CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324414 Bijlage Participatieplan warmteprogramma en Haags warmtebedrijf

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Energietransitie5.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieplan warmteprogramma en Haags warmtebedrijf Inleiding In dit participatieplan wordt het vervolg participatietraject beschreven voor het warmteprogramma (WP) en het participatietraject voor het Haags warmtebedrijf in oprichting. Voor een korte inhoudelijke toelichting op zowel het warmteprogramma als het Haags warmtebedrijf zie bijlage 1 (pag. 14). In 2024 en 2025 heeft voor beide onderwerpen reeds participatie plaatsgevonden. Een overzicht van eerdere participatie wordt gegeven in bijlage 2 (pag. 16). Voorliggend document is bedoeld voor beleidsmakers en bestuurders en betreft het plan op hoofdlijnen: het beschrijft wat we gaan doen, maar nog niet in detail hoe we dat gaan doen en wat de exacte detailvragen zullen zijn. Dit plan wordt verder uitgewerkt in een participatieontwerp, waarin wordt aangegeven wat de precieze vragen zijn die worden voorgelegd aan deelnemers aan het participatietraject en op welke manier (werkvormen). Daarin houden we rekening met de leefwereld van deelnemers. In september 2025 is een eerste versie van dit participatieplan besproken met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van het Haags Bewonersplatform Energietransitie (HBET) om de participatie rond het warmteprogramma en Haags warmtebedrijf te bespreken. Op basis van dit gesprek is besloten beide trajecten samen te voegen, omdat ze sterk samenhangen en complex zijn.

Zo kunnen bewoners beter meedenken en worden beide onderwerpen uitgebreid behandeld met goede informatie en begeleiding. Een herziene versie van het participatieplan is in december besproken met meerdere stakeholders, waaronder vertegenwoordigers van bewonersinitiatieven, woningcorporaties, warmtepartijen en maatschappelijke organisaties. Een aantal suggesties hebben we in dit plan verwerkt. Andere suggesties krijgen een plek in het participatieontwerp.

Aanleiding Net als de rest van Nederland gaat Den Haag van het gas af. Dat betekent dat we straks alleen nog maar schone energie gebruiken voor de verwarming van gebouwen, het water uit de kraan en voor het koken. De stappen die de gemeente Den Haag zet om alle buurten straks op schone energie over te laten gaan worden beschreven in het warmteprogramma. In grote delen van Den Haag zijn warmtenetten de beste manier om woningen duurzaam en betaalbaar te verwarmen. De Wet collectieve warmte (Wcw) verplicht een publiek meerderheidsbelang in warmtebedrijven. De wet zal naar verwachting vanaf 2026 gefaseerd in werking treden en op 1 januari 2027 volledig in werking zijn. De gemeente werkt daarom aan de oprichting van het Haags warmtebedrijf. Dit participatieplan licht toe welke participatiestappen voor het warmteprogramma en het Haags warmtebedrijf al zijn gemaakt en hoe bewoners en andere stakeholders de komende tijd, tot de vaststelling van het warmteprogramma en de oprichting van het Haags warmtebedrijf, worden betrokken. Beide ontwikkelingen vragen om inbreng van bewoners en andere belanghebbenden. Het zijn immers de Haagse inwoners en ondernemers die straks de overstap maken op een nieuwe 1

warmtevoorziening. Door hen vroegtijdig te informeren en waar mogelijk invloed te geven, werken we aan oplossingen die zo goed mogelijk aansluiten bij de wensen en behoeften in de stad.

Wettelijke en overige kaders Iedere gemeente is volgens de Wet gemeentelijke instrumenten warmte (Wgiw) verplicht om een warmteprogramma op te stellen en daarbij inwoners en andere toekomstige gebruikers van warmtevoorzieningen te betrekken. Het warmteprogramma is de opvolger van de transitievisie warmte (TVW). Met het oog op technische ontwikkelingen en nieuwe inzichten is vastgesteld dat het warmteprogramma ten minste één keer in de vijf jaar wordt geactualiseerd. Het eerste warmteprogramma moet uiterlijk 31 december 2027 door het college van B&W zijn vastgesteld, maar wij richten ons op vaststelling per eind 2026. In de Wet collectieve warmte staat dat warmtebedrijven die de aanleg van warmtenetten en de levering van warmte regelen een publiek meerderheidsbelang moeten hebben. De gemeente Den Haag wil invloed hebben op de duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de warmte die geleverd gaat worden. Daarom bereidt de gemeente zich voor op de oprichting van het Haags warmtebedrijf samen met NetVerder en EBN. Het participatieproces voor het warmteprogramma moet voldoen aan de regels die in de Omgevingswet zijn vastgesteld. Daarom volgt er na het participatieproces nog een formele zienswijze procedure, waarna het warmteprogramma definitief zal worden gemaakt.

Het totale participatieproces voldoet aan de eisen die de gemeente Den Haag stelt in de participatieverordening. Voor de oprichting van het Haags warmtebedrijf werkt de gemeente volgens het ‘Beleidskader Verbonden Partijen’. De gemeente is verantwoordelijk voor het participatietraject en voor het inbrengen van de uitkomsten uit dit traject in de onderhandeling met partners EBN en NetVerder. De partners zijn wel meegenomen in het maken van dit plan en hebben aangegeven een passende rol te willen hebben in het proces. Tot slot is het belangrijk te benadrukken dat voor de afweging van de best passende warmteoplossing per wijk, de uitgangspunten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de transitievisie warmte (TVW) leidend zijn. Voor het warmteprogramma is de geactualiseerde startanalyse van het PBL gebruikt (zie: Actualisatie startanalyse aardgasvrije buurten).

