CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324478 Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht - svz adviestraject en duiding

Commissie Ruimte 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Erfpachtdebat3.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Co Engberts Wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSO/11003358 RIS324478 Contactpersoon

Wilbert Verweij Dienst

Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling

DSO Expertise, Beleid & Erfpacht Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

28 januari 2026

wilbert.verweij@denhaag.nl

Onderwerp

Hervatting behandeling raadsvoorstel Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht (RIS322984) – stand van zaken, adviestraject en duiding

Geachte voorzitter, Op 5 februari hervat uw commissie de behandeling van het raadsvoorstel ‘Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht’ (RIS322984). Met deze portefeuillebrief informeer ik u – aanvullend op eerdere brieven – over: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

het doorlopen bestuurlijk proces; de noodzaak om nu tot besluitvorming te komen; de betekenis van het raadsvoorstel in combinatie met het advies van prof. dr. P. van Gool; de hoofdlijnen van het advies van de Adviescommissie erfpacht; de financiële consequenties; mijn reactie op de adviezen; het vervolg bij instemming van de raad.

1. Bestuurlijk proces tot nu toe (hoofdlijnen) Sinds het raadsbesluit van 28 november 2024 (RIS317822) over de stelselwijziging erfpacht – waaronder de keuze voor 10-jaarsmiddeling bij de bepaling van het canonpercentage – is de raad en in het bijzonder uw commissie intensief betrokken geweest bij: • de uitwerking van het besluit; • de onderzoeken naar juridische en financiële consequenties; • de voorbereiding van vervolgbesluitvorming. Tijdens de commissiebehandeling van 4 september 2025 zijn bij de behandeling van het raadsvoorstel ‘Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht’ (RIS322984) drie kritische thema’s benoemd: 1. juridische consequenties van het gebruik van WOZ-gegevens; 2. toepassing van een databank met referentietransacties; 3. financiële effecten voor erfpachters en gemeente.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

In mijn brief van 16 december 2025 (RIS324168) heb ik uiteengezet welke stappen sindsdien zijn gezet, waaronder: • het organiseren van een juridische grondslag voor (model)uitwerking met WOZ-gegevens; • het verkennen van een transactiedatabase (StiVAD). Daarnaast is – conform de gekozen participatieaanpak (raadpleging en advies) – de Adviescommissie grondwaardering gestart en is onder erfpachters een digitale raadpleging gehouden. Omdat de Adviescommissie, ook over het canonpercentage en op eigen initiatief over de afkoopregeling van de canonverplichting advies uitbrengt, heeft zij haar naam gewijzigd in Adviescommissie Erfpacht (hierna aangeduid als Adviescommissie). In het raadsvoorstel ‘Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht (RIS322984) wordt voorgesteld de voorkeur uit te spreken voor de toepassing van de WOZ/grondquote methode. Het raadsvoorstel voorziet in continuering van de op 28 november 2024 door de raad vastgestelde 10jaarsmiddeling bij de bepaling van het canonpercentage (AB 2024) 2. Waarom nu besluitvorming nodig is Ik erken dat erfpacht een complex thema is, met grote financiële en juridische betekenis voor de erfpachters én met grote uitvoeringsimpact voor de gemeente. Juist daarom is de behoefte aan duidelijkheid groot. a. Onzekerheid bij de erfpachters Dat geldt allereerst voor erfpachters.

De digitale raadpleging laat een breed en urgent gevoel van onzekerheid zien: 86,8% van de respondenten maakt zich zorgen over (toekomstige) erfpachtlasten; de belangrijkste drijfveer is onzekerheid over stijgingen (61,2%). Bij erfpachters met een erfpachtrecht dat binnen ongeveer 10 jaar afloopt is de zorg zelfs 94%. Dit, gecombineerd met de effecten die het uitblijven van zekerheid kan hebben op de verkoopbaarheid en (her)financiering van de aankoop van een woning, maakt een duidelijke uitspraak van de gemeenteraad noodzakelijk. b. Stilstand in de uitvoering Zolang er geen richting is vastgesteld voor de waardebepalingssystematiek, is het onverstandig om projectmatige taxatie-opdrachten uit te zetten. Daarom zijn projectmatige heruitgiftes en hertaxaties al geruime tijd aangehouden. Het college heeft uw commissie eerder expliciet gewezen op het belang van besluitvorming die duidelijkheid brengt en de herstart van deze processen mogelijk maakt. c. Het “stuwmeer”-effect In het raadsvoorstel is beschreven dat een aanzienlijke werkvoorraad is ontstaan: aanbiedingen voor heruitgifte worden uitgesteld in afwachting van besluitvorming. De uitvoering van besluiten van 28 november 2024 stokt deels door het uitblijven van een nieuwe waarderingsmethode.

