RIS324487 realistische en eerlijke parkeeroplossingen bij parkeren op eigen terrein (POET)
Tekst van het document
RIS-nummer: 324487
Schriftelijke vragen: Realistische en eerlijke parkeeroplossingen bij parkeren op eigen terrein (POET) Indiener: Hinke de Groot, CDA
Datum: 28 januari 2026
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,
Rond de zomer hebben veel bewoners met een parkeervergunning een bericht van de gemeente gehad, dat de regeling rondom parkeren op eigen terrein (POET) verandert. De CDA-fractie heeft berichten vanuit meerdere wijken ontvangen, waarbij bewoners helemaal geen mogelijkheid hebben om op eigen terrein te parkeren en de parkeerdruk in de wijk laag is. Toch krijgen zij een bericht dat hun parkeervergunning niet kan worden verlengd en zij niet in aanmerking komen voor een eerste bewonersparkeervergunning met het bijbehorende tarief. Daarnaast is onduidelijk op basis van welke actuele gegevens de beslissing is genomen om een eerste bewoners parkeervergunning niet meer toe staan. Bewoners lopen aan tegen een website en systeem dat vastloopt, en krijgen geen duidelijkheid voor hun situatie. Het CDA wil dat er een fatsoenlijke oplossing komt, voor bewoners en kleine ondernemers die al jaren in Den Haag geworteld zijn. Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt raadslid Hinke de Groot de volgende vragen: 1) Veel bewoners lopen ertegenaan dat zij een brief hebben gekregen van de gemeente over parkeren en het verlengen van hun parkeervergunning, maar het systeem op de website vastloopt om een aanvraag te doen. a. Is het college bekend met deze problemen? b.
Hoe gaat het college deze problemen oplossen? 2) Hoe wordt door het college rekening gehouden met de huidige functie van het eigen terrein, van zowel bewoners als kleine ondernemers. Op basis van welke gegevens wordt de huidige bestemming van garages en eigen terrein in individuele situaties vastgesteld, en hoe wordt dit geactualiseerd? 3) Uit de brief van het college over de voortgang parkeervergunningensysteem en Parkeren op Eigen Terrein (RIS324485) blijkt dat voor circa 4.000 adressen (8,5%) aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de feitelijke situatie zorgvuldig en objectief vast te stellen. a. Hoe wordt het aanvullend onderzoek hiervoor door het college vormgegeven? b.
Hoe worden bewoners door het college bij dit onderzoek betrokken? 4) Wordt bij het bepalen of parkeren op eigen terrein mogelijk is, ook gekeken naar de huidige bestemming van garages of uitritten die zijn vervangen door groen, bijvoorbeeld op basis van het Kadaster waarin veel garages staan aangemerkt als bedrijfsruimte? Wordt hier één lijn in getrokken, met oog op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel? 5) Is het college bereid om niet tot handhaving over te gaan totdat alle bezwaar- en beroepsprocedure zijn doorlopen? 6) Kan het college aangeven of het mogelijk is dat bewoners zelf de keuze hebben of zij gebruik willen maken van parkeren op straat, en hiervoor gewoon het tarief betalen voor een eerste bewoners parkeervergunning?
7) In de brief aan bewoners staat onder andere genoemd dat de regeling wordt gewijzigd om de parkeerdruk te verlagen. Hoe houdt het college rekening met de parkeerdruk, en hoe wordt deze gemonitord in gebieden waar de POET-regeling van toepassing is? 8) Hoe gaat het college om met garages die ook bedrijfsruimten zijn, en waar voorheen parkeren voor de oprit mogelijk was? a. Is het college bereid om parkeren voor de eigen oprit wel toe te staan, waar normaal gesproken de doorgang vrij moet worden gehouden door ander verkeer? b. Is het college bereid om voor bedrijfsruimte één lijn te trekken? 9) Is het college bekend met de zorgen van bewoners van appartementencomplexen in Den Haag, zoals op Scheveningen bij Laag Lindoduin, over het verdwijnen van hun eerste parkeervergunning? Is het college bereid samen met de bewoners te zoeken naar een oplossing? Hinke de Groot CDA