RIS324402 Stand van zaken Pilot parkeren Kraayenstein, straten Karperdaal en Steurendaal
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10943580 RIS324402 Contactpersoon
Patrick van Soest Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Mobiliteit Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
6 februari 2025
patrick.vansoest@denhaag.nl
Onderwerp
Stand van zaken Pilot parkeren Kraayenstein, straten Karperdaal en Steurendaal
Geachte voorzitter, Al geruime tijd speelt de kwestie omtrent de parkeersituatie in de straten Karperdaal en Steurendaal. Deze situatie is uitgemond in diverse rechtszaken, wat uiteindelijk heeft geleid tot een uitspraak van de Raad van State. Met deze brief breng ik u op de hoogte van de stand van zaken en over het vervolg. Middels deze brief geef ik vervolg aan de toezegging van het college, in het antwoord van het college op de vragen van het raadslid de heer Mekers, luidend: ‘Neem nu eindelijk het juiste besluit!’ (RIS322468), dat de resultaten van de enquête met de raad zullen worden gedeeld. Hoe de situatie is ontstaan? Inrichting als woonerf Om de wijk groener, veiliger en mooier te maken, is besloten de straten Karperdaal en Steurendaal als woonerf in te richten. Op 3 augustus 2022 is een verkeersbesluit genomen en zijn de straten aangewezen als woonerf (kenmerk BWT-00033VKZ22, gepubliceerd in het gemeenteblad van 3 augustus 2022, 355187). In een woonerf geldt in principe de verkeersregel dat er uitsluitend mag worden geparkeerd in parkeervakken die als zodanig zijn aangeduid. Dit zijn plekken met een ‘P’-markering. Hierover ontstond ontevredenheid bij een deel van bewoners. Men geeft aan dat, na de herinrichting, in de genoemde straten onvoldoende fysieke ruimte is overgebleven voor het parkeren.
Ook hebben ze hun zorgen geuit over de hoeveelheid parkeerplaatsen en verzocht aanvullende maatregelen te treffen. Naar aanleiding hiervan is een pilot opgezet. Pilot parkeren Met deze pilot kregen bewoners de mogelijkheden om hun auto te parkeren op een strook openbare weg voor hun eigen erf. Deze parkeerplaatsen werden minimaal aangeduid en niet voorzien van een ‘P’-markering, waardoor het geen formele parkeerplaatsen zijn. Formeel mag men hier dus niet parkeren, maar de gemeente heeft hier niet op gehandhaafd. Bewoners regelden onderling dat ze niet voor elkaars garage of uitrit parkeren.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10943580
Evaluatie van de pilot Na twee jaar zou de pilot worden geëvalueerd door de gemeente. Deze evaluatie heeft lange tijd niet plaatsgevonden. Er is door de bewoners zelf een evaluatie uitgevoerd in de vorm van een rondgestuurde vragenlijst. Deze is in december 2024 gedeeld met de gemeente. De uitkomst van de evaluatie, die de gemeente ter kennisgeving aangenomen heeft, was dat de meeste bewoners tevreden waren met hoe het tijdens de pilot geregeld was. Omdat deze enquête door een belanghebbende partij is uitgevoerd, kunnen wij niet van objectiviteit uitgaan. Om een besluit toch objectief te kunnen onderbouwen heeft de gemeente zelf nog een evaluatie door middel van een online enquête gehouden. Deze enquête heeft in oktober 2025 plaatsgevonden. Bezwaar op verkeersbesluit en uitspraken Raad van State Drie bewoners hebben los van elkaar bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit om de straten in te richten als woonerf. Zij vrezen namelijk hun auto niet meer te kunnen parkeren na afloop van de pilot en willen geen algemene, openbare parkeerplaatsen voor hun eigen garage of inrit. Het verkeersbesluit is door drie bewoners aangevochten tot aan de Raad van State (zie: Uitspraak 202402488/1/A2 - Raad van State, Uitspraak 202402354/1/A2 - Raad van State en Uitspraak 202402355/1/A2 - Raad van State).
De Raad van State heeft de beslissingen op bezwaar op het verkeersbesluit vernietigd en het college opgedragen nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen. In deze beslissingen moet een deugdelijke belangenafweging worden gemaakt ten aanzien van de parkeersituatie na afloop van de pilot en moet een standpunt ingenomen worden over het verlenen van ontheffingen. Het college vindt het belangrijk dat aan de belangenafweging een deugdelijke evaluatie ten grondslag ligt. Ook dit was reden om alsnog een online enquête te houden. Daardoor hebben we de beslistermijn, die de Raad van State ons heeft gegeven, niet gehaald en hebben we een dwangsom verbeurd aan de bezwaarmakers. Hoe gaan we om met de ontstane situatie? Ontheffing op grond van artikel 87 RVV Na bestudering van de uitspraken van de Raad van State, heeft het college overwogen of het mogelijk is om over te gaan op ontheffingen op grond van artikel 87 van het RVV 1990. De conclusie is dat dit niet het geval is. Artikel 87 is vooral bedoeld voor tijdelijke maatregelen, zoals het tijdelijk mogelijk maken dat werkzaamheden aan de openbare ruimte kunnen worden uitgevoerd. Voorbeelden zijn om aannemers te laten parkeren op plekken waar dat normaliter niet mag, om vuilnis op te halen in voetgangersgebieden, of om handhavers in voetgangersgebieden te laten rijden en parkeren.
