CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324393 Bijlage Herziene rapportage onderzoek rattenoverlast Geredigeerd

Algemene Raadscommissie 9 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken7.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Managementsamenvatting Onderzoek naar rattenoverlast in Den Haag (Mariahoeve, Netcherstraat en Van der Vennestraat)

De gemeente Den Haag voert haar rattenbeheersing uit volgens de principes van Integrated Pest Management (IPM): een duurzame, preventieve en diervriendelijke aanpak die uitgaat van het beperken van bronnen en oorzaken in plaats van het bestrijden van symptomen. Toch blijft de overlast in delen van de stad, met name in Mariahoeve en de omgeving van de Van der Vennestraat en Netcherstraat, hardnekkig aanwezig. Doel en uitvoering van het onderzoek Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) onderzocht in opdracht van de gemeente Den Haag de achterliggende oorzaken van rattenoverlast, de effectiviteit van de huidige bestrijdingsmethoden en de naleving van IPM-principes. De inspecties vonden plaats op 31 maart en 1 april 2025 en geven een momentopname van de situatie in de onderzochte gebieden. Belangrijkste bevindingen Ratten komen in beide onderzochte omgevingen zichtbaar voor. Hun aanwezigheid is niet uitzonderlijk in stedelijke gebieden, maar de omvang van de populaties wordt versterkt door een combinatie van factoren waarin menselijk gedrag, omgevingsinrichting en onderhoud een centrale rol spelen. 1. Gedrag van bewoners – Het voeren van vogels, het weggooien van voedsel en zwerfafval creëren een overvloedig voedselaanbod. Dit blijkt de belangrijkste drijvende factor achter de rattenpopulaties. 2.

Groenbeheer – Dichte, laagblijvende struiken tegen gevels en rond bovengrondse containers bieden schuil- en nestelgelegenheid, terwijl onderhoud lastig uitvoerbaar is. 3. Bouwkundige en rioolaspecten – Tijdens sloop-, bouw- en rioolwerkzaamheden wordt onvoldoende rekening gehouden met de migratie van ratten. Open verbindingen, breuken en verouderde stelsels vergemakkelijken verspreiding. 4. Bedrijfsmatige processen – Afvalverwerking bij ondernemers, open afvalcontainers en gebrekkige hygiëne vormen structurele aantrekkingsfactoren. 5. Beleid en organisatie – Hoewel Den Haag werkt volgens IPM, ontbreekt een formeel vastgesteld beleidskader met drempelwaarden voor wat als aanvaardbare rattenpopulaties wordt gezien. Hierdoor ontbreekt eenduidige borging bij interne en externe partners.

Bestrijdingsaanpak De huidige bestrijding bestaat hoofdzakelijk uit het inzetten van klemmen in lokaasdepots. Chemische middelen (rodenticiden) worden niet toegepast en slechts in uitzonderlijke noodsituaties bespreekbaar binnen de kaders van Integrated Pest Management voor knaagdieren. Alternatieve methoden zoals rioolvallen, verdrinkingsvallen of elektrocutievallen zijn niet operationeel, deels vanwege kosten, vandalismegevoeligheid of vragen rondom dierwelzijn. Samenwerking en verantwoordelijkheden De uitvoer van de plaagdierbeheersing ligt bij de Haagse Milieu Services (HMS), onder regie van de Dienst Stadsbeheer. Interne afstemming lijkt overwegend goed geregeld, maar de integrale borging ontbreekt deels. Samenwerking met externe partijen, zoals waterschappen, provincie en natuurorganisaties – ontbreekt grotendeels. Woningcorporaties en sociaalteams zijn wel betrokken bij lokale acties. Conclusie De rattenproblematiek in Den Haag is niet uitsluitend een kwestie van bestrijding, maar vooral van omgevingsbeheer en menselijk gedrag. De stad beschikt over de juiste instrumenten binnen IPM, maar de borging, samenhang en naleving kunnen worden versterkt. Zonder gezamenlijke preventieve inzet van alle betrokken stakeholders blijven ratten in ongewenste populaties structureel aanwezig in de stedelijke omgeving. Aanbevelingen 1.

Formuleer stedelijke drempelwaarden om ongewenste rattenpopulaties te voorkomen en gebruik deze als kader voor gebiedsgericht beheer. 2. Voer een risicoclassificatie van stedelijke gebieden in, zodat preventie- en bestrijdingsinspanning proportioneel en meetbaar kunnen worden ingezet. 3. Versterk IPM-borging bij interne en externe stakeholders, met bijzondere aandacht voor: o Bewoners en geloofsgemeenschappen (bewustwording en gedragsverandering); o Groenvoorziening en Stadsecologie (habitatbeheer); o Woningcorporaties (bouwkundige verantwoordelijkheid en huurdersvoorlichting); o Rioolbeheer en vergunningverlening (integratie van IPM in werkzaamheden en procedures); o Sociaal Team en wijkmanagement (ogen en oren van de doelomgevingen). Slotbeschouwing De aanwezigheid van de bruine rat in Den Haag is onvermijdelijk, maar de mate van overlast is beïnvloedbaar. Alleen een samenhangende, gebiedsgerichte IPM-aanpak, waarin gedrag, beleid, bouwkundig onderhoud en ecologisch beheer samenvallen, kan leiden tot duurzame beheersing van rattenpopulaties in de stad.

Inhoudsopgave 1.

2.

Achtergrond .............................................................................................................. 1 1.1.

Opdracht..................................................................................................................... 1

1.2.

Doel ............................................................................................................................ 1

1.3.

Inspectie ..................................................................................................................... 1

1.4.

Inspectielocatie(s) ...................................................................................................... 1

Bevindingen .............................................................................................................. 3 2.1.

Introductiegesprek ..................................................................................................... 3

2.1.1.

Aanwezigheid bruine ratten ................................................................................. 3

2.1.2.

Omgevingsfactoren .............................................................................................. 3

2.1.3.

Bouwkundige aspecten ........................................................................................ 4

2.1.4.

Bedrijfsmatige aspecten ....................................................................................... 4

2.1.5.

Bewonersgedrag................................................................................................... 6

2.2.

De huidig plaagdierbeheersing en werkwijze ............................................................ 7

2.2.1.

Bestrijdingsmiddelen in beeld .............................................................................. 7

2.2.2.

Vragenlijst met antwoorden gemeente Den Haag ............................................ 10

2.2.3.

Vragenlijst met antwoorden HMS inzake gemeente Den Haag ........................ 13

2.3.

Ontwikkeling en leefwijze algemeen van de bruine rat........................................... 15

3.

Leemten in kennis ................................................................................................... 17

4.

Algemene samenvatting van de bevindingen ........................................................... 17

5.

Aanbevelingen ........................................................................................................ 18

Disclaimer....................................................................................................................... 19 6.

