CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324414 Bijlage Conceptontwerp warmteprogramma

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Energietransitie24.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4 alinea's met “informatiebijeenkomst”: 478 605 675 716

Conceptontwerp Warmteprogramma

25 van 71

4.2.2 (Klein) Collectieve en/of individuele LT-oplossingen Er zijn diverse warmteoplossingen mogelijk voor (klein) collectieve en individuele systemen die gebruikmaken van een LT-bron (tot 60°C). In de praktijk gaat het vaak om een warmtenet voor meerdere gebouwen (100-1500 woningen of enkele utiliteitsgebouwen) met één of meerdere lokale bronnen, zoals aquathermie of warmte-koudeopslag (WKO). Een LT-oplossing gaat in de regel uit van woningen die goed geïsoleerd zijn. De woning moet dan ook beschikken over een passend afgiftesysteem, zoals LT-radiatoren of vloerverwarming. Voor woningen die nog niet geschikt zijn voor een warmtesysteem dat volledig op lage temperatuur opereert, kan de warmte in de woning opgewaardeerd worden naar MT-warmte. Als eindoplossing is dit onwenselijk, omdat het opwaarderen van de warmte in de woning veel extra energie kan kosten. Voor de productie van warm tapwater is een hogere temperatuur nodig in verband met legionellapreventie. Daarom maken we bij LT-systemen onderscheid tussen ruimteverwarming en tapwaterproductie; alleen het tapwater wordt opgewaardeerd. Dit kan met een warmtepomp, warmtepompboiler, zonneboiler of gewone boiler. Woningen die nog niet geschikt zijn voor LTverwarming (bijvoorbeeld door matige isolatie of een afwijkend afgiftesysteem) kunnen de temperatuur tijdelijk opwaarderen met een warmtepomp.

Een nadeel van warmtepomp kan geluidshinder en trillingen zijn. Daar moet rekening mee gehouden worden. Bewoners, VvE’s of ondernemers kunnen gezamenlijk het initiatief nemen om deze (klein) collectieve LT-warmteoplossingen te realiseren. De gemeente stimuleert en ondersteunt dit onder meer via de Actielijn bewonersinitiatieven warmtenetten (RIS320044 en RIS323582). Dit kan betekenen dat eventuele bronnen of leidingen in de openbare ruimte nodig zijn. Die sluit aan bij de strategieën uit de Startanalyse PBL: waarin clusters van gebouwen worden aangesloten op een lokaal LT-warmtenet, vaak in combinatie met individuele warmtepompen. In nieuwbouwgebieden, waar al aardgasvrij gebouwd moet worden, kan de gemeente een collectief systeem zelfs verplichten, bijvoorbeeld vanwege efficiëntie of ruimtelijke inpassing. Dit gebeurt onder meer in Laakhavens, waar een collectieve warmtevoorziening is voorgeschreven.

4.2.3 Buurten met een mix van warmteoplossingen In een aantal buurten waar niet één duidelijke warmteoplossing is voor de meeste gebouwen, kiest de gemeente voor maatwerk. Soms is dat omdat een buurt bestaat uit een mix van oude, minder goed geïsoleerde gebouwen en nieuwe goed geïsoleerde. Soms is de buurt een mix van bedrijventerrein en woningen. Ook parken met bebouwing aan de randen zijn als mix opgenomen. In de uitvoeringsplannen zal duidelijker worden voor welke delen van buurten welke oplossingen het beste passen.

4.2.4 Afwegingskader Om richting te geven aan een stadsbrede warmtetransitie kijken we verder vooruit dan de looptijd van dit eerste warmteprogramma (tot 2035). Op basis van een set criteria schetsen we welke warmteoplossingen het meest haalbaar en betaalbaar zijn om de meerderheid van de gebouwen in een bepaalde buurt aardgasvrij te maken. Dit doen we op basis van op dit moment beschikbare gegevens en context. Deze aardgasvrije warmteoplossing geeft richting aan gebouweigenaren en samenwerkingspartners van de gemeente; hiermee kunnen zij invulling geven aan hun strategie voor het realiseren van aardgasvrije buurten. Dit zijn de criteria waarmee we stadsbreed de toekomstige warmteoplossingen per buurt invullen: 1. Waar mogelijk handhaven we eerder gemaakte keuzes. We gebruiken de TVW als uitgangspunt: in 2023 vastgesteld en geeft inzicht in de geschikte warmteoplossing voor de meerderheid van de gebouwen in de buurt. Als er met voortschrijdend inzicht geen duidelijke

Conceptontwerp Warmteprogramma

26 van 71

2.

3.

4.

5.

andere voorkeursoplossing naar voren komt, handhaven we die warmteoplossing. Zo waarborgen we voorspelbaarheid van beleid. De laagste kosten in de PBL-startanalyse. Bij het bepalen van de meest geschikte warmteoplossing per buurt zijn de laagste kosten, zoals berekend in de actualisatie van de PBL-startanalyse aardgasvrije buurten, leidend. Indien de alternatieve oplossingen van PBL binnen een kostenmarge van twintig procent4 vallen, worden deze door de gemeente als gelijkwaardig beschouwd. Dan zullen de criteria die volgen zwaarder mee gaan wegen. Zie het kader in paragraaf 2.1 voor de definitie van laagste nationale kosten. Kenmerken van de buurt. Elke buurt heeft zijn eigen kenmerken, waardoor maatwerk noodzakelijk is. Wanneer de kosten voor een MT-warmtenet en een LT-oplossing vrijwel gelijk zijn, spelen specifieke eigenschappen van de buurt een doorslaggevende rol. Zo kunnen monumenten of een beschermd stadsgezicht leiden tot beperkingen of hogere kosten bij het isoleren. Ook drukte in de ondergrond kan een belangrijk buurtkenmerk zijn. In buurten met veel nieuwbouw of bedrijventerreinen is de warmtevraag doorgaans lager, wat invloed heeft op de keuze voor een warmteoplossing. Ook hittestress kan een belangrijke factor zijn. Daarnaast kijkt de gemeente naar de aanwezigheid van actieve bewonersinitiatieven.

In buurten waar bewoners zelf plannen ontwikkelen, gaat de gemeente in gesprek om samen te bepalen welk toekomstbeeld het beste aansluit bij hun ambities. In bijlage B wordt toegelicht in welke buurten deze kenmerken zijn meegewogen en waarom. Beschikbare warmtebronnen. In lijn met de Bronnenstrategie (RIS318482) wordt uitgegaan van zes petajoule (PJ)5 beschikbare MT-warmte: dat aanbod verdelen we zorgvuldig over de buurten waar het technisch en logisch toepasbaar is. Bij gelijke kosten maken we de afweging of er in sommige buurten wellicht een LT-warmteoplossing (individueel of klein collectief) beter past. Of bij buurten waar op basis van de Bronnenstrategie een lokale duurzame warmtebron beschikbaar is Milieueffecten. Tot slot nemen we de uitkomsten van de milieueffect rapportage mee. Die laat zien wat de gevolgen zijn van verschillende warmtebronnen voor het milieu. Dat helpt ons om een zorgvuldige en verantwoorde keuze te maken.

Schematisch ziet het afwegingskader er als volgt uit:

4

PBL geeft aan dat de onzekerheid over de kosten in de toekomst ertoe leidt tot een marge waarop de kosten als gelijk beschouwd moeten worden. Zij geven zelf aan dat deze marge rond de 20% ligt. 5 Een petajoule is een energie-eenheid die overeenkomt met 1 biljard joule. Het verwarmen van één kilogram water met één graden Celsius kost 4184 joule. Dit is per definitie ook gelijk aan één kilocalorie aan energie.

Conceptontwerp Warmteprogramma

27 van 71

Figuur 4.1: schematische weergave van het afwegingskader voor de beoogde warmteoplossing per buurt.

