CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324240 Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029

Commissie Samenleving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Nur Icar Wethouder van MKB, Werk en Participatie

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Samenleving

OCW/10983490 RIS324240 Contactpersoon

Judith Dayala Dienst

Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

Stad en Bestuur Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

18 december 2025

judith.dayala@denhaag.nl

Onderwerp

Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029

Geachte voorzitter, Op 1 januari 2026 wordt de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk van kracht. Hiermee krijgen scholen, doorstroompunten en gemeenten (als uitvoerders van de Participatiewet) meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk bij (dreigende) werkloosheid (zie bijlage 3). Zoals aangekondigd in de brief over de voortgang van de Haagse jongerenaanpak (RIS322860) hebben de betrokken partners (scholen, doorstroompunten en gemeenten) binnen de doorstroompuntregio Haaglanden1 in aanloop naar de invoering van deze wet gezamenlijk een regionaal programma opgesteld. Dit programma beschrijft de maatschappelijke opgave waar we in onze regio voor staan, waar we de komende programma periode aanvullend op onze wettelijke basistaken op in willen zetten (actielijnen met maatregelen) en hoe we met elkaar samen willen werken. Met dit programma wordt het huidige regionaal programma Voortijdig Schoolverlaten 2021-2025, dat gericht is op de bestrijding van voortijdig schoolverlaten (hierna vsv), verbreed met de overgang naar duurzaam werk. Deze integrale aanpak is erop gericht dat zoveel mogelijk jongeren in Haaglanden een startkwalificatie behalen, duurzaam aan het werk komen en meedoen in de samenleving.

Het regionaal programma (zie bijlage 1) is samen met de regioanalyse (zie bijlage 2) onderdeel van de subsidieaanvraag die in januari 2026 door ROC Mondriaan namens de regio wordt ingediend bij het ministerie van OCW. De regioanalyse vormt de onderbouwing van het programma. De middelen voor de actielijnen met aanvullende maatregelen worden voor de periode 2026-2029 verstrekt. Met deze brief informeren we uw raad over de plannen voor de komende programmaperiode.

1 Samenstelling doorstroompuntregio Haaglanden: Den Haag (contactgemeente), Delft,

Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 In de doorstroompuntregio Haaglanden werken negen gemeenten en alle onderwijsinstellingen voor voortgezet (speciaal) onderwijs, praktijkonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (hierna v(s)o, pro en mbo) samen aan het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Dit gebeurt binnen het regionaal programma vsv. Het doel van dit programma is om meer jongeren een startkwalificatie te laten behalen (zodat zij meer kans hebben om duurzaam aan het werk te komen), meer voortijdig schooluitvallers terug te laten keren naar onderwijs of werk, en jongeren in het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en de entreeopleidingen beter te ondersteunen bij hun overgang naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd zetten de gemeenten zich - in samenwerking met werkgevers, UWV, SBB, sociale partners en onderwijs - via de arbeidsmarktregio’s Haaglanden en Zuid-Holland Centraal in voor het bestrijden van jeugdwerkloosheid en het aanpakken van bredere arbeidsmarktvraagstukken (ook voor doelgroepen van 27 jaar en ouder). Er is sprake van overlap in doelgroepen en vraagstukken tussen de regionale vsv-aanpak en de arbeidsmarktinspanningen. Daarom is meer samenwerking en afstemming wenselijk. Vanaf 2026 gaan de regio’s werken vanuit één gezamenlijk regionaal programma.

Dit programma is de regionale vertaling van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk. Deze wet richt zich op een soepele overgang van jongeren tot 27 jaar - met én zonder startkwalificatie - van school naar duurzaam werk. Daarbij is er specifieke aandacht voor jongeren met een verhoogd risico op maatschappelijke uitval. De wet beoogt gelijke kansen te bevorderen en uitval te voorkomen. Dit vraagt ook om een structureel goed georganiseerde ondersteuning voor deze jongeren. De maatschappelijke opgave waar we in Haaglanden voor staan De regioanalyse vormt de basis van het regionaal programma. Op basis van deze analyse hebben de betrokken partners samen bepaald welke streefcijfers, aanvullende maatregelen en samenwerkingsafspraken passend zijn bij de maatschappelijke opgave van de regio Haaglanden. De regioanalyse richt zich op jongeren van 12 tot 27 jaar die wonen en/of onderwijs volgen in de doorstroompuntregio Haaglanden. Daarbij is er specifieke aandacht voor jongeren met een verhoogde kans op maatschappelijke uitval. De analyse is niet alleen gericht op onderwijsdeelname en schooluitval, maar kijkt ook naar arbeidsmarktpositie, sociaaleconomische omstandigheden en - waar mogelijk - naar zorg en welzijn.