Bijlagen ................................................................................................................... 20

Bijlage 1: Integrated Pest Management ........................................................................... 20 Bijlage 2: Biologie en leefwijze ........................................................................................ 24 Bijlage 3: Bezoekrapport | Signalen Protocol Ratten | 29 oktober 2024 ........................... 29 Bijlage 4: Relevante wetgevingen .................................................................................... 32 Bijlage 5: Bouwstenen voor preventie van knaagdieroverlast in de gemeente ................ 33 Bijlage 6: Afdoening motie: Rattenvanger van Den Haag ................................................. 34 Bijlage 7: Foto’s .............................................................................................................. 35 Bijlage 8.1: Gids diervriendelijke bestrijding ratten en muizen ......................................... 50 Bijlage 8.2: Afweging inzet methode IPM Knaagdierbeheersing 2024............................... 51

1.

Achtergrond

De gemeente Den Haag hanteert een Integrated Pest Management (IPM)-werkwijze om rattenoverlast effectief en duurzaam te voorkomen, waarbij dierwelzijn een belangrijke factor is. Deze werkwijze richt zich op een preventieve aanpak, waarbij gebiedsplannen worden opgesteld. In deze plannen wordt advies gegeven over preventieve maatregelen en worden vangprogramma’s uitgevoerd. Er zijn delen van Den Haag waar de overlast van ratten hoog is. Het vermoeden bestaat dat er hier sprake is van samenkomende problematiek, zoals een groot voedselaanbod en mogelijk achterstallig onderhoud aan openbare ruimte of woningen. 1.1. Opdracht Om deze aanpak te versterken wil de gemeente Den Haag een objectief onderzoek naar oorzaken en bron(nen) die overlast van ratten veroorzaken laten uitvoeren. De huidige bestrijdingsmethoden en -middelen zijn een onderdeel van dit onderzoek. Als casestudies zijn de omgevingen van de Mariahoeve, Netcherstraat en Van der Vennestraat vastgesteld om onder de loep te nemen. 1.2. Doel Het doel van dit onderzoek is om vast te kunnen stellen welke efficiënte en effectieve op IPM gebaseerde methodes er beschikbaar zijn die werkwijzen kunnen verbeteren en waar ruimte voor verbetering te behalen valt. Aan de hand van de bevindingen verkregen uit het onderzoek is een rapportage opgesteld.

De rapportage wordt ondersteund met adviezen betreffende bestrijdings- en preventiemaatregelen op basis van Integrated Pest Management (IPM)¹ volgens de definitie: “De implementatie van de juiste, duurzame populatiebeheersmaatregelen, gebaseerd op een vooraf bepaalde drempelwaarde en de biologie en leefwijze van de betreffende plaagdieren en hun relatie met de omgeving.” ¹ Voor het volledige IPM document verwijzen wij u naar bijlage 1.

1.3. Inspectie De inspecties op 31 maart en 1 april 2025 zijn uitgevoerd door het KAD te Wageningen. De inspecties betreffen een momentopname van de situatie op 31 maart en 1 april 2025. 1.4. Inspectielocatie(s) De inspectie heeft plaatsgevonden op twee locaties welke hier kort beschreven worden:

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

1

2.

Bevindingen 2.1. Introductiegesprek

Uit de gesprekken met een medewerker van HMS over de ervaringen met betrekking tot de rattenproblematiek, lijkt het erop dat de ervaren overlast door inwoners en bedrijven niet altijd is wat het lijkt te zijn. In veel gevallen is de overlast terecht, maar het signaleren van een bruine rat wil nog niet zeggen dat er een plaag is. De medewerker van HMS geeft aan dat de bruine rat nu eenmaal gevestigd is in de leefomgeving van Den Haag en dat we de aanwezigheid van de ratten niet meer gaan voorkomen. Wel kan de bruine rat in Den Haag op een acceptabel niveau beheersbaar gehouden worden. We hebben de tool hiervoor geeft de medewerker van HMS aan, namelijk het “juist ”toepassen van Integrated Pest Management (IPM). Echter er ontbreken een aantal schakels in de borging, gebaseerd op IPM en/of worden onvoldoende toegepast. IPM vraagt om een holistische werkwijze. Doen er een paar schakels in onze samenleving niet of onvoldoende mee in rattenpreventie, dan is de rat succesvol en zal in ongewenste aantallen aanwezig blijven. 2.1.1. Aanwezigheid bruine ratten In beide omgevingen is de aanwezigheid van bruine ratten zichtbaar aanwezig. In Mariahoeve treffen we verse rattenholen aan en in de omgeving van de Van Der Vennestraat en Netcherstraat zien we levende exemplaren rondlopen.

Hoewel aanwezigheid van ratten nooit helemaal is te voorkomen in de buitenruimte, zijn er in deze omgevingen voldoende factoren en aspecten die bijdragen aan ongewenste rattenpopulaties. De meest relevante factoren en aspecten zijn in onderstaande verdeling weergegeven. 2.1.2. Omgevingsfactoren De omgevingen Mariahoeve, Van der Vennestraat en Netcherstraat (doelomgevingen) vormen bij uitstek een juiste habitat voor bruine ratten om zich hier op te houden. Aanwezigheid van veel groen met watergangen biedt de ratten namelijk een geliefde leefomgeving. In bijvoorbeeld Natura 2000-gebieden zien we dit ook, echter door de aanwezigheid van voldoende natuurlijke vijanden in combinatie met het ontbreken van meer dan voldoende voedsel houdt de bruine rat zich daar staande, maar gaan er geen grote populaties vormen. In de doelomgevingen komen allerlei factoren bij elkaar die de bruine ratten succesvol kunnen maken om uit te kunnen groeien tot ongewenste populaties. Is het aanbod van ongewenste schuil- en nestelgelegenheden, in combinatie met veel voedselaanbod aanwezig, dan faciliteren de gebruikers en onderhouders van een omgeving zelf een ongewenste hoeveelheid van bruine ratten. Bestrijden van de ratten is soms noodzakelijk, maar niet zinvol als de oorzaken/bronnen die ratten faciliteren niet of onvoldoende worden aangepakt.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

3

In de doelomgevingen is er sprake van het faciliteren van ratten. In onderliggende aspecten worden deze verder toegelicht. 2.1.3. Bouwkundige aspecten In beide doelomgevingen staan veel soorten gebouwen. We onderscheiden vrijstaande woningen, rijtjes woningen, flats/appartementen, winkels, bedrijfsgebouwen, scholen en bijgebouwen. Nieuw en gedateerde bouw staat naast of tegenover elkaar gesitueerd. De gemene deler bij al deze bebouwing is: - dat het wettelijk moet voldoen aan het Bouwbesluit, tegenwoordig het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); - alle gebouwen hebben een gebruiksfunctie; - vallen onder de omgevingswet; - alle gebouwen hebben onderhoud nodig om niet te vervallen. Voldoen gebouwen niet aan de vereiste wet- en regelgevingen en hebben dus bouwkundige tekortkomingen, dan bieden deze gebouwen onnodige en onwenselijke nestel- en schuilgelegenheden voor plaagdieren zoals ratten. Veelal wordt er tijdig ingegrepen en worden tekortkomingen hersteld, maar vaak ook niet of te laat. Soms worden gebouwen gerenoveerd of helemaal gesloopt en komt er nieuwbouw. Ook de infrastructuur zoals riolering komt aan de beurt om vervangen of gerepareerd te worden. Ratten leven graag in rioleringen, hemelwaterafvoeren en als het enigszins mogelijk is, graag in en onder gebouwen.