4.3 Stadsbreed toekomstbeeld 2050 Gebruikmakend van het afwegingskader hebben we alle buurten van Den Haag geanalyseerd en een beoogde warmteoplossing uitgekozen. We beogen voor het grootste gedeelte van de stad MTwarmtenetten en voor een kleiner deel LT-oplossingen. Er zijn ook buurten die dusdanig bouwkundig divers zijn dat een maatwerkaanpak met MT- en LT-oplossingen vereist is. In onderstaande figuur is het overzicht van de beoogde warmteoplossingen per buurt in Den Haag te zien. Hierin is goed te zien dat er een hoge mate van clustering van warmteoplossingen is. Het globale beeld is dat de oudere, meer dichtbebouwde buurten in- en rondom het centrum met name geschikt zijn voor MT-oplossingen. De nieuwere buurten, vaak met betere isolatie, vormen daar een schil van LT-oplossingen omheen. Binnen een buurt is het echter mogelijk dat individuele woningen afwijken van de globale voorgenomen warmteoplossing. Dit conceptontwerp warmteprogramma is een concretere invulling van de TVW. Zo zijn de zogenoemde TVW-hybride warmtepompbuurten nu voor 2050 concreet ingekleurd naar type beoogde warmteoplossing. Dit betekent niet dat een hybride warmtepomp geen goede tussenoplossing kan zijn om gas te besparen. Dat kan het nog steeds zijn. In het kort zijn de beoogde oplossingen voor 2050 als volgt tot stand gekomen (zie ook het afwegingskader): 1.

Als de TVW-keuze overeenkomst met de PBL-analyse én de optie met de laagste kosten is, wordt dit gevolgd. 2. Waar de TVW hybride warmtepomp aangaf voor 2030, is de oplossing met de laagste kosten uit de PBL-startanalyse gekozen. 3. Bij nagenoeg gelijke kosten (maximaal 20 procent verschil) zijn buurtkenmerken (zoals hittestress, bodem, of bewonersinitiatief), bronnen en milieueffecten doorslaggevend voor de oplossing. In hoofdstuk 6 lichten we toe in welke buurten wij extra gaan ondersteunen tot 2035. Een nadere specificatie van alle buurten is te vinden in bijlage B.

Conceptontwerp Warmteprogramma

28 van 71

Figuur 4.2: stadsbreed toekomstbeeld schone warmteoplossingen in 2050.

Om te bepalen of er genoeg duurzame warmte beschikbaar is om de huidige warmtevraag te vervangen, hebben we gebruikgemaakt van verbruiksdata van netbeheerder Stedin 6. Hiermee hebben we de actuele, reële gasvraag per buurt in kaart gebracht en gebundeld naar beoogde warmteoplossingen. De cijfers moeten geïnterpreteerd worden als een bovengrens; sommige grootverbruikafnemers gebruiken gas voor andere doeleinden dan warmte, maar dat is niet in de data te onderscheiden. De tabel geeft in feite de situatie weer als honderd procent van het verbruikte gas in Den Haag toegeschreven zou worden aan opwek van warmte. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten van onze inventarisatie van de warmtevraag en de verdeling van de beoogde warmteoplossingen over de buurten in Den Haag samengevat. We geven per warmteoplossing weer hoeveel buurten we daarvoor geschikt achten en hoeveel woningequivalenten het totaal betreft. Verder geven we aan wat de totale – nog uit te faseren – fossiele warmtevraag is. De bestaande, deels nog met fossiele energie verwarmde, warmtenetten zijn ook in de tabel opgenomen. Warmteoplossing

MTwarmtenetten LT-oplossingen

68

280.041

Verwacht percentage van het totaal aan WEQ 74%

36

66.284

18%

2,5

Mix

11

31.620

8%

0,7

Bestaande warmtenetten Totaal

Aantal CBS buurten

WEQ

Fossiel warmteverbruik 2024 (PJ) 7,7

1 115

377.945

100%

11,9

Tabel 4.1: overzicht van de toepassing van de verschillende warmteoplossingen en bijbehorende actuele warmtevraag.

Gebruikmakend van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben we ook de langjarige trend van de warmtevraag van onze stad in kaart gebracht (zie figuur 4.3). Deze historische 6

Stedin houdt data van het gasverbruik van elke buurt in Den Haag bij, uitgesplitst in kleinverbruikaansluitingen (KVB) en grootverbruikaansluitingen (GVB). Vanwege regels omtrent privacy, mag Stedin geen GVB-data delen van buurten met minder dan tien aansluitingen. Deze data worden nog wel aangeboden, maar gebundeld. Hiermee is voor ons het exacte verbruik niet voor iedere buurt exact te herleiden. We hebben de gebundelde data verdeeld over alle wijken met minder dan tien aansluitingen, gewogen naar het KVBverbruik. De gemaakte aanname is dat als een wijk heel veel gas via KVB-aansluitingen verbruikt, dit ook zal gelden voor de in de wijk aanwezige GVB-aansluitingen. Vanwege deze onzekerheid in de data, raden we lezers aan om in deze paragraaf een onzekerheidsmarge van 0,2 PJ aan te houden.

Conceptontwerp Warmteprogramma

29 van 71

trend laat sinds 2010 een sterke daling van de warmtevraag van huishoudens zien. Hoewel we deze lijn niet simpelweg kunnen doortrekken naar 2050, hebben we geen reden om te verwachten dat de daling van de warmtevraag stopt. Vanwege onze beleidsmatige inzet op isolatie en verduurzaming (zie hoofdstuk 5) verwachten we dat de vraag naar warmte tot 2050 zal blijven afnemen. Als de vraag naar warmte de komende jaren blijft afnemen (o.a. door isolatie) en we als gemeente het MT-warmte potentieel uit de Bronnenstrategie (RIS318482) weten te realiseren (zes petajoule), dan komen vraag en aanbod van duurzame warmte bij elkaar in de buurt.

Figuur 4.3: Ontwikkeling van de gemiddelde gasvraag per woning in Den Haag. De data per buurt is gebundeld naar beoogde warmteoplossing in het warmteprogramma en gecorrigeerd voor verschillen in buitentemperaturen tussen verschillende jaren. De gasvraag neemt gemiddeld voor alle typen buurten sinds 2012 af.

4.4 Verduurzaming van bedrijventerreinen Gemiddeld genomen bestaat ongeveer driekwart van het energieverbruik op de Haagse bedrijventerreinen uit elektriciteit (RIS323385). Door duurzame opwek van elektriciteit op eigen terrein is veel CO₂-winst te realiseren. Ongeveer vijftig procent van het gebouw- en procesgebonden elektriciteitsgebruik kan op eigen terrein worden opgewekt. Ter indicatie, op het Forepark wordt nu ongeveer 26 procent van de verbruikte elektriciteit op eigen terrein opgewekt en op ZKD ongeveer twintig. Daar ligt dus nog veel potentie. Hier zetten we de komende jaren actief op in. In het algemeen geldt dat voor de meeste bedrijventerreinen een individuele warmtepomp of een kleincollectieve LT-oplossing als meest voor de hand liggende duurzame alternatief. Voor specifieke panden met een hoge en continue warmtevraag kan een aansluiting op een MTwarmtenet echter aantrekkelijk zijn, mits er een bron en infrastructuur in de nabijheid aanwezig is. Dit is locatiespecifiek en hangt samen met technische en economische factoren. Hoewel deze optie niet de standaardroute is op basis van laagste kosten, kan zij in bepaalde gevallen bijdragen aan een efficiënte en betaalbare oplossing. Het valt bovendien niet uit te sluiten dat marktcondities in de toekomst veranderen, waardoor aansluiting op een warmtenet voor sommige bedrijven aantrekkelijker wordt.

Verder is er een aantal zaken om rekening mee te houden op bedrijventerreinen: •

•

Bij bedrijfspanden hoeft niet altijd het gehele pand verwarmd te worden. Het isoleren van het pand, of in ieder geval de verwarmde ruimtes, is een no-regret maatregel. De gemeente heeft hiervoor de Subsidie isolatie bedrijfspanden (RIS314018). Voor bedrijven met een jaarlijks energiegebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) geldt de energiebesparingsplicht. Dit geldt voor maatregelen met een

Conceptontwerp Warmteprogramma

30 van 71

•

terugverdientijd van vijf jaar of minder. De Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) handhaaft deze maatregel. Daar waar een sterke koelvraag is, zoals bij voedselgerelateerde bedrijvigheid, is een collectief LT-bronnet aantrekkelijker dan de individuele warmtepomp.

Conceptontwerp Warmteprogramma

31 van 71

5 Isolatie op maat Veel van de woningen en gebouwen in Den Haag zijn op dit moment onvoldoende geïsoleerd; zij moeten geïsoleerd worden tot minimaal het vereiste niveau voor de voorziene warmteoplossing. Het is dan ook belangrijk dat de gekozen isolatiemaatregelen zijn afgestemd op de toekomstige, meest geschikte warmteoplossing voor de buurt. Lees: de woning moet zodanig geïsoleerd zijn, dat de temperatuur in huis aangenaam is, ook op koude dagen.