Het artikel is duidelijk niet bedoeld om bewoners langdurig voor inritten te laten parkeren, zodat ze dicht bij hun woning kunnen parkeren. De bewoners zullen zelf een aanvraag om een ontheffing moeten indienen. Ook zullen wij leges moeten heffen voor de aanvraag. Gelet op het gegeven dat het gaat om een tijdelijke situatie (tot het invoeren van betaald parkeren, naar verwachting in december 2026), achten wij het niet opportuun om nu over te gaan op een stelsel van ontheffingen. Immers, dit leidt tot kosten voor zowel gemeente als bewoners, voor een situatie die minder dan een jaar zal duren. Ook wil het college de situatie niet formaliseren met ontheffingen, omdat het in beginsel onwenselijk is dat bewoners voor hun eigen garage of berging parkeren en het daarom van belang is dat deze situatie tijdelijk blijft. Resultaten van de evaluatie De uitkomsten van de evaluatie gebruikt het college om de situatie te heroverwegen. Daarbij neemt het college ook mee dat in de straten betaald parkeren zal worden ingevoerd (naar verwachting in december 2026).
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10943580
Enkele opvallende zaken die uit de gemeentelijke evaluatie zijn gebleken: 60 huishoudens hebben de enquête ingevuld. Op een totaal van 210 huishoudens is dat 28,6%. Hiervan waren 5 reacties ongeldig, omdat in die gevallen de verificatiecode al eerder was gebruikt. Op elk adres in Karperdaal en Steurendaal hebben wij een brief laten bezorgen met de uitnodiging om de online enquête in te vullen. In de buurt is opgeroepen de enquête niet in te vullen. Ook heeft de link in de brief een tijdlang niet goed gefunctioneerd (de QR-code wel)1. Beide zaken kunnen van invloed zijn op het aantal reacties. Het grootste deel van de respondenten kijkt tevreden terug op de pilot; Een deel van de respondenten ervaarde “redelijk veel” of “heel veel” last als iemand anders voor de eigen inrit of garage parkeerde. Daar werd op verschillende manieren mee omgegaan. Het grootste deel van de respondenten zou er geen begrip voor hebben indien de gemeente de situatie van tijdens de pilot (niet handhaven als er voor een inrit of garage geparkeerd mag worden) na afloop niet zou willen continueren. (Overigens is de gemeente in de praktijk doorgegaan met niet handhavend optreden.) Duidelijk blijkt uit de evaluatie dat een meerderheid van de respondenten het liefst hun auto parkeert voor de eigen inrit of garage. Tijdens de pilot waren geen noemenswaardige incidenten.
Men geeft ook aan dat deze situatie ook voor de herinrichting al lange tijd de werkelijkheid was. Er lijkt animo te zijn om dit te formaliseren met een vergunning of ontheffing, maar niet alle bewoners lijken bereid te zijn hiervoor leges te betalen. Wat verder opvalt is dat veel bewoners het als een verworven recht zien dat ze voor hun garage mogen parkeren. Hiervan is echter geen sprake. Wij hebben dan ook altijd duidelijk gecommuniceerd dat er sprake is van een tijdelijke situatie waarin de gemeente niet handhaaft en mensen daarom géén recht hebben gekregen om voor hun garage te parkeren. In de enquête hebben wij ook vragen gesteld over de toekomstige invoering van betaald parkeren. De respondenten denken niet dat dit veel invloed zal hebben op het aantal auto’s dat in de wijk zal parkeren. Gemiddeld beschikken de respondenten over 1,6 auto’s per huishouden. De meeste respondenten geven aan een parkeervergunning te zullen aanschaffen. De volledige resultaten van de enquête vindt u in de bijlage. Hoe gaan we verder? Gezien de uitkomsten van de enquête heeft het college het voornemen om de situatie van tijdens de pilot te verlengen. Dat betekent dat de gemeente voorlopig niet handhavend zal optreden als er voor garages en inritten wordt geparkeerd in de straten Karperdaal en Steurendaal.
De situatie loopt door tot het moment dat betaald parkeren in de wijk wordt ingesteld (naar verwachting in december 2026). In de beslissingen op bezwaar heeft het college besloten om de indeling met informele vakken in stand te laten en daarmee de situatie van tijdens de pilot te laten voortduren. Voor de motivering hiervan verwijst het college naar de uitkomsten van de evaluatie. De situatie loopt door tot het moment dat betaald parkeren in de wijk wordt ingesteld (naar verwachting in december 2026), hierdoor is de parkeermogelijkheid ook na het aflopen van de pilot gewaarborgd. De gemeente zal in deze periode
S
Sommige mensen konden het formulier via de link kon niet openen en anderen wel. Onduidelijk is waar dit door werd veroorzaakt. Voor
zover ons bekend heeft dit gespeeld gedurende ongeveer de helft van de periode van ruim 3 weken dat de enquête open stond. Toch is de enquête alsnog 55 keer geldig ingevuld, waardoor deze een bruikbaar beeld geeft van hoe de buurt naar de parkeersituatie kijkt.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10943580
niet handhaven, gelijk aan de situatie tijdens de pilot. Het college heeft ook gemotiveerd waarom niet met een systeem van ontheffingen zal worden gewerkt. Als eind 2026 betaald parkeren wordt ingevoerd zal zoals gebruikelijk aan de invoering van betaald parkeren uitgebreid POET-onderzoek plaatsvinden, zoals we dat in de hele stad bij invoering van betaald parkeren doen. Als er daarbij de mogelijkheid voor parkeren op eigen terrein wordt vastgesteld (garage of oprit) komt men niet in aanmerking voor een (eerste) vergunning, omdat men dan verplicht is op eigen terrein te parkeren. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
4/4