RIS324344 Zorg dat kleine buitenconcerten niet in de verdrukking komen
Tekst van het document
RIS 324344 Schriftelijke vragen: zorg dat kleine buitenconcerten niet in de verdrukking komen Indiener: Janneke Holman (PvdA), Maarten De Vuyst (GroenLinks) Datum: 18 december 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, De Haagse PvdA en GroenLinks hebben signalen ontvangen dat het vergunningenbeleid voor evenementen in Den Haag knelt voor kleine buitenconcerten. Sinds vorig jaar zou het evenementenbeleid zijn aangescherpt, waardoor het voor organisatoren van kleine buitenconcerten onder de 250 bezoekers onduidelijk is geworden welke vergunningprocedure zij moeten doorlopen en of voor hun evenement mogelijk een melding zou volstaan. Zo zou een door Theaterfanfare Kunst voor het Volk jaarlijks georganiseerde concertreeks in de buitenruimte met een bezoekersaantal van onder de 250 personen volgens de evenementenwijzer van de gemeente een melding klein evenement moeten doen, wat al jaren de gebruikelijke werkwijze is. Sinds vorig jaar eist de gemeente echter een volledige evenementenvergunning, een procedure die in principe onder dezelfde regeling valt als grote popconcerten waar duizenden mensen op afkomen. Overeenkomstig art.
32 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Janneke Holman (PvdA) en Maarten De Vuyst (GroenLinks) de volgende vragen: 1) Is het college het met de PvdA en GroenLinks eens dat straatmuziek en kleinschalige concerten bijdragen aan een levendige stad? 2) Kan het college aangeven welke regels er de afgelopen jaren precies zijn aangescherpt die hebben geleid tot de situatie dat ook kleinere concerten een vergunning moeten aanvragen? 3) Kan het college aangeven wanneer het voor kleinere evenementen met beperkte impact op de omgeving en bezoekersaantallen onder de 250 bezoekers toch een vergunning vereist? 4) In hoeverre speelt geluidsimpact een rol bij de beslissing om wel of geen vergunning te eisen? Zijn hier harde normen voor? 5) Is het college het met de PvdA en GroenLinks eens dat het wenselijk is om een onderscheid te behouden tussen (grote) concerten die een vergunning moeten aanvragen en kleinere concerten die met een melding kunnen volstaan? 6) Zo ja, is het college bereid om hier helder over te communiceren naar culturele organisaties en andere stakeholders en betrokkenen? Naast het verschil tussen het moeten doen van een melding of een vergunningsaanvraag maakt de gemeente ook onderscheid tussen straatmuziek (art. 2.9 APV) enerzijds en evenementen (art. 2.25 APV) anderzijds.
Vanuit de gemeente wordt - naast onduidelijkheid over de noodzaak voor een vergunningsaanvraag - ook geen helder onderscheid gemaakt tussen wanneer een klein optreden onder straatmuziek valt of onder een klein evenement. 7) Kan het college aangeven hoe wordt bepaald onder welke regeling kleinere straatconcerten vallen?
8) Is het college van mening dat er een grijs gebied zit tussen straatmuziek zoals gereguleerd door art. 2.9 APV en kleine concerten zoals gereguleerd in artikel 2.25 APV? 9) Erkent het college dat de dienstverlening voor kleinere concerten kan schuren wanneer zij minder dan 250 bezoekers verwachten maar wel (beperkt) geluidsimpact op de omgeving hebben en dus mogelijk toch onder de evenementen onder art. 2.25 APV vallen? 10) Wat zijn, naast het bezoekersaantal, bepalende factoren voor het bepalen of een aanvraag onder art. 2.9 valt of onder art. 2.25? De vergunningsprocedure voor kleinere concerten is ingewikkeld en kost ook een bedrag van €80 aan leges, wat voor kleinere concerten met een budget van enkele honderden euro’s een grote som is. Een vergunningaanvraag voor meerdere concerten in één keer doen is ook theoretisch mogelijk, maar levert in de praktijk problemen op. Zo zijn er verhalen over evenementen die op dezelfde dag gepland zijn als demonstraties en daardoor moesten wijken, omdat data niet goed geregistreerd werden en afdelingen slecht zouden communiceren.
11) Is het college het met de PvdA eens dat een bedrag van €80 op een begroting van een paar honderd euro erg hoog is? 12) Is het college bereid om te kijken of er voor kleinere organisaties een lager legestarief gerekend kan worden? 13) Is het college bereid om te kijken of er maatwerk mogelijk is bij het toekennen van vergunningen, waardoor de leges kunnen worden kwijtgescholden bij kleine begrotingen als wel een vergunning geëist wordt? 14) Herkent het college de signalen dat demonstraties en evenementen in de buitenruimte in het verleden dubbel gepland zijn? Wat is er gedaan om dat in de toekomst te voorkomen? 15) Kan het college aangeven of er tussen de afdeling demonstraties en de afdeling evenementen intern wordt afgestemd over het organiseren van evenementen in de buitenruimte? Vanuit Cultuurschakel worden uitvoeringssubsidies verstrekt voor het organiseren van kleine concerten. Voorheen mochten kleine muziekgezelschappen aanvragen voor maximaal 4 concerten doen, voor een subsidiebedrag van maximaal €500 per concert. Deze subsidieregeling is recent vernieuwd, waardoor meer organisaties een aanvraag kunnen doen maar er nog maar voor maximaal 2 concerten en een bedrag van €400 per concert mag worden aangevraagd.
Dit betekent in de praktijk dat veel organisaties hun contributie moeten verhogen, met het risico dat het voor sommige leden niet meer lukt om mee te blijven doen. 16) Is het college op de hoogte van de veranderde subsidiesystematiek vanuit Cultuurschakel en welke afstemming is daaraan voorafgegaan? Welke doelen liggen aan de nieuwe regeling ten grondslag? 17) Is het college het met de PvdA en GroenLinks eens dat het zonde zou zijn als muziekgezelschappen geen concerten meer kunnen organiseren omdat de subsidie is aangepast? 18) Hoe ziet het college toe op de uitwerking van deze nieuwe subsidie en op de vraag of deze ook daadwerkelijk werkt voor organisatoren in de stad?
Janneke Holman PvdA
Maarten De Vuyst GroenLinks