5.1 Isoleren en energiebesparing is de eerste stap Door woningen en gebouwen te isoleren, bevorderen we de transitie naar schone energie. Dit resulteert in een lager energieverbruik. Dat kunnen we onder meer doen door: • gebouwen te isoleren; • gebouwen efficiënt te ventileren; • kieren te dichten; • over te stappen naar inductie koken; • energiezuinige apparaten te gebruiken; • zonnepanelen te gebruiken voor het opwekken van stroom. Daarbij geldt dat oude woningen vanuit de bouw minder goed geïsoleerd zijn dan nieuwe woningen. In sommige woningen moet naast isolatie ook het warmteafgiftesysteem aangepast worden, zoals de radiatoren. Bijvoorbeeld als de bewoners gebruik maken van een nieuwe warmteoplossing. Hybride warmtepompen kunnen in veel gevallen een goede tussenstap zijn als er binnen nu en tien jaar nog geen plannen zijn voor een nieuwe warmteoplossing. Hoewel ze nog steeds deels afhankelijk zijn van aardgas, zorgen ze voor een aanzienlijke vermindering van het aardgasverbruik. Daarnaast maken hybride warmtepompen het mogelijk om alvast ervaring op te doen met duurzaam verwarmen en om het energieverbruik te verlagen. Ondertussen kan de woning stap-voor-stap worden voorbereid op een toekomst zonder aardgas. Afgezien van technische maatregelen is gedrag ook belangrijk voor de verwezenlijking van de warmtetransitie.

Bewust omgaan met energie is altijd goed en draagt bij aan een lagere energierekening. Denk aan de verwarming een graad lager zetten, ongebruikte ruimtes niet verwarmen, timers gebruiken en apparatuur goed in te regelen. We geven nadrukkelijk de voorkeur aan het gebruik van biobased isolatiematerialen, gemaakt van natuurlijke grondstoffen, zoals houtvezel, hennep, vlas of cellulose. Deze materialen hebben veel voordelen: • ze zijn duurzamer en minder belastend voor het milieu; • ze hebben een goede vochtregulatie; • ze zijn meer geluiddempend dan niet-biobased isolatiematerialen; • In de zomermaanden houden ze de warmte van de zon beter tegen. Tegelijkertijd zijn er ook uitdagingen: bepaalde biobased isolatie is duurder en aannemers en adviseurs hebben nog maar beperkte ervaring met deze materialen. De gemeente wil in de komende vijf jaar de isolatie met biobased materialen in Den Haag substantieel verhogen.

5.2 Actieprogramma opknappen en isoleren woningen Momenteel zien we dat woningen en gebouwen veelal worden verduurzaamd op natuurlijke momenten. Denk aan regulier onderhoud of bij een verhuizing. Om onze klimaatambities waar te kunnen maken, moet het tempo omhoog en dus moeten bewoners en ondernemers waar mogelijk

Conceptontwerp Warmteprogramma

32 van 71

beginnen met het besparen van energie. Door te isoleren, maar ook door energie te besparen door zuiniger aan te doen, door over te stappen van koken op gas naar elektriciteit en door zonnepanelen aan te schaffen. De Rijksoverheid faciliteert dit met aantrekkelijke subsidies en leningen. De gemeente Den Haag faciliteert én ondersteunt isolatieactiviteiten met het Actieprogramma opknappen en isoleren woningen (RIS316094). In 2023 is de gemeente gestart met dit programma. Door slecht geïsoleerde woningen met voorrang te verduurzamen kunnen we energiearmoede tegengaan: de energierekening wordt lager. Bovendien maakt een passend isolatieniveau woningen en wijken geschikt voor de overstap op duurzame warmte van een warmtepomp of warmtenet. De ambitie van het Actieprogramma opknappen en isoleren is dat er in 2030 geen slecht geïsoleerde woningen meer zijn, zoals woningen met een energielabel E, F of G. Woningcorporaties moeten dit doel voor 2029 al realiseren (zie: Nationale prestatieafspraken 2025-2035). Vanaf 2029 gelden er bovendien verplichte minimumeisen voor de energieprestatie van (particuliere) huurwoningen. Vanaf 1 januari 2029 moet elke huurwoning minimaal energielabel D hebben met uitzondering van monumenten, kleine vrijstaande woningen en onder voorbehoud van instemming van een eventuele Vereniging van Eigenaars (VvE).

Er zijn nog veel slecht geïsoleerde woningen, met name onder VvE’s, particuliere woningen in vooroorlogse wijken en bij particuliere verhuurders. Het verduurzamen van woningen is een complex vraagstuk. Woningeigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het isoleren van hun woning. Om dat te stimuleren steunt de gemeente hen met dienstverlening, subsidies en gerichte aanpakken. Ook wanneer bewoners samen het initiatief nemen voor duurzaamheidsmaatregelen of duurzame warmteoplossingen, biedt de gemeente ondersteuning. Bijvoorbeeld door aanvullende informatie te geven of onderzoek te (laten) doen. Zo wil de gemeente de uitfasering van EFG-woningen versnellen naar tienduizend woningen per jaar (zie RIS316094). Bij de uitvoering van het Actieprogramma zoeken we naar een passende en efficiënte inzet van capaciteit en middelen. De mate waarin bewoners hun woning kunnen isoleren verschilt per huishouden en per wijk. De gemeente zet nu extra in op het aanpakken en isoleren van woningen in wijken waar veel energiearmoede voorkomt, waar veel slecht geïsoleerde woningen zijn en waar al concrete plannen liggen voor een warmtenet. Het Actieprogramma bestaat uit een stevig stadsbreed aanbod dat voor iedereen in de stad beschikbaar is en aanvullende aanpakken voor verschillende delen van de stad.

Het Actieprogramma is op drie hoofdlijnen ingestoken: • Voor iedereen: algemene ondersteuning zoals advies, subsidies en collectieve inkoop (3.500 woningen per jaar). • Voor wijken met EFG-woningen en warmtenetwijken: gerichte aanpak via VvE’s, straataanpakken en wijkinitiatieven (2.000 woningen per jaar). • Voor inwoners met energiearmoede en voor geselecteerde slecht geïsoleerde woningen: intensieve ondersteuning via corporaties, isolatiebrigades en ontzorgingsprogramma’s (4.500 woningen per jaar). Bij deze isolatieaanpak beogen we dat verduurzaming en onderhoud zoveel mogelijk hand in hand gaan, voornamelijk in vooroorlogse wijken. Daarmee combineert de gemeente de volgende ontwikkelingen: • vermindering van gasverbruik en CO2-uitstoot; • verbetering van wooncomfort; • aanpakken van achterstallig onderhoud; • verlagen van energierekeningen. We zoeken in onze aanpak echter naar meer combinaties. Denk aan combineren van isolatie en ventilatie; daarmee worden woningen gezonder, veiliger én energiezuiniger. Hiermee profileren we Den Haag als een stad waar het voor iedereen goed wonen is met toekomstbestendige, klimaatneutrale, gezonde en veilige woningen. Met deze isolatieaanpak werken we naar een

Conceptontwerp Warmteprogramma

33 van 71

woningvoorraad toe die vanaf 2040 voldoet aan de Haagse basiskwaliteit, zoals beschreven in de Woonvisie (RIS319812). Sommige bestaande woningen zijn moeilijker te isoleren, bijvoorbeeld door een monumentale status of door ruimtegebrek. Voor deze woningen behouden we de mogelijkheid tot maatwerk en een voorkeur voor een warmteoplossing van midden temperatuur. Ook bieden we een isolatiesubsidie en ondersteuning voor monumentale woningen. Actuele informatie over duurzaam wonen subsidies en dienstverlening is te vinden op Duurzaam wonen - Den Haag Minimale isolatiemaatregelen en geen-spijt isolatiemaatregelen Hoe beter een woning is geïsoleerd, hoe lager de vraag naar warmte en hoe lager de watertemperatuur die nodig is voor het afgiftesysteem. Een lagere watertemperatuur resulteert in lagere energiekosten en een hoger rendement van het verwarmingssysteem. Om gebouwen comfortabel en energiezuinig te kunnen verwarmen met nieuwe, schone warmtebronnen, is een goede voorbereiding nodig. We laten daarom per warmteoplossing zien welke isolatiemaatregelen en systeemaanpassingen minimaal nodig zijn. Zo weten inwoners welke isolatiemaatregelen en aanpassingen aan het verwarmingssysteem nodig zijn om hun woning comfortabel en energiezuinig te verwarmen. Sommige isolatiemaatregelen zijn altijd een slimme keuze, ongeacht de nieuwe warmteoplossing.

