CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324427 Bijlage 140126 Aan het College van BW

Commissie Ruimte 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Erfpachtdebat21.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit moet de kans op extreme stijging van de grondprijzen en dus van de canon halveren.

Waarom is de gemeente overgestapt van één grondquote naar een meer gedifferentieerde aanpak? De stap van Gemeente Alkmaar in 2025 naar een vaste grondquote (én vaste grondprijs voor bepaalde typen woningen) bij erfpachtherzieningen is ingegeven door meerdere redenen. Hieronder de belangrijkste. Meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor erfpachters De gemeente wilde dat erfpachters “zo tijdig en volledig mogelijk van informatie worden voorzien”. Met vaste grondprijs/grondquote + vast canonpercentage weten bewoners makkelijker vooraf wat hun toekomstige canon of afkoopsom zal zijn. In de toelichting van de gemeente wordt expliciet genoemd dat deze nieuwe methode “ten goede komt aan de verkoop- en financierbaarheid van erfpachtwoningen”. Eenvoudigere en uniformere berekening bij veel adressen Alkmaar heeft circa 6.000 erfpachtadressen. Met een vaste grondprijs per m² (voor “homogene” grondgebonden woningen buiten centrum) is het veel eenvoudiger om voor een groot aantal woningen op dezelfde manier berekeningen toe te passen — dat maakt de uitvoering praktischer én transparanter. Stabiliteit in erfpachtcanon + bescherming tegen extreme schommelingen Met de nieuwe regels is ook een minimum en maximum canonpercentage vastgesteld (1% tot 3%).

Daardoor kan de canon — en ook de afkoopsom — niet onvoorspelbaar omhoog of omlaag schieten bij bijvoorbeeld grote woningwaarde-schommelingen. Dat biedt erfpachters meer zekerheid. Gehoor geven aan opmerkingen en zorgen van erfpachters In eerder overleg werd een vaste grondquote voorgesteld (voor alle adressen). Maar na feedback van erfpachters is besloten om de uitwerking verder te onderzoeken en aan te passen. Men wilde meer gedifferentieerde methodiek: vaste prijs bij “standaardwoningen buiten centrum”, grondquote bij appartementen, taxatie bij woningen in bijzondere locaties (centrum). Deze nieuwe regeling is mede tot stand gekomen op basis van “eensgezindheid”: de gemeente én erfpachters wilden duidelijkheid, betaalbaarheid en rechtszekerheid. Behoud van gemeente-inkomsten én betaalbaarheid voor bewoners De gemeente gaf als pijlers voor de nieuwe regels: (1) duidelijkheid, (2) kosten aanvaardbaar houden voor erfpachters, en (3) de inkomsten uit erfpacht voor de gemeente gelijk houden of licht laten stijgen. Door grondwaarde en canon vooraf vast te leggen, is het eenvoudiger voor de gemeente om te begroten — en voor bewoners om te plannen. Hoe moeten onafhankelijke taxateurs de grondwaarde van grondgebonden woningen en andere gevallen in het centrum van Alkmaar waarderen? De taxatie in het centrum moet volgens de gemeente gebeuren via de “residuele methode”.

Kort gezegd: de taxateur bepaalt eerst de marktwaarde van de woning in zijn geheel — dus de waarde “vrij van grond”. Vervolgens trekt de

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

42

52

taxateur de geschatte kosten die horen bij het (her)bouwen of stichten van de opstal (woning/garage), plus bijkomende kosten (bijv. bouwkosten, ook voor funderingen, leges, kosten woonrijp maken, honoraria, vergoedingen voor winst en risico, BTW etc.), daarvan af. Het verschil (residu) is dan de waarde die kan worden toegerekend aan de grond (grondwaarde). Deze methode wordt gebruikt om te voorkomen dat percelen in het centrum automatisch worden gewaardeerd op dezelfde m²-prijs als buiten de ring, omdat ligging, historische bouw, gebruiksrestricties, etc. sterk kunnen variëren. Bij zogenoemde “bijzondere gevallen” (rijksmonument, historisch pand, afwijkende perceelvorm, ondergrond, etc.) — waar de marktwaarde en bouwkosten sterk afwijken — moet de taxateur specifiek aandacht besteden aan marktvergelijking én aan realistische kosteninschatting. De residuele methode is erop bedacht om zulke verschillen te honoreren. Deze verhandeling is in belangrijke mate tot stand gekomen met behulp van AI.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

43

52

Bijlage IX: Analyse financiële effecten voorstellen Adviescommissie Grondwaardebepaling Door: gemeente Den Haag

1. Aanleiding De adviescommissie wil het bestuur van de gemeente Den Haag twee maatregelen adviseren rond de bepaling en betaling van de canon: 1.

