RIS324487 Beantw SV Realistische en eerlijke parkeeroplossingen bij POET
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
31 maart 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid De Groot, luidend: ‘Realistische en eerlijke parkeeroplossingen bij parkeren op eigen terrein’
DSB/11023620 RIS324487
Het raadslid De Groot heeft op 28 januari 2026 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Rond de zomer hebben veel bewoners met een parkeervergunning een bericht van de gemeente gehad, dat de regeling rondom parkeren op eigen terrein (POET) verandert. De CDA-fractie heeft berichten vanuit meerdere wijken ontvangen, waarbij bewoners helemaal geen mogelijkheid hebben om op eigen terrein te parkeren en de parkeerdruk in de wijk laag is. Toch krijgen zij een bericht dat hun parkeervergunning niet kan worden verlengd en zij niet in aanmerking komen voor een eerste bewonersparkeervergunning met het bijbehorende tarief. Daarnaast is onduidelijk op basis van welke actuele gegevens de beslissing is genomen om een eerste bewoners parkeervergunning niet meer toe staan. Bewoners lopen aan tegen een website en systeem dat vastloopt, en krijgen geen duidelijkheid voor hun situatie. Het CDA wil dat er een fatsoenlijke oplossing komt, voor bewoners en kleine ondernemers die al jaren in Den Haag geworteld zijn. 1.
Veel bewoners lopen ertegenaan dat zij een brief hebben gekregen van de gemeente over parkeren en het verlengen van hun parkeervergunning, maar het systeem op de website vastloopt om een aanvraag te doen. a. Is het college bekend met deze problemen? b. Hoe gaat het college deze problemen oplossen?
Er is de afgelopen tijd sprake geweest van een aantal landelijke storingen bij de softwareleverancier waardoor het mogelijk was dat bewoners problemen ondervonden bij het aanvragen/verlengen van een vergunning. Als gevolg hiervan heeft de leverancier een aantal maatregelen getroffen om de beschikbaarheid van het vergunning systeem te verbeteren. 2.
Hoe wordt door het college rekening gehouden met de huidige functie van het eigen terrein, van zowel bewoners als kleine ondernemers. Op basis van welke gegevens wordt de huidige bestemming van garages en eigen terrein in individuele situaties vastgesteld, en hoe wordt dit geactualiseerd?
Bij de vaststelling van parkeren op eigen terrein worden verschillende bronnen onderzocht. De gemeente kijkt naar de afspraken die zijn gemaakt over parkeren in de omgevingsvergunning of bouwvergunning. De gemeente kijkt naar de kadastrale gegevens van een perceel en naar de feitelijke situatie op locatie. In bijzondere gevallen is het ook mogelijk dat er een onderzoek ter plaatse wordt verricht. Als uit het voorgaande blijkt dat er sprake is van parkeren op eigen terrein dan wordt dit vastgesteld. In casussen waar niet direct duidelijk is of een adres kan parkeren op eigen terrein worden extra bronnen geraadpleegd. Dit zijn bijvoorbeeld splitsingsaktes, koop- en huuraktes en overige documenten als die beschikbaar zijn.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11023620
De uitkomsten van het hiervoor genoemde onderzoek worden gebruikt om een basislijst voor parkeren op eigen terrein aan te leggen. De lijst wordt waar nodig geactualiseerd op basis van de onderzoeksresultaten van het team POET. 3.
Uit de brief van het college over de voortgang parkeervergunningensysteem en Parkeren op Eigen Terrein (RIS324485) blijkt dat voor circa 4.000 adressen (8,5%) aanvullend onderzoek noodzakelijk is om de feitelijke situatie zorgvuldig en objectief vast te stellen. a. Hoe wordt het aanvullend onderzoek hiervoor door het college vormgegeven?
In dergelijke gevallen worden de voornoemde bronnen vergeleken met de actuele situatie. Hierbij kan het zijn dat input benodigd is van een ontwikkelaar of beheerder van een complex. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er rondom de bouw van een complex afspraken zijn gemaakt over het aantal parkeerplaatsen in een stallingsgarage die niet (meer) overeenkomen met de realiteit. b.
Hoe worden bewoners door het college bij dit onderzoek betrokken?
Redenen die bewoners aangeven over het wel of niet kunnen beschikken over een parkeerplaats op eigen terrein worden meegenomen in het aanvullend onderzoek. Bewoners kunnen alle relevante informatie daarvoor aanleveren. In uitzonderlijke en moeilijke gevallen kan een onderzoek ter plaatse worden uitgevoerd. Bewoners worden tijdig na afronding van het onderzoek geïnformeerd over hun situatie en de POET-status vanuit de gemeente. 4.