Dit zijn zogeheten geen-spijt isolatiemaatregelen, zoals vloer- of bodemisolatie, binnen- of buitenkant dakisolatie, gevelisolatie en isolerend glas (zoals HR++ of triple glas). Allemaal verbeteringen die áltijd nuttig zijn, ongeacht de warmteoplossing. Deze isolatiemaatregelen verhogen het comfort in huis, verlagen het energieverbruik en beperken warmteverlies op de plekken waar dat het grootst is. Zie hieronder hoe groot die verliezen gemiddeld zijn bij een niet-geïsoleerde woning.

Figuur 5.1: Gemiddelde warmteverliezen bij een niet-geïsoleerde woning

5.3 De isolatieopgave Hoe goed een gebouw is geïsoleerd bepaalt of een bepaalde warmteoplossing goed werkt. Zo is voor een MT-warmtenet een isolatieniveau van minimaal energielabel D voldoende. Om een gebouw te verwarmen met een (klein) collectieve of individuele LT-oplossing is een hoger isolatieniveau vereist:

Conceptontwerp Warmteprogramma

34 van 71

minimaal energielabel A. Op basis van technische en praktische overwegingen hanteren we deze energielabels echter niet meer, maar maken we gebruik van de gemeentelijke isolatiescore van 1 tot 5. Die isolatiescore focust op het daadwerkelijke isolatieniveau van een gebouwschil, terwijl het energielabel niet uitsluitend afhankelijk is van de mate van isolatie. Ook de aanwezigheid van zonnepanelen of duurzame warmtevoorzieningen hebben invloed op een energielabel, maar niet op de isolatiescore.

Isolatiescore en warmtevraag De isolatiemonitor is een intern monitoringssysteem van de gemeente en geeft inzicht in alle isolatiestappen in de stad, zowel mét als zonder gemeentelijke steun. De methode is modelmatig en gebruikt datasets zoals de theoretische warmtevraag van woningen uit energielabels en afname van rijkssubsidies voor isolatiemaatregelen. Jaarlijks wordt nieuwe data toegevoegd om voortgang te meten. De isolatiescore zegt iets over de (theoretische) warmtevraag van een woning. Deze drukken we uit in score 1 tot en met 5. Hierbij geldt dat een woning met score 1 slecht is geïsoleerd (min of meer vergelijkbaar met een woning met een energielabel E, F of G), en een woning met een score 4 of 5 goed is geïsoleerd (vergelijkbaar met een woning met een energielabel A of beter). Hieronder een overzicht van de isolatiescores en de theoretische warmtevraag die daarbij hoort: Isolatiescore 1: > 190 kWh/M²/jaar Isolatiescore 2: 160 – 190 kWh/M²/jaar Isolatiescore 3: 130 – 160 kWh/M²/jaar Isolatiescore 4: 100 – 130 kWh/M²/jaar Isolatiescore 5: < 100 kWh/M²/jaar

Op basis van een analyse van de piekvraag warmte (w/m2) en de warmteafgiftetemperatuur, komen we tot de volgende minimale isolatiescores per warmteoplossing: Geschikte warmteoplossing

Toepasbaarheid in de gebouwde omgeving

Isolatiescore

Beschrijving

Vergelijkbaar energielabel van de gebouwschil

(klein) Collectieve en/of individuele oplossingen (bijvoorbeeld warmtepompen) op lage temperatuur (LToplossingen)

Toepasbaar in buurten met een (zeer) goede isolatie, in gebieden waar warmtenetten op midden temperatuur minder rendabel zijn, of waar bewoners – individueel of gezamenlijk – kunnen investeren in duurzame alternatieven, zoals bodemenergie of volledig elektrische oplossingen.

4 en 5

Goed tot zeer goed geïsoleerd

A of beter

Conceptontwerp Warmteprogramma

35 van 71

Collectieve warmtenetten op midden temperatuur (MTwarmtenetten)

Geschikt voor dichtbebouwde gebieden waar voldoende warmtebronnen beschikbaar zijn en collectieve infrastructuur rendabel is.

2–4

Matig tot goed geïsoleerd

D t/m B

Onderstaande kaart laat zien of nagenoeg bijna alle woningen in een buurt een isolatiescore hebben die aansluit bij de toekomstige duurzame warmteoplossing in die buurt. In buurten waar dat nog niet het geval is, ligt de opgave om in de komende jaren dat isolatieniveau te realiseren. Voor MTverwarming betekent dat alle woningen een isolatiescore nodig hebben van 2 en meer. Voor LTverwarming betekent dit een score van 4 of 5.

Figuur 5.2: stadsbreed beeld isolatieniveau in relatie tot de passende warmteoplossing

De kaart laat zien wat de isolatiestatus is van de verschillende buurten met betrekking tot de beoogde warmteoplossing voor de lange termijn. Groen betekent dat meer dan negentig procent van de woningen in een buurt goed geïsoleerd is voor de beoogde warmteoplossing. In deze buurten is maatwerk nodig om met name de laatste woningen die nog niet voldoen naar een hoger isolatieniveau te brengen. Bij gele buurten betreft dat meer dan 50 procent en minder dan negentig procent. In de oranje buurten ligt er een uitdaging voor de komende tien jaar: in deze buurten is minder dan de helft van de woningen op dit moment klaar voor de overstap naar de beoogde warmteoplossing. Over het algemeen is 75 procent van de woningen in Den Haag goed genoeg geïsoleerd voor de voorziene warmteoplossing. Bewoners en gebouweigenaren die benieuwd zijn naar het isolatieniveau van hun woning of gebouw en welke isolatiemaatregelen nodig zijn, krijgen in deze adreschecker inzicht. De mate van isolatie is afhankelijk van het type woning. De informatie in de adreschecker is gebaseerd op de warmteoplossing in hun buurt en algemene kenmerken op basis van de bouwperiode van de woning.

Conceptontwerp Warmteprogramma

36 van 71

In de huidige focusbuurten van het Actieprogramma opknappen en isoleren woningen (RIS316094) is doorgaans een MT-bron voorzien als warmteoplossing. En daarvoor zijn aanzienlijk minder isolatiemaatregelen nodig. Toch blijven deze buurten belangrijk binnen het Actieprogramma, vanwege de aanpak van energiearmoede en het verbeteren van de woningkwaliteit. Buurten met slecht geïsoleerde woningen waar een LT-warmteoplossing is voorzien, krijgen de komende tien jaar extra ondersteuning binnen het Actieprogramma. De buurten Marlot, Vogelwijk en Benoordenhout krijgen de eerste vijf jaar hierin prioriteit, omdat in deze buurten nog de meeste isolatiestappen gezet moeten wordem. Zo stimuleren we eigenaren om hun woning voldoende te isoleren, zodat ze klaar zijn voor de overstap naar schone warmte. In buurten met veel slecht geïsoleerde woningen waar een LT-warmteoplossing is voorzien hanteren we een andere isolatieaanpak en dienstverlening dan de bestaande focusbuurten van het Actieprogramma. In die laatste groep is de aanpak intensiever vanwege energiearmoede, achterstallig onderhoud aan woningen en sociale en financiële problematiek bij inwoners. In de buurten waar we extra ondersteunen, zetten we in op versterkte communicatie en meer gerichte aandacht. Zo werken we daar met een projectleider, straataanpakken, communicatiecampagnes en collectieve inkoopacties.

Het Actieprogramma opknappen en isoleren maakt bovendien gebruik van instrumenten en maatregelen die toegankelijk zijn voor álle bewoners. Hieronder is het ondersteuningsaanbod van de gemeente weergeven voor het isoleren van woningen.

Figuur 5.3: ondersteuningsaanbod isoleren woningen

5.4 Isolatie- en verduurzamingsopgave utiliteiten Energielabelplicht utiliteiten Voor wat betreft utiliteitsgebouwen (bedrijven en instellingen) is de stap van energielabel naar isolatiescore (nog) niet gemaakt. Sinds 2015 is het in Nederland verplicht om bij de verkoop, verhuur en oplevering van een utiliteitspand een geldig energielabel te overhandigen. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) handhaaft hierop. Voor bedrijven en instellingen is een geregistreerd energielabel tien jaar geldig. De energiebehoefte in kWh per kubieke meter per jaar is een van de drie indicatoren op basis waarvan het label wordt afgegeven. De energiebehoefte per vierkante meter is een belangrijke indicator voor de isolatiewaarde van het pand. De andere indicatoren gaan over ‘de prestaties van de installaties’ en het aandeel hernieuwbare energie dat gebruikt wordt.