1 Participatie op het warmteprogramma en Haags warmtebedrijf Voorliggend participatieplan borduurt voort op eerdere participatie: zowel voor het warmteprogramma als voor het Haags warmtebedrijf hebben al diverse participatiemomenten plaatsgevonden. Zo heeft er voor het warmteprogramma een stadsbrede raadpleging en een onderzoek naar betaalbaarheid plaatsgevonden. Bovendien hebben er in 2024 en 2025 voor het Haags warmtebedrijf meerdere gesprekken plaatsgevonden met bewoners en bewonersinitiatieven over de plannen die in voorbereiding zijn. Voor een uitgebreider overzicht van eerdere participatie zie bijlage 2 (pag. 14).

2

Aan de hand van het eerdere participatietraject zijn uitgangspunten aan het warmteprogramma toegevoegd en aangescherpt. Bovendien geven de resultaten aanleiding om op een aantal vraagstukken te verdiepen en het gesprek aan te gaan met bewoners en andere belanghebbenden. In dit hoofdstuk staat wat het doel is van deze vervolgparticipatie, welke doelgroepen onderscheiden worden en welke vraagstukken aan hen voorgelegd worden.

1.1 Doel Het overkoepelende doel van het participatietraject is om met bewoners en andere belanghebbenden samen te onderzoeken hoe de waarden en uitgangspunten die uit eerdere participatie zijn gekomen concreet kunnen worden vertaald naar het warmteprogramma en de inrichting van het Haags warmtebedrijf. Door ruimte te geven aan dialoog, zorgen we ervoor dat de oplossingsrichtingen gezamenlijk tot stand komen en werken we aan een warmteprogramma en warmtebedrijf die aansluiten bij de wensen en behoeften van toekomstige gebruikers en aan een goede samenwerking tussen, en met, verschillende belanghebbenden. Met het participatietraject wordt eveneens het volgende beoogd: 1. Vergroten van kennis en begrip • Bewoners en andere belanghebbenden voorzien van duidelijke informatie over het warmteprogramma en de warmteoplossing voor hun buurt, daarbij passende mate van isolatie en over de oprichting van het Haags warmtebedrijf; • Zorgen dat deelnemers voldoende kennis hebben om inhoudelijk mee te denken en te adviseren. 2. Ophalen van zorgen, wensen en ideeën om plannen beter te maken • Ruimte bieden voor het delen van zorgen, vragen en suggesties; • In kaart brengen welke kansen en knelpunten bewoners en belanghebbenden zien. 3.

Creëren van gezamenlijke inzichten • Door middel van de focusgroepbijeenkomsten (zie 1.3) de diepte ingaan en samen tot meer gedragen inzichten komen; • Verschillende perspectieven de ruimte geven en bij elkaar brengen.

4. Versterken van vertrouwen en betrokkenheid • Transparant laten zien hoe input wordt gebruikt in het vervolgproces; • Bewoners en belanghebbenden laten zien dat hun bijdrage daadwerkelijk invloed heeft; • En uitleggen waarom niet alles een plek kan krijgen in het vervolgproces.

1.2 Doelgroepen en belangen Er wordt gestreefd naar een zo divers mogelijke deelnemersgroep en het bij elkaar brengen van zoveel mogelijk perspectieven. De doelgroepen voor de participatie die we onderscheiden zijn bewoners, ondernemers, bewonersinitiatieven en georganiseerde stakeholders. Niet alle vragen die we willen voorleggen zijn in gelijke mate interessant voor alle beoogde doelgroepen, bijvoorbeeld omdat zij andere belangen hebben. We onderscheiden daarom drie deelnemersgroepen met eigen belangen: 3

1. Bewoners (woningeigenaren en (ver)huurders) en ondernemers: De overstap naar schone energie raakt in de toekomst iedereen die nu nog op gas verwarmt of kookt. Zij worden in de toekomst potentieel klant van het Haags warmtebedrijf of organiseren hun eigen duurzame (collectieve of individuele) warmtevoorziening. 2. Bewonersinitiatieven gericht op de energietransitie: Den Haag heeft een aantal heel betrokken bewonersinitiatieven. Zij zijn voor een groot deel met elkaar verenigd in het Haags Bewonersplatform Energietransitie (HBET). Daarnaast wordt een aantal initiatieven ondersteund door de Actielijn bewonersinitiatieven miniwarmtenetten. Bewonersinitiatieven zijn mogelijk een samenwerkingspartner van de gemeente en/of het Haags warmtebedrijf. Ook speelt hier de vraag over opgroeiruimte in relatie tot kavelstrategie. 3. Andere georganiseerde stakeholders: Onder de andere georganiseerde stakeholders zit een aantal partijen die een professionele, soms commerciële, rol spelen in de uiteindelijke warmteoplossing. Zij hebben verschillende rollen en belangen, zoals die van samenwerkingspartner, leverancier of juist groot afnemer (grootverbruikers, denk aan woningcorporaties, maatschappelijke instellingen of ziekenhuizen). Daarnaast zijn er belangenverenigingen zoals ondernemersorganisaties of de huurdersbond.

