RIS324397 N.a.v. afdoening motie Maak van Schenkviaduct een tunnel
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Klaas Verschuure Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSO/10987573 RIS324397 Contactpersoon
Sjoerd Krijnen Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Mobiliteit Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
20 januari 2026
Sjoerd.krijnen@denhaag.nl
Onderwerp
N.a.v. afdoening motie: Maak van Schenkviaduct een tunnel
Geachte voorzitter, Uw raad heeft, tijdens de bespreking van het voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791) op 8 mei 2025, de motie ‘Maak van Schenkviaduct een tunnel’ (RIS322146) aangenomen. Hierin wordt het college verzocht een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de realisatie van een ondergrondse verbinding tussen de centrumring van Den Haag en het Bezuidenhout en de raad hierover te informeren. Zoals tijdens de behandeling in de raad en in de afdoening van de motie (RIS322146) is aangegeven, is in 2015 al een onderzoek uitgevoerd naar de Schenkverbinding, waarin ook een tunnel is onderzocht. Er is toegezegd is om dit onderzoek, inclusief een indexatie, met u te delen en daarbij ook de nieuwe fysieke situatie mee te nemen. De aanleiding van dit onderzoek destijds was de analyse dat het Schenkviaduct rond 2020 het einde van zijn levensduur zou bereiken. Uit aanvullend onderzoek bleek echter dat de levensduur langer is dan aanvankelijk gedacht, waardoor verdere stappen niet nodig waren. De conclusie is dat het vervangen van het Schenkviaduct door een onderdoorgang (tunnel) of een nieuw viaduct zeer hoge investeringskosten met zich meebrengt: ca. € 200 miljoen voor een viaduct of minimaal € 300 miljoen voor een tunnel.
De ruimtelijke inpassing is bovendien zeer complex vanwege hoogteverschillen, barrières en de noodzaak tot sloop van bedrijfspanden en/of woningen. Tijdens de bouwperiode van een nieuwe verbinding zijn er langdurig grote gevolgen voor de stedelijke bereikbaarheid, zowel over de weg als met het openbaar vervoer. Gezien de verwachte restlevensduur tot minimaal 2040 is er op dit moment geen aanleiding om opnieuw onderzoek te doen naar een nieuwe Schenkverbinding. Zodra het einde van de levensduur van het viaduct in zicht komt, zal opnieuw naar deze verbinding worden gekeken. Het concept-onderzoek uit 2015 is als bijlage bij deze brief gevoegd. Varianten 1A, 1B, 1C en 2A betreffen ondergrondse verbindingen tussen de centrumring en het Bezuidenhout.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10987573
Investeringskosten In 2015 zijn, als onderdeel van het onderzoek naar de Schenkverbinding, kostenramingen opgesteld voor de verschillende varianten. Deze ramingen zijn gemaakt op Schetsontwerpniveau met een bandbreedte van +/- 25%. De ramingen zijn aangepast aan het huidige kostenniveau (prijspeil 2025). Daarbij is rekening gehouden met de loon- en prijsstijgingen in de GWW-sector, die vooral worden veroorzaakt door arbeidsmarktkrapte, stijgende materiaal- en energieprijzen, strengere regelgeving en inflatie. Dit leidt tot de volgende investeringskosten voor de verschillende varianten: Variant
Kosten Prijspeil januari 2025 € 305 miljoen
Bandbreedte kostenraming
1A Onderdoorgang - kruis
Kosten Prijspeil oktober 2014 € 193 miljoen
1B Onderdoorgang - T
€ 185 miljoen
€ 294 miljoen
+/- 25%
1C Onderdoorgang – T met gestrekte Centrumring 2A Onderdoorgang –T vork
€ 344 miljoen
€ 531 miljoen
+/- 25%
€ 340 miljoen
€ 541 miljoen
+/- 25%
4A Viaduct
€ 134 miljoen
€ 207 miljoen
+/- 25%
+/- 25%
Een tunnel vraagt dus met het huidige prijspeil om een investering van minimaal rond de €300 miljoen. De varianten 1C en 2A zijn aanzienlijk duurder, omdat deze ook grote aanpassingen aan de Centrumring omvatten voor ruimtelijke kwaliteit, betere verkeerskundige inpassing en een ruimtereservering voor een tramlijn. De kosten voor een nieuw viaduct liggen met het huidige prijspeil minimaal rond de € 200 miljoen. Omdat dit een lokale opgave is, ligt de verantwoordelijkheid voor deze investering bij de gemeente Den Haag. Het is niet de verwachting dat rijk en regio hier financieel aan zullen bijdragen. Ruimtelijke inpassing en technische haalbaarheid Ruimtelijke inpassing De ruimtelijke inpassing van een ondergrondse Schenkverbinding is complex vanwege de grote hoeveelheid infrastructuur in het gebied, waaronder diverse spoorviaducten, spoordijken en het spooremplacement. Een tunnel vereist niet alleen een nieuwe tunnelbak met hellingbanen, maar ook grootschalige aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en grondconstructies van de Centrumring, Weteringkade en spoorviaducten om tijdig voldoende diepte te bereiken om onder het spooremplacement door te kunnen. Net als een viaduct veroorzaakt een tunnel grote barrières in het gebied door hoogteverschillen en het forse ruimtebeslag van hellingbanen en aansluitingen.