Dit domein overstijgende perspectief is van belang, omdat de behoeftes van jongeren aan passende ondersteuning, school of duurzaam werk nauw kunnen samenhangen met andere aspecten in de leefwereld van jongeren, zoals de sociaaleconomische positie van hun gezin. Doelgroepen en vindplekken: 1)

Jongeren die (nog) naar school gaan:

Voortgezet onderwijs Hoewel het grootste deel van de voortijdig schoolverlaters (80%) afkomstig is van het mbo en de vsvpercentages in het vo laag zijn, vielen er in 2022/2023 bijna 300 vsv-ers uit van het vo. Het aandeel uitvallers vanuit het vo ten opzichte van het mbo stijgt bovendien.

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Voortgezet speciaal onderwijs Hoewel jongeren in het vso regionaal geen grote groep vormen, is het vanwege hun kwetsbaarheid raadzaam om ook op deze locaties gericht aandacht te besteden aan preventie en begeleiding. Praktijkonderwijs In onze regio zijn er relatief veel jongeren in het praktijkonderwijs. Ook voor de pro-scholen geldt dat, vanwege de kwetsbaarheid van deze groep het belangrijk is om structureel te monitoren hoe zij zich op de lange termijn redden, en welke aanvullende ondersteuning nodig is om uitval uit onderwijs of werk te voorkomen. Middelbaar beroepsonderwijs Het grootste deel van de schooluitval vindt plaats in het mbo. Mbo-locaties zijn dus belangrijke vinden werkplaatsen waar gezorgd kan worden dat jongeren gediplomeerd uitstromen en duurzaam aan het werk komen. Daarbij is de helft van de vsv-ers in onze regio afkomstig vanuit ROC Mondriaan. In de wetgeving wordt niet voor niets specifiek aandacht gevraagd voor mbo-studenten op niveau 1 en 2. De hoge vsv-percentages zitten in deze niveaus van het mbo. Ook gediplomeerden vanuit niveau 1 en 2 hebben moeite om duurzaam aan het werk te komen. De hoge percentages op niveaus 1 en 2 doen echter vermoeden dat daar niet alleen de meeste kwetsbare, maar ook de grootste aantallen vsv-ers zitten.

Maar dit ligt genuanceerder: de niveaus 1 en 2 zijn in onze regio weliswaar verantwoordelijk voor 40% van het totaal aantal vsv-ers, maar jongeren op de niveaus 3 en 4 zorgen samen ook voor 40% van de vsv in onze regio. Hoewel dus sprake is van lagere vsv-percentages op niveau 3 en 4, vormen zij, vanwege de omvang van de populatie, wel een grote groep potentiële uitvallers. Het is dus zinvol om ook aandacht te hebben voor jongeren op niveau 3 en niveau 4. Kwetsbare fases Veel jongeren vallen uit rond hun achttiende. De meeste ongekwalificeerde jongeren zitten op dat moment op het mbo. Om hierop te anticiperen, is het nodig om al eerder (leeftijdsgroep 16/17-jarigen) aandacht te besteden aan preventie van uitval. Gezien het verhoogde risico bij vso en pro jongeren op afhankelijkheid van gemeentelijke ondersteuning en op een lastige overgang naar het reguliere vervolgonderwijs, is het zinvol om extra aandacht te hebben voor jongeren die die overstappen vanuit het vso en pro gaan maken. 2) Jongeren die niet naar school gaan en niet werken: De grootste aantallen jongeren die niet naar school gaan en niet werken (NEET2), komen uit de grote gemeenten in onze regio. In de eerste plaats Den Haag, op afstand gevolgd door Delft, Zoetermeer en Westland. De helft van alle NEET-jongeren heeft geen startkwalificatie.

Dit wil niet zeggen dat zij automatisch ook allemaal in lastige omstandigheden verkeren. Uit de ‘buiten beeld’-aanpakken die gemeenten afgelopen jaren hebben uitgevoerd, zoals de ‘jongeren buiten beeld aanpak’ van Jongerenpunt070, weten we dat maar een klein deel daadwerkelijk kwetsbaar is en ondersteuning wil of nodig heeft. Voor de NEET-doelgroep is het daarom nodig dat gemeenten inzetten op versterking van lokale wijkaanpakken.