Met een aantal van de georganiseerde stakeholders, zoals de woningcorporaties, vinden al regelmatig en op verschillende niveaus gesprekken plaats. Hoe er met een bredere groep stakeholders zal worden gesproken wordt gaandeweg en in overleg met hen ingevuld. Met een selectie van deze georganiseerde stakeholders waar we al mee in gesprek zijn en vertegenwoordigers van bewonersinitiatieven hebben we dit participatieplan besproken. Uit dat gesprek zijn waardevolle suggesties gekomen. Een aantal daarvan is verwerkt in dit plan. Andere suggesties zijn passender voor het participatieontwerp. Persoonsgerichte en oplossingsgerichte vragen en mate van betrokkenheid Niet iedereen die een belang heeft kan en wil op dezelfde manier of in dezelfde mate meedoen aan een participatietraject. Het kan daarom nuttig zijn om onderscheid te maken tussen persoonsgerichte en oplossingsgerichte vraagstukken. (zie Bleijenberg, Frankwatching, 13 april 2021). Bij een persoonsgerichte vraag, vraag je naar iemands ervaringen, opvattingen en voorkeuren. Het vraagt minder inspanning en maakt het daarmee makkelijker om een meer diverse en grotere groep te betrekken. Bij een oplossingsgerichte vraag, vraag je deelnemers om met elkaar een oplossing of advies te geven; het vraagt relatief meer inzet en tijd waardoor je een selectere groep kunt betrekken.

Dit geeft inzicht in de mate van invloed die passend is en welke methode en (werk-)vorm zich het beste leent om deze vragen te beantwoorden. Omdat we wel zoveel mogelijk diversiteit en verschillende perspectieven willen inbrengen in het participatieproces stellen we persoonsgerichte vragen (stadsdeelbijeenkomsten) en oplossingsgerichte vragen (focusgroepen).

1.3 Participatieaanpak Om met een zo breed en divers mogelijke groep in gesprek te gaan, kiezen we enerzijds voor een reeks van vier bijeenkomsten met een vaste kleine focusgroep waarmee de verdieping wordt opgezocht en met name oplossingsgerichte vragen worden voorgelegd (zie kader hierboven). 4

Anderzijds worden acht tot tien stadsdeelbijeenkomsten georganiseerd voor een groter en breder publiek. Hier zullen de vragen meer persoonsgericht van aard zijn. Bovendien worden aparte gesprekken gevoerd met bewonersinitiatieven die zich richten op de energietransitie in hun wijk of buurt. Ook voor deze groep zijn oplossingsgerichte vragen het meest passend. •

Focusgroepbijeenkomsten: Met de focusgroep gaan we in vier opeenvolgende bijeenkomsten de diepte in en geven we antwoord op oplossingsgerichte vragen. De focusgroep bestaat uit een kleine groep van zorgvuldig geselecteerde inwoners en stakeholders. Deelnemers adviseren de gemeente; dit kan in de vorm van afwegingskader, advies of plan.

•

Gesprekken met bewonersinitiatieven: Er worden verdiepende gesprekken gevoerd met betrokken bewonersinitiatieven uit het Haags Bewonersplatform Energietransitie (HBET) en de Actielijn mini-warmtenetten. Deelnemers kunnen meedenken en advies geven over oplossingsgerichte vragen over bijvoorbeeld samenwerking met het Haags warmtebedrijf, opgroeiruimte en kavelstrategie.

•

Stadsdeelbijeenkomsten: Tijdens een tour langs de acht stadsdelen beogen we een bredere groep van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden te betrekken en stellen we hen met name persoonsgerichte vragen. Deelnemers geven hun mening; de uitkomsten leveren informatie aan de focusgroepen en mogelijk ook directe input voor het warmteprogramma.

1.4 Vraagstukken voor participatie In de vragen die we stellen aan deelnemers aan dit participatietraject borduren we voort op de uitkomsten uit de eerdere participatie. Op basis van de eerdere raadplegingen bestaat er een duidelijk beeld van de waarden die Haagse inwoners belangrijk vinden bij de overstap op schone energie. We vragen niet opnieuw welke waarden mensen belangrijk vinden, maar we zoeken samen met deelnemers naar antwoorden op een aantal concrete vraagstukken. In het navolgende overzicht staat globaal benoemd welke onderwerpen we beogen te bespreken met welke groep.

5

Hieronder is dat verder uitgewerkt en worden de onderwerpen en vragen per deelnemersgroep nader toegelicht. Er wordt daarbij telkens onderscheid gemaakt tussen vragen over het warmteprogramma en het Haags warmtebedrijf.

1.4.1 Focusgroepbijeenkomsten met bewoners – onderwerpen en vragen Warmteprogramma Uitgangspunten warmteprogramma: we bespreken met deelnemers of zij de waarden die belangrijk worden gevonden die kwamen uit de stadsbrede raadpleging voldoende terugzien in de uitgangspunten van het warmteprogramma. En hoe de uitgangspunten vertaald worden naar concrete situaties.

•

We leggen het gemeentelijk instrumentarium voor, waaronder de aanwijsbevoegdheid, en gaan in gesprek over onder welke voorwaarden de instrumenten ingezet kunnen worden. Deelnemers bespreken wat nodig is om voldoende voorbereid te zijn op de stappen die volgen uit het warmteprogramma.

•

Voor sommige wijken is de voorgestelde warmteoplossing in het conceptontwerpwarmteprogramma niet doorslaggevend volgens de Startanalyse van het PBL. In het bijzonder bewoners van in de TVW genoemde ‘gele wijken’ hebben aangegeven hier graag gesprek over te voeren. Zo kunnen we het gesprek aangaan over de betekenis van midden temperatuur (MT) of lage temperatuur (LT) oplossingen: welke voor- en nadelen zien bewoners?

Haags warmtebedrijf Uitgangspunten Haags warmtebedrijf: ook voor het warmtebedrijf is het belangrijk om met een focusgroep in gesprek te gaan over de uitgangspunten en waarden die eraan ten grondslag liggen. Met o.a. als doel om in de toekomst een aantrekkelijk aanbod te kunnen doen dat zo goed mogelijk aansluit bij wensen en behoeften van deelnemers. • Zeggenschap bij oprichting en in de toekomst:

6

Bij oprichting: Binnen de kaders van wat wettelijk en financieel mogelijk is, kan het gesprek bijvoorbeeld gaan over wat een aanbod aantrekkelijk maakt. Het gaat dan om het totaal van vaste en variabele kosten, bijdrage aansluitkosten en de diensten die inwoners van een Haags warmtebedrijf verwachten. Daarnaast zal het gesprek gaan over de rol en invulling van een klantadviesraad ende bevoegdheden.