Conceptontwerp Warmteprogramma

37 van 71

Voor deze gebruikstypen geldt de bovenstaande energielabelplicht (Bron, Rijksoverheid) • • • • • • •

kantoor; onderwijs, zoals scholen en universiteiten; bijeenkomstplekken, zoals cafe's, restaurants, kinderopvang en vergadercentra; gezondheidszorg, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen; logies, zoals hotels en pensions; sportplekken, zoals sporthallen, stadions, zwembaden; winkels, zoals supermarkten, warenhuizen, showrooms van garage.

Voor deze gebouwen is geen energielabel nodig (bron Rijksoverheid) • • • • • • •

een gebouw dat onteigend is en vervolgens wordt gesloopt; gebouwen voor religieuze activiteiten, zoals kerken en moskeeën; vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot vijftig vierkante meter. Bijvoorbeeld een tiny house, woonboot of woonwagen; (agrarische) bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking, bijvoorbeeld fabriekshallen; gebouwen die ten hoogste twee jaar in gebruik zijn, zoals bouwketen, noodwinkels en noodlokalen bij scholen; woningen die minder dan vier maanden per jaar in gebruik zijn. En met een verwacht energieverbruik van minder dan 25 procent van het verbruik bij permanent gebruik; gebouwen die geen energie gebruiken om het klimaat binnen te regelen, zoals schuren of garages.

Label C verplichting kantoren Sinds 1 januari 2023 is het voor kantoren met een gebruiksoppervlakte groter dan honderd vierkante meter verplicht om energielabel C te hebben. De Haagse Pandbrigade controleert bij kantoren of er een energielabel C aanwezig is. Als deze ontbreekt, maar wel vereist is, dan zorgen zij dat dit er komt. Er zijn twee extra fte’s vrijgemaakt om deze handhaving te intensiveren. In totaal gaat het om ongeveer 2.000 kantooradressen in Den Haag met een plicht voor energielabel C (de doelgroep 1018 kantoren [d.d. september 2024]). Deze groep ontvangt bericht van de Haagse Pandbrigade. De aanpak loopt tenminste tot tenminste 31 december 2025. Per 31 december 2025 is de doelstelling dat alle aangeschreven panden label C hebben of in een traject van aanpassing zitten. Programma verduurzamen Haags MKB Naast de landelijke wetgeving zet de gemeente Den Haag onder meer in op isolatie via het Programma Verduurzamen Haags MKB (RIS 321510). In 2023 kende Den Haag 74.767 vestigingen van bedrijven: 59.835 eenmanszaken, 14.548 bedrijven met 2-99 werknemers (klein MKB) én 384 bedrijven met meer dan 100 werknemers. Deze bedrijven zijn gesitueerd in 12.099 bedrijfspanden.

Binnen het kleine MKB (2-99 werknemers) is 31 procent van de bedrijven actief in de detailhandel en horeca, vijftien procent in de zakelijke en juridische diensten, twaalf procent in de zorg en negen procent in de bouw. De gebieden met de meeste bedrijven zijn: Centrum (1.362), Laakkwartier en Spoorwijk (695) en Scheveningen (574). De ambities van het programma zijn om jaarlijks 1500 ondernemers te bereiken met het gemeentelijk aanbod en 300 ondernemers daadwerkelijk gebruik te laten maken van de instrumenten die aangeboden worden. Vervolgens is het doel dat 35 procent binnen twee jaar een (CO2 besparende) verduurzaming doorvoert. De belangrijkste instrumenten die van invloed zijn op de isolatiegraad bij ondernemers zijn de volgende zaken. 1. Inzet Subsidieregeling isolatie bedrijfspanden Den Haag 2023 Deze regeling is bedoeld om de eigenaar van een bedrijfspand dat door een MKB-onderneming in gebruik is, of de MKB-onderneming die huurder is van een bedrijfspand, te stimuleren om isolatieglas, dak-, begane grondvloer- of gevelisolatie aan te brengen. Het streven is om tenminste twintig panden per jaar te isoleren met behulp van deze subsidie. De regeling loopt tot december 2025 en wordt mogelijk verlengd.

Conceptontwerp Warmteprogramma

38 van 71

2. Energiescans en duurzaamheidsscans en subsidie Voor MKB-ondernemers bieden we de energie- en duurzaamheidsscan aan waarbij wordt gekeken welke maatregelen bedrijfseigenaren en/of huurders kunnen nemen op energie- en gasverbruik. Ondernemers worden een jaar lang ondersteund om deze maatregelen door te voeren. Het streven is om voor 2025 minimaal honderd energiescans uit te voeren en veertig duurzaamheidsscans. In 2025 zijn we ook gestart met een stimuleringssubsidie energie-en duurzaamheidsscans om ondernemers te motiveren meer dan één maatregel uit te voeren. 3. Duurzaamheidsadvies Onze eigen collega’s geven maatwerkadvies aan ondernemers. Dat gaat vaak om praktische adviezen over panden en bedrijfsvoering. Voor bedrijventerreinen is er de Handreiking duurzame bedrijventerreinen (RIS 318669). Daarin staan praktische adviezen voor ondernemers.

Overige utiliteit Religieuze instellingen en ander maatschappelijk vastgoed kunnen gebruikmaken van renteloze leningen en subsidies via het Klimaatfonds en de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed. Sportverenigingen kunnen tot 80% van de kosten voor verduurzaming van accommodaties vergoed krijgen. Daarnaast zijn er voor utiliteitsbouw en VvE’s subsidies zoals de ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing) voor isolatiemaatregelen (dak, gevel, glas), de Subsidieregeling Verduurzaming voor VvE’s (SVVE) en lokale regelingen zoals het Klimaatfonds Den Haag en aanvullende isolatiesubsidies voor gevallen die niet onder landelijke regelingen vallen.

Conceptontwerp Warmteprogramma

39 van 71

6 Aanpak per stadsdeel tot en met 2035

In dit hoofdstuk staat waarmee de gemeente, samen met haar partners en de stad, tot en met 2035 per stadsdeel aan de slag gaat. Dat kan zijn met alleen een isolatie aanpak, alleen een warmteoplossing of beiden. Per stadsdeel lichten we de belangrijkste kenmerken, context en opgaven toe. Voor elk stadsdeel is er een tabel waarin staat in welke buurten we starten met een isolatieaanpak en/of met de beoogde warmteoplossing, plus de belangrijkste kenmerken van de buurt. De beoogde warmteoplossing is opgesteld volgens de analyse en het afwegingskader uit hoofdstuk 4. Allereerst is er gekeken naar buurten waar een warmteoplossing vóór 203o gepland staat in de TVW. Daarnaast zijn de buurten waar we extra gaan ondersteunen rond isoleren opgenomen. Zie hiervoor hoofdstuk 5. Ook willen we buurten waar nu al weinig gasaansluitingen zijn extra ondersteunen. Tot slot krijgen buurten met actieve bewonersinitiatieven extra ondersteuning voor eigen regie en cocreatie. Belangrijk: In de tabellen van de stadsdelen staan alleen de buurten waar de gemeente extra stappen onderneemt voor 2035 ofwel voor isolatie ofwel voor de warmteoplossing. Voor een uitgebreidere lijst buurten en meer afwegingen, zie Bijlage B warmteoplossing per buurt: buurttabel.

6.1 Centrum Het stadsdeel Centrum is een historisch en dichtbebouwd stedelijk gebied met een grote diversiteit aan bebouwing. Veel buurten bestaan uit vooroorlogse gebouwen die dicht op elkaar staan. Ook zijn er relatief veel monumenten. In bepaalde delen van Centrum is weinig ruimte in de grond voor nieuwe kabels en leidingen. Verder staan er grote gebouwen, veel corporatiewoningen en huurwoningen van particuliere verhuurders. In delen van het centrum is een bestaand warmtenet aanwezig. Warmteoplossing Uit de analyse op basis van het afwegingskader (zie hoofdstuk 4) blijkt dat de 21 buurten in Centrum het meest geschikt zijn voor MT-warmtenetten. In delen van Centrum zijn zelfs al warmtenetaansluitingen. De gemeentelijke- en de rijksgebouwen in Centrum onderzoeken via EnergieRijk Den Haag gezamenlijk de mogelijkheid van een LT-warmtenet. Op bedrijventerreinen, zoals de Fruitweg en Uitenhagestraat is een LT-oplossing (individueel of klein collectief) de meest duurzame en betaalbare oplossing. Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en welke ondersteuning hier is. Ook geeft de kaart aan waar al warmtenetten zijn.