Canonpercentage

 

Bepalen op basis van BNG 20-jarig én 10-jaarsrente (aanpassing), toegepast als 10-jaarsgemiddelde. Bandbreedte (Floor/CAP): minimaal 1% en maximaal 3%.

2.

Afkoopoptie

Erfpachters de mogelijkheid bieden de canonverplichting annuïtair in 30 jaar af te kopen.

De commissie heeft gevraagd inzicht te krijgen in (a) de financiële effecten van deze voorstellen en (b) de uitvoerbaarheid. 2. Financiële effecten - wijziging bepaling canonpercentage Uitgangspunten (aantal rechten en balanswaarde) Tabel 2 Balanswaardes erfpachtrechten

Type rechten

Aantal

1. 2. 3.

2.500 14.800

Nieuw uitgiftes eeuwigdurende (AB 1986) Heruitgiftes canon betalend Toekomstige heruitgiftes a. Voortdurende erfpachten (AB 1977) b. Tijdelijke erfpachten (AV 1923)

2.500 10.100

Totaal boekwaarden

Balanswaarde (* 1,0 mln.) 1-1-2025 298,6 17,3 38,3 15,2 369,4

Toelichting: boekwaarden van categorie 1 en 3.b zijn die van eerste uitgifte (basis voor canonbetaling). Voor AB 1977 geldt dat erfpachters kunnen omzetten naar eeuwigdurende erfpacht op basis van de oorspronkelijke waardegrondslag.

 

Voor de waardegrondslag geldt Categorie 2 (heruitgiftes canon betalend): totaal € 297,2 mln. (bron: erfpachtsysteem); Categorie 3.b (tijdelijk, AV 1923): circa € 405 mln. (raming op basis van WOZ 1-1-2024 (excl. niet-wonen).

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

44

52

Effecten van de nieuwe methodiek Historisch is de gemiddelde hypotheekrente over 2000–2024 circa 1%-punt hoger dan de BNG-rente6. Het gemiddelde verschil tussen het ‘oude’ en ‘nieuwe’ canonpercentage wordt gesteld op 0,65%-punt, wat als structureel verschil is doorgerekend. Daarnaast is het effect van Floor (1%) en CAP (3%) bezien. Type rechten

1. 2. 3.

Nieuw uitgiftes eeuwigdurende (AB 1986) Heruitgiftes canon betalend Toekomstige heruitgiftes c. Voortdurende erfpachten (AB 1977) d. Tijdelijke erfpachten (AV 1923)7

Waardegrondslag (* 1,0 mln. pp. 2026) 298,6 297,2

Effect bij Δ = 0,65% (× €1,0 mln.)

38,3 405,0 1.039,2

0,44 2,63 6,93

Totaal structureel effect

1,93 1,93

Netto contante waarde (NCW) van de eeuwigdurende kasstroom:  Disconteringsvoet 3,9%, opgebouwd ut nominale rente 10-jaars staatslening 2,9% plus 1% risico-opslag Voorgestelde systematiek resulteert in nadelig resultaat voor de gemeente van ca. 177 mln. (6,93/3,9%) Floor/CAP – kans op langdurige onder-/overschrijding Op basis van een Monte-Carlo-benadering met maanddata 10-jaars staatsrente de kans dat de rente langer dan 5 of 10 jaar onder de Floor of boven de CAP uitstijgt in beeld gebracht: Renteperiode Duur

< Floor 1% > CAP 3%

1980–2025

5 jaar 24%

46%

1980–2025

10 jaar 17%

25%

2000–2025

5 jaar 53%

10%

2000–2025

10 jaar 38%

2%

Observatie: bij een eeuwigdurend erfpachtrecht kan toepassing van Floor/CAP per saldo negatief voor de gemeente uitpakken; gekeken vanaf 2000 neemt dat risico af, maar verleden is geen garantie voor de toekomst. 3. Annuïtaire afkoop van de canonverplichting (30 jaar) 3.1 Juridisch kader (AB 2024; basis AB 1986) Erfpachters mogen de verschuldigde canon en beheerkosten eeuwigdurend afkopen door storting van de grondwaarde plus de gekapitaliseerde beheerkosten uiterlijk op de dag van vestiging. (Art. 9.)