1.4.2 Gesprekken met bewonersinitiatieven - onderwerpen en vragen Voor de gesprekken met de bewonersinitiatieven die zich – vaak al geruime tijd – bezighouden met mogelijke warmteoplossingen voor hun wijk of buurt wordt verwacht dat de onderwerpen en vragen een mix zullen zijn van wat in de focusgroep over het warmteprogramma en het Haags warmtebedrijf aan de orde zal worden gebracht. Gebaseerd op eerdere gesprekken die met deze bewonersinitiatieven zijn gevoerd, is de verwachting dat daarnaast juist met deze groep de volgende specifieke thema’s aan bod zullen komen: • De samenwerking tussen bewonersinitiatieven (en mogelijk toekomstige warmtegemeenschappen) en het Haags warmtebedrijf - Welke rol kunnen bewonersinitiatieven hebben bij het Haags warmtebedrijf? - Welke rol kan het Haags warmtebedrijf hebben voor bewonersinitiatieven? - Welke zeggenschap willen en kunnen bewonersinitiatieven hebben bij het Haags warmtebedrijf en hoe gaan we dat organiseren? • Opgroeiruimte en kavelstrategie - Waar is nu al ruimte gewenst voor bewonersinitiatieven? Waar willen bewonersinitiatieven aan de slag? - Wat worden de uitgangspunten voor de kavelstrategie? • Meerdere bewonersinitiatieven zijn actief in ‘gele wijken’ waar de voorgestelde warmteoplossing niet doorslaggevend is volgens de Startanalyse van het PBL. Zij hebben al aangegeven daar graag het gesprek over te voeren.

1.4.3 Stadsdeelbijeenkomsten - onderwerpen en vragen Warmteprogramma Van Haagse inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden willen we weten: • Welke wensen, zorgen en ideeën leven er bij belanghebbenden over de warmteoplossing, waaronder isolatiemaatregelen, in hun wijk?

• • •

Welke mogelijkheden zien inwoners en stakeholders om aan te sluiten bij de voorgestelde warmteoplossing, inclusief de nodige stappen om te isoleren, in hun wijk? Wat wordt belangrijk gevonden in het bieden van ondersteuning vanuit de gemeente? Hoe kunnen we inwoners zo goed mogelijk informeren en betrekken bij de ontwikkelingen rondom de warmteoplossing in hun wijk?

Haags warmtebedrijf In relatie tot het warmteprogramma zal tijdens de stadsdeelbijeenkomsten – in het bijzonder in de gebieden waar het Haags warmtebedrijf in de toekomst een rol gaat spelen – ook vragen rondom het Haags warmtebedrijf aan bod komen. Deze vragen worden nader bepaald, aan de hand van de 7

gesprekken met de focusgroepen.

1.5 Ontwerp participatie In deze paragraaf wordt uiteengezet hoe het gehele participatieproces bestaande uit focusgroepbijeenkomsten, gesprekken met bewonersinitiatieven en stadsdeelbijeenkomsten eruitziet. Vervolgens wordt van elke aanpak de opzet kort toegelicht.

1.5.1 Overzicht participatieproces

Toelichting relatie tussen focusgroepbijeenkomsten, gesprekken met bewonersinitiatieven en stadsdeelbijeenkomsten Tijdens de focusgroepbijeenkomsten en de gesprekken met bewonersinitiatieven wordt gekeken of er vragen zijn die tijdens de stadsdeelbijeenkomsten gesteld moeten worden: zo kan het zijn dat blijkt dat deelnemers graag willen weten hoe bewoners uit de verschillende buurten denken over een bepaald onderwerp. De meningen en inzichten die uit de stadsdeelbijeenkomsten komen kunnen dan dienen om adviezen te toetsen of verder te verdiepen en aan te scherpen. Aan het einde van het traject volgt nog een ‘ateliermiddag’, waar een aantal deelnemers uit de focusgroep en de initiatievengroep zijn uitgenodigd en met elkaar uitwisselen wat hun adviezen zijn aan de gemeente. We gaan op zoek naar de overeenkomsten en eventuele verschillen.

1.5.1 Focusgroepbijeenkomsten – opzet Groepsgrootte: 25 – 35 personen (een vaste groep deelnemers) Aantal bijeenkomsten: 4 avonden Mate van invloed: adviseren Uitnodigen en selecteren van deelnemers Om zo veel mogelijk verschillende perspectieven uit de stad bijeen te brengen in de focusgroep wordt er veel aandacht besteed aan diversiteit bij het uitnodigen van inwoners en trekken we bij voldoende aanmeldingen een gewogen loting uit de aanmeldingen.

8

Op de volgende vier manieren nodigen we uit: 1. Via een persoonlijke uitnodigingskaart in de brievenbus. Op basis van een eenvoudige loting worden er 20.000 uitnodigingen verzonden. Naar de wijken waar de respons doorgaans laag is worden in verhouding meer uitnodigingen verstuurd. 2. Via sleutelpersonen/ambassadeurs in de buurten. Via de buurtteams van Duurzaam Den Haag, en collega’s in de stadsdelen organiseren we een laagdrempelige en toegankelijke manier om vragen te stellen over deelname aan het traject en om bewoners te enthousiasmeren mee te doen. 3. Via de (sociale) media en de Stadskrant. 4. Via bestaande contactenlijsten. Dat zijn bijvoorbeeld bewoners die hebben deelgenomen aan de direct bespaaractie, straatgesprekken of de raadpleging, en hebben aangegeven vaker benaderd te mogen worden voor participatietrajecten. Ook deze contactenlijsten bestaat uit een diverse groep inwoners. We proberen op deze manieren om bewoners te bereiken die minder snel geneigd zijn om mee te doen of die we doorgaans niet bereiken via meer gangbare kanalen. Mocht gaandeweg blijken dat in de aanmeldingen specifieke groepen gemist worden, dan plegen we daar nog extra acties op. Bijvoorbeeld door op locatie met mensen in gesprek te gaan. Bij meer dan 40 aanmeldingen trekken we een gewogen loting om een groep samen te stellen waarin verschillende perspectieven naar voren komen.