Wat we zien in de doelomgevingen dat er sprake is van bouw-/verbouwactiviteiten, riool reparatie en vervanging. Dit zijn logische en onontkoombare werkzaamheden die bij deze leefomgevingen horen. Wat ontbreekt is dat er tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden geen rekening gehouden wordt met het verstoren van aanwezige ratten in, onder het gebouw of in de aangesloten riolering. Ratten migreren dan ook direct vanuit hun verstoorde habitat naar naastgelegen percelen. Ook zijn er zichtbare gebrekkige openingen in diverse bebouwingen waar ratten ongestoord gebruik van kunnen maken om onder te schuilen en te nestelen. Ook deze tekortkomingen dragen bij aan de ongewenste rattenpopulaties. Zie foto’s in bijlage 6. 2.1.4. Bedrijfsmatige aspecten In alle leefomgevingen komen bedrijfsmatige processen voor die in relatie staan met bruine ratten. De wijze waarop deze processen worden uitgevoerd en toegepast, bepaalt mede in grote mate het succes van de bruine ratten. In de doelomgevingen zijn er diverse bedrijfsmatige tekortkomingen geconstateerd die in relatie staan tot het succes voor ontwikkeling van bruine ratten.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

4

We onderscheiden hierin: • Onderhoud groenvoorziening; Groenvoorziening is belangrijk in elke stedelijke omgeving. De gemeente Den Haag is zich hier dan ook terdege van bewust. Zie inhoudelijk https://www.denhaag.nl/nl/natuur-en-milieu/groen-en-bomen/ In de doellocaties zien we dat er echter op bepaalde plaatsen keuzes zijn gemaakt die bruine ratten extra ondersteunen in schuil- en nestelgelegenheden, vaak dicht bij voedselbronnen. Dichte, lage struiken tegen gevels en rondom bovengrondse containers en speel- of wandelgebieden lijken onderhoudsarm, maar blijken in de praktijk moeilijk goed te beheren. Ze trekken zwerfafval en gedumpt voedsel aan, waardoor structureel en zorgvuldig onderhoud lastig uitvoerbaar is. Zie foto’s in bijlage 6. •

Onderhoud waterkolken en rioleringen; Het welzijn van een stedelijke leefomgeving valt en staat met goed werkende waterafvoeren en rioleringen. Straat en trottoir kolken moeten dan ook met regelmaat gereinigd en goed werkend gehouden worden. Hoe frequent hangt af van de omgeving. Er is dus geen algemene norm om dit vast te stellen. Verouderde rioleringen moeten ook tijdig vervangen worden. Doen we dit niet dan werkt een riool(stelsel) niet voldoende meer, met alle gevolgen van dien. Ratten leven graag in rioleringsstelsels en niet goed onderhouden kolken. In de doelomgevingen zien we dan ook verstopte kolken en openstaande of ontbrekende stankafsluiters, zogenaamde keerkleppen. Bruine ratten maken er gebruik van om zich te verschuilen en mogelijk ook te nestelen in de defecte kolken. Ratten in een gesloten rioolstelsel kunnen er alleen uitkomen als er breuken in het rioolstelsel ontstaan of als er werkzaamheden aan een rioolstelsel plaatsvinden. Bij werkzaamheden gaat het riool open en kunnen ratten zich direct toegang verschaffen tot in de openbare ruimte. Voor een kleine reparatieklus is het risico niet erg groot, immers het riool is even open en wordt snel weer gesloten. Bij grotere rioolwerkzaamheden ligt dit anders. Vaak ligt het riool langere tijd open. Een goede voorbereiding is dus vereist om te voorkomen dat bruine ratten gaan migreren in de omgeving.

Bij de situaties met betrekking tot rioolwerkzaamheden, met name in de Mariahoeve is niet aantoonbaar dat hier daadwerkelijk rekening mee gehouden is. Het is ook niet met zekerheid vast te stellen of ratten daadwerkelijk bij de riool gerelateerde werkzaamheden zich in de omgeving hebben verspreid. Zie foto’s in bijlage 6.

•

Zwerfafval en reiniging; Elke leefomgeving heeft te maken met zwerfafval. De ene omgeving meer dan de andere. Meestal sterk afhankelijk van de sociale cohesie die er rust op een bepaalde omgeving en/of de activiteiten die er plaatsvinden.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

5

Per bepaalde omgeving zal er dus individueel ingezet moeten worden op het verwijderen van zwerfafval en het voorkomen dat het zwerfafval in de openbare ruimte terecht komt. Eén ding is zeker; meer zwerfafval vraagt om meer ratten. Het besef is er binnen de gemeente Den Haag dat zwerfafval bijdraagt aan ongewenste rattenpopulaties. Het inzetten van zwerfafvalprikkers is er het bewijs van. In de doelomgevingen zien we toch relatief veel zwerfafval en voedselaanbod. In de omgevingen Van der Vennestraat en Netcherstraat significant meer dan in Mariahoeve. Het varieert van (voedsel) verpakkingen tot hele broden. De afvalbakken die langs de openbare weg geplaatst zijn, zien er over het algemeen onderhouden uit. Zie foto’s in bijlage 6. •

De afvalverwerking; De gemeentelijke afvalverwerking is inbesteed aan de Haagse Milieu Services. Het beeld in de doelomgevingen geeft aan dat dit op de meeste plaatsen goed op orde is. Uiteraard zien we bijplaatsen, maar in grote lijnen gaat het hier over aanbod van grof afval. Wat wel opvalt is dat er ratten leven onder en in de directe omgeving van de bovengronds containers aan bijvoorbeeld de Diamanthorst.