Bij verdere vertraging zal het stuwmeer groeien en de uitvoering complexer worden, doordat heruitgiften op verzoek (HOV) zich kunnen blijven beroepen op correcties van de waardebepaling. Tussentijdse woningverkopen vergroten die complexiteit verder. Kortom: uitstel van besluitvorming vergroot onzekerheid bij erfpachters, belemmert uitvoering en leidt tot een oplopende werkvoorraad. Snelle en duidelijke besluitvorming is noodzakelijk om vertrouwen te herstellen en stagnatie te voorkomen.

2/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

3. Raadsvoorstel + advies Van Gool Het raadsvoorstel (RIS322984) beoogt een samenhangend pakket: 1) een richtingkeuze voor de waarderingssystematiek (met als voorkeursrichting WOZ/grondquote); 2) de uitwerking binnen heldere juridische/financiële kaders, inclusief transparante communicatie richting erfpachters. Prof. dr. P. van Gool is door de gemeente gevraagd om te adviseren over de toepassing van de waardebepalingsmethode en om – samen met een ambtelijke werkgroep – de voorwaarden voor toepassing van de WOZ/grondquote-methodiek uit te werken. Ook ondersteunt hij de verkenning van een databank met referentietransacties (StiVAD).

Advies Van Gool: • biedt een uitlegbare en controleerbare systematiek die tegelijk beheersbaar in uitvoering is; • mogelijk om met één onderbouwde set quotes veel woningen af te doen zonder steeds de hele rekencyclus of individuele taxatie te hoeven herhalen; • de combinatie van (1) middeling naar archetype en grootteklasse op buurtniveau en (2) ijking aan transacties borgt zowel stabiliteit als aansluiting op de markt; • rechtsbescherming via WOZ en maatschappelijke acceptatie; • de gedifferentieerde grondquote sluit beter aan bij verschillen tussen buurten en woningtypen en draagt daarmee aantoonbaar bij aan rechtsgelijkheid en een rechtvaardiger verdeling van de lasten, waar een vaste uniforme grondquote die verschillen minder goed kan ondervangen en onredelijk kan uitpakken. 4. Advies Adviescommissie (drie thema’s) De Adviescommissie brengt over drie thema’s advies uit: a. Waardebepalingsmethode Met betrekking tot de waardebepalingsmethode adviseert de Adviescommissie één vaste grondquote voor heel Den Haag, met als concretisering: (55%-) grondwaarde maximaal 11% van WOZ J-2.

Als argumenten draagt de Adviescommissie onder meer aan: • eenvoudige en uitlegbare methode, die transparant is voor erfpachters; • rechtsbescherming via WOZ en maatschappelijke acceptatie; • snelle implementatie en minder uitvoeringscomplexiteit • betere betaalbaarheid voor erfpachters en beheersing van de erfpachtlasten • in lijn met eerdere taxaties en geen bewijs van significante voordelen van differentiatie in quotes per wijk. De adviescommissie geeft tevens een advies op het canonpercentage en de afkoopregeling erfpacht. Hoewel laatstgenoemde buiten de scope van het voorliggende raadsvoorstel valt ga ik hier op beide voorstellen in. b. Canonpercentage De Adviescommissie adviseert een nieuwe berekeningswijze met als doel dat de financiële last voor de erfpachter over langere tijd stabiel, voorspelbaar en betaalbaar blijft, door: • de hoogte van het canonpercentage voor de vijfjaarlijkse herziening van het canonpercentage in de toekomst te baseren op een 10-jaars gemiddelde van alleen de 10-jaars rente van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar van de Bank Nederlandse Gemeenten; • hierbij een bandbreedte voor het canonpercentage tussen de 1% en 3% te hanteren.

