RIS324237 Beantwoording SV Voorkom scheiding ouder en kind
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
27 januari 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden, de dames Holman, Klokkenburg-Reedeker, Butt, Arp, Mostert en Faïd, en de heer Smit, luidend: ‘Voorkom scheiding ouder en kind’
OCW/11002951 RIS324237
De raadsleden, de dames Holman, Klokkenburg-Reedeker, Butt, Arp, Mostert, en Faïd, en de heer Smit hebben op 11 december 2025 een brief met daarin tien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Uit onderzoek van Investico1 is gebleken dat in meerdere gemeenten dak- en thuisloze moeders die aankloppen bij de gemeente voor hulp, regelmatig te horen krijgen dat er een melding gemaakt kan worden bij Veilig Thuis en dat hun kind kan worden afgenomen. Het gevolg zou kunnen zijn dat deze ouders uit angst wegblijven bij hulpverlening en blijven verkeren in een situatie van dakloosheid. In het bijzonder gaat het om vrouwen van niet-Nederlandse komaf met een Chavez-vergunning. Zij hebben recht op verblijf in Nederland, omdat zij een minderjarig kind hebben met de Nederlandse nationaliteit. Er zijn signalen dat dergelijke situaties zich ook voordoen in Den Haag. 1.
Is het college bekend met de signalen uit het onderzoek van Investico? Zo nee, kan het college navraag doen bij betrokken organisaties zoals de politie, het Daklozenloket en Veilig Thuis? Graag een uitgebreide reactie.
Het college is bekend met het onderzoek van Investico en herkent de signalen uit het onderzoek niet. De gemeente Den Haag hanteert geen werkwijze waarin gedreigd wordt Veilig Thuis in te schakelen om kinderen van ouders te scheiden. Als er bij het dak- en thuislozenloket van de gemeente Den Haag zorgen zijn over de veiligheid van een kind, dan wel een vermoeden van kindermishandeling bestaat, doet een casemanager conform de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling een melding bij Veilig Thuis. Dit gebeurt nadrukkelijk niét als drukmiddel om gezinnen de toegang tot opvang of maatschappelijke ondersteuning te ontzeggen. Veilig Thuis Haaglanden herkent het signaal niet dat gemeenten of het dak- en thuislozenloket uitsluitend op basis van dakloosheid een melding doen bij Veilig Thuis of dreigen kinderen af te nemen. Ook is er navraag gedaan bij het Crisis Interventie Team (CIT) dat kan worden ingezet wanneer er zorgen zijn over de veiligheid van kinderen of de opvoedvaardigheden van ouders. Het CIT geeft aan dat zij niet herkennen dat hun medewerkers dreigen ouders en kinderen te scheiden uitsluitend wegens dakloosheid. Verder laat de politie weten dat zij ook niet bekend is met situaties waarin dakloze moeders te horen krijgen dat er een melding kan worden gedaan bij Veilig Thuis of dat hun kind mogelijk van hen gescheiden wordt.
1 Gemeenten dreigen dakloze moeders met afnemen kinderen | Investico Onderzoeksjournalisten
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11002951
2.
Het scheiden van ouder en kind enkel omdat het gezin dakloos is, is in strijd met het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). Op welke manieren is het uitgangspunt dat ouder en kind niet gescheiden mogen worden nu geborgd in de werkwijze van de gemeente Den Haag en het Daklozenloket?
Voor de toegang tot opvang toetst het dak- en thuislozenloket van de gemeente Den Haag aan de Wet maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde regelgeving. Bij het WMO-onderzoek wordt aan de van de 5 stappen van de Centrale Raad van Beroep uitgevoerd om te bepalen of het gezin in aanmerking komt voor de Wmo en welke vorm van ondersteuning noodzakelijk is. In alle gevallen wordt het belang van het kind onderzocht, gewogen en meegenomen in het advies en in de besluitvorming. Het belang van het kind staat in de belangenafweging voorop. Zo kan er bij ieder mogelijke oplossing voor een gezin nauwkeurig worden afgewogen wat het beste is voor het kind. Uit zorgvuldig onderzoek en een gedegen belangenafweging zal moeten blijken wat in de gegeven situatie het beste is voor het kind. 3.
Komt het voor dat bij weigering van opvang expliciet gewezen wordt op (mogelijke) consequenties voor de ouder-kindrelatie door bijvoorbeeld een melding bij Veilig Thuis of plaatsing van het kind in een pleeggezin? Zo ja, onder welke omstandigheden?
Het weigeren van opvang vormt geen grond voor een melding bij Veilig Thuis. Ook is dakloosheid geen reden voor een melding bij Veilig Thuis. 4.
Herkent het college dat dreigen met het scheiden van ouders en kinderen als drukmiddel kan leiden tot vermijding van hulpverlening onder dakloze ouders?
De gemeente Den Haag erkent zeker dat het dreigen met het scheiden van ouders en kinderen als drukmiddel kan leiden tot vermijding van hulpverlening onder dakloze ouders. In een brief van het college uit november 2024 (RIS320151) staat dat vanwege de stijging van het aantal gezinnen dat zich meldt voor opvang en de stagnatie van de doorstroom, de richtlijn voor gezinsopvang is aangepast. De nieuwe richtlijn houdt in dat wanneer een gezin niet Wmo-gerechtigd is het gezin in principe niet wordt toegelaten tot opvang, tenzij dit in belang is van het kind. 5.
Hoe draagt het college zorg voor het zoveel mogelijk bij elkaar houden van gezinnen binnen de nieuwe richtlijn voor gezinsopvang?
Deze vraag wordt beantwoord in het antwoord op vraag 2. 6.
Wat is de handelswijze van het Daklozenloket binnen de nieuwe richtlijn wanneer wordt geconstateerd dat opvang niet in het belang van het kind is, maar een hulpvraag wel in stand blijft? En hoe verhoudt zich dit tot het uitgangspunt dat er geen kind op straat mag slapen?
Wanneer geconstateerd wordt dat opvang niet in het belang van het kind is, maar de hulpvraag wel in stand blijft, wordt er een ander passend advies gegeven. De conclusie dat opvang niet in het belang van het kind is, impliceert niet dat een kind op straat moet slapen. In het advies wordt uitgelegd welke overwegingen en belangenafweging ten grondslag liggen aan de geadviseerde oplossing voor de hulpvraag van het gezin en waarom dit in het belang van het kind is.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11002951
Het gezin kan bijvoorbeeld het advies krijgen om, zolang dit haalbaar en passend is, binnen het eigen netwerk te verblijven, omdat hiermee de belangen en het welzijn van het kind doorgaans beter worden gewaarborgd dan in een opvangvoorziening. Wanneer dit nodig is, kan er aanvullend begeleiding vanuit de Wmo ingezet worden. In de meest recente Voortgangsrapportage van de Aanpak Dakloosheid 2023-2030 ‘Den Haag geeft thuis’ (RIS322995) staat dat er in 2024 859 dak- en thuisloze gezinnen zich hebben gemeld voor de gezinsopvang, maar dat hiervan slechts 225 gezinnen zijn geplaatst. 7.
Wat zijn de meest recente cijfers van het aantal gezinnen dat zich meldt voor gezinsopvang, dat wordt geplaatst en dat wordt afgewezen? Hoeveel opvangplekken zijn er op dit moment beschikbaar voor gezinnen? Hoeveel gezinnen verblijven op dit moment in een hotel in plaats van in een reguliere opvangplek?
Het overzicht van aantal beschikbare opvangplekken is veranderlijk. Zo liet het college in de voortgangsrapportage van 2024 weten dat de gemeente Den Haag over 64 vaste opvangplekken voor gezinnen beschikt en 194 tijdelijke opvangplekken voor gezinnen. Momenteel beschikt de gemeente Den Haag over 124 opvangplekken op diverse locaties. Dit zijn plekken voor gezinsopvang die op dit moment gerealiseerd zijn, dit is dus een momentopname. Dit overzicht zal dateren zodra er nieuwe opvanglocaties gerealiseerd worden. Daarnaast is er een aanbesteding gedaan voor het organiseren van gezinsopvang in hotels. De volumeafspraak van het aantal gezinskamers omvat 149 kamers. Daarnaast is er de mogelijkheid om het volume met 39 kamers uit te breiden. Momenteel zijn alle kamers uit de volumeafspraken gevuld en zijn er ook aanvullende kamers gerealiseerd. In december 2025 verbleven er 286 gezinnen in de opvang, verdeeld over opvanglocaties en hotelopvang. Dit is minder dan het totaal aantal beschikbare plekken. Een aantal grote gezinnen bezetten namelijk meer dan één kamer. In het tweede kwartaal van dit jaar wordt in de voortgangsrapportage aanpak dakloosheid over 2025 gerapporteerd over de in-, door- en uitstroom binnen de gezinsopvang in 2025. 8.
Het aantal gezinnen dat een beroep doet op de gezinsopvang is de afgelopen jaren sterk gestegen. Op welke manieren zorgt het college voor voldoende (sociaal-juridische) cliëntenondersteuning voor deze specifieke doelgroep?
Voor deze doelgroep is onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar. Dit is belegd bij verschillende organisaties: ServicepuntXL, Straat Consulaat, MEE Zuid-Holland Noord en Kompassie. Ook werken er bij de gemeente Sociaal Raadslieden. Op de gemeentelijke website staat vermeld dat een cliëntondersteuner mee kan naar het gesprek met het dak- en thuislozenloket. Ook wordt er in het gesprek aan het loket gewezen op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en ligt er bij het dak- en thuislozenloket informatiemateriaal over cliëntondersteuning. Zoals het routeboekje en de flyer waarop het Wmo-onderzoeksproces wordt toegelicht. Het college heeft per afdoening van de motie ‘Geen kind op straat’ (RIS321453) de raad medegedeeld dat er 5 fte extra werd ingezet voor het implementeren van de nieuwe richtlijn binnen de gezinsopvang. Dit zou moeten leiden tot snellere in-, door- en uitstroom van gezinnen.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11002951
9.
Kan het college de meest recente cijfers delen van in-, door- en uitstroom binnen de gezinsopvang? Hoe lang verblijven gezinnen op dit moment gemiddeld in de opvang? Is dit de afgelopen maanden gestegen of gedaald?
In december 2025 verbleven 140 gezinnen een jaar of korter in de opvang, 93 gezinnen een tot twee jaar en verbleven 53 gezinnen twee tot drie jaar in de opvang. In het tweede kwartaal van dit jaar wordt in de voortgangsrapportage aanpak dakloosheid over 2025 gerapporteerd over de in-, door- en uitstroom binnen de gezinsopvang in 2025. 10. Op welke manieren spant het college zich nog meer in om de doorstroom van dak- en thuisloze gezinnen vanuit de opvang naar een duurzame woonoplossing te bevorderen? Eerder liet het college per afdoening van de motie ‘Geen kind op straat’ (RIS321453) de raad weten dat gezinnen waar naast dakloosheid ook (veel) andere zaken spelen, in de opvang ondersteund door sociaal beheerders. Deze ondersteuning is uitgebreid naar alle gezinnen die opgevangen worden op opvanglocaties, met uitzondering van de gezinnen die in de hotelopvang verblijven. Sociaal beheