RIS324455 Netcongestie en het ACM prioriteringskader
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/11003429 RIS324455 Contactpersoon
Rosanne Malschaert Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB BAS Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
30 januari 2026
rosanne.malschaert@denhaag.nl
Onderwerp
Netcongestie en het ACM prioriteringskader
Geachte voorzitter, In Den Haag hebben we sinds enige tijd rekening te houden met de impact van netcongestie. In de afgelopen periode hebben zich meerdere ontwikkelingen rond netcongestie voorgedaan. Na de vooraankondiging van netcongestie voor de gehele provincie Zuid-Holland door TenneT eind 2024 hebben netbeheerders TenneT en Stedin congestiemanagementonderzoeken uitgevoerd en afgerond. Daarnaast heeft, naar aanleiding van een gerechtelijke uitspraak, de ACM (Autoriteit Consument & Markt) een nieuw prioriteringskader vastgesteld. In deze brief wil ik u hierover informeren en ga ik tevens in op toezegging 1193, waarin is toegezegd dat het college zou terugkomen op het nieuwe prioriteringskader van de ACM, de gevolgen van het nieuwe kader voor woningbouwprojecten en de stand van zaken rond batterijen en netbewust laden in Den Haag. Netcongestie in Den Haag In Den Haag is sprake van zogenoemde ‘gelaagde netcongestie’. Zowel het hoogspanningsnet van TenneT als het midden- en laagspanningsnet van Stedin raken overbelast. Na de vooraankondiging van netcongestie op 5 december 2024 hebben TenneT en Stedin congestiemanagementonderzoeken uitgevoerd. In deze onderzoeken hebben de netbeheerders inzicht geboden op welk moment congestie zou kunnen optreden, rekening houdend met de verwachte groei van de elektriciteitsvraag en de bestaande wachtlijst.
Daarnaast bieden de onderzoeken een eerste verkenning van oplossingen vanuit grootverbruikers/grote bedrijven om extra ruimte op het elektriciteitsnet te creëren. De resultaten van deze onderzoeken zijn op 4 december 2025 door TenneT en Stedin openbaar gemaakt. Deze onderzoeken bevestigen de eerdere vooraankondiging van netcongestie in Den Haag. Er is daadwerkelijk sprake van een tekort aan transportcapaciteit. Dit betekent dat nieuwe aanvragen voor een elektriciteitsaansluiting op de wachtlijst komen. Op dit moment staan er in Den Haag bijna 100 grootverbruik aansluitingen op de wachtlijst.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11003429
Daarnaast blijkt uit het congestiemanagementonderzoek dat in Den Haag netcongestie met name wordt veroorzaakt door autonome groei. De piekbelasting op het elektriciteitsnet komt grotendeels voort uit huishoudelijk verbruik, in de wintermaanden tussen 07.00–11.00 uur en 16.00–21.00 uur. Netbeheerders TenneT en Stedin verwachten dat netcongestie in Den Haag gefaseerd kan worden opgelost in de periode 2034–2036. Deze termijn is daarbij sterk afhankelijk van de beschikbare ruimte voor nieuwe elektriciteitsinfrastructuur die zowel onder- als bovengronds nodig is, omdat er nieuwe elektriciteitskabels moeten worden aangelegd en elektriciteitsstations (van hoog- tot laagspanning) moeten worden bijgebouwd. Dit vraagt veel fysieke ruimte en is complex in een stedelijke omgeving waar de beschikbare ruimte schaars is. Om dit proces te versnellen werkt de gemeente intensief samen met de netbeheerders. ACM Prioriteringskader Zoals ook aangegeven in de impactanalyse netcongestie (RIS322780) is per 1 januari 2026 een nieuw prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) van kracht. Netbeheerders zijn verplicht om in netcongestiegebieden dit kader toe te passen. Met het kader krijgen projecten voorrang op andere aanvragen op de wachtlijst voor transportcapaciteit. In het prioriteringskader worden de volgende categorieën gehanteerd: 1.
Congestieverzachters Projecten die direct ruimte creëren op het elektriciteitsnet, waardoor meer partijen gebruik kunnen maken van het net, bijvoorbeeld batterijen boven de 1mW. 2. Veiligheid Projecten die essentieel zijn voor de nationale veiligheid, zoals ziekenhuizen, noodhulpdiensten, defensie, politie, verkeersveiligheid, Europol, het RIVM en riool- en afvalwatervoorzieningen. 3. Basisbehoeften Projecten die voorzien in maatschappelijke basisbehoeften, waaronder woningbouw, onderwijs, warmtevoorzieningen, openbaar vervoer, het inzamelen van huishoudelijk afval, en telecommunicatie. Functies die niet binnen de hierboven genoemde categorieën van het prioriteringskader vallen, zoals aansluitingen voor bedrijven, winkels en publieke laadpalen, krijgen geen prioriteit en worden onderaan de wachtlijst geplaatst. Het college is zich bewust van de mogelijke gevolgen van het nieuwe prioriteringskader voor de Haagse ondernemers (MKB) en economie en van de mogelijke gevolgen voor laadpalen (zie netbewust laden, verderop in deze brief). Deze gevolgen worden geïnventariseerd in de verdiepende impactanalyse die eind Q1 verschijnt. Het verkrijgen van prioriteit betekent overigens niet automatisch dat een project direct kan worden aangesloten. Aansluiting blijft afhankelijk van de beschikbare stroomcapaciteit van zowel Stedin als TenneT.
Prioriteit bepaalt uitsluitend de volgorde waarin projecten in aanmerking komen voor aansluiting als er capaciteit beschikbaar is of komt. Nieuwe werkwijze van netbeheerders Op grond van het nieuwe prioriteringskader voeren netbeheerders een aangepaste werkwijze in voor de wachtlijsten in netcongestiegebieden. Naar verwachting zal vanaf 1 juli 2026 hiermee gewerkt gaan worden. In de huidige situatie reserveren netbeheerders transportcapaciteit voor toekomstige kleinverbruikers. Door deze gereserveerde transportcapaciteit kunnen nieuwe kleinverbruik aansluitingen - zoals woningen – aangesloten worden, maar door het huidige tekort aan transportcapaciteit komen grootverbruik aansluitingen - zoals ziekenhuizen, defensie, scholen en openbaar vervoer - op de
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11003429
wachtlijst te staan. Het onderscheid tussen klein- en grootverbruik zegt niets over de maatschappelijke waarde van een initiatief. Het beïnvloedt echter wel de ruimte aan transportcapaciteit. Om die reden wordt deze werkwijze door de netbeheerders aangepast. In de nieuwe werkwijze zal een nieuwe aanvraag voor een groot- of kleinverbruik aansluiting of het uitbreiden van een bestaande aansluiting op de wachtlijst komen. De positie op de wachtlijst wordt bepaald op basis van de datum dat er een transportverzoek is ingediend en het prioriteringskader, met uitzondering van categorie 1 congestieverzachters. Bij congestieverzachters krijgen de meest doelmatige initiatieven prioriteit. De transportcapaciteit die oorspronkelijk gereserveerd was voor de groei van kleinverbruik aansluitingen wordt toebedeeld aan de volgorde van de wachtlijst gebaseerd op het prioriteringskader. De omvang van deze gereserveerde capaciteit wordt de komende maanden door de netbeheerder inzichtelijk gemaakt, waarna ook duidelijk wordt hoeveel restruimte beschikbaar is voor partijen op de wachtlijst. Voor het inlopen van de aanvragen op de wachtlijst geldt dat alleen capaciteit kan worden toebedeeld aan aanvragers als er capaciteit beschikbaar is op zowel het regionale net van Stedin als het landelijke net van Tennet. Zodra er geen capaciteit meer beschikbaar is worden aanvragen niet aangesloten.
Nieuwe aanvragen kunnen weer aangesloten worden wanneer er nieuwe capaciteit beschikbaar komt, bijvoorbeeld door netverzwaring, door het vinden van flexibel vermogen of het verlagen van de elektriciteitsvraag. Naar verwachting wordt vanaf 1 juli 2026 de beschikbare capaciteit toegewezen aan partijen op de wachtlijst, hierbij wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen klein- of grootverbruik aansluitingen. Uitvoering nieuwe werkwijze van netbeheerders De exacte vormgeving van de nieuwe werkwijze is op dit moment nog niet volledig uitgewerkt. Netbeheerders, het Ministerie van Klimaat en Groene Groei, het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de ACM, het IPO en de VNG werken hier momenteel gezamenlijk aan. Wel is al bekend gemaakt dat met de nieuwe werkwijze gemeenten voor woningbouw- en onderwijsprojecten eerder in het planproces een transportverzoek en een prioriteitsaanvraag bij de netbeheerder kunnen gaan indienen. Met deze nieuwe bevoegdheid kunnen woningbouw- en onderwijsprojecten eerder en hoger op de wachtlijst worden geplaatst. Gemeenten kunnen deze vervroegde aanvragen voor woningbouw- en onderwijsprojecten indienen nadat de nieuwe werkwijze naar verwachting per 1 juli 2026 in werking is getreden.
Werking van het prioriteringskader voor woningbouw Vanwege het grote woningtekort heeft de ACM verschillende woonvormen prioriteit toegekend binnen categorie 3 (basisbehoeften) van het prioriteringskader. Onder woonbehoefte wordt verstaan: de bouw en renovatie van woningen, inclusief collectieve woonvormen zoals opvang voor asielzoekers, accommodaties voor jeugdhulp en studentenhuisvesting. Daarnaast krijgen kleinschalige, onlosmakelijk met woningbouw verbonden voorzieningen eveneens prioriteit. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijvigheid in de plint en collectieve voorzieningen zoals liften en warmtevoorzieningen. Deze voorzieningen zijn vaak een voorwaarde voor het realiseren van woningbouw en zijn daarom expliciet opgenomen in het nieuwe kader.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11003429
Zoals hierboven aangegeven kunnen gemeenten vanaf medio 2026, nadat de nieuwe werkwijze van netbeheerders in werking is getreden, voor nieuwbouwwoningen inclusief collectieve voorzieningen en functies in de plint prioriteit aanvragen. Doordat dit vroeg in het planproces mogelijk wordt, kan worden geborgd dat woningbouwprojecten eerder op de wachtlijst geplaatst worden en daarmee eerder in aanmerking komen voor een aansluiting. Wat dit concreet betekent voor lopende en geplande woningbouwprojecten, en wat de impact is van zowel het nieuwe prioriteringskader als de nieuwe werkwijze van netbeheerders, wordt nader inzichtelijk gemaakt in de verdiepende impactanalyse netcongestie die eind Q1 aan de raad is toegezegd. Slimmer benutten elektriciteitsnet: batterijopslag en netbewust laden Het college onderzoekt momenteel oplossingsrichtingen om het elektriciteitsnet slimmer te benutten en piekbelasting te verminderen. In lijn met toezegging 1193 gaan we in deze brief nader in op batterijopslag en netbewust laden. Deze oplossingsrichtingen hebben een innovatief karakter, ze vergen enerzijds lokaal maatwerk en anderzijds zien we dat er in heel Nederland mee geëxperimenteerd wordt. Het zijn kenmerken van het nieuwe (decentrale) energiesysteem.