3/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

c. Afkoopregeling eeuwigdurende canonverplichting Aanvullend stelt de Adviescommissie voor om een extra keuzemogelijkheid voor erfpachter te introduceren met een canonpercentage voor een 30-jaars vaste canon betaling, waarna er eeuwigdurend geen canonverplichting meer is. Met deze extra mogelijkheid beoogt men de uiteindelijke afkoop te stimuleren en de conversie naar volle eigendom eenvoudiger te maken. 5. Financiële consequenties De raad heeft via aanvaarding van de motie: ‘De raad laat zich niet beperken’ (RIS323806) het college verzocht zich in het debat over erfpacht niet te beroepen op het financieel kader of de noodzaak van hogere baten in verband met de bekostiging van de apparaatslasten van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. Conform de wens van de commissie Ruimte is wel inzichtelijk gemaakt welke financiële consequenties voortvloeien uit de nu voorliggende adviezen voor zowel de gemeente als de erfpachters. Daarbij is een onderscheid gemaakt in de effecten op de ontwikkeling van de canonopbrengsten, het budgettair effect voor de programmabegroting en het effect voor de erfpachter. Effect op ontwikkeling van de toekomstige canonopbrengsten voor de gemeente Uitgangspunten doorrekening: • Voor sociale huur en intramurale zorg (bijvoorbeeld verzorgingshuizen) hanteert de gemeente een normatief prijsbeleid, net zoals bij nieuwe uitgifte van bouwrijpe grond.

Die vallen dus in de praktijk buiten deze modelmatige benadering. • Ook buiten deze modelmatige benadering vallen de tijdelijke erfpachtrechten ten behoeve van bestaande niet-woonfuncties, omdat de WOZ-waarde voor deze functies niet beschikbaar is (geheim). Voor de heruitgifte van die erfpachtrechten zal de individuele taxatiemethode blijven gehandhaafd. • Voor de woningen waarvoor het model kan worden toegepast is gebruik gemaakt van de WOZwaarde prijspeil 1-1-2024, zijnde het uitgangspunt wanneer in 2026 de heruitgifte plaatsvindt. • De geraamde bouwkosten zijn gebaseerd op de gepubliceerde cijfers in Bouwkostenkompas. • Bij heruitgifte wordt uitgegaan van 100% betaling van de jaarlijkse canon. • Gerekend is met het voor 2026 geldende canonpercentage van 2,2% op basis van 10-jarige middeling (AB2024). Op dit moment heeft deze doorrekening een indicatief karakter omdat: a. conform het advies van de heer Van Gool bij verdere uitwerking van de methode de bouwkosten door een bouwkostenadviesbureau zullen worden herijkt; b. de koppeling archetype en bouwkosten op basis van de nu beschikbare gegevens in een aantal situaties tot niet realistische (negatief of zeer lage) grondwaarden leidt en hiervoor met een minimale grondwaarde, gelijk aan sociale huurwoningen, is gerekend; c.

nog geen koppeling met werkelijke referentietransacties is gelegd en voorshands met een normatief bedrag is gerekend. Het resultaat van de doorrekening van het model is vergeleken met de bestaande initiële meerjarenramingen, gebaseerd op de in het rapport: ‘Schokbestendigheid erfpachtstelsel Den Haag’ (Rebel, 22 december 2023) gehanteerde uitgangspunten en met een vaste grondquote van 11%.

4/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

In de tabel hieronder staan de uitkomsten van de doorrekening. Initiële meerjarenramin gen Canonopbrengst Totale canonopbrengst 2026 t/m 2035 Structurele jaarlijks canonopbrengst vanaf 2036

53,9

Gedifferentieerd e grondquote (advies Van Gool) 31,3

Vaste grondquote (Adviescommiss ie) 32.2

11.8

5,7

6,4

Tabel 1 Financieel resultaat waarderingsmethoden

In de periode 2026 t/m 2035 resulteert de gedifferentieerde grondquote in ca. 22,6 mln. lagere canonopbrengsten. De vaste grondquote resulteert, rekening houdende met het indicatieve karakter van de berekening, in nagenoeg hetzelfde resultaat. Vanaf 2036 zullen de structurele canonopbrengsten bij zowel de gedifferentieerde als de vaste grondquote ca. 6,0 mln. lager zijn. Deze effecten ten opzichte van de initiële meerjarenraming worden veroorzaakt door: • Prijsverschil tussen gemiddelde grondwaarde in de initiële meerjarenraming en de gemiddelde WOZ-waarde pp 1-1-2024. • In de initiële meerjarenraming een gemiddelde grondquote voor depreciatie van 25% wordt gehanteerd, die aanmerkelijk hoger is dan de beide op de WOZ-waarde gebaseerde methoden. • Bij de raming van de opbrengsten voor beide methoden een meer nauwkeurige beschrijving van de erfpachtportefeuille wordt gehanteerd. Budgettair effect voor de programmabegroting Afgezet ten op zichten van de programmabegroting is in onderstaande tabel het budgettair effect van beide waarderingsmethoden weergegeven.

Tabel 2 Budgettair effect Programmabegroting 2026-2029 waarderingsmethoden

In het meerjarenperspectief van de programmabegroting 2026-2029 zijn alleen heruitgiftes die in deze periode plaatsvinden, meegenomen. De uit latere heruitgiftes voortvloeiende meeropbrengsten zijn daarin niet opgenomen. In bovenstaand budgettair effect is geen rekening gehouden met de besparing die bij zowel de vaste als gedifferentieerde grondquote optreedt door het wegvallen van de taxatieprocedure. Dat effect bedraagt prijspeil heden ca. 7,0 tot 8,0 mln. in de periode 2026 t/m 2035.

5/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

Met de voorgestelde keuze voor de WOZ wordt verwacht dat er extra werkzaamheden zullen ontstaan binnen het domein van Belastingzaken. Naar verwachting zullen meer inwoners bezwaar maken tegen de vastgestelde WOZ-waarde, aangezien een lagere WOZ-waarde kan leiden tot een verlaging van de verschuldigde canon. Dit kan een toename betekenen in het aantal bezwaar- en beroepsprocedures en daarmee in de benodigde inzet van capaciteit. De omvang van de hiermee gepaard gaande meerkosten is op dit moment nog niet met zekerheid vast te stellen en zal in een later stadium d.m.v. een uitvoeringstoets worden vastgesteld. Effect voor de erfpachter In navolgende tabel is indicatief aangegeven tot welke grondwaarden de verschillende modellen voor verschillende waardegebieden resulteren. Als grondslag voor de bepaling van waardegebieden is uitgegaan van de grondwaardes zoals die in de grondstaffel voor de WOZ worden gehanteerd.

Tabel 3 Gemiddelde grondwaarden na toepassing depreciatiefactor van 55%

In bijlage A is de verdeling van buurten over de waardegebieden. De buurten gelegen in waardegebied 1 kennen het laagste prijsniveau en in waardegebied 8 het hoogste prijsniveau. Uit deze tabel blijkt dat de vaste grondquote zowel voor de duurdere waardegebieden als voor grondgebonden woningen tot soms aanzienlijk lagere grondwaarden leidt. Samenvatting financiële effecten De keuze tussen een vaste en een gedifferentieerde grondquote leidt – uitgaande van de gehanteerde uitgangspunten – tot nagenoeg vergelijkbare budgettaire effecten voor zowel de programmabegroting als de ontwikkeling van de toekomstige canonopbrengsten. Het wezenlijke verschil zit in de verdelingseffecten. Een vaste grondquote leidt ertoe dat erfpachters in relatief goedkopere wijken, waar het gemiddeld inkomen lager is, te maken krijgen met hogere grondwaarden (circa € 5.000,- tot € 10.000,-) dan bij een gedifferentieerde grondquote. Tegelijkertijd vallen de grondwaarden bij een vaste grondquote in duurdere buurten relatief lager uit dan bij differentiatie, waardoor erfpachters in die buurten juist profiteren (via een lagere canon en/of lagere afkoopsom). Kortom: budgettair vrijwel neutraal voor de gemeente, maar herverdelend tussen erfpachters—met een nadeel voor lagere inkomens en een voordeel voor erfpachters in de duurdere buurten. 6. Reactie portefeuillehouder Mijn reactie is opgesteld in vier delen.