Daarbij worden in elk geval de volgende selectiecriteria gehanteerd: gender, woonsituatie, stadsdeel, opleidingsniveau, leeftijd en houding t.a.v. de energietransitie. Globale opzet bijeenkomsten Bijeenkomst 1: Kennismaken, welkom in focusgroep en wat gaan we doen, informeren algemeen over de energietransitie. Bijeenkomst 2: Herhaling van/aanvullend informeren, informeren over Haags warmtebedrijf, dialoog Haags warmtebedrijf. Bijeenkomst 3: Herhaling van/ aanvullend informeren, informeren over warmteprogramma, verschillende dialogen over warmteprogramma, vragen formuleren voor stadsdeelbijeenkomsten: na deze bijeenkomsten kan op basis hiervan het advies verder worden aangescherpt. Bijeenkomst 4: Afsluitende bijeenkomst: uitwerken adviezen. Praktische afspraken en werkwijze - De focusgroep wordt begeleid door een onafhankelijke procesbegeleider. De dialogen worden begeleid door getrainde gespreksbegeleiders van de gemeente. - Er wordt een mix aan werkvormen gebruikt om zo veel mogelijk aan ieders wensen en voorkeuren tegemoet te komen. Centraal staan de dialoog en de technieken uit de Deep Democracy. Het gaat erom naar elkaar te luisteren en tot uitkomsten te komen waar ook de minderheidsstem in gehoord wordt. - Iedere bijeenkomst start met een gezamenlijke maaltijd.

- Deelnemers ontvangen per bijeenkomst een cadeaubon ter waarde van €50,- als vergoeding voor hun tijd en inzet, op voorwaarde dat zij tenminste drie van de vier bijeenkomsten 9

aanwezig zijn geweest. Dit is om iedereen die dat zou willen in staat te stellen om deel te nemen aan de focusgroep.

1.5.2 Gesprekken met bewonersinitiatieven – opzet Groepsgrootte: 10 – 15 personen – dit gaat om initiatieven die zich bezighouden met de energietransitie Aantal bijeenkomsten: 2 avonden, of indien gewenst meer Mate van invloed: adviseren Uitnodigen en selecteren van deelnemers In samenspraak met het Haags Bewonersplatform Energie Transitie (HBET) en deelnemers aan het programma ‘Actielijn bewonersinitiatieven warmtenetten’ zullen initiatiefnemers van verschillende initiatieven worden uitgenodigd. Uitkomsten uit het traject zullen gedeeld worden met alle leden van het HBET en deelnemers aan de Actielijn. Globale opzet en werkvormen Bijeenkomst 1: Bepalen gespreksonderwerpen (zoals samenwerking tussen Haags warmtebedrijf en bewonersinitiatieven, kavelstrategie en ondersteuning), informeren, dialoog Bijeenkomst 2: Dialoog met gesprekspartners (zoals bijvoorbeeld de beoogde partners voor het Haags warmtebedrijf) en advies, vragen formuleren voor stadsdeelbijeenkomsten: na deze bijeenkomsten kan op basis hiervan het advies verder worden aangescherpt In voorgesprekken met stakeholders wordt vooraf besproken welke gespreksvormen en onderwerpen precies gewenst zijn. Gezamenlijk zullen we ons daarop voorbereiden door bijvoorbeeld de juiste kennispartners, stakeholders of experts aanwezig te hebben tijdens de bijeenkomsten.

Praktische afspraken en werkwijze - De gesprekken met bewonersinitiatieven worden begeleid door een procesbegeleider van de gemeente (of indien gewenst door deelnemers wordt deze rol anders ingevuld). - De werkvormen en onderwerpen worden in samenspraak met deelnemers vastgesteld.

1.5.3 Stadsdeelbijeenkomsten – opzet Groepsgrootte: onbeperkt, doel is om veel bewoners te bereiken Aantal bijeenkomsten: 8-10 bijeenkomsten, in ieder stadsdeel minimaal 1 Mate van invloed: raadplegen Uitnodigen van deelnemers Voor de stadsdeelbijeenkomsten is iedereen uit dat betreffende stadsdeel welkom. Aankondiging van de stadsdeelbijeenkomsten worden o.a. gedaan: -

In de focusgroepbijeenkomsten en gesprekken met bewonersinitiatieven Via lokale media en social media Via sleutelorganisaties en -personen Via collega’s van Stadsdelen en wijken Via bestaande contactenlijsten 10

Globale opzet en werkvormen In elk stadsdeel wordt minimaal één fysieke bijeenkomst georganiseerd. Het programma ziet er in grote lijnen steeds zo uit: Inloop met hapje eten en drinken, korte plenaire inleiding, gesprekken en groepsdialogen, plenaire afronding. Daarnaast wordt ook online een vragenlijst geplaatst voor iedereen die niet bij de fysieke bijeenkomst kan zijn of liever digitaal zijn/haar mening deelt en input levert. Praktische afspraken en werkwijze - De bijeenkomsten worden begeleid door een dagvoorzitter. - De dialogen worden begeleid door getrainde gespreksbegeleiders. - Er wordt een mix aan werkvormen gebruikt om zo veel mogelijk aan ieders wensen en voorkeuren tegemoet te komen. - Iedere bijeenkomst start met een gezamenlijke maaltijd.