2 Not in Education, Employment or Training

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Streefcijfers voor de komende programmaperiode De regioanalyse bevat data over voortijdig schoolverlaten en jongeren zonder onderwijs en zonder werk (NEET). In de regioanalyse is Haaglanden vergeleken met regio’s met overeenkomstige kenmerken (bijv. sociaaleconomische omstandigheden). Deze benchmark vormt de basis voor het vaststellen van realistische streefcijfers voor het nieuwe programma. We werken aan twee ambities die gekoppeld zijn aan de twee indicatoren van het Rijk. Wanneer we als regio op één van deze ambities onder het gemiddelde van onze regionale benchmark scoren, streven wij ernaar om in de looptijd van het programma minimaal op dit gemiddelde uit te komen. Wanneer we beter scoren dan het gemiddelde van onze regionale benchmark, richten we ons op het behalen van het landelijke gemiddelde. Ambitie 1: het aantal nieuwe vsv’ers verlagen Voor de studiejaren 2026/2027 tot en met 2029/2030 streven we ernaar het aantal nieuwe vsv’ers in Regio Haaglanden te verlagen van het huidige niveau van 1.897 jongeren (volgens de oude vsvdefinitie) naar 1.592 jongeren (volgens de nieuwe vsv-definitie). Hiermee sluiten we aan bij de landelijke ambitie van maximaal 23.000 nieuwe vsv’ers per schooljaar en bij het voor onze regio verwacht aandeel vsv’ers (6,92%) van alle vsv’ers in Nederland.

Deze ambitie vraagt blijvende inzet van alle betrokken partners in de regio met als doel gezamenlijk te werken aan een duurzame daling van het aantal voortijdig schoolverlaters. Ambitie 2: het aantal jongeren zonder onderwijs en zonder werk verlagen Voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2029 streven we ernaar het aantal jongeren dat geen onderwijs volgt en geen werk heeft (NEET) in Regio Haaglanden te verlagen van het huidige niveau van 19.680 jongeren (10,8%) naar 14.500 jongeren (8%). Hiermee sluiten we aan bij het landelijke gemiddelde (8%) en verbeteren we onze positie ten opzichte van zowel onze regionale benchmark (11%) als onze huidige situatie (circa 10,8%). In het regionaal programma wordt dit opgepakt via een outreachende en preventieve aanpak. Waar we aanvullend op monitoren We gaan, onder voorbehoud van blijvende beschikbaarheid van deze data in de landelijke dashboards, aanvullend monitoren op het aandeel jongeren dat terugkeert naar school en/of doorstroomt naar werk. Dit betekent een verhoging van: het percentage vsv’ers dat een jaar later (T+1) weer onderwijs volgt; het percentage vsv’ers dat een jaar later (T+1) aan het werk is. Afgezet tegen de actuele situatie betekent dat: nu: 25% (464 jongeren) volgt een jaar later weer onderwijs → ambitie 32%; nu: 29% (542 jongeren) is een jaar later aan het werk → ambitie 30%.

Daarnaast gaan we, onder voorbehoud van blijvende beschikbaarheid van deze data in de landelijke dashboards, aanvullend monitoren op uitstromers uit pro, vso en entree (die niet onder de definitie vsv vallen): het percentage uitstromers vanuit pro, vso en entree (niet-vsv) dat een jaar later (T+1) weer onderwijs volgt; het percentage uitstromers vanuit pro, vso en entree (niet-vsv) dat een jaar later (T+1) aan het werk is.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Afgezet tegen de actuele situatie betekent dat: nu: 63% volgt een jaar later weer onderwijs → ambitie 65%; nu: 17% is een jaar later aan het werk → ambitie 27%. Actielijnen met aanvullende maatregelen Om de hierboven beschreven ambities te realiseren, zijn in het regionaal programma een aantal actielijnen met aanvullende maatregelen geformuleerd. Deze vormen een aanvulling op onze wettelijke basistaken gedurende de komende programmaperiode. Uitgangspunt is om voort te bouwen op bestaande aanpakken en interventies die effectief zijn gebleken. We streven daarbij naar eenvoud en dus zo min mogelijk nieuwe interventies, en zetten in op het opschalen en versterken van goed werkende aanpakken, met volop ruimte voor innovatie. De interventies zijn, waar nodig, tenminste toegankelijk voor alle jongeren die schoolgaand en/of woonachtig zijn in onze doorstroompuntregio, zodat elke jongere gelijke toegang heeft tot ondersteuning en ontwikkelkansen. Door het ‘wat’ en het ‘hoe’ te scheiden behouden we ruimte voor lokale context, locatie gebonden invulling en differentiatie. Het gaat om de volgende vier actielijnen met aanvullende maatregelen: Actielijn 1: Ondersteuning bij multiproblematiek Regionale coachvoorziening voor jongeren met schoolinschrijving. Hulp op werk- en vindplekken voor jongeren zonder schoolinschrijving. Effect: vergroten maatschappelijk perspectief en voorkomen uitval.

