CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324449 Vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018

Gemeenteraad 23 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 (RIS324449)1.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons kenmerk

30 januari 2026

OCW/11001975 RIS324449

Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 Toelichting De Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 (verder: Verordening) ziet toe op de lokale regels voor het verstrekken van ondersteuning aan burgers met beperkingen, zodat zij zo lang mogelijk zelfredzaam en participatief kunnen blijven. Ook is de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang bepaald in de verordening. Het beleidskader aanpak dakloosheid: ‘Den Haag geeft thuis’ beschrijft dat binnen de huidige opvangvoorziening een eenduidige systematiek ontbreekt voor de eigen bijdrage, die dakloze mensen betalen bij gebruik van een plek in de opvang. Dit zorgt voor de deelnemers en zorgverleners voor onduidelijkheid en brengt ongewenste neveneffecten met zich mee. De wijziging van de verordening legt de nieuwe eenduidige systematiek vast. De raadsmededeling “Nieuwe eigen bijdragesystematiek maatschappelijke opvang” (RIS324450) geeft aanvullende informatie over hoe dit besluit tot stand is gekomen, welke overwegingen en alternatieven zijn meegewogen en hoe Gemeente Den Haag de mensen, die gebruik maken van de maatschappelijke opvang, informeert over de nieuwe systematiek.

Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 27 januari 2026, gelet op artikel 2.1.4a, eerste en zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018: Artikel I De Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Haag 2018 wordt gewijzigd als volgt. A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1 In alfabetische volgorde worden twee nieuwe begrippen ingevoegd die luiden als volgt: -alleenstaande: de alleenstaande, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van de Participatiewet; -alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b van de Participatiewet; 2 De begripsomschrijvingen voor gezin en eigen bijdrage komen te luiden: -gezin: het gezin, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, sub 2 van de Participatiewet; -eigen bijdrage: bijdrage zoals bedoeld in artikel 2.1.4a, eerste lid, van de wet; Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11001975

B

C

3 Het begrip bijstandsnorm komt te vervallen. In artikel 3:2, tweede lid wordt ‘artikel 4.3’ vervangen door: ‘artikel 4.2’.

Hoofdstuk 4 Eigen bijdrage en kostprijzen komt te luiden: Hoofdstuk 4 Eigen bijdrage en kostprijzen Artikel 4.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen 1. Een cliënt is een eigen bijdrage verschuldigd voor a. de maatwerkvoorziening vervoersvoorziening; b. de maatwerkvoorziening woningaanpassing; c. de maatwerkvoorziening sporthulpmiddel; d. de maatwerkvoorziening ondersteuning, voor het resultaatgebied het voeren van een huishouden; e. de maatwerkvoorziening ondersteuning, voor het resultaatgebied wonen intensief; f. de maatwerkvoorziening opvang, met uitzondering van de opvang voor licht verstandelijk beperkten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid en de maatwerkvoorziening nachtopvang. 2. De eigen bijdrage is slechts verschuldigd zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verleend. 3. Het eerste lid, onder a, b, c en d geldt niet voor de cliënt die: a. een inkomen hebben dat minder is dan 130% van het sociaal minimum; b. een partner heeft en één van beiden nog niet de leeftijd bereikt heeft waarop aanspraak bestaat op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet; of c. een eigen bijdrage betalen voor opvang, beschermd wonen of zorg vanuit de Wet langdurige zorg. Artikel 4.1A De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening vervoersvoorziening 1.

De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening vervoersvoorziening, als bedoeld in artikel 3.6, is gelijk aan het bedrag overeenkomstig artikel 2.1.4a van de wet. 2. De cliënt betaalt de eigen bijdrage totdat de vervoersvoorziening wordt ingeleverd. 3. Als de vervoersvoorziening is verstrekt in de vorm van een pgb, is de eigen bijdrage maximaal de kostprijs van de voorziening en wordt de eigen bijdrage niet langer betaald dan de afschrijvingstermijn van zeven jaar. 4 Voor het collectief aanvullend vervoer is de eigen bijdrage € 28,- per jaar. Artikel 4.1B De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening woningaanpassing 1. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening woningaanpassing, als bedoeld in artikel 3.7, bedraagt het bedrag overeenkomstig met artikel 2.1.4a van de wet. 2. De cliënt betaalt de eigen bijdrage totdat de woningaanpassing wordt ingeleverd. 3. Als de woningaanpassing aard- en nagelvast is aangebracht, is de eigen bijdrage maximaal de kostprijs van de voorziening en wordt de eigen bijdrage niet langer betaald dan de afschrijvingstermijn van tien jaar. Artikel 4.1C De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening sporthulpmiddel De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening sporthulpmiddel, als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, bedraagt het bedrag overeenkomstig met artikel 2.1.4a van de wet.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11001975

De eigen bijdrage is maximaal de kostprijs van de voorziening en wordt niet langer betaald dan de afschrijvingstermijn van drie jaar.