1.5.4 Slotbijeenkomst Na alle focusgroepbijeenkomsten, gesprekken met bewonersinitiatieven en de stadsdeelbijeenkomsten wordt een afsluitende bijeenkomst georganiseerd met enkele vertegenwoordigers uit genoemde groepen. Deze slotbijeenkomst zal in het teken staan van een wederzijdse terugkoppeling en het formuleren van definitieve adviezen.

1.6 Uitkomsten en afronding van de participatie Volgens de planning ronden we eind april/begin mei dit participatietraject af. Dan zijn de definitieve adviezen en aanbevelingen gereed. Hieronder beschrijven we welke stappen er volgen na afronding van het traject. Warmteprogramma -

De adviezen worden waar mogelijk verwerkt in het conceptontwerp warmteprogramma. Dat resulteert in het ontwerp warmteprogramma. In de periode rond de zomer wordt het ontwerp warmteprogramma nog eenmaal voorgelegd aan de stad, in een zienswijzenprocedure. Na verwerking van de zienswijzen wordt het warmteprogramma door het college vastgesteld en ter informatie aan de gemeenteraad gestuurd. Waar nodig worden uitkomsten ook met andere afdelingen binnen de gemeente gedeeld.

Haags warmtebedrijf -

Het participatietraject valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente en de gemeente brengt op haar beurt de adviezen in tijdens de besprekingen met NetVerder en EBN. De wijze waarop en de mate waarin de resultaten in het definitieve ontwerp landen zijn afhankelijk van de besprekingen die met EBN en NetVerder zullen plaatsvinden.

11

-

-

De gemeente maakt inzichtelijk welke inzichten uit het participatietraject een plek hebben gekregen in het definitieve ontwerp voor het Haags warmtebedrijf en hoe dat is gedaan. En ook welke adviezen niet terugkomen in het definitieve ontwerp en waarom. In maart vindt er een briefing aan de raad plaats over het conceptontwerp bedrijfsplan van het Haags warmtebedrijf. Inzichten uit het participatietraject worden hier al zo veel mogelijk in meegenomen.

Terugkoppeling aan deelnemers en de stad We streven ernaar om nog voor de zomer 2026 een eerste terugkoppeling te geven aan de stad en de deelnemers in het bijzonder over wat er met de resultaten van het participatietraject is gedaan. Door verschillende factoren kan het zijn dat het (voor sommige) adviezen langer duurt om een terugkoppeling te geven. Bijvoorbeeld omdat de onderhandelingen met partners van het Haags warmtebedrijf nog niet rond zijn. In dat geval zullen we een prognose geven wanneer de terugkoppeling wel gegeven kan worden. In elk geval doen we het volgende: -

-

-

We vinden een passende manier om na afloop van het participatietraject (delen van) de uitkomsten te delen met de stad, zodat ook bewoners die niet hebben deelgenomen geïnformeerd worden over het warmteprogramma en het warmtebedrijf en in het bijzonder hoe stadgenoten daarover hebben nagedacht. Bijvoorbeeld met een artikel in de stadskrant en andere media. We geven bij ieder advies aan waarom het wel of niet overgenomen kan worden. We vragen deelnemers of zij hierover met ons in gesprek willen. Er wordt voor afronding van de focusgroep intern gekeken naar de wenselijkheid om de focusgroep voor langere tijd in stand te houden. Dat biedt een mogelijkheid om toekomstige beleidsvragen voor te leggen aan deze groep. Bij positief besluit wordt dit voorgesteld aan de focusgroep. Alle uitkomsten worden opgenomen in het participatieverslag conform de participatieverordening. Dit wordt met college en gemeenteraad gedeeld.

1.7 Evaluatie Om de aanpak goed te kunnen evalueren en in de aanpak te kunnen bijsturen wanneer gewenst, zullen wij op de volgende manieren evalueren: 1. Evalueren van bijeenkomsten: Na elke bijeenkomst ontvangen deelnemers een evaluatieformulier waarin zij anoniem hun ervaring kunnen delen over inhoud, proces en toegankelijkheid. Doel hierbij is te evalueren of deelnemers het proces transparant en rechtvaardig beoordelen: voelen zij zich gehoord, is alles begrijpelijk, is er voldoende ruimte voor alle verschillende perspectieven? Deze feedback helpt om het traject tussentijds bij te sturen. 2. Procesanalyse: Het verloop van het participatieproces wordt gemonitord. Na iedere bijeenkomst wordt bekeken of de vooraf bedacht werkvormen goed aansloten bij de wensen en behoeften van 12

de groep, of de werkvormen leidden tot de gewenste uitkomsten en wat er nodig is voor de volgende bijeenkomst om te voldoen aan de wensen en behoeften van deelnemers en de eisen die wij hebben gesteld aan het proces. 3. We analyseren voor, tijdens en na het traject hoe divers de samenstelling van deelnemers is en was en nemen dit mee in het participatieverslag. Wanneer dit kan, zullen we bijsturen. Bijvoorbeeld door extra acties om bepaalde doelgroepen te bereiken voor de stadsdeelbijeenkomsten. Punten uit deze evaluatie worden opgenomen in het participatieverslag dat na afronding van het participatietraject wordt gepubliceerd.