Actielijn 2: Versterken overstapmomenten Actualisering overstapmodule Voroc. Overstapcoaching naar mbo. Begeleidingslijn pro/vso naar werk/dagbesteding. Effect: soepele doorstroom en voorkomen problematische uitval. Actielijn 3: Professionalisering integraal werken Regionale professionaliseringsaanpak. Effect: versterking deskundigheid en samenwerking tussen domeinen. Actielijn 4: Maatwerk op snijvlak onderwijs, werk en zorg Cofinanciering maatwerktrajecten. Effect: verkleinen kloof tussen jongeren en onderwijs/arbeidsmarkt. Samenwerkingsafspraken Om helderheid te bieden over wie wanneer aan zet is in de begeleiding van jongeren hebben de betrokken partners een aantal samenwerkingsafspraken vastgelegd in het regionaal programma. Deze zijn vervolgens in detail uitgewerkt in verschillende stroomschema’s vanuit het perspectief van de jongere.

We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: scholen zijn verantwoordelijk voor passend onderwijs, begeleiding, loopbaanoriëntatie en nazorg tot één jaar na diplomering (mbo) of twee jaar na uitstroom (pro/vso); doorstroompunten monitoren en begeleiden jongeren zonder startkwalificatie (16 tot 27 jaar) en zorgen voor een warme overdracht en nazorg tot duurzame plaatsing; arbeidsmarktregio’s bevorderen een inclusieve arbeidsmarkt en stellen gezamenlijk een meerjarenagenda op, gericht op duurzame werkgelegenheid en ondersteuning van kwetsbare groepen.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Middelen Voor de uitvoering van de Wet van school naar duurzaam werk worden middelen verstrekt aan: 1 Individuele scholen voor aanvullende loopbaanbegeleiding (mbo: lumpsum, vso: ophoging bekostiging vso, pro: subsidie). 2 Contactschool (ROC Mondriaan) van de doorstroompuntregio voor het regionaal programma (subsidieaanvraag). 3 Contactgemeente (Den Haag) van de doorstroompuntregio voor uitvoering van de doorstroompuntfunctie (specifieke uitkering aan contactgemeenten). 4 Contactgemeente (Den Haag) van de doorstroompuntregio voor het regionaal programma (specifieke uitkering aan contactgemeenten). 5 Individuele gemeenten voor uitvoering van het nieuwe artikel 7a van de Participatiewet (decentralisatie-uitkering aan individuele gemeenten). 6 De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s voor coördinatie in de arbeidsmarktregio (decentralisatie-uitkering aan centrumgemeenten). Alleen de 2e en 4e geldstroom zijn onderdeel van het regionaal programma. Deze middelen zijn bedoeld voor maatregelen aanvullend op de wettelijke basistaken van de betrokken partners. De middelen zijn in brede zin bedoeld om te bevorderen dat zoveel mogelijk jongeren in de doorstroompuntregio Haaglanden een startkwalificatie behalen en om de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt te verbeteren.

In onze regio gaat het om de volgende bedragen op jaarbasis in de periode 2026-2029: Contactschool voor regionaal programma € 2.907.564,Contactgemeente voor regionaal programma € 3.465.131,Totaal € 6.372.695,De middelen voor het regionaal programma worden in januari 2026 bij het ministerie van OCW aangevraagd door de voorzitter van het College van Bestuur van de contactschool (ROC Mondriaan) namens de scholen, de wethouder Onderwijs van de contactgemeente (Den Haag) namens de doorstroompuntregio Haaglanden, en de wethouders Werk van de centrumgemeenten Den Haag en Zoetermeer namens de arbeidsmarktregio’s Haaglanden en Zuid-Holland Centraal. Tot slot Scholen, doorstroompunten en gemeenten in onze regio bouwen de komende jaren voort op de stevige basis die met de eerdere vsv programma’s en de aanpakken jeugdwerkloosheid is gelegd. Door de handen ineen te slaan en met elkaar een brede aanpak neer te zetten, gericht op zowel het bestrijden van voortijdig schoolverlaten als de overgang naar duurzaam werk, bevorderen we dat zoveel mogelijk jongeren in onze regio een startkwalificatie behalen, duurzaam aan het werk komen en meedoen in de samenleving. Over de voortgang van de uitvoering van het regionaal programma wordt uw raad jaarlijks geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer de wethouder van MKB, Werk en Participatie Nur Icar

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Bijlage: 3) De nieuwe Wet van school naar duurzaam werk Met de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk krijgen scholen, doorstroompunten en gemeenten (als uitvoerders van de Participatiewet) meer mogelijkheden om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk en het behoud van werk bij (dreigende) werkloosheid. De focus ligt op jongeren die ongeacht de stand van de economie moeite hebben om aan het werk te komen en aan het werk te blijven. Dit zijn jongeren uit het praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), jongeren uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) met de nadruk op de entreeopleiding (entree) en de beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg (bol niveau 2), voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) en jongeren zonder onderwijs en zonder werk (NEET). Vsv’ers zijn jongeren die zonder startkwalificatie (diploma havo, vwo, mbo-niveau 2 of hoger) het onderwijs verlaten. De wet bestaat uit vier samenhangende maatregelen: Begeleiding door scholen Pro-, vso- en mbo-scholen krijgen de taak om studenten die dit nodig hebben aanvullende loopbaanbegeleiding te bieden om hen voor te bereiden op de overgang naar vervolgonderwijs of werk en deze begeleiding - indien noodzakelijk - voort te zetten tot één jaar na het behalen van het diploma (twee jaar bij pro- en vso-scholen).

Scholen kunnen de gemeente al betrekken als de jongere nog op school zit en maken gebruik van een overgangsdocument voor jongeren van wie de begeleiding wordt voortgezet door de gemeente. Scholen moeten beleid opstellen met betrekking tot het aanbod van aanvullende loopbaanbegeleiding. Begeleiding door doorstroompunten Het doorstroompunt heeft de taak om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en jongeren zonder startkwalificatie te begeleiden terug naar school of naar werk. De maximale leeftijd van de jongeren waar het doorstroompunt zich op richt, wordt verhoogd van 23 naar 27 jaar. Bij begeleiding naar werk kan het doorstroompunt de gemeente verzoeken de ondersteuning voort te zetten. Het doorstroompunt moet beleid opstellen met betrekking tot de begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie. Ondersteuning door gemeenten De gemeente maakt een afweging of voltijdsonderwijs of werk voor een jongere de beste optie is. De gemeente kan jongeren ondersteunen naar werk indien de jongere niet in staat is om voltijdsonderwijs te volgen óf als dat niet passend is, bijvoorbeeld omdat de jongere al een startkwalificatie heeft of niet gemotiveerd is om een volledige opleiding te doen. Voor jongeren zonder startkwalificatie kan de gemeente met het doorstroompunt bekijken of terugkeer naar het voltijdsonderwijs mogelijk is.

Kan dat niet, dan heeft het combineren van werken met leren (een leerwerktraject) de voorkeur. Op verzoek van de pro-, vso- of mbo-school óf op verzoek van een student afkomstig van een hogeschool of universiteit kunnen gemeenten al tijdens de schooltijd betrokken worden bij de begeleiding van jongeren naar werk. De gemeente moet het beleid voor het ondersteunen van jongeren vastleggen in een verordening.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10983490

Gezamenlijk regionaal programma Aanvullend op de eigen taken komt er in de doorstroompuntregio een gezamenlijk regionaal programma gericht op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en de overgang van school naar duurzaam werk. In het regionaal programma komen samenwerkingsafspraken en aanvullende maatregelen passend bij de regionale situatie. Het regionaal programma wordt gemaakt door de contactgemeente en de contactschool van de doorstroompuntregio en de centrumgemeenten van de bijbehorende arbeidsmarktregio’s. De contactgemeente voert daarbij de procesregie. Het regionaal programma moet passen bij het eigen beleid van scholen, doorstroompunten en gemeenten. Het is aan de drie coördinerende partijen die samen het regionaal programma maken om de afstemming hierover te zoeken met hun eigen achterban.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414921/1