Conceptontwerp Warmteprogramma

40 van 71

Isolatieniveau Het gemiddelde isolatieniveau in Centrum scoort voldoende tot goed voor het verwarmen met een MTwarmtenet. Woningen met een isolatiescore 1 (energielabel E, F of G) zijn echter nog onvoldoende geïsoleerd; daarvoor biedt de gemeente ondersteuning via het Actieprogramma met advies, begeleiding en een vergoeding voor isolatiemaatregelen. In de buurten Groente- en Fruitmarkt, Schildersbuurt-Noord, Schildersbuurt-Oost, Schildersbuurt-West, Transvaalkwartier-Midden, Transvaalkwartier-Noord en Transvaalkwartier-Zuid biedt de gemeente extra ondersteuning. Naast goed geïsoleerde corporatiewoningen zijn hier veel kleine VvE’s met achterstallig onderhoud en beperkte financiële draagkracht. Buurten met extra ondersteuning voor 2035 Onderstaande tabel bevat de buurten in dit stadsdeel waar de gemeente extra faciliteert tot en met 2035 met de isolatieaanpak en/of warmteoplossing. Helemaal rechts in de tabel staan de concept warmteoplossingen richting 2050 voor deze buurten. De warmteoplossingen kunnen op basis van gesprekken met inwoners, bedrijven en stakeholders definitief gekozen worden.

Buurt (CBS)

Extra faciliteren vanuit de gemeente?

Groente- en Fruitmarkt SchildersbuurtNoord SchildersbuurtOost SchildersbuurtWest Transvaalkwartie r-Midden

Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak

Conceptontwerp Warmteprogramma

Aantal gebouwen

Waarvan extra te isoleren

Gemiddelde warmtebehoefte in 2026 (kWh/m2)

Beoogde warmtebehoefte in 2035 (kWh/m2 )

Beoogde warmteoplossing richting 2050

2227

176 (10%)

145

125

MT-warmtenet

4802

209 (4%)

145

125

MT-warmtenet

2920

136 (5%)

145

125

MT-warmtenet

6498

544 (8%)

145

125

MT-warmtenet

2192

202 (9%)

145

125

MT-warmtenet

41 van 71

Transvaalkwartie r-Noord Transvaalkwartie r-Zuid

Isolatieaanpak

1929

90 (5%)

130

110

MT-warmtenet

Isolatieaanpak

2910

358 (12%)

160

135

MT-warmtenet

6.2 Escamp Met een mix van naoorlogse wijken, jonge buurten, vooroorlogse delen en groene buitengebieden is Escamp het grootste en meest diverse stadsdeel van Den Haag. De bebouwing varieert van dicht op elkaar staande flats tot losse, meer verspreid liggende nieuwbouwwoningen en groene zones zoals het Zuiderpark. Warmteoplossing In veel buurten staan naoorlogse flats, dicht op elkaar. De flats zijn vaak in het bezit van woningcorporaties. Deze buurten zijn bij uitstek geschikt voor aansluiting op een warmtenet. Er is al een warmtenet met de aardwarmtecentrale aan de Leyweg als bron. In de jonge buurten waar de woningen en gebouwen meer verspreid liggen, zijn individuele warmtepompen vaak de beste oplossing. In delen van Escamp vindt de komende jaren veel sloop en nieuwbouw plaats. In het Zuiderpark zijn weinig panden. Het sportcomplex in het park is al duurzaam gebouwd. In de Uithof ligt het grootste zonnedak van Den Haag; een mooi voorbeeld van verduurzaming. De meeste bedrijfspanden in het bedrijventerrein Zichtenburg, Kerketuinen en Dekkershoek (ZKD) zijn geschikt voor individuele of kleincollectieve LT-oplossingen. Door de beperkte warmtevraag per vierkante meter zijn warmtepompen hier kansrijk, zolang dit aansluit bij de PBL-analyse als optie met de laagste kosten.

Voor een beperkt aantal specifieke panden met een hoge warmtevraag kan een aansluiting op een MTwarmtenet een haalbare en betaalbare oplossing zijn, mits er een bron en infrastructuur nabij is. Deze keuze is afhankelijk van lokale omstandigheden en wordt meegenomen in de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen. Uit de analyse (zie hoofdstuk 4) blijkt dat in vijftien buurten een MT-warmtenet de meest passende warmteoplossing is, bij vijf buurten een LT-oplossing en bij twee een mix van beide. Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en welke ondersteuning er is voor de buurten.

Isolatieniveau

Conceptontwerp Warmteprogramma

42 van 71

Het gemiddelde isolatieniveau in Escamp is voldoende tot goed voor verwarming met een MTwarmtenet of een LT-oplossing. Maar niet alle woningen zijn al geschikt; woningen met een isolatiescore 1 (energielabel E, F of G) zijn nog onvoldoende geïsoleerd. Voor deze woningen biedt de gemeente ondersteuning via het Actieprogramma met advies, begeleiding en een vergoeding voor isolatiemaatregelen. Er is nog een aantal buurten die één of minder isolatiemaatregelen moet treffen om tot het isolatieniveau te komen dat nodig is voor de voorziene warmteoplossing. In Moerwijk en Rustenburg-Oostbroek zijn, naast goed geïsoleerde corporatiewoningen, veel kleine VvE’s met achterstallig onderhoud en beperkte financiële draagkracht. Hier biedt de gemeente extra ondersteuning. Voor deze VvE’s en voor grondgebonden woningen heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld. Buurten die gemiddeld meer dan één isolatiemaatregel moeten nemen krijgen de komende tien jaar extra ondersteuning vanuit het Actieprogramma opknappen en isoleren woningen (RIS316094). Dit zijn: De Uithof en Dreven en Gaarden. Warmtebronnen Escamp heeft een operationele geothermiebron aan de Leyweg. Er zijn zoeklocaties voor geothermie in de nabijheid van Zichtenburg Kerketuinen Dekkershoek (Bedrijventerrein ZKD). In Moerwijk wordt gezocht naar een afgiftelocatie voor de warmte van WarmtelinQ (RIS322889).

De aanwezigheid van deze bronnen maakt het mogelijk om bestaande warmtenetten verder te verduurzamen en nieuwe netten aan te leggen. In dit stadsdeel staat ook een drinkwaterberging die kan worden ingezet voor aquathermie. Daarnaast zijn er verschillende drinkwaterleidingen aanwezig. Buurten met extra ondersteuning voor 2035 Onderstaande tabel bevat de buurten in dit stadsdeel waar de gemeente extra faciliteert tot en met 2035 met de isolatieaanpak en/of warmteoplossing. Helemaal rechts in de tabel staan de concept warmteoplossingen richting 2050 voor deze buurten. De warmteoplossingen kunnen op basis van gesprekken met inwoners, bedrijven en stakeholders definitief gekozen worden.

Buurt (CBS)

Extra faciliteren vanuit de gemeente?

Hoge Veld

Warmteoplossing

3111

Venen, Oorden en Raden Moerwijk-Noord

Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing

3677 3148

Moerwijk-Oost Moerwijk-West Moerwijk-Zuid MorgenstondOost MorgenstondWest MorgenstondZuid

Conceptontwerp Warmteprogramma

Aantal gebouwen

Waarvan extra te isoleren

Gemiddeld e warmtebehoefte in 2026 (kWh/m2)

Beoogde warmtebehoefte in 2035 (kWh/m2)

Beoogde warmteoplossing richting 2050

13 (0%)

100

100

MT-warmtenet

698 (19%)

160

135

MT-warmtenet

757 (24%)

160

135

MT-warmtenet

1493

118 (8%)

130

110

MT-warmtenet

3250

688 (21%)

160

135

MT-warmtenet

2156

92 (4%)

130

110

MT-warmtenet

3482

907 (26%)

160

135

MT-warmtenet

3345

247 (7%)

130

110

MT-warmtenet

2075

838 (40%)

160

135

MT-warmtenet

43 van 71

Zijden, Steden en Zichten a De Uithof

Isolatieaanpak & warmteoplossing Warmteoplossing

3565

720 (20%)

130

110

MT-warmtenet

813

504 (54%)

160

135

LT-oplossing

Zuiderpark

Warmteoplossing

100

1 (5%)

130

110

Mix

Rustenburg

Isolatieaanpak

2967

915 (31%)

190

160

MT-warmtenet

Oostbroek-Noord

Isolatieaanpak

2075

570 (27%)

190

160

MT-warmtenet

Oostbroek-Zuid

Isolatieaanpak

3478

190

160

MT-warmtenet

Leyenburg

Isolatieaanpak

7903

1016 (29%) 1454 (18%)