Het inzetten van deze oplossingen zal tijd kosten en het is daarom cruciaal dat de gemeente gelijktijdig inzet op twee sporen; uitbreiding van het net en slimmer benutten van het net. Batterijopslag Batterij-energieopslagsystemen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van netcongestie. Door elektriciteit tijdelijk op te slaan en op een later moment terug te leveren, worden pieken in het elektriciteitsverbruik en de elektriciteitsproductie afgevlakt. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet gelijkmatiger benut. Daarnaast kunnen batterijen helpen om vraag en aanbod op het landelijke elektriciteitsnet (TenneT) in balans te houden. Zij nemen elektriciteit af wanneer er een overschot is (lage marktprijs) en leveren elektriciteit terug wanneer er een tekort ontstaat (hoge marktprijs). Deze inzet verloopt via marktpartijen die verantwoordelijk zijn voor de balanshandhaving op het landelijke net. Het gaat hier dan om een commerciële inzet van batterijen. Wanneer een batterij specifiek wordt ingezet voor lokaal congestiemanagement, zijn contracten met de netbeheerder noodzakelijk en maakt de batterij onderdeel uit van het instrumentarium voor congestiemanagement. Dit betekent dat laden en ontladen alleen is toegestaan binnen afgesproken tijdvensters of dat de batterij verplicht beschikbaar moet zijn bij (dreigende) netcongestie.
Op welke wijze de inzet van batterijen een bijdrage kan leveren bij het verzachten van netcongestie, wordt onderzocht. Dit doet het college bijvoorbeeld in samenwerking met onder andere Energierijk Den Haag. Energierijk Den Haag is een samenwerking tussen onder andere de gemeente, provincie Zuid Holland, Rijksvastgoedbedrijf, HTM en Stedin, waar wordt ingezet op het vrijspelen van flexibel vermogen, bijvoorbeeld door middel van de inzet van batterijen bij overheidsgebouwen in de stad. In de internationale zone wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een energyhub met batterijopslag. Ook lopen er gesprekken met enkele bewonersinitiatieven. Sterk op Stroom heeft bijvoorbeeld plannen voor een buurtbatterij. In Scheveningen is een Slim Standnet ontwikkeld waarbij de batterij een belangrijke rol speelt.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11003429
Netbewust laden Netbewust laden van elektrische voertuigen is een kans om het elektriciteitsnet te ontlasten op momenten dat het elektriciteitsnet te zwaar belast wordt. Bij netbewust laden wordt het vermogen van reguliere openbare laadpalen tijdelijk verlaagd wanneer er sprake is van piekbelasting op het net. De meest interessante vorm biedt een goede balans tussen enerzijds laadzekerheid voor gebruikers en anderzijds maatregelen die passen bij de ernst van netcongestie: hoe meer congestie, hoe meer het vermogen van de laadpaal wordt gereduceerd. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat er toch geladen kan worden zonder dat er gereduceerd wordt tot nul. Deze vorm wordt op dit moment in Utrecht getest in Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) G4 samenwerking, waarbij Den Haag actief betrokken is. Voor een stadsbrede invoering van netbewust laden moeten netbeheerder Stedin en de concessiehouder voor laadinfrastructuur een overeenkomst afsluiten in de vorm van een capaciteitsbeperkend contract. Afhankelijk van de testresultaten in Utrecht, de verwachte congestie voor de komende winter op momenten van piekbelasting en de doorlooptijd van het capaciteitsbeperkend contract, wordt bezien wanneer netbewust laden in Den Haag toegepast kan gaan worden.
Vervolgstappen In de verdiepende impactanalyse zal het college een momentopname geven van de gevolgen van netcongestie voor onder andere stedelijke en economische ontwikkelingen in de stad. De recente ontwikkelingen rond het prioriteringskader en de uitkomsten van de onderzoeken naar congestiemanagement beïnvloeden eveneens hoe netcongestie doorwerkt in deze ontwikkelingen. De verkregen inzichten worden gebruikt om te bepalen welke projecten door netcongestie worden geraakt en welk handelingsperspectief daarbij mogelijk is. De verdiepende impactanalyse wordt eind Q1 2026 aan de raad toegezonden. Het college neemt de ernst en de gevolgen van netcongestie zeer serieus en zoekt intensief naar mogelijkheden om de impact te beperken. Dit doen we in nauw overleg met de G4, het Rijk en de netbeheerders Stedin en TenneT. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
5/5