3.2 Rekenvoorbeeld Gemiddelde WOZ (woningen op tijdelijk erfpacht; excl. corporaties en zorg): € 308.000. Grondquote 15,1% ⇒ grondwaarde € 46.508; beheerkosten € 281 ⇒ afkoopsom € 46.789. Uitgangspunt bij de bepaling van de annuïtaire lening is dat de gemeente geen renterisico op deze lening draagt. Annuïteit (jaarlijks, betaling aan het begin van het jaar), rente = 10-jaars staatsrente (2,9%) + 0,5% opslag ⇒ € 2.429 6 Is gerekend met BNG 20-jarig én 10-jaarsrente, 5-jaarsrente nog niet beschikbaar 7 Raming op basis van gedifferentieerde WOZ/grondquote, excl. niet-woonfuncties

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

45

52

per jaar. Voor de erfpachter met een korte ‘investeringshorizon’ zal dit vergeleken worden met de jaarlijks te betalen canon (bij 2,1%) van € 976 en € 33 beheerkosten. 3.3 BBV-verwerking en publieke taak  Bij afkoop gaat de economische bron verloren; de afkoopsom wordt als (verkoop)bate genomen; afboeking naar lage registratiewaarde noodzakelijk.  Financiering door de gemeente aan erfpachters wordt onder ‘leningen aan derden’ geboekt (financiële vaste activa). Indien een erfpachter kredietwaardig is, kan hij met een lening bij een bank zijn canonverplichting afkopen bij de gemeente. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een annuïteitenlening. In het voorstel van de adviescommissie gaat de erfpachter voor financiering dan niet naar een bank, maar gaat een verplichting richting de gemeente aan, om gedurende een bepaalde periode een vast bedrag aan de gemeente te vergoeden, waarbij aan het eind van de periode een bedrag voor de aankoop van de grond is vergoed. Dit betekent dat de rol van de gemeente verandert: naar die van een op grote schaal leningverstrekkende instelling (bancaire activiteit). Door de inwerkingtreding van de wet Fido (Financiering decentrale overheden) zijn voor gemeenten echter beperkingen aangegeven voor de uitoefening van bancaire activiteiten. Deze activiteiten zijn beperkt tot het uitoefenen van de publieke taak.

Het verstrekken van een lening voor erfpachtgronden wordt niet als een publieke taak gezien maar als een economische activiteit. Deze economische activiteit dient ook te voldoen aan mededingingsregels. In het geval deze economische activiteit toch verricht zou gaan worden door de gemeente, dan gelden daarvoor de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid (Wmo). Volgens die regels moeten overheden bijvoorbeeld de integrale kostprijs berekenen en functievermenging voorkomen om concurrentievervalsing tegen te gaan. Dit betekent onder andere dat een gemeente een marktconform leningspercentage dient te hanteren dat niet veel afwijkt van de huidige marktaanbieders. Omdat het canonpercentage in de regel lager is dan de rente die zou komen te gelden in een annuïteitensysteem zullen naar verwachting weinig erfpachters hier gebruik van maken.

4. Uitvoerbaarheid en planning 4.1 Besluitvormingspad   

Snelste scenario: besluit voor de verkiezingen. Bij doortrekken na de verkiezingen is besluitvorming realistisch in Q3/Q4 2026. Besluiten die gunstig uitpakken voor erfpachters kunnen leiden tot herziening van eerdere overstap- en verrekenbesluiten.