In de eerste drie delen reageer ik op de thema’s die de Adviescommissie gebruikt in haar advies.

6/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

a. Waardebepalingsmethode (WOZ/grondquote) Het is van belang om te constateren dat het raadsvoorstel ‘Aanvullende maatregelen stelselwijziging erfpacht’ (RIS322984) zo is geformuleerd dat zowel het advies van prof. dr. P. van Gool als het advies van de Adviescommissie binnen het dictum kunnen worden uitgewerkt. Uit de reacties op de digitale enquête blijkt dat slechts een klein deel (10,3%) van de erfpachters de voorkeur geeft aan de individuele taxatie. Daarom beperk ik mij hier tot de keuze tussen de vaste en gedifferentieerde grondquote, waarmee ik aansluit bij de uitkomst van het Ecorys onderzoek. De navolgende door de Adviescommissie aangedragen motieven voor het gebruik van één vaste grondquote WOZ gelden ook voor de gedifferentieerde WOZ-grondquote: • rechtsbescherming via WOZ-procedures; • voorspelbaarheid, die zowel geldt bij vaststelling van de vaste en de gedifferentieerde grondquote; • de raadpleging onder erfpachters ondersteunt de op de WOZ gebaseerde methodes, waarbij overigens de grootste groep kiest voor "WOZ als uitgangspunt mét differentiatie" (35,4%) en daarnaast kiest 29,3% voor een uniforme WOZ-benadering; individuele taxatie scoort laag (10,3%). Ik onderschrijf het standpunt van de Adviescommissie dat de vaste grondquote een eenvoudige methode is. Maar onder die eenvoud schuilt ook het bezwaar.

De raad heeft bij aanvaarding van de motie 'Betaalbaar blijven wonen bij erfpacht' (RIS321452) aangegeven oog te willen hebben voor het betaalbaar houden van het erfpachtstelsel voor de erfpachters in Den Haag. De Adviescommissie adviseert een vaste grondquote met een maximum van 11% van de WOZ-waarde (J-2). Met ‘maximaal’ bedoelt de commissie nadrukkelijk een bovengrens: het precieze percentage is daarmee nog niet gegeven. Het vaststellen van het percentage vergt derhalve nog een politieke keuze. Onduidelijk is waarop die keuze volgens de Adviescommissie gebaseerd zal moeten zijn. Daarmee onderstreept het advies dat ook de vaste-quotevariant – ondanks de eenvoud – een expliciete normstelling en onderbouwing vraagt voordat tot brede toepassing kan worden overgegaan. Vaste grondquote of gedifferentieerd • Het effect van de vaste grondquote is een herverdeling van de canonopbrengst ten laste van de goedkope woningvoorraad, waarin relatief veel huishoudens met lagere inkomens zijn gevestigd, ten gunste van de duurdere woningvoorraad. • Prof. dr. Van Gool wijst er nadrukkelijk op dat de vaste grondquote iedereen over dezelfde kam scheert en onredelijk kan uitpakken omdat die methode geen recht doet aan het feit dat de marktwaarde van (onbebouwde) grond in belangrijke mate afhangt van de locatie en de omvang van de (mogelijke) bebouwing.