13

Bijlage 1 Achtergrond warmteprogramma en Haags warmtebedrijf

1.1 Wat staat er in het warmteprogramma? Het warmteprogramma biedt bewoners en andere belanghebbenden duidelijkheid over geschikte warmte- en koudeoplossingen en isolatieniveaus en in de stappen die ze kunnen zetten richting een aardgasvrije toekomst. Het warmteprogramma heeft betrekking op de periode tot en met december 2035. Daarnaast biedt het een vooruitblik op de beoogde warmteoplossing per buurt in 2050. Alle gemeenten zijn verplicht een warmteprogramma vast te stellen waarin staat in welke wijken de gemeente vóór 2035 aan de slag gaat met isolatie en de overstap op een duurzaam alternatief voor aardgas. Voor deze wijken beschrijft de gemeente in ieder geval: • • • •

De duurzame alternatieven voor aardgas die per wijk worden overwogen; Per wijk het duurzame alternatief voor aardgas tegen de laagste maatschappelijke kosten; Het aantal gebouwen/woningen dat wordt geïsoleerd, maar nog niet aardgasvrij wordt, en Het aantal gebouwen/woningen dat wordt geïsoleerd en waarbij de overstap naar een van de duurzame alternatieven wordt gerealiseerd.

Concreet biedt de gemeente in het warmteprogramma inzicht in welke buurten zij start met de isolatieaanpak en in welke buurten zij vóór 2035 start met de aanleg van een warmtenet. Begin 2026 wordt het conceptontwerp warmteprogramma exclusief de planMER voorgelegd aan het college. De definitieve versie van het warmteprogramma wordt naar verwachting eind 2026 vastgesteld door het college van B&W. Daaraan voorafgaand wordt het ontwerp-warmteprogramma en het planMER in 2026, volledig conform de Wgiw en de Omgevingswet, ter inzage gelegd en kunnen zienswijzen ingediend worden. Conform de participatieverordening zullen we hier voorafgaand de participatie goed organiseren.

14

Relatie met omgevingsplan en uitvoeringsplan De uitvoeringsplannen per wijk, buurt of gebied zullen een verdere detaillering bieden van de wijze waarop de gebouwde omgeving aardgasvrij wordt. Hoe een uitvoeringsplan er uit ziet is afhankelijk van het gebied en de warmteoplossing; het wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, ondernemers en partnerorganisaties. Het vaststellen of wijzigen van het Omgevingsplan is de juridisch bindende vertaling van het warmteprogramma en uitvoeringsplan. Het opstellen van een uitvoeringsplan is alleen verplicht als de gemeente de aanwijsbevoegdheid inzet. Dit is een bevoegdheid onder de Wgiw om wijken aan te wijzen waar het aardgas op een vastgestelde datum wordt afgesloten. Het uitvoeringsplan dient vervolgens als onderbouwing van de wijziging in het Omgevingsplan die nodig is om de aanwijsbevoegdheid toe te passen.

1.2 Wat doet het Haags warmtebedrijf? Het Haags warmtebedrijf is een publiek warmtebedrijf, waarbij publieke organisaties, zoals bijvoorbeeld gemeenten of Energie Beheer Nederland (EBN) (samen) de meerderheid van de aandelen hebben. Door mede-eigenaar te zijn heeft de gemeente invloed op bijvoorbeeld de kosten en opbrengsten. Ook kan de gemeente beter bepalen uit welke bron de warmte voor het warmtenet komt en voorrang geven aan lokale duurzame bronnen. De gemeente Den Haag werkt samen met EBN en NetVerder aan de opzet van het Haagse publieke warmtebedrijf. Het wordt daarmee een 100% publiek warmtebedrijf. De gemeente neemt de resultaten van dit participatietraject mee in de gesprekken met NetVerder en EBN over de strategie en governance van het bedrijf. Een Haags warmtebedrijf biedt veel voordelen. Een publiek bedrijf kan goedkoper geld lenen, omdat de overheid garant staat. Het kan beter laten zien hoe de kosten ontstaan en waar het geld naartoe gaat. En het heeft niet het doel om winst te maken, maar om warmte te leveren tegen zo laag mogelijke kosten. Dit maakt warmtenetten haalbaar én betaalbaar. Het Haags warmtebedrijf heeft 4 hoofdtaken: • • • •

Aanleggen, onderhouden en repareren van het warmtenet; Transporteren van warmte via leidingen naar woningen en gebouwen; Vaststellen van duidelijke en transparante tarieven en voorwaarden; Zorgen voor veiligheid en leveringszekerheid: bewoners krijgen altijd warmte.

In de toekomst kan de scope worden verbreed naar bijvoorbeeld het eigenaarschap van warmtebronnen.

15

Bijlage 2 Vervolg en verdieping op eerdere participatie

Eerdere participatie voor conceptontwerp warmteprogramma Tot aan de oplevering van het conceptontwerp warmteprogramma hebben al diverse participatiemomenten plaatsgevonden. In de zomer van 2024 is een participatieplan voor het conceptontwerp warmteprogramma opgesteld. In het participatieplan werd voorgesteld om een stadsbrede raadpleging te organiseren om inzicht te krijgen in welke waarden Haagse inwoners belangrijk vinden in de energietransitie. Dat Participatieplan warmteprogramma september 2024 is voor de uitvoering besproken met verschillende stakeholders, waaronder vertegenwoordigers van bewonersinitiatieven en een ondernemersvereniging, de Haagse Hogeschool, woningcoöperaties, energiebedrijven en energiecoaches. In het plan staat naast de geplande participatieactiviteiten voor het conceptontwerp warmteprogramma ook een overzicht van de participatie die heeft plaatsgevonden om te komen tot de Transitievisie Warmte, de voorloper van het warmteprogramma. Voor het conceptontwerp warmteprogramma zijn inwoners en ondernemers bevraagd over wat voor hen belangrijk is bij de overstap naar hernieuwbare warmte. Dat is gedaan met een stadsbrede raadpleging in de vorm van een publieke waardenevaluatie. Bij deze onderzoeksmethode krijgen inwoners de kans om advies te geven over oplossingsrichtingen, zodat duidelijk wordt wat voor hen belangrijk is.