4.2 Lopende uitvoering (raadsbesluiten 28-11-2024) De gemeenteraad heef 28 november besloten dat: a. Erfpachters die in 2023 of 2024 een canonherziening reeds hebben gehad, of met wie heruitgifte van gronden in eeuwigdurende erfpacht is overeengekomen, financieel te compenseren voor het verschil met het op de huidige wijze vastgestelde canonpercentage, tot aan de eerstvolgende 5- jaarlijkse herziening van hun canonpercentage b. Alle overige erfpachters waarvoor de (oude) AB 1986 nog gelden, de mogelijkheid te bieden om de nieuwe AB 2024 in plaats daarvan te accepteren na gereedkoming daarvan.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

46

52

Extra taken door wijziging canonmethodiek: Compensatie voor erfpachters met herziening in 2023/2024 heeft een omvang ca. 5.000 rechten; verwerking vindt plaats vanaf 2026.). Keuzerecht AB 2024 voor alle erfpachters onder (oude) AB 1986 (ca. 11.180 rechten): – 2025-groep (herziening in 2025): ca. 3.900 (aanschrijven gestart in 2025). – 2026-groep: ca. 4.530 (had in 2025 moeten starten; is nog niet gebeurd). – 2027-groep: ca. 2.750 (start 2e helft 2026).

Operationeel dilemma (tot raadsbesluit):  Doorgaan met uitvoering van 28-11-2024 (met risico op dubbel werk bij latere aanpassing), of  Pauzeren tot er een definitief raadsbesluit ligt.  Indien het advies van de commissie wordt overgenomen, volgt uitwerking in AB 2026. Samenvattende punten voor besluitvorming  Financieel: de nieuwe canonmethodiek impliceert een structureel verschil van ca. € 6,93 mln./jaar met een netto contante waarde van circa € 177 mln.  Risico Floor/CAP: bij lange looptijden bestaat een reële kans op langdurige onder- of overschrijding; dit kan onvoorspelbare uitkomsten geven voor de gemeente.  Afkoop via 30-jarige annuïteit door de gemeente is volgens BBV als financieren aan te merken, volgens de wet Fido als economische activiteit te beschouwen, die op grond van de Wmo marktconform moet worden uitgevoerd.  Zonder tijdig raadsbesluit ontstaan grote capaciteits- en planningsrisico’s, mede door lopende compensaties en keuzetraject naar AB 2024. Henk Savelkoul 10 november 2025

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

47

52

Bijlage X:

Financiering erfpachtportefeuille

Door: gemeente Den Haag Aanleiding De adviescommissie grondwaardebepaling wil meer inzicht in de condities waaronder de gemeente Den Haag haar erfpachtportefeuille financiert. Daarbij is specifiek gevraagd naar de beleidskaders, de financiële condities en de speelruimte die de gemeente heeft bij het vaststellen van het canonpercentage. Deze notitie geeft daar uitleg over. In afstemming met Directie Middelen en Control is deze notitie tot stand gekomen. De gemeentelijke erfpachtportefeuille De erfpachtportefeuille bestaat uit erfpachtrechten die zijn uitgegeven aan:  Particuliere eigenaren;  Beleggers, vastgoedbedrijven en winkels en bedrijven;  Maatschappelijke organisaties;  Woningcorporaties. Erfpacht is een structurele inkomstenbron voor de gemeente. De programmabegroting 2026-2029 laat zien wat de jaarlijkse lasten en baten zijn van deze portefeuille. In de lasten in 2026 zijn o.a. verwerkt € 1,6 mln. kapitaallasten, waarvan 1,0 mln. rentelasten, De baten worden gevormd door canonopbrengsten en uit afkoop en splitsing van appartementen gerealiseerde baten. Eind 2024 is de boekwaarde van de uitgegeven erfpachtgronden circa € 403 miljoen. Dit bedrag vormt de basis waarop rente wordt toegerekend aan de exploitatie via de omslagrente. Rentesystematiek van de gemeente De gemeente gebruikt het omslagrentesysteem voor de interne toerekening van rentekosten.