Voor de realisatie van de nieuwe verbinding is sloop van de bedrijfsruimte langs de Binckhorstlaan noodzakelijk. In de variant met een nieuw Schenkviaduct is sloop van een woningblok noodzakelijk. Hinder tijdens de bouw De bouwperiode van een nieuwe Schenkverbinding zal grote gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van weg- en railinfrastructuur en de bereikbaarheid van grote delen van de stad. Zo zullen perioden van buitendienststelling van (delen van) het spooremplacement noodzakelijk zijn. Ook heeft dit gevolgen voor de beschikbaarheid van de Centrumring. Bovendien zou het bestaande viaduct eerst moeten worden afgebroken als er een tunnel gebouwd zou moeten worden. In dat geval zou de Schenkverbinding drie tot vier jaar niet beschikbaar zijn.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10987573
Vlietlijn Ten tijde van het onderzoek in 2015 was nog geen zicht op een concrete oplossing voor het tracé en de inpassing van de Vlietlijn. Deze kruist met een onderdoorgang voor de Schenkverbinding. In het onderzoek is destijds bij alle varianten rekening gehouden met een ruimtereservering voor een tramverbinding. Daarbij werd uitgegaan van een inpassing van de tram (Vlietlijn) op maaiveld, parallel aan de Binckhorstlaan. Het verloop van het tracé werd daarbij afgestemd op de onderdoorgang voor de Schenkverbinding, namelijk door uitbuiging van het tracé richting het spooremplacement of een half verhoogde passage over de hellingbaan van de tunnel. Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat een Vlietlijn op maaiveld bij de Supernovaweg, Bink36, de sporendriehoek en de Lekstraat een grote extra barrière in het gebied vormt en daarmee de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid verslechtert. Voor een goede passage van de Supernovaweg, het Bink36 gebouw en de spoorviaducten wordt daarom een verdiepte ligging in een tunnel onderzocht. Deze variant is opgenomen in het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Binckhorst (RIS322967) en houdt rekening met harde omgevingsvoorwaarden. Vanwege de grote onzekerheid over de toekomst van het Schenkviaduct en mogelijke oplossingen kan bij de inpassing van de Vlietlijn geen rekening worden gehouden met een ondergrondse Schenkverbinding.
De voorgestelde tunnel voor de Vlietlijn komt via een hellingbaan weer op maaiveldniveau ter hoogte van de huidige fietserstunnel. Ter plaatse van het Schenkviaduct ligt de Vlietlijn dus al enigszins verdiept in een “open bak constructie”. De hellingbaan van een eventuele ondergrondse Schenkverbinding moet dus kruisen met de tunnel/verdiepte ligging van de Vlietlijn. Ruimtelijk en uitvoeringstechnisch zijn de geschetste varianten voor een onderdoorgang daarmee niet meer haalbaar. Conclusie Het vervangen van het Schenkviaduct door een onderdoorgang (tunnel) of een nieuw viaduct brengt zeer hoge investeringskosten met zich mee: volgens prijspeil 2025 minimaal ca. € 200 miljoen voor een viaduct of € 300 miljoen voor een tunnel. De ruimtelijke inpassing is zeer complex vanwege hoogteverschillen, barrières en de noodzaak tot sloop van bedrijfs- en/of woningen. Tijdens de bouwperiode van een nieuwe verbinding zijn er langdurige gevolgen voor de stedelijke bereikbaarheid, zowel over de weg als met het openbaar vervoer. Gezien de verwachte restlevensduur tot minimaal 2040 is er op dit moment geen aanleiding om een nieuwe Schenkverbinding te onderzoeken. Zodra het einde van de levensduur van het viaduct daar aanleiding toe geeft, kan een onderzoek naar de vervanging van het viaduct worden gestart.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Klaas Verschuure
3/3