160

135

MT-warmtenet

6.3 Haagse Hout Haagse Hout is een groen en gevarieerd stadsdeel met een mix van vooroorlogse en naoorlogse wijken, kantoren, corporatiewoningen en natuurgebieden. De bebouwing is in veel buurten compact en dicht op elkaar geplaatst. Haagse Hout combineert historische complexiteit met moderne kansen. Lokale betrokkenheid van bewonersinitiatieven In Haagse Hout zijn bewoners op verschillende plekken actief betrokken bij de warmtetransitie. Goede voorbeelden daarvan zijn initiatieven als DuurSaam Benoordenhout, Duurzaam Bezuidenhout, de Groene Smaragd en Gebiedcoöperatie Wijk25. Zij organiseren informatiebijeenkomsten, adviseren buurtgenoten over isolatie en duurzame warmte, en zij denken mee over wijkgerichte oplossingen die zo goed mogelijk aansluiten bij lokale behoeften. De gemeente werkt actief samen met deze bewonersgroepen. Warmteoplossing Bezuidenhout en Mariahoeve zijn het meest geschikt voor MT-warmtenetten. Voor Benoordenhout is een LT-oplossing het meest passend. Voor de meeste bedrijfspanden op de bedrijventerreinen in Landen en Waalsdorp is een LT-oplossing (individueel of klein collectief) het meest duurzaam en betaalbaar. Uit de analyse (zie hoofdstuk 4) blijkt dat in negen buurten een MT-warmtenet de meest passende warmteoplossing is, bij zes buurten een LT-oplossing en bij één een mix van beide.

Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en welke ondersteuning er is voor deze buurten.

Conceptontwerp Warmteprogramma

44 van 71

Isolatieniveau Het gemiddelde isolatieniveau in dit stadsdeel is redelijk tot slecht; er moeten nog veel isolatiestappen worden gezet voor de warmteoplossing. De slecht geïsoleerde buurten die nog veel isolatiestappen moeten zetten, krijgen de komende tien jaar extra ondersteuning vanuit het Actieprogramma opknappen en isoleren woningen (RIS316094). Dit zijn: Arendsdorp, Duinzigt, Nassaubuurt, Uilennest, Van Hoytemastraat e.o., Waalsdorp en Marlot. Warmtebronnen In Mariahoeve wordt gezocht naar een geothermielocatie. Daarnaast zijn er kansen voor aquathermie in de omgeving van Waalsdorp en Benoordenhout, waar waterstromen en infrastructuur geschikt zijn voor kleinschalige toepassingen. In dit stadsdeel is een rivierwatertransportleiding aanwezig: een potentiële bron van aquathermie. Ook zijn er kleinere drinkwatertransportleidingen aanwezig. Waalsdorp en Duinzicht liggen in een beschermd grondwatergebied. Hier is geen bodemenergie mogelijk. Buurten met extra ondersteuning voor 2035 Onderstaande tabel bevat de buurten in dit stadsdeel waar de gemeente extra faciliteert tot en met 2035 met de isolatieaanpak en/of warmteoplossing. Helemaal rechts in de tabel staan de concept warmteoplossingen richting 2050 voor deze buurten. De warmteoplossingen kunnen op basis van gesprekken met inwoners, bedrijven en stakeholders definitief gekozen worden.

Buurt (CBS)

Extra faciliteren vanuit de gemeente?

Aantal gebouwen

Arendsdorp

Isolatieaanpak

1125

BezuidenhoutWest Burgen en Horsten Duinzigt

Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak

Conceptontwerp Warmteprogramma

Waarvan extra te isoleren

Gemiddeld e warmtebehoefte in 2026 (kWh/m2)

Beoogde warmtebehoefte in 2035 (kWh/m2)

Beoogde warmteoplossing richting 2050

844 (75%)

130

110

LT-oplossing

2372

83 (3%)

130

110

MT-warmtenet

3768

977 (26%)

160

135

MT-warmtenet

1729

1342 (87%)

130

110

LT-oplossing

45 van 71

Van Hoytemastraat e.o. Kampen

Isolatieaanpak

1086

978 (91%)

190

160

LT-oplossing

1520

437 (29%)

160

135

MT-warmtenet

352

218 (62%)

160

135

MT-warmtenet

Nassaubuurt

Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak & warmteoplossing Isolatieaanpak

769

677 (88%)

190

160

LT-oplossing

Uilennest

Isolatieaanpak

1288

1133 (89%)

190

160

LT-oplossing

Landen

Isolatieaanpak & warmteoplossing Warmteoplossing Warmteoplossing

3050

397 (13%)

160

135

MT-warmtenet

418 2379

52 (12%) 452 (19%)

160 160

135 135

Mix MT-warmtenet

Warmteoplossing

5289

1288 (24%)

190

160

MT-warmtenet

Isolatieaanpak

17776

1620 (91%)

190

160

LT-oplossing

Marlot

Haagse Bos BezuidenhoutMidden BezuidenhoutOost Waalsdorp

6.4 Laak Laak bestaat voor een groot deel uit vooroorlogse wijken met dichte bebouwing en beperkte ruimte in de ondergrond. Door de combinatie van vernieuwingsopgaven, bestaande warmtenetstructuren, actieve woningcorporaties en kansen voor aardwarmte is Laak een belangrijk schakelpunt in de Haagse energietransitie. Warmteoplossing Voor de gemengde buurten met een combinatie van vooroorlogse en naoorlogse gebouwen, kantoren en corporatieflats, is maatwerk nodig. De afweging van welke warmteoplossing waar geschikt is, gebeurt op basis van isolatiescore, eigendomsverhoudingen, beschikbare infrastructuur en lokale initiatieven. Een voorbeeld hiervan is Spoorwijk, waar al vroeg bodemenergie is toegepast en bewoners actief betrokken zijn bij verduurzaming. Binckhorst en delen van de Laakhavens worden de komende tijd herontwikkeld of zijn recent ontwikkeld. Daar zijn LT-oplossingen (individueel of klein collectief) het meest duurzaam en betaalbaar. Deze gebieden hebben een beperkte warmtevraag per vierkante meter. Fossiele warmte kan hier dus relatief makkelijk uitgefaseerd worden, zonder dat het elektriciteitsverbruik omhoog schiet. Daarom achten wij de inzet van bodemenergie (WKO) en aquathermie hier kansrijk.

Uit de analyse (zie hoofdstuk 4) blijkt dat in drie buurten een MT-warmtenet de meest passende warmteoplossing is, bij één buurt een LT-oplossing en bij drie een mix van beide. Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en welke ondersteuning er is voor de buurten.

Conceptontwerp Warmteprogramma

46 van 71

Isolatieniveau Het gemiddelde isolatieniveau in Laak is voldoende tot goed voor verwarming met een MT-warmtenet. Maar niet alle gebouwen zijn al geschikt. Een aantal buurten moet nog één of minder isolatiemaatregelen treffen voor het isolatieniveau van de warmteoplossing. In Laakkwartier-West en Oost en Laak-Centraal zijn goed geïsoleerde corporatiewoningen, maar ook veel VvE’s met achterstallig onderhoud en beperkte financiële draagkracht. De gemeente biedt hier extra ondersteuning. Voor deze VvE’s en voor grondgebonden woningen heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld. Spoorwijk is voor een groot deel een slecht geïsoleerde buurt die nog veel isolatiestappen moet zetten. Deze buurt krijgt de komende tien jaar extra ondersteuning binnen het Actieprogramma. Warmtebronnen Laak is een van de meest kansrijke gebieden voor een geothermiebron. In de Binckhorst is een reservering voor een locatie aangewezen. Die wordt opgenomen in het Gebiedsprogramma en het Omgevingsplan. De bron is geschikt voor MT-warmtenetten en kan bestaande netten verduurzamen en nieuwe netten voeden. In Laakhavens en de Binckhorst (deelgebied Trekvliet-Maanweg) zijn concessies verleend voor de aanleg en exploitatie van collectieve warmtesystemen die gebruik maken van bodemenergie (WKO) en aquathermie. Het oppervlaktewater in dit stadsdeel is een interessante bron van grootschalige aquathermie.

De gemeente verkent samen met het Hoogheemraadschap van Delfland een regie-instrument waarmee zij wil sturen op aquathermie in drukke gebieden zoals de grote centrumring. Bodemenergie wordt ook toegepast in Spoorwijk en andere delen van Laak, met name bij nieuwbouw en utiliteitsgebouwen.