Deze methode is voorgeschreven door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en is verplicht. Het houdt in dat er één gemiddelde rekenrente wordt toegepast op alle investeringen. Hierbij worden zowel rentelasten als -baten van de gemeente meegenomen. De BBV staat toe dat de gemeente een opslag rekent voor het gebruik van eigen vermogen, zolang die opslag niet hoger is dan het gewogen gemiddelde van de externe rente. De gemeenteraad stelt de rekenrente jaarlijks vast in de begroting:  Voor 2025 is deze vastgesteld op 0,33%, maar afgerond naar 0,25%  Voor 2026 stijgt de rekenrente naar 0,66%, maar opnieuw afgerond naar 0,25% Wet en regelgeving BBV 

  

De BBV stelt eisen aan de financiële verslaglegging van materiële vaste activa, zoals de erfpachtportefeuille. Rente moet op een eenduidige en consistente manier worden toegerekend. Het canonpercentage moet herleidbaar zijn naar: De BBV-conforme kapitaallasten; Eventuele toerekenbare kosten voor beheer, overhead en een risico-opslag, mits onderbouwd en verdedigbaar.

Het percentage moet dus minimaal de omslagrente of markt-NAR weerspiegelen om recht te doen aan doelmatigheid en rechtvaardigheid. Als daar niet aan wordt voldaan leidt dat tot impliciete steun (subsidie) aan erfpachters. De extreem lage rente van 2015-2021 is geen stabiel “nieuw normaal”: Vanaf 2022 zijn beleids- en marktrentes fors

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

48

52

opgelopen en pas in 2025 weer geleidelijk gedaald. De NL 10-jaars staatsrente (risicovrije rentevoet) ligt in 2025 grofweg rond 2,7–2,9%. Een canon die langdurig op 1,9% legt het renterisico eenzijdig bij de gemeente en kan structurele tekorten opleveren. Wet Markt en Overheid  Als de gemeente erfpachtrechten uitgeeft aan marktpartijen (zoals bedrijven), moet zij voldoen aan de regels van de Wm&O. Dat betekent:  De tarieven moeten minimaal de integrale kosten dekken, inclusief kapitaallasten  De gemeente mag geen selectieve voordelen geven aan eigen overheidsbedrijven of specifieke ondernemingen De bovengrens wordt vanuit dit perspectief bepaald door de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt. Een daarvan afwijkend lager canonpercentage is toegestaan zolang het binnen de de-minimisgrens blijf. De rente op de kapitaalmarkt definieert tegelijkertijd ook het maximum. Als het canonpercentage hoger is dan de rente waartegen op de kapitaalmarkt kan worden gefinancierd, zal voor afkoop worden gekozen.. Samenvatting De gemeente moet bij het erfpachtbeleid voldoen aan zowel de BBV als de Wm&O:  De BBV bepaalt hoe rentelasten worden toegerekend aan de exploitatie  De Wm&O stelt ondergrenzen aan het canonpercentage bij uitgifte aan bedrijven  Voor alle erfpachtrechten gebruikt de gemeente dezelfde methode om het jaarlijkse canonpercentage te bepalen, op basis van het AB 1986.

Sinds 2024 wordt hierbij een tienjaarsmiddeling toegepast. Deze werkwijze dempt de invloed van schommelingen in de marktrente, maar houdt wel de koppeling met de renteontwikkeling intact. Zo wordt het renterisico beperkt en blijft het beleid in lijn met de BBV en Wm&O.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

49

52

Bijlage XI: Financiering erfpachtportefeuille Door: gemeente Den Haag Aanleiding De adviescommissie grondwaardebepaling wil meer inzicht in de condities waaronder de gemeente Den Haag haar erfpachtportefeuille financiert. Daarbij is specifiek gevraagd naar de beleidskaders, de financiële condities en de speelruimte die de gemeente heeft bij het vaststellen van het canonpercentage. Deze notitie geeft daar uitleg over. In afstemming met Directie Middelen en Control is deze notitie tot stand gekomen. De gemeentelijke erfpachtportefeuille De erfpachtportefeuille bestaat uit erfpachtrechten die zijn uitgegeven aan:  Particuliere eigenaren;  Beleggers, vastgoedbedrijven en winkels en bedrijven;  Maatschappelijke organisaties;  Woningcorporaties. Erfpacht is een structurele inkomstenbron voor de gemeente. De programmabegroting 2026-2029 laat zien wat de jaarlijkse lasten en baten zijn van deze portefeuille..