Verder geldt dat de drie andere G4 gemeenten geen vaste grondquote toepassen. En uit bijlage B van het advies van prof. Van Gool blijkt dat de gemeente Alkmaar de systematiek van een vaste grondquote weer heeft afgeschaft vanwege de ook daar bestaande variatie in waarden. De verwijzing naar de historische consistentie/aansluiting bij eerdere taxaties is onvolledig omdat alleen taxaties t/m 2021 hierin zijn opgenomen. De conclusie dat de hertaxaties van de commissie Van Gool en de notitie ‘Aanvullend Onderzoek Vaste Grondquote’ geen aanleiding geven tot differentiatie is niet helemaal correct. Op basis van slechts 10 in Bezuidenhout door de commissie Van Gool beoordeelde taxaties mag die conclusie nooit worden getrokken.

7/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

De verwijzing naar het overigens niet volledig in bijlage 4 van het adviesrapport opgenomen ‘Aanvullend Onderzoek Vaste Grondquote’ is onvolledig. In de aan de Adviescommissie beschikbaar gestelde notitie wordt juist geconcludeerd dat: • één vast percentage voor álle erfpachters niet in de data bestaat; • tussen grondgebonden en appartementen sprake is van significante verschillen; • tijd en taxatiemethode het beeld veranderen; • ook binnen hetzelfde bouwjaar/taxatiejaar er een locatie-/gebiedseffect is; • het rekenkundig gemiddelde van een quote t.o.v. de WOZ j-2 voor appartementen, die 95% beslaat van de portefeuille woningen, 12,5% bedraagt. In lijn met de hoop die de heer Van Gool in zijn advies heeft uitgesproken, kan bij de verdere uitwerking blijken dat de gedifferentieerde grondquotes voor bepaalde wijken en woningtypen slechts beperkt van elkaar verschillen. In dat geval ligt het voor de hand het aantal categorieën te beperken. Daarmee ontstaat ruimte om rechtvaardigheid in de verdeling te combineren met een eenvoudiger en beter uitlegbaar systeem. b.

Canonpercentage In de huidige uitvoeringspraktijk hanteert de gemeente bij de vaststelling van het canonpercentage twee methodes: • vijfjaarlijkse herziening van het canonpercentage op basis van het jaarlijks vast te stellen canonpercentage (AB 1986); • vijfjaarlijkse herziening van het canonpercentage op basis van een tienjaarsmiddeling van het jaarlijks vast te stellen canonpercentage (AB 2024). Het jaarlijks vast te stellen canonpercentage wordt bepaald op basis van het gemiddelde van twee rentereeksen: • de rente op door de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten te verstrekken lineaire leningen met een looptijd van twintig (20) jaar, met wederzijdse renteaanpassing na tien (10) jaar; en • de rente op hypothecaire leningen zonder overheidsgarantie, tot maximaal zeventig procent (70%) van de taxatiewaarde, met een rentevaste periode van vijf (5) jaar, bij eerste afsluiting op nieuwbouw verstrekt door leningverstrekkende instellingen. Uitkomsten digitale raadpleging • Erfpachters vragen vooral om zekerheid en voorspelbaarheid in hun erfpachtlasten. • De grootste groepen kiezen voor een keuzemenu met looptijdkeuze, een canonpercentage dat niet verandert of een langere periode met vaste lasten. • Van de onderzochte varianten kiest 61,6% voor 10-jaarsmiddeling (AB 2024), tegenover 7,3% voor 5-jaarsmiddeling.

• Ongeveer 86% maakt zich zorgen over (toekomstige) erfpachtlasten, vooral door onzekerheid over stijgingen (61,2%) en zorgen over de financiële draagkracht (22,6%). Bemerkingen bij het voorstel Adviescommissie: • De stelling dat de BNG-rente "marktconform" zou zijn, vraagt nuancering. BNG Bank verstrekt immers primair leningen aan overheden en aan instellingen met een maatschappelijke taak, en doet dat in bepaalde gevallen met (gemeentelijke) borgstelling. • De verwijzing naar artikel 3 lid 3 onder e van de ‘Verordening gronduitgifte met erfpacht Den Haag 2022’ als onderbouwing onjuist is, omdat dit lid handelt over het marktconform en transparant grondprijsbeleid.