Artikel 4.1D De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening ondersteuning, resultaatgebied het voeren van een huishouden De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening ondersteuning, resultaatgebied het voeren van een huishouden, als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, onder a bedraagt het bedrag overeenkomstig met artikel 2.1.4a van de wet. Artikel 4.1E De eigen bijdrage bij maatwerkvoorziening opvang 1. Voor alleenstaanden geldt de eigen bijdrage die opgebouwd is uit de basishuur zoals bedoeld in artikel 16 van Wet op de huurtoeslag en de Nibudbedragen voor kosten voor gas in een flat, kosten voor elektriciteit voor een eenpersoonshuishouden en kosten voor water voor een eenpersoonshuishouden. Deze eigen bijdrage is opgenomen in bijlage III. 2. Voor een alleenstaande ouder geldt de eigen bijdrage die opgebouwd is uit de basishuur zoals bedoeld in artikel 16 van Wet op de huurtoeslag en de Nibudbedragen voor kosten voor gas in een flat, kosten voor elektriciteit voor een tweepersoonshuishouden en kosten voor water voor een tweepersoonshuishouden. Deze eigen bijdrage is opgenomen in bijlage III. 3.

Voor een gezin geldt de eigen bijdrage die opgebouwd is uit de basishuur zoals bedoeld in artikel 16 van Wet op de huurtoeslag en de Nibudbedragen voor kosten voor gas in een flat, kosten voor elektriciteit voor een driepersoonshuishouden en kosten voor water voor een driepersoonshuishouden. Deze eigen bijdrage is opgenomen in bijlage III. 4. In aanvulling op het eerste, tweede en derde lid wordt voor maatschappelijke opvanglocaties waar drie maaltijden per dag worden verstrekt, een aanvullende eigen bijdrage in rekening gebracht. De hoogte van deze bijdrage is gebaseerd op de gemiddelde voedingskosten voor personen van 14 tot en met 50 jaar, zoals vastgesteld door het Nibud. Deze aanvullende eigen bijdrage is opgenomen in bijlage III. 5. De eigen bijdrage wordt niet geïnd wanneer er geen inkomen is. 6. De eigen bijdrage wordt niet met terugwerkende kracht opgelegd. 7. Het college stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast en draagt zorg voor het innen. 8. De hoogte van de bedragen van de eigen bijdragen worden jaarlijks aangepast conform de op dat moment geldende basishuur zoals bedoeld in artikel 16 van Wet op de huurtoeslag en de Nibudbedragen. Artikel 4.2 Voorschriften voor het bepalen van een redelijke kostprijs van voorzieningen 1. De kostprijs van een voorziening wordt door het college als volgt bepaald: a. door een aanbesteding; b. na een consultatie in de markt; c.

in overleg met de aanbieder; of d. in een door het college te verrichten onderzoek door een deskundige. 2. De kostprijsberekening van voorzieningen wordt door het college gebaseerd op objectieve gegevens waarbij deze berekening ten grondslag wordt gelegd aan het kostprijsbesluit.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11001975

3.

4.

D

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit van diezelfde voorziening houdt het college bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten, rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken of te behalen resultaten van de maatschappelijke ondersteuning; b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; e. kosten voor bijscholing van het personeel; f. de marktprijs van de voorziening, en g. de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: 1o aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; 2o instructie over het gebruik van de voorziening; 3o onderhoud van de voorziening, en 4° verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. Voor de waarborging van een reëel prijsniveau met de kostprijselementen zoals bedoeld in het derde lid stelt het college bij het aanbesteden of het aangaan van diensten van derden, een reële kostprijs vast als ondergrens.

Artikel 4.3 Compensatie gebruikskosten 1. De aanbieder van een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, kan aan de cliënt een bijdrage vragen ter gehele of gedeeltelijke compensatie van de algemeen gebruikelijke kosten die de cliënt uitspaart doordat deze onderdeel uitmaken van de algemene voorziening, dan wel ter vergroting van de betrokkenheid bij de voorziening, voor zover dat tussen college en aanbieder is afgesproken. 2. De compensatie, bedoeld in het eerste lid, geldt niet als bijdrage als bedoeld in de wet en is maximaal de hoogte van de kosten als bedoeld in het eerste lid. Bijlage III wordt vervangen door Bijlage III bij deze verordening.

Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2027. Bijlage III De eigen bijdrage als bedoeld in artikel 4.1E De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening opvang per maand in euro: Eigen bijdrage alleenstaande: € 362,Eigen bijdrage alleenstaande ouder: € 386,Eigen bijdrage gezin: € 402,Aanvullende eigen bijdrage maaltijden: € 247,- per volwassene

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van De griffier,

De voorzitter,

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16550458/1