•

De ondernemers; In de doelomgevingen is een diversiteit aan ondernemingen. Veelal Retail en voedsel gerelateerd. Al deze ondernemingen hebben een exploitatie vergunning om in bedrijf te mogen zijn. In deze vergunningen zijn allerlei regels opgenomen waar de onderneming zich aan dient te houden. Een op IPM gebaseerd beheersplan lijkt hier geen onderdeel van uit te maken. Daarnaast zijn er allerlei hygiënecodes, zoal bijvoorbeeld voor supermarkten, bakkerijen, slagerijen en horeca. Het is niet bekend of alle bedrijven zich houden aan de voorschriften uit de hygiënecodes. Voedsel gerelateerde bedrijven werken als een magneet op plaagdieren zoals bruine ratten. Is bouwkundige wering niet op orde en neemt men de schoonmaak en afvalverwerking onvoldoende serieus, dan is het vragen om overlast door bijvoorbeeld vliegen, muizen en ratten. In de doelomgevingen zijn er zichtbaar veel bedrijfsmatige afvalcontainers die niet gesloten zijn. Overige tekortkomingen ten opzichte van de bouwkundige en hygiënische bedrijfsvoering zijn niet in dit onderzoek meegenomen. Zie foto’s in bijlage 6. 2.1.5. Bewonersgedrag

Bruine ratten worden ook wel cultuurvolgers genoemd. Immers waar mensen zijn is voedsel. Zodra we als mensen onverschillig (bedoelt of onbedoeld) met onze omgeving en voedsel omgaan, creëren we vanzelf ongewenste aanwezigheid van diersoorten die we niet willen. Waarom zorgen we er als mensen dan toch voor dat er in bepaalde omgevingen altijd voedsel is te vinden voor ratten?

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

6

Onderstaand enkele voorbeelden die ook in de doelomgevingen spelen: • Het voeren van vogels, zonder er bij stil te staan dat ook de ratten gevoerd worden. • Het weggooien van brood, fruit en overig voedsel in de omgeving van de eigen woning. Dit waarschijnlijk vanwege geloofsovertuiging dat voedsel niet verspilt mag worden, gemakzucht of gewoon omdat de buurvrouw of -man het ook doet. • Asociaal gedrag, geen respect voor de leefomgeving “ik doe gewoon wat ik zelf wil”. Zie foto’s in bijlage 6. 2.2. De huidig plaagdierbeheersing en werkwijze De huidige plaagdierbeheersing zou in de basis gestoeld moeten zijn op de principes van Integrated Pest Management (IPM). Een belangrijk uitgangspunt daarbij is het werken met drempelwaarden. Met andere woorden wat accepteren we ten aanzien van aanwezigheid van ratten binnen een bepaalde omgeving. Gemeentebreed valt hier geen vast aantal aan te koppelen. Wel is helder dat de gemeente geen ratten in gebouwen wil tolereren. Inpandig geldt dus een acceptatiegrens van nul. Wanneer toch ratten in een gebouw worden aangetroffen, moet direct onderzocht worden welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen, en moeten passende maatregelen worden genomen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eigenaar en/of gebruiker. In de openbare ruimte ligt het vaststellen van drempelwaarden genuanceerder. Nul ratten is onmogelijk om te stellen.

Ratten horen er nu eenmaal bij in stedelijke omgevingen. Daarom is het noodzakelijk om bewuste keuzes te maken; wat accepteren we in een bepaalde omgeving en wat niet? Voor zover bekend beschikt de gemeente Den Haag momenteel niet over een vastgestelde beleidsnotitie IPM ten aanzien van knaagdieren waar acceptatiegrenzen in zijn vastgelegd. Gevolg is dat zowel interne als externe stakeholders ook geen vastgestelde drempelwaarde hebben in hun hun uitvoeragenda’s ter borging. Het resultaat is dat ratten mogelijk veel vrijheid geboden krijgen om zich te vestigen en door te ontwikkelen. Het vaststellen van gebiedsgerichte drempelwaarden helpt in het behalen van doelstellingen. 2.2.1. Bestrijdingsmiddelen in beeld Een onderdeel van rattenbeheersing is de bestrijding ervan. Preventief evenwicht kan door het inzetten van natuurlijke vijanden mogelijk al behaald worden of in ieder geval bijdragen aan gewenste drempelwaarden. Zijn er meer ratten dan dat we accepteren in een bepaalde omgeving (drempelwaarde overschrijding), dan zal naast het aanpakken van de oorzaken ervan, bestrijding uitgevoerd moeten worden. Hiervoor zijn diverse middelen en methoden beschikbaar in de markt.

De gemeente Den Haag heeft ervoor gekozen om alleen bij noodsituaties chemische middelen in te zetten, in afstemming met dienst stadsbeheer (DSB) en gebaseerd op de strenge eisen uit het certificatieschema IPM-Knaagdierbeheersing.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

7

In de gemeente Den Haag worden ratten nu bestreden met signaalklemmen die in een lokaasdepot, voorzien van lokaas, geplaatst worden. Andere mogelijke bestrijdingsmethoden worden door HMS nu niet ingezet in de gemeente. •

Motivatie HMS keuze inzet bestrijdingsmiddelen - Het geen gebruik maken van rodenticiden is een beleidsmatige keuze van de gemeente Den Haag en kan dus bij een noodsituatie alleen in afstemming met dienst stadsbeheer (DSB) worden ingezet. - Het inzetten van alternatieven is voor een deel kostenoverweging. De keuze om klemmen in te zetten is gebaseerd op het feit dat deze effectief zijn om rattenpopulaties beheersbaar te houden. De klemmen worden binnen 24 uur gecontroleerd, wat bijdraagt aan het voorkomen van dierenleed. - Het inzetten van grotere objecten in de openbare ruimte is vandalismegevoelig (in praktijk is dit door HMS ondervonden). - Het inzetten van rioolvallen is de minst aantrekkelijke optie omdat dit systeem enerzijds zeer kostbaar is en anderzijds alleen wegvangt in de biotoop waar de bruine rat thuis hoort. - Wat betreft afschot; dit is in de openbare ruimte geen reële optie (denk hierbij aan vergunningen, met geweer door de stad lopen e.d.). Op afgesloten terreinen zou afschot in theorie wel kunnen worden toegepast, maar zulke locaties zijn in de stad schaars aanwezig.

•

Overzicht beschikbare middelen op de markt zijn Ratten bestrijdingsmiddelen/methoden & voor-/nadelen algemeen

Op de volgende pagina een beknopte samenvatting van beschikbare middelen/methoden met voor- en nadelen. Voor een uitgebreidere beschrijving zie ook het document “Afweging inzet methode IPM Knaagdierbeheersing 2024” en de “Gids diervriendelijke bestrijding ratten en muizen” , beide als bijlage 8,1 en 8,2 in leesmodus.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

8

2.2.2. Vragenlijst met antwoorden gemeente Den Haag •

Is er een (gedateerde) beleidsnotitie of plan van aanpak plaagdieren? - De brede aanpak tegen rattenoverlast komt overeen met het stadsbrede schoonbeleid zoals geformuleerd in het Aanvalsplan Afval 2023-2026 (Link). De reden hiervoor is dat wij rattenoverlast zien als een symptoom van slecht afvalgedrag. In de bijlage is ook de voortgangsrapportage van het aanvalsplan 2024 meegenomen, op pagina 37 wordt de ratten stand van zaken over het afgelopen jaar besproken. - Daarnaast is er een specifieke handleiding aanpak rattenoverlast beschikbaar (zie bijlage). Hierin wordt de werkwijze beschreven die de gemeente hanteert. Het document moet nog worden opgefrist met de nieuwe ontwikkelingen op het schoonbeleid naar aanleiding van het Aanvalsplan en het nieuwe melding systeem van de gemeente. Maar op hoofdlijnen klopt de inhoud nog wel. - Als laatste is het ook nog goed te verwijzen naar de schriftelijke beantwoording RIS31802, waar bij de beantwoording op vraag 8 het stappenplan van bestrijden nader wordt toegelicht.