8/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

•

Het hanteren van een bandbreedte van 1% tot 3% voor het canonpercentage heeft een duidelijke risicodimensie. In een scenario van oplopende kapitaalmarktrentes kan dit ertoe leiden dat het renterisico verschuift van erfpachters naar de Haagse samenleving als geheel.

c. Afkoop in 30 gelijke termijnen Uit de digitale raadpleging blijkt een uitgesproken behoefte aan keuzevrijheid en persoonlijk inzicht. Een afkoopvariant, waarbij de afkoopsom van de eeuwigdurende canonverplichting in dertig jaar wordt afbetaald, wordt door ongeveer vier op de vijf respondenten aantrekkelijk gevonden. Het voorstel om de vergoeding voor afkoop van een eeuwigdurende canonverplichting in 30 gelijke termijnen (vergelijkbaar met een annuïtaire lening) te betalen, raakt aan de vraag of de gemeente daarmee feitelijk als financier/kredietverstrekker optreedt. In het licht van de treasuryregels voor decentrale overheden (Wet Fido) is een dergelijke constructie juridisch en financieel niet zonder meer passend en vermoedelijk niet toegestaan. Zoals ook door de Adviescommissie aangegeven, vraagt dit voorstel nog om een nadere uitwerking alvorens een afgewogen besluit hierover kan worden genomen. Uitvoerbaarheid Bij het beoordelen van de resultaten van de digitale enquête is het zeer belangrijk oog te houden voor de uitvoerbaarheid. De uitvoeringsorganisatie staat al geruime tijd onder druk door oplopende achterstanden, een groeiende werkvoorraad en extra klantcontacten als gevolg van onzekerheid door het uitstel van bestuurlijke besluitvorming.

Het voorstel van de Adviescommissie om de methode voor het canonpercentage te wijzigen, vereist wederom een aanpassing van de Algemene Bepalingen (AB 2024). Dat betekent dat vervolgens alle erfpachters moeten worden aangeschreven met het aanbod om over te stappen, waarna dit administratief moet worden verwerkt. Wanneer in aanvulling daarop nu wordt gekozen voor flexibilisering van het canonpercentage en/of introductie van nieuwe opties, mogelijk in combinatie met terugwerkende kracht, kan de uitvoeringsorganisatie dat op dit moment niet aan. Het college kiest daarom voor een aanpak waarin we voorshands vasthouden aan de schokdempende werking van de tienjaarsmiddeling, terwijl we tegelijk de gewenste flexibilisering zorgvuldig uitwerken en toetsen op juridische, financiële en organisatorische haalbaarheid. 6. Vervolg bij instemming van de raad Indien de raad instemt met het raadsvoorstel en de WOZ/grondquote methodiek als basis voor de waardebepaling bij heruitgifte in erfpacht voor woningen bevestigt, is het vervolg: a.

Uitwerking WOZ/grondquote binnen de vastgestelde kaders inclusief expliciete onderbouwing en borging van juridische houdbaarheid.

b.

Governance en privacy/juridische borging WOZ-gegevens: de eenmalige gegevensverstrekking voor modeluitwerking is geregeld; bij een positief raadsbesluit kan structurele borging worden uitgewerkt, met duidelijke spelregels over toegang, bewaartermijnen en beveiliging (en vernietiging als niet tot invoering wordt besloten).

c.

Na de gemeenteraadsverkiezingen wordt het uitgewerkte voorstel – inclusief uitvoeringsarrangement en communicatie-instrumenten (zoals rekentool) aan de nieuwe raad ter besluitvorming voorgelegd.

9/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

Het is dan aan het nieuwe college om eventueel maatregelen voor modernisering van het erfpachtstelsel uit te werken en aan de gemeenteraad voor te stellen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie uit naar de verdere bespreking in uw commissie. Als de bespreking in de commissie Ruimte daarvoor aanleiding geeft kan het college met een aangepast raadsvoorstel komen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Volkshuisvesting, Welzijn, Wijken en Zuidwest Co Engberts

10/11

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11003358

Bijlage A Spreiding buurten over waardegebieden

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16539205/1