herkenbaar en merkbaar moet worden in het gebied. Het recent gelanceerde actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ voorziet hierin (RIS324507 en RIS324508). 7.
Is het college bekend met de berichtgeving van Hart van Nederland over deze problematiek? Welke concrete acties zijn daarna ondernomen?
Ja, het college is bekend met deze berichtgeving. Het college gaat onverminderd door met het bieden van perspectief voor dak- en thuisloze mensen én het leefbaar krijgen en houden van de Haagse groengebieden. Concreet betekent dit dat de gemeente de inzet in het gebied expliciet heeft aangescherpt. De gemeente intensiveert zoals aangekondigd in het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ de komende periode de inzet in het gebied: intensievere aanwezigheid van outreachend hulpverlening, versterken van hulp en zorgtrajecten, het opruimen van vervuiling, extra handhavingsacties waar nodig, het beëindigen van gevaarlijke situaties (zoals open vuur) en kampementen, en een versterking van de ketensamenwerking. Het intensiveren van al deze onderdelen binnen de keten heeft als doel het bieden van perspectief en om betrokkenen actief richting passende ondersteuning te bewegen. Deze acties zijn onderdeel van de bredere lijn dat wegkijken geen optie is en dat de aanpak menswaardig én effectief moet zijn. 8.
Wordt er momenteel actief samengewerkt tussen handhaving, politie en zorginstanties in dit gebied? Zo nee, waarom niet?
Ja, de actieve samenwerking tussen hulp -en zorginstellingen, de Handhavingsorganisatie en de politie is cruciaal. Juist omdat de problematiek in de openbare ruimte zelden uitsluitend handhaving of uitsluitend zorg is. In de lijn van eerdere afdoeningen wordt bij overlast door dak- en thuisloze mensen eerst ingezet op motiveren en begeleiden richting zorg, hulp en opvang. Bij strafbare feiten zoals geweld, intimidatie of gevaarzetting wordt handhavend opgetreden en opgeschaald binnen de veiligheidsketen. Het college blijft deze samenwerking verder versterken, omdat juist de samenhang tussen perspectief bieden en handhavend optreden bepalend is voor duurzame verbetering. Ook hier zal het actieplan aan bijdragen.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11014121
9.
Is het college bereid per direct te zorgen voor zichtbare en structurele handhaving in de Scheveningse bosjes?
Het college zal in lijn met het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ zorgdragen voor zichtbare en structurele inzet in de Scheveningse Bosjes. De kern is dat het college niet kiest voor “meer handhaven” op zichzelf, maar voor een menswaardige én effectieve werkwijze waarin toezicht en handhaving worden gekoppeld aan concrete toeleiding naar hulp, zorg en (nood)opvang. Daarbij geldt als duidelijke norm dat de openbare ruimte geen plek is voor structurele kampementen en dat situaties waarin sprake is van ernstige overlast, onveiligheid of gevaarzetting worden beëindigd. De structurele inzet krijgt vorm door herhaalde, gebiedsgerichte acties en een consequente opvolging, in nauwe samenwerking met hulp -en zorginstellingen, de Handhavingsorganisatie en de politie. Met deze aanpak wordt voorkomen dat problematiek enkel verschuift, omdat betrokkenen tegelijk een concreet perspectief wordt geboden via opvang en begeleiding. 10. Is het college bereid bewoners actief te informeren over wat zij concreet mogen verwachten aan maatregelen? Ja, het college is bereid bewoners actiever te informeren over inzet, prioriteiten en wat men concreet mag verwachten, binnen de grenzen van privacy en operationele veiligheid. Dit kan via wijkcommunicatie, terugkoppeling op gebiedsmaatregelen en gerichte informatie over meldroutes en opvolging.
Het college vindt het van belang dat bewoners niet alleen “horen dat er actie is”, maar ook kunnen zien welke lijn wordt gevolgd, zodat het vertrouwen in de uitvoeringspraktijk wordt hersteld. 11. Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag, dat gedogen géén oplossing is en dat veiligheid van bewoners altijd voorop moet staan? Het college is van mening dat er geen sprake is geweest van zondermeer gedogen. Het college kiest voor een bestuurlijk houdbare koers: duidelijk normeren en optreden waar dat moet, én tegelijkertijd menswaardig handelen door perspectief te organiseren via zorg, begeleiding en opvang. In het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’ wordt deze koers verder geconcretiseerd. Daarin staat centraal dat de openbare ruimte geen plek is voor structurele kampementen en dat bij ernstige overlast, gevaarzetting of strafbare feiten consequent wordt opgetreden. Tegelijkertijd wordt de handhavingsinzet expliciet gekoppeld aan een concrete route naar (nood)opvang en ondersteuning, zodat optreden niet leidt tot louter verplaatsing, maar bijdraagt aan duurzame verbetering van veiligheid en leefbaarheid voor bewoners én perspectief voor de betrokkenen. 12.
Welke structurele maatregelen gaat het college nemen om herhaling van deze problematiek te voorkomen? Het college zet structureel in op de maatregelen zoals uitgewerkt in het actieplan ‘Perspectief voor overlastgevende buitenslapers en omgeving’, in samenhang met de eerder gegeven beantwoording bij vraag 7, 8, 9 en 11.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11014121
13. Wanneer kunnen bewoners aantoonbare verbetering verwachten in veiligheid en leefbaarheid? Het college onderkent de behoefte aan een concreet en zichtbaar perspectief op verbetering en stuurt daarom op aantoonbare resultaten langs twee samenhangende sporen. Vanaf april 2026 wordt gestart met een zichtbare, consequente en gebiedsgerichte inzet. Deze inzet is primair gericht op het bieden van perspectief door buitenslapers actief de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van opvang, waar zij kunnen instromen in een gestructureerd traject van hulp, zorg en begeleiding. Indien betrokkenen desondanks iedere vorm van zorg, hulp of opvang blijven weigeren, zal handhavend worden opgetreden om de openbare ruimte te herstellen en de leefbaarheid in de Haagse groengebieden te waarborgen. Hiermee beoogt het college zowel het bieden van een menswaardig alternatief voor buitenslapen als het duurzaam terugdringen van overlast en onveiligheidsgevoelens in de openbare ruimte. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
5/5