•

Hoe is de melding, behandeling en afhandelingsprocedure nu ingericht? (procesbeschrijving, wat doet de gemeente nu wel en wat niet). - Een bewoner doet een melding via de gemeente website (Link), als een rat in de openbare ruimte wordt gezien. Met een duidelijke omschrijving van de overlast wordt deze in de meeste gevallen gelijk doorgezet naar de HMS. Als er onduidelijkheid is in de melding wordt deze eerst in behandeling genomen door de milieubeheerder, die dan aan de hand van een schematisch overzicht (zie onderstaand schema) de melding beoordeelt en vervolgens de melding doorzet naar de HMS om in behandeling te worden genomen. In de handleiding rattenoverlast wordt op pagina 5 de werkwijze verder beschreven. De gemeente gaat alleen in op rattenoverlast in de openbare ruimte of de binnentuin van een woningcorporatie.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

10

-

-

-

-

•

Groenvoorziening? Er is afstemming op beleid en stadsdeel niveau. Je merkt wel dat beleid van vergroening en plaagdierbeheersing soms in conflict kan komen. Waar nodig wordt gezamenlijk gekeken naar het voorkomen en of oplossen van ratten-/afvaloverlast. Handhaving? Handhaving is het sluitstuk van het schoonbeleid. Er is op stadsdeel niveau afstemming over hun inzet. Ook is er sinds 1 oktober 2024 sprake van een stadsbreed voederverbod. Afvalbeheer? Heel nauw, dit team is ook betrokken bij de bestekafspraken met HMS. Flora en fauna? Minimaal contact. Rioolbeheer? In Den Haag ervaren we geen tot minimale overlast van ratten door een slecht onderhouden riool. Er is contact als er vragen hierover zijn, bijvoorbeeld vanuit de politiek begin dit jaar. Ook is het stadsdeel via de wegbeheerder op de hoogte met betrekking tot het riool. Waar nodig is dan contact met de milieubeheerder als het iets te maken heeft met ratten. Vergunningverlening? Geen contact.

Hoe is de samenwerking en afstemming nu ingeregeld met externe stakeholders? - Waterschap? Geen contact. - Provincie? Geen contact. - Natuurorganisaties? Geen contact. - Faunabeheer Eenheid? Geen contact. - Woningbouwverenigingen? Er is een periodiek stadsbreed rattenoverleg en er is contact op stadsdeel niveau. Daarin worden praktische situaties besproken en gekeken naar oplossingen. Maar ook bij de organisaties van gebiedsgerichte voorlichtingsacties is er afstemming met de woning corporaties.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

12

-

Ondernemers (verenigingen)? Niet specifiek op ratten maar meer algemeen over het juist aanbieden van het afval om ook overlast te voorkomen. Overlast is de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers.

•

Welke soorten plaagdieren baart jullie de meeste zorgen? - De rat hoort bij de ecologische samenstelling van de stad. Desondanks zijn ratten vooral voor bewoners een grote zorg. Ook wordt het onderwerp van rattenoverlast regelmatig op de politieke agenda gezet. Over het algemeen is de belevenis dat de situatie stabiel is in het aantal meldingen van rattenoverlast. Dit neemt niet weg dat er bewoners ook zeker overlast zullen en kunnen ervaren van ratten. Als gemeente blijven wij ons dan ook intensief inzetten om overlast zoveel mogelijk te voorkomen door veel in te zetten op voorlichting, opruimen en/of aanpassen en bestrijden. Hiervoor is ook een speciale campagne ontwikkeld van ‘Stop de Rat’, wat een onderdeel is van de publiekscampagne van ‘Schoon, doen we toch gewoon?’. De campagne van ‘Stop de Rat’ wordt regelmatig ingezet bij gebiedsgerichte voorlichtingsacties om duurzame gedragsverandering teweeg te brengen.

•

Waar schort het meest aan in jullie beleving om integrale plaagdierbeheersing binnen de gemeente verantwoord te implementeren? (Integrated Pest Management) - Ik ben zelf van mening dat het IPM en de nadruk op het voorkomen in plaats van bestrijden van rattenoverlast heel goed wordt toegepast in de gemeente Den Haag.

2.2.3. Vragenlijst met antwoorden HMS inzake gemeente Den Haag •

Hoe is de melding, behandeling en afhandelingsprocedure nu ingericht? (procesbeschrijving, wat doet de gemeente/HMS nu wel en wat niet). - HMS krijgt van de Milieubeheerders rattenmeldingen door via het meldingssysteem Signalen. HMS heeft dan 72 uur de tijd onderzoek te verrichten (dit is vastgelegd in het bestek 1999). - Melding wordt in Pest Scan gezet en onderzoek wordt uitgevoerd. - Bevindingen en aanbevelingen kunnen via Pest Scan worden ingezien door Milieubeheerder van het desbetreffende Stadsdeel. Het bezoekrapport wordt ook per email verstuurd.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

13

-

Wat op dit moment in mijn ogen zou kunnen verbeteren is het opvolgen van onze aanbevelingen door Milieubeheerders wanneer wij onderzoek hebben verricht en dat er dan een terugkoppeling wordt gedaan richting HMS.

2.3. Ontwikkeling en leefwijze algemeen van de bruine rat Bruine rat (Rattus norvegicus (Berkenhout)) Orde: Rodentia (knaagdieren) Familie: Muridae (muizen en ratten) Ratten zijn zogeheten cultuurvolgers. Dit betekent dat daar waar mensen zijn, ook ratten zijn. Ratten maken onderdeel uit van de (stads)natuur en onze omgeving. We moeten er echter voor zorgen dat de populatie niet zo groot wordt dat zij voor overlast zorgt. Hier kunnen we zelf iets aan doen. Vaak ongemerkt, creëert de mens namelijk een situatie welke ideaal is voor ratten, denk hierbij aan voedselaanbod, schuilgelegenheid en warmte. Wanneer ratten in de omgeving aanwezig zijn waar bovengenoemde factoren gelden, zullen ze zich in de omgeving blijven ophouden en zich voortplanten. Ontwikkeling en leefwijze Een bruine rat leeft circa 1 jaar, maar de vermoedelijke maximale levensduur is circa 2-3 jaar. Vrouwelijke ratten zijn al geslachtsrijp vanaf 3 maanden en zijn constant bevrucht. Zij hebben maximaal 15 worpen (nesten), met gemiddeld 7-10 jongen per nest. De draagtijd van ongeveer 3 weken, wordt gevolgd door een zoogperiode van 4 weken. Na drie maanden zijn de jongen geslachtsrijp en zullen ook zij nakomelingen krijgen. Mits er voldoende voedsel en nestelgelegenheid aanwezig is, kan een populatie ratten snel groeien en resulteren in een plaag.