Buurten met extra ondersteuning voor 2035 Onderstaande tabel bevat de buurten in dit stadsdeel waar de gemeente extra faciliteert tot en met 2035 met de isolatieaanpak en/of warmteoplossing. Helemaal rechts in de tabel staan de concept warmteoplossingen richting 2050 voor deze buurten. De warmteoplossingen kunnen op basis van gesprekken met inwoners, bedrijven en stakeholders definitief gekozen worden.

Conceptontwerp Warmteprogramma

47 van 71

Buurt (CBS)

Extra faciliteren vanuit de gemeente?

Aantal gebouwen

Laakhaven-Oost Laakhaven-West LaakkwartierOost LaakkwartierWest Spoorwijk

Isolatieaanpak Isolatieaanpak Isolatieaanpak

2664 3073 5186

Isolatieaanpak Isolatieaanpak

Waarvan extra te isoleren

Gemiddelde warmtebehoefte in 2026 (kWh/m2)

Beoogde warmtebehoefte in 2035 (kWh/m2)

5 (0%) 134 (4%) 1421 (27%)

100 100 190

100 100 160

3422

848 (25%)

190

160

1613

851 (53%)

160

135

Beoogde warmteoplossing richting 2050

Mix Mix MT warmtenet MT warmtenet Mix

6.5 Leidschenveen-Ypenburg Leidschenveen-Ypenburg is een relatief nieuw stadsdeel van Den Haag, ontstaan als uitbreiding van de stad na 2000. Het gebied omvat de grote VINEX-wijken Ypenburg en Leidschenveen, het bedrijventerrein Forepark en het groengebied Vlietzone, waar momenteel gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Ypenburg is grotendeels aangesloten op een bestaand warmtenet, terwijl Leidschenveen nu nog vrijwel volledig op aardgas is aangewezen. Door de aanwezigheid van het warmtenet in Ypenburg en de mogelijkheid om in de toekomst meerdere buurten aan te sluiten op een aardwarmtebron, biedt dit stadsdeel perspectief voor een robuuste en duurzame warmtevoorziening op de lange termijn. Lokale betrokkenheid van bewonersinitiatieven In Leidschenveen-Ypenburg is een groep bewoners actief betrokken bij de warmtetransitie. Zij zijn verenigd in het initiatief Hernieuwbare Warmte Ypenburg. Zij organiseren goed bezochte informatiebijeenkomsten, adviseren buurtgenoten over isolatie en duurzame warmte en denken mee over wijkgerichte oplossingen die zo goed mogelijk aansluiten bij lokale behoeften. De gemeente werkt actief samen met deze bewonersgroep. Warmteoplossing Veel buurten zijn al grotendeels of volledig aangesloten op een warmtenet. Voor buurten in de nabije omgeving van dit warmtenet is aansluiting een haalbare en efficiënte optie.

In buurten waar woningen verder uit elkaar liggen en de ondergrondse ruimte beperkt is, zijn individuele warmtepompen een logische keuze. Voor de bedrijventerreinen in het stadsdeel, waaronder Forepark en delen van Vlietzoom, is een LToplossing (individueel of klein collectief) het meest duurzaam en betaalbaar. Door het relatief hoge elektriciteitsverbruik en de beperkte warmtevraag per vierkante meter, is de inzet van bodemenergie en WKO-systemen kansrijk. De gemeente stimuleert verduurzaming via de Subsidieregeling Isolatie Bedrijfspanden en zet in op lokale opwek van duurzame elektriciteit. Uit de analyse (zie hoofdstuk 4) blijkt dat in vijf buurten een MT-warmtenet de meest passende warmteoplossing is en bij twaalf buurten een LT-oplossing. Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en welke ondersteuning er is voor de buurten.

Conceptontwerp Warmteprogramma

48 van 71

Isolatieniveau Het gemiddelde isolatieniveau in Leidschenveen-Ypenburg is goed tot zeer goed voor het isolatieniveau van de warmteoplossing. Voor woningen die nog niet voldoende zijn geïsoleerd, biedt de gemeente ondersteuning via het Actieprogramma. Warmtebronnen In Ypenburg is een locatie aangewezen voor een geothermiebron. Deze bron kan mogelijk, samen met de warmte vanuit een overslagstation van WarmtelinQ, de warmtenetten in dit stadsdeel voeden. Daarnaast zijn er zoeklocaties voor meer geothermiebronnen in de directe omgeving van Forepark en De Venen. In De Bras en Singels kan bodemenergie worden toegepast. Verder is er ook potentieel voor aquathermie. Het stadsdeel heeft een belangrijke rivierwatertransportleiding, evenals kleinere drinkwatertransportleidingen, waar warmte uit gewonnen kan worden. In Leidschenveen verkent de gemeente samen met de wijk of hier een ZLT-warmtenet kan worden ontwikkeld op basis van bodemenergie en aquathermie. Deze verkenning is onderdeel van het CHILL-project waarbij kennis wordt ontwikkeld om de implementatie van ZLT-netten te versnellen. Buurten met extra ondersteuning voor 2035 Onderstaande tabel bevat de buurten in dit stadsdeel waar de gemeente extra faciliteert tot en met 2035 met de isolatieaanpak en/of warmteoplossing. Helemaal rechts in de tabel staan de concept warmteoplossingen richting 2050 voor deze buurten.

De warmteoplossingen kunnen op basis van gesprekken met inwoners, bedrijven en stakeholders definitief gekozen worden.

Buurt (CBS)

Extra faciliteren vanuit de gemeente?

Vlietzoom-Oost Vlietzoom-West Singels A De Lanen De Rivieren De Velden De Vissen

Isolatieaanpak Isolatieaanpak Warmteoplossing Warmteoplossing Warmteoplossing Warmteoplossing Warmteoplossing

Conceptontwerp Warmteprogramma

Aantal gebouwen

32 67 2031 1771 8 1589 3157

Waarvan extra te isoleren

18 (55%) 56 (83%) Geen 23 (2%) Geen 60 (4%) 10 (1%)

Gemiddelde warmtebehoefte in 2026 (kWh/m2)

Beoogde warmtebehoefte in 2035 (kWh/m2)

130 160 100 100 100 100 100

110 135 100 100 100 100 100

Beoogde warmteoplossing richting 2050

LT-oplossing LT-oplossing MT-warmtenet LT-oplossing LT-oplossing LT-oplossing LT-oplossing

49 van 71

Rietbuurt

Warmteoplossing

902

20 (2%)

100

100

LT-oplossing

6.6 Loosduinen Loosduinen is een gevarieerd stadsdeel met veel naoorlogse wijken en dichte bebouwing. In de ondergrond is op een aantal plekken beperkt ruimte voor nieuwe kabels en leidingen. In diverse buurten is het aandeel corporatiewoningen groot. Dat biedt kansen voor collectieve verduurzamingsmaatregelen. Maar er zijn ook buurten met weinig corporatiebezit. Daardoor is de aanpak in dit stadsdeel gevarieerd en vereist het maatwerk. Warmteoplossing In buurten met bestaande warmtenetten of met een warmtenet in de buurt is uitbreiding of aansluiting een logische keuze. In dit stadsdeel zijn ook buitengebieden met jonge bebouwing en vakantiewoningen. In een deel van deze gebieden speelt de aanwezigheid van beschermd grondwater een beperkende rol bij de inzet van bodemenergie. Uit de analyse (zie hoofdstuk 4) blijkt dat in acht buurten een MT-warmtenet de meest passende warmteoplossing is, bij vier buurten een LT-oplossing en bij één een mix van beide. Op de kaart is te zien welke buurten dat zijn en is te zien welke ondersteuning er is voor de buurten en welke bronnen er in het stadsdeel gepland zijn.

Isolatieniveau Het gemiddelde isolatieniveau in Loosduinen is voldoende tot goed; gemiddeld kunnen de buurten verwarmd worden met een MT-warmtenet. Voor woningen die nog niet voldoende zijn geïsoleerd, biedt de gemeente ondersteuning via het Actieprogramma. Zo ondersteunen we de buurten: Nieuw Waldeck, Rosenburg, Waldeck-Zuid, Bohemen en Meer en Bos en Waldeck-Noord. Daarnaast zullen in Kijkduin nog extra isolatiestappen genomen moet worden. Deze buurt krijgt de komende tien jaar extra ondersteuning van de gemeente. Warmtebronnen In Loosduinen wordt gezocht naar één of meerdere geothermielocaties. (in zoekgebieden Kijkduin en Madestein). Verder is er in sommige gebieden potentie voor bodemenergie en aquathermie. Er wordt onderzocht of aquathermie uit oppervlaktewater in Waldeck en vanuit de Madestein plassen

Conceptontwerp Warmteprogramma

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16504422/1