In de lasten in 2026 zijn o.a. verwerkt € 1,6 mln. kapitaallasten, waarvan 1,0 mln. rentelasten, De baten worden gevormd door canonopbrengsten en uit afkoop en splitsing van appartementen gerealiseerde baten. Eind 2024 is de boekwaarde van de uitgegeven erfpachtgronden circa € 403 miljoen. Dit bedrag vormt de basis waarop rente wordt toegerekend aan de exploitatie via de omslagrente. Rentesystematiek van de gemeente De gemeente gebruikt het omslagrentesysteem voor de interne toerekening van rentekosten. Deze methode is voorgeschreven door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en is verplicht. Het houdt in dat er één gemiddelde rekenrente wordt toegepast op alle investeringen. Hierbij worden zowel rentelasten als -baten van de gemeente meegenomen. De BBV staat toe dat de gemeente een opslag rekent voor het gebruik van eigen vermogen, zolang die opslag niet hoger is dan het gewogen gemiddelde van de externe rente. De gemeenteraad stelt de rekenrente jaarlijks vast in de begroting:  Voor 2025 is deze vastgesteld op 0,33%, maar afgerond naar 0,25%  Voor 2026 stijgt de rekenrente naar 0,66%, maar opnieuw afgerond naar 0,25% 1.9

Wet en regelgeving

BBV De BBV stelt eisen aan de financiële verslaglegging van materiële vaste activa, zoals de erfpachtportefeuille. Rente moet op een eenduidige en consistente manier worden toegerekend.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

50

52

Het canonpercentage moet herleidbaar zijn naar:  De BBV-conforme kapitaallasten;  Eventuele toerekenbare kosten voor beheer, overhead en een risico-opslag, mits onderbouwd en verdedigbaar. Het percentage moet dus minimaal de omslagrente of markt-NAR weerspiegelen om recht te doen aan doelmatigheid en rechtvaardigheid. Als daar niet aan wordt voldaan leidt dat tot impliciete steun (subsidie) aan erfpachters. De extreem lage rente van 2015-2021 is geen stabiel “nieuw normaal”: Vanaf 2022 zijn beleids- en markt-rentes fors opgelopen en pas in 2025 weer geleidelijk gedaald. De NL 10-jaars staatsrente (risicovrije rentevoet) ligt in 2025 grofweg rond 2,7–2,9%. Een canon die langdurig op 1,9% legt het renterisico eenzijdig bij de gemeente en kan structurele tekorten opleveren. Wet Markt en Overheid Als de gemeente erfpachtrechten uitgeeft aan marktpartijen (zoals bedrijven), moet zij voldoen aan de regels van de Wm&O. Dat betekent: • De tarieven moeten minimaal de integrale kosten dekken, inclusief kapitaallasten • De gemeente mag geen selectieve voordelen geven aan eigen overheidsbedrijven of specifieke ondernemingen De bovengrens wordt vanuit dit perspectief bepaald door de ontwikkeling van de rente op de kapitaalmarkt. Een daarvan afwijkend lager canonpercentage is toegestaan zolang het binnen de de-minimisgrens blijf.

De rente op de kapitaalmarkt definieert tegelijkertijd ook het maximum. Als het canonpercentage hoger is dan de rente waartegen op de kapitaalmarkt kan worden gefinancierd, zal voor afkoop worden gekozen. 1.10 Samenvatting De gemeente moet bij het erfpachtbeleid voldoen aan zowel de BBV als de Wm&O:  De BBV bepaalt hoe rentelasten worden toegerekend aan de exploitatie  De Wm&O stelt ondergrenzen aan het canonpercentage bij uitgifte aan bedrijven Voor alle erfpachtrechten gebruikt de gemeente dezelfde methode om het jaarlijkse canonpercentage te bepalen, op basis van het AB 1986. Sinds 2024 wordt hierbij een tienjaarsmiddeling toegepast. Deze werkwijze dempt de invloed van schommelingen in de marktrente, maar houdt wel de koppeling met de renteontwikkeling intact. Zo wordt het renterisico beperkt en blijft het beleid in lijn met de BBV en Wm&O.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

51

52

Bijlage XII: Verloop afkoop Hieronder het verloop van de resterende afkoopsom als gevolg van de annuïteit bij de 30-jaar vaste canonpercentage in de min en max variant blijkt. Als na 10 jaar alsnog volledig wordt afgekocht, is de resterende afkoopsom € 667 resp € 731 per € 1.000 55%grondwaarde.

Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. | Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.

52

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16501783/1