Bruine ratten hebben zich over geheel Nederland verspreid en zijn de meest voorkomende rattensoort in ons land. Deze cultuurvolgers hebben een bijzonder groot aanpassing vermogen en kunnen naast uitstekend graven ook zwemmen en klimmen. Zij geven de voorkeur aan waterrijke milieus, gezien ze dagelijks vocht nodig hebben. De bruine rat is voornamelijk ’s nachts actief. De reuk is het belangrijkste zintuig van de rat. Het zijn alleseters met een voorkeur voor het beste wat voorhanden is: granen, knolgewassen, groenten, fruit, vlees, vis, etc. Gemiddeld eet een bruine rat 15-20 gram per dag. Sporen en schade Bruine ratten zijn dragers van ziektekiemen (o.a. ziekte van Weil, paratyfus e.a.) en vormen daarmee een risico voor de volksgezondheid. Ook kunnen zij veeziekten verspreiden. Daarnaast bevuilen ze voedselvoorraden met uitwerpselen en urine en kunnen verzakkingen optreden ten gevolge van graverijen door ratten.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

15

Door hun knaaggedrag veroorzaken ratten knaagschade aan onder meer verpakkingsmaterialen, houten vloeren, leidingen, kabels (met storingen of kortsluiting als gevolg) en aan isolatiematerialen; zie voor de uitgebreide biologie en leefwijze bijlage 2.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

16

3.

Leemten in kennis

Binnen dit onderzoek signaleren wij de volgende leemten in kennis: • Bouwkundige gebreken in en onder gebouwen, gebrekkige rioleringen, niet zijnde openbaar gebied kunnen bijdragen aan rattenoverlast in de openbare ruimten. Er is in dit onderzoek niet ingezoomd op individuele tekortkomingen. • Bedrijfsmatige visueel niet zichtbare processen van ondernemingen die in relatie staan tot ratten zijn niet meegenomen in dit onderzoek. • Het onderzoek betreft een momentopname. De situatie kan dus in een andere periode anders zijn.

4.

Algemene samenvatting van de bevindingen • Samengevat kunnen we stellen dat bruine ratten net als in alle omgevingen ook hier voorkomen. We gaan dus niet meer voorkomen dat ratten per definitie onaanvaardbaar zijn in onze gehele woonomgeving. De mate waarin bruine ratten voorkomen in “bepaalde gebieden” bepalen we wel met z’n allen. Doet iemand of een bepaalde stakeholder niet mee met preventief gemaakte afspraken, of ontbreken de juiste preventieve afspraken, dan is de bruine rat in het voordeel. • We zien dan ook in de doelomgevingen een combinatie van factoren en aspecten samenkomen die de rat succesvol maken. De belangrijkste hierin is het gedrag van bewoners door het structureel aanbieden van voedsel(resten) in de openbare ruimte en de gekozen groenvoorziening op bepaalde locaties, zoals (lage) struiken direct tegen gevels, in de directe nabijheid van afvalverzamelplaatsen en speelgebieden. Daarnaast zien we het niet toepassen van IPM borging bij onderhoud van riolering, sloop-, verbouw- en bouwwerkzaamheden. • Een IPM aanpak bij een vergunningverlening is niet van toepassing bij werkzaamheden die ratten in beweging brengen. • Qua daadwerkelijke bestrijding ligt de focus op het inzetten van lokaasdepots met lokaas monitoring en/of klemmen.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

17

5.

Aanbevelingen

Op basis van het bovenstaande, de volgende adviezen: • Hoewel de gemeente Den Haag de bruine rattenbeheersing inzet op de principes van IPM is er naar onze mening nog winst te behalen in de borging ervan, zowel bij interne als bij diverse externe stakeholders. Het advies is dan ook om de werkprocessen van diverse betrokken partijen, welke in relatie staan tot risico’s in knaagdierenontwikkeling (bruine ratten) tegen het licht te houden. Zijn de risico’s bekend, dan kan er individueel een slag gemaakt worden om rattenbeheersing IPM waardig (economisch) verantwoord te gaan borgen. Uitgangspunt voor alle stakeholders is wel dat er een gemeentelijk brede omschrijving moet zijn van drempelwaarden als handvat. Ons advies is om dit vorm te geven door middel van classificatie van risicogebieden. Dit alles om de verwachtingen te kunnen managen en de gemeente meer focus en slagkracht te geven.

• Om de belangrijkste stakeholders (meer) te betrekken in een betere en gezamenlijke borging, gebaseerd op IPM zijn in volgorde van prioriteit doelomgevingen: - Geloofsgemeenschappen (gericht op bewonersgedrag); - Buurtgemeenschappen (gericht op bewonersgedrag); - Groenvoorziening en stadsecologie (habitat management met oog op de rat); - Woningcorporaties, wetgeving Besluit kleine herstellingen (gericht op huurdersgedrag en bouwkundige verantwoording); - Sociaal team (zijn de ogen in hoog risico omgevingen); - Rioolbeheer (gericht op voorkomen van gebreken en het snel repareren bij gebreken); - Vergunningverlening (IPM borging, geeft mogelijkheden om snel en adequaat op te treden bij overtredingen); - Qua bestrijding proefondervindelijk bezien of andere methoden en middelen toegevoegde waarde kunnen hebben. • KAD advies met betrekking tot bestrijding bruine ratten op de hotspotgebieden Hoewel preventie altijd eerst komt, moeten er op sommige zogeheten hotspotlocaties soms zelfs structureel bestreden worden. Als door het inzetten van klemmen op deze hotspots niet het gewenste resultaat behaald wordt, dan adviseren wij om door middel van pilots andere toepassingen uit te testen. De testresultaten vastleggen en voorzien van bevindingen in een rapport is hierbij belangrijk om definitieve beslissingen te kunnen nemen.