Wordt bij het bepalen of parkeren op eigen terrein mogelijk is, ook gekeken naar de huidige bestemming van garages of uitritten die zijn vervangen door groen, bijvoorbeeld op basis van het Kadaster waarin veel garages staan aangemerkt als bedrijfsruimte? Wordt hier één lijn in getrokken, met oog op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel?
Wanneer een individuele garage, uitrit of parkeerplaats een andere functie heeft gekregen en dit door de gemeente is vergund dan wordt dit meegenomen in de afweging. Ook parkeergarages met een dubbelbestemming vanuit het bestemmingsplan/omgevingsplan worden nader onderzocht en als een dubbelbestemming te verifiëren is dan wordt dit meegenomen. Iedere casus wordt individueel behandeld maar wordt beoordeeld op basis van de algemeen geldende regelgeving en uitgangspunten. 5.
Is het college bereid om niet tot handhaving over te gaan totdat alle bezwaar- en beroepsprocedure zijn doorlopen?
Nee. Bezwaar- en beroepsprocedures hebben wettelijk geen schorsende werking. Het besluit blijft in beginsel van kracht tijdens de procedure. Het college acht het onwenselijk om besluiten standaard op te schorten. Wel zal het college bij complexe dossiers tijdelijk maatwerk toepassen rondom de overgang naar het nieuwe vergunningensysteem. In deze gevallen waarin nader onderzoek naar het recht op een vergunning noodzakelijk is, zal een tijdelijke parkeervergunning (voor maximaal één jaar) worden verleend. 6.
Kan het college aangeven of het mogelijk is dat bewoners zelf de keuze hebben of zij gebruik willen maken van parkeren op straat, en hiervoor gewoon het tarief betalen voor een eerste bewoners parkeervergunning?
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11023620
In het geval dat wordt vastgesteld dat een bewoner beschikt over een parkeerplaats op eigen terrein, dan zal geen 1e bewonersvergunning worden verleend. Dat betekent dat het voertuig op de eigen parkeerplaats moet worden geparkeerd en een bewoner heeft in dat geval niet de keuze. Hiermee volgt het college het Haagse parkeerbeleid. 7.
In de brief aan bewoners staat onder andere genoemd dat de regeling wordt gewijzigd om de parkeerdruk te verlagen. Hoe houdt het college rekening met de parkeerdruk, en hoe wordt deze gemonitord in gebieden waar de POET-regeling van toepassing is?
In een groot gedeelte van de stad is sprake van een hoge parkeerdruk. De wens van het college is om de wijken zoveel mogelijk bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Eén van de manieren om die doelstellingen te behalen is het – indien mogelijk - parkeren van voertuigen op eigen terrein. Het invoeren en effectueren van de POET-regelgeving is een algemene maatregel die over de gehele stad geldt. Zodoende zullen de gevolgen hiervan niet op gebieds- of wijkniveau worden gemonitord. Wel worden met regelmaat parkeerdrukmetingen uitgevoerd en worden parkeerreguleringen en de getroffen maatregelen geëvalueerd. 8.
Hoe gaat het college om met garages die ook bedrijfsruimten zijn, en waar voorheen parkeren voor de oprit mogelijk was? a.
Is het college bereid om parkeren voor de eigen oprit wel toe te staan, waar normaal gesproken de doorgang vrij moet worden gehouden door ander verkeer?
In het geval van deze situaties moeten een aantal zaken worden beoordeeld. Voor deze gevallen is in ieder geval van belang om te beoordelen hoe het eigendom geregeld is en welke status een parkeergelegenheid heeft. De algemene regel blijft dat de openbare parkeerruimte voor een oprit niet mag worden gebruikt als parkeerplaats, omdat een oprit moet worden vrijgehouden. Zodanig parkeren kan worden bestraft met een Mulderboete. b.
Is het college bereid om voor bedrijfsruimte één lijn te trekken?
Zie antwoord vraag 4. 9.
Is het college bekend met de zorgen van bewoners van appartementencomplexen in Den Haag, zoals op Scheveningen bij Laag Lindoduin, over het verdwijnen van hun eerste parkeervergunning? Is het college bereid samen met de bewoners te zoeken naar een oplossing?
De zorgen rondom parkeervergunningen in relatie tot parkeren op eigen terrein zijn bekend bij het college. Het college neemt in de gevallen die extra onderzoek behoeven de tijd om grondig onderzoek te doen en bewoners op de hoogte te houden van de situatie. Het college kijkt naar de tijdelijke en structurele mogelijkheden voor bewoners. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
3/3