Deze vorm gaf de mogelijkheid om een hele brede en grote groep bewoners te vragen naar hun ideeën met betrekking tot de energietransitie. Uit de raadpleging, waar ruim 2.120 mensen hebben deelgenomen, blijkt dat de meerderheid van de inwoners (66%) de plannen steunt om aardgasvrij te worden en over te stappen op duurzame alternatieven. Wel vinden zij dat de kosten voor de samenleving zo laag mogelijk moeten zijn en dat de gemeente hulp moet bieden, zodat iedereen mee kan doen aan de warmtetransitie. De keuze voor de meest duurzame oplossing wordt belangrijker gevonden dan snelheid om dit in te voeren. Deze uitkomsten hebben geleid tot aanpassing, aanscherping en een nieuwe prioritering van de uitgangspunten in het conceptontwerp warmteprogramma. Zie voor meer informatie het rapport ‘Voorkeuren van inwoners bij de overgang naar aardgasvrij wonen en werken in Den Haag’ (RIS 15273439). De raadpleging liet ook overduidelijk zien dat betaalbaarheid het belangrijkst wordt gevonden bij de overstap naar aardgasvrij. Betaalbaarheid is een relatief begrip, omdat de ervaring hiervan per persoon kan verschillen. In de raadpleging is niet onderzocht wat deelnemers onder betaalbaarheid verstaan. Om meer inzicht te verkrijgen in dit begrip, heeft Den Haag deelgenomen aan een landelijk onderzoek naar betaalbaarheid.

In dit onderzoek zijn tussen maart en juni 2025 bewoners uit zestien gemeenten bevraagd. Uit Den Haag deden maar liefst 2.616 mee aan het onderzoek. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in september 2025 gepubliceerd door EBN en worden, waar van toepassing, meegenomen in het definitieve warmteprogramma dat voor vaststelling door het college nog ter inzage wordt gelegd. De belangrijkste punten uit het onderzoek naar betaalbaarheid zijn: •

Voor een brede groep deelnemers zijn de belangrijkste doelen bij betaalbare warmte dat energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken, en dat zoveel mogelijk inwoners hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder. Een meerderheid van de deelnemers heeft een voorkeur voor lagere vaste kosten en hogere variabele kosten

16

• •

De gemiddelde woningeigenaar en huurder ontleent baten aan CO₂-besparing en extra wooncomfort (oftewel: de gemiddelde burger accepteert bepaalde hogere kosten wel als het bepaalde baten oplevert). Mensen die financieel moeilijk rondkomen hebben vergelijkbare prioriteiten maar hogere kosten zijn minder acceptabel

Zie voor meer resultaten uit het onderzoek naar betaalbaarheid het rapport ‘Resultaten van een inwonersonderzoek in Den Haag over de betaalbaarheid van duurzame warmteoplossingen’ (Rapport betaalbaarheid warmteoplossingen Den Haag).

Eerdere participatie Haags warmtebedrijf De gemeente Den Haag is in 2024 gestart met de voorbereiding van de oprichting van een Haags warmtebedrijf. In 2024 en 2025 hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met bewoners en bewonersinitiatieven over de plannen die in voorbereiding zijn. •

Begin september 2024 hebben de bewonersinitiatieven een presentatie over de eerste aanzet gekregen, gevolgd door een presentatie over de ondersteuning die bewonersinitiatieven van de gemeente mogen verwachten indien zij zelf een warmtenet willen initiëren.

•

Eind september 2024 is door Fakton een meer gedetailleerde presentatie over het voorgenomen warmtebedrijf gegeven aan dezelfde initiatieven en is een aanzet gegeven tot gezamenlijk onderzoek van de gemeente en de bewonersinitiatieven naar de mogelijkheden en randvoorwaarden waarbinnen de bewonersinitiatieven ruimte krijgen om verder te ontwikkelen tot een warmtegemeenschap.

•

In oktober zijn alle bewonersinitiatieven uitgenodigd voor een informatieavond over de Actielijn bewonersinitiatieven mini- en middelgrote warmtenetten. Deze avond is de eerste aanzet geweest voor de aanmelding van bewonersinitiatieven die een warmtenet willen starten. Na deze avond hebben zich circa 30 initiatieven en VvEs aangemeld die een miniwarmtenet zouden willen starten.

•

In november 2024 heeft een stadsbrede raadpleging plaatsgevonden. De voorbereiding voor het warmteprogramma vormde hiervoor de aanleiding. De onderzoeksresultaten leidden tot uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het warmteprogramma en – in veel bredere zin – aan de strategie en het beleid voor de warmtetransitie in Den Haag, dus ook aan het Haags warmtebedrijf.

•

Eind 2024 en begin 2025 heeft een kerngroep van bewonersinitiatieven samengewerkt aan het kennisdocument ‘Rol en positie van lokale collectieve bewonersinitiatieven in de warmtetransitie in Den Haag'. In dit kennis document worden allerlei samenwerkingsvormen tussen bewoners en het Haags warmtebedrijf onder de loep genomen.

•

Begin 2025 heeft ook een bijeenkomst over het Haags warmtebedrijf plaatsgevonden die op huurders was gericht. Deze bijeenkomst stond in het teken van informeren over de komst van een Haags warmtebedrijf en de ideeën en zorgen ophalen die huurders hierbij hebben. Ook hebben telefonisch gesprekken plaatsgevonden met particuliere verhuurders.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16504423/1