Het feit dat de hotspots in een bepaalde omgeving liggen, brengt met zich mee dat niet alle middelen en methoden altijd geschikt zijn. Afschot en fretteren is lastig of zelfs onmogelijk op de meeste locaties. Het inzetten van zogeheten verdrinkingsvallen worden in hotspotgebieden bij diverse andere gemeenten als succesvol in vangsten ervaren.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

18

Ze komen overal voor en vestigen zich het liefst in een vochtige, niet te warme omgeving. Hierdoor voelen ze zich al snel ergens thuis, met name in de buurt van de mens. Men komt ze voornamelijk tegen langs slootkanten, in ruigten, bij stapels hout, in riolen en mestputten, in en onder gebouwen/ kruipruimten en onder/achter op terreinen opgeslagen goederen. Bruine ratten beschikken over relatief slecht zicht en zijn vooral ’s nachts actief. Overdag kunnen ze echter ook waargenomen worden. Hun reuk en gehoor zijn de voornaamste zintuigen. Ook hun snorharen zijn goed ontwikkeld. Deze gebruiken ze om zich in het donker goed te verplaatsen. In tegenstelling tot huismuizen, zijn ratten neofoob. Dat wil zeggen dat ze wantrouwend zijn ten opzichte van nieuwe dingen in hun omgeving. Als omnivoren eten ze alles, al hebben ze een duidelijke voorkeur voor het beste dat voorhanden is: granen, knolgewassen, groenten, fruit, vlees, vis. Dagelijks consumeren ze zo’n 15-20 gram. Voorraden worden aangelegd. Daarnaast heeft de bruine rat dagelijks vocht nodig, dus gaat zijn voorkeur uit naar een waterrijk milieu. SPOREN De uitwerpselen van bruine ratten zijn bruin/grijs van kleur (stomp; ca. 2 cm lang en 0,5 cm dik). Bruine ratten maken een toilet, dat wil zeggen dat ze hun behoefte doen op bepaalde locaties. Hierdoor is het vaak lastig om keutels te vinden.

Naast uitwerpselen kan men prenten (pootafdrukken) en sleepsporen van de staart aantreffen, “buiksmeer” op veel belopen randen en knaagsporen of knaagsel van ondermeer isolatiematerialen. Ratten zoeken veelal aan één zijde dekking, dus looppaden (“wissels”) kunnen ook zichtbaar zijn. Daarnaast kunnen holen een inzicht geven of er rattenactiviteit in de omgeving is. Dicht getrapte holen welke toegang bieden tot bewoonde ruimten, zullen binnen één dag weer open zijn. SCHADE Als dragers van ziektekiemen vormen ratten een bedreiging voor de volksgezondheid. Zij kunnen o.a. paratyfus en de ziekte van Weil overbrengen. Ook voor vee kunnen ze een bedreiging vormen door de verspreiding van varkenspest, pseudovogelpest, trichinose, ziekte van Aujeszky, en andere. Daarnaast bevuilen ze voedselvoorraden met uitwerpselen en urine en kunnen verzakkingen optreden ten gevolge van graverijen door ratten. Door hun knaaggedrag veroorzaken ratten knaagschade aan onder meer verpakkingsmaterialen, houten vloeren, leidingen, kabels (met storingen of kortsluiting als gevolg) en aan isolatiematerialen.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

25

WERING EN PREVENTIE Een belangrijke weringsmaatregel is het dichten of verkleinen van (ventilatie)openingen in woningen en gebouwen tot max. 0,5 cm. Deze opening wordt over het algemeen aangehouden, omdat dit ook muizen weert. Let op! Afdichten van openingen dienen altijd te voldoen aan het Bouwbesluit of het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Dicht of verklein ook kieren, scheuren en gaten in muren en vloeren. Doe dit ook voor open doorvoeren van kabels en leidingen. Vergeet dit vooral niet te controleren boven een eventueel aanwezig systeemplafond. In tuinen is voedsel voor huisdieren, fruitbomen en notenbomen (ook afgevallen vruchten) vaak een aantrekkelijke bron en daarmee oorzaak van aanwezigheid van ratten. Voorkom zoveel mogelijk het aanbod van voedsel en houd voedsel opgeborgen in goed afsluitbare bakken. Ook afval moet tijdig opgeruimd en in afgesloten vuilniscontainers bewaard worden. Voorkom het creëren van schuilplaatsen voor bruine ratten, door langdurige opslag te vermijden, goederen vrij te houden van wanden en door een gedegen onderhoud van terreinen en walkanten aan te houden. Houd ook muren vrij van (dichte) begroeiing.4 De riolering dient in goede staat te verkeren. Plaats verder gegalvaniseerde bolroosters op hemelwaterafvoeren om te voorkomen dat ratten vanuit het riool naar boven kunnen komen.

NIET-CHEMISCHE BESTRIJDING Een bestrijding van ratten is zinloos, wanneer er geen goede wering- en preventiemaatregelen genomen zijn. Dit is de belangrijkste stap, ook als er al ratten aanwezig zijn. Mocht een bestrijding toch nodig zijn, dan heeft een mechanische (door middel van klemmen of vallen) of biologische bestrijding (middels roofdieren) in eerste instantie de voorkeur. Rodenticiden (gif) moeten pas worden toegepast wanneer mechanische of biologische bestrijding onvoldoende effect heeft: het is een laatste redmiddel. Let op! Voor particulieren zijn in Nederland geen chemische bestrijdingsmiddelen toegelaten om ratten te bestrijden. Indien u overlast ervaart van ratten, is het verstandig om bij buren te informeren of zij ook overlast ervaren. Probeer zoveel mogelijk als collectief te handelen om migratie te voorkomen en de bestrijding zo effectief mogelijk te maken.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

26

Mechanische bestrijding door middel van vallen en klemmen: - Voer een inspectie uit op de gehele locatie plus omgeving. Let hierbij op sporen van ratten, maar ook op eventueel te treffen preventieve bedrijfsmatige, bouwkundige of hygiënische maatregelen. - Zorg ervoor dat weringsmaatregelen getroffen worden en houd rekening dat de rattenpopulatie zich niet gaat verspreiden door de uitvoering hiervan. - Begin desnoods eerst met pre-baiting: het plaatsen van voer. Wanneer de ratten gewend zijn geraakt aan deze voerplaats, kan het voer vervangen worden door een klem of val. Plaats klemmen en vallen op looppaden van ratten en zo nodig in lokaaskisten, om te voorkomen dat kinderen of huisdieren zich kunnen bezeren aan de klemmen en voorkom het vangen van niet doelsoorten. Zet ze ook vast, zodat ze niet verplaatst kunnen worden. Voorzie ze eventueel van een aantrekkelijke lokstof. Houd er rekening mee dat ratten neofoob zijn, waardoor het enige tijd kan duren voor ze in een kist gaan. - Zorg ervoor dat er geen concurrerend voedsel op de locatie beschikbaar is ten opzichte van de lokstoffen. - Controleer klemmen dagelijks. - Houd de locaties schoon. Verwijder eventueel aanwezige uitwerpselen regelmatig, zodat nieuwe activiteit makkelijk vastgesteld kan worden. - Let op: draag bij het verwijderen van klemmen, dode ratten en uitwerpselen altijd handschoenen en een mondkapje.

Ontsmet bij hergebruik uw handschoenen zorgvuldig. Dit alles voor uw eigen veiligheid. Biologische bestrijding middels roofdieren: Dieren die ratten en muizen op hun menu hebben staan, bijvoorbeeld katten, kunnen ingezet worden tegen deze knaagdieren. Maar ook het aantrekkelijk maken van de leefomgeving voor roofvogels door hoge palen in de grond te zetten, heeft effect. Roofvogels gaan hier graag op zitten. Teven staan bruine ratten op de menukaart van marters, reigers en snoeken. CHEMISCHE BESTRIJDING Wanneer een mechanische bestrijding tekortschiet, kan men als laatste redmiddel een chemische bestrijding toepassen. Ook hierbij geldt: neem eerst de nodige wering- en preventiemaatregelen, anders is de bestrijding zinloos. Chemische bestrijding van ratten binnen én buiten mag alleen worden toegepast door HIKgecertificeerde bedrijven en alleen als laatste schakel in een bestrijdingsprogramma dat gebaseerd is op de principes van IPM (Integrated Pest Management).

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

27

Voor de chemische bestrijding van ratten is het van belang zo vers mogelijk lokaas te gebruiken. Let goed op de Wettelijke Gebruiksvoorschriften en de gebruiksaanwijzingen die op het product vermeld staan en zorg dat u de voorzorgsmaatregelen en waarschuwingen zoals vermeld staan op het etiket van het product nauwkeurig volgt. Chemische bestrijding met rodenticiden: - Voer een inspectie uit op de gehele locatie plus omgeving. Let hierbij op sporen van ratten, maar ook op eventueel te treffen preventieve bedrijfsmatige, bouwkundige of hygiënische maatregelen. - Houd de locaties schoon. Verwijder eventueel aanwezige uitwerpselen regelmatig, zodat nieuwe activiteit makkelijk vastgesteld kan worden. - Zorg ervoor dat er geen concurrerend voedsel op de locatie beschikbaar is ten opzichte van de rodenticiden. - Plaats voldoende lokaaskisten op looppaden en nabij nestlocaties en voorzie elk van voldoende lokaas (volgens de aanwijzingen op het etiket van het middel). Zorg ervoor dat toegepaste rodenticiden niet bereikbaar zijn voor kinderen, vee, huisdieren en andere niet-doelsoorten. N.B.: Het is een vereiste dat alle voerplaatsen steeds in voldoende mate voorzien zijn van lokaas. Indien er te weinig rodenticiden worden aangeboden, ontstaat het risico op resistentie. Vooral in de beginfase van de bestrijding is minimaal tweemaal per week controle van alle voerplaatsen noodzakelijk.

Zet geen vers lokaas uit op restant lokaas dat verontreinigd is met uitwerpselen en urine. Beter is dan om het restant van het lokaas te verwijderen en de voerplaats van vers lokaas te voorzien. -

-

Blijf rodenticiden toepassen en zet periodieke controles van de voerplaatsen voort, tot het moment dat er geen nieuwe sporen van ratten meer worden aangetroffen en er geen opname van het lokaas meer is. Periodieke controles op basis van inzicht, maar met een maximale frequentie van 14 dagen. Ruim dode ratten op (om risico op doorvergiftiging van niet-doelsoorten te minimaliseren), verwijder lokaas na de actie en volg de weringsmaatregelen goed op.

Voor de uitvoering van de bestrijding van de bruine rat, wordt geadviseerd contact op te nemen met een gediplomeerde deskundige in dienst van een gemeente of bestrijdingsbedrijf. Namen en contactgegevens van bestrijdingsbedrijven kunt u online vinden. Verifieer of medewerkers in het bezit zijn van een geldig bewijs van vakbekwaamheid “Beheersing plaagdieren en houtaantastende organismen”.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

28

Bijlage 4: Relevante wetgevingen Wet- en regelgeving De volgende wet- en regelgeving zijn van toepassing als het om de preventie en beheersing van plaagdieren gaat. • Wet publieke gezondheid In deze wet is vastgelegd dat de gemeente zorg moet dragen voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder het nemen van preventieve maatregelen op dit gebied (paragraaf 4, artikel 6). Hier kan ook de preventie en/of bestrijding van dierplagen toe behoren. • Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De provincie heeft een faunabeheersplan (2017 – 2023) opgesteld. Hierin wordt onder andere de beschermde status en mogelijkheden tot ontheffing/vrijstelling van diverse diersoorten beschreven. • Woningwet en Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) De Woningwet en Besluit Bouwwerken Leefomgeving bevatten voorschriften over het zodanig gebruik van een bouwwerk, open erf of terrein dat overlast door schadelijk of hinderlijk gedierte wordt voorkomen. Het Wabo-bevoegd gezag (meestal de gemeente) heeft de taak toe te zien op de naleving van deze voorschriften. De niet-naleving ervan kan een overtreding vormen waartegen direct handhavend kan worden opgetreden, zonder dat eerst een aanschrijving vereist is.

• Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) Deze wet regelt de omgevingsvergunning en is een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving. • Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden De Wet gewasbescherming en biociden geeft uitvoering aan de Europese Biocidenrichtlijn voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. • Waterwet en Waterschapswet In deze wetten is vastgelegd dat het voorkomen van schade aan waterschapswerken door muskus- en beverratten de taak is van de waterschappen. Wanneer bruine en zwarte ratten zich in gebieden bevinden die in beheer zijn van een waterschap, behoort ook de evt. bestrijding van deze dieren tot de taak van het waterschap. Het is lastig precies te zeggen wie op welk moment en in welke situatie verantwoordelijk is voor het tegengaan van overlast door dieren. Voor ratten, muizen en geleedpotigen, ligt de verantwoordelijkheid over het algemeen bij gemeentes.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

32

Bijlage 5: Bouwstenen voor preventie van knaagdieroverlast in de gemeente https://www.kad.nl/kennisbank/bouwstenen/

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

33

1. Inleiding Dieren die in onze natuur leven in Nederland, zijn belangrijk voor diverse processen waar de mens baat bij heeft. Maar in een aantal gevallen kunnen dieren ook overlast veroorzaken en risico’s vormen voor de volksgezondheid. Zodra dieren overlast gaan veroorzaken, noemen we ze plaagdieren. Vanaf dat moment is het belangrijk dat de risico’s worden geminimaliseerd en beheerst. Dit document richt zich op de beheersing van knaagdieren, specifiek de zwarte rat, bruine rat en de huismuis. Waar gesproken wordt over muizen, ratten of knaagdieren betreft het deze diersoorten. Dit document is bedoeld voor de verschillende doelgroepen die te maken hebben met overlast van knaagdieren zoals de centrale overheid, provincies, gemeenten maar ook plaagdierbeheersers en opdrachtgevers. In het document zal eerst uitleg gegeven worden over de nieuwe IPM-regeling vanaf 1 januari 2023. Van daaruit wordt ingegaan op de verschillende gebruikers van beheersmethoden. Het vervolg van het document staat in teken van de aspecten die bij een (overlast)situatie van toepassing zijn waarna er ingegaan wordt op de verschillende, momenteel beschikbare, beheersmethoden.

KAD/2025/0403b/MM/MBe

Onderzoek d.d. 31 maart en 1 april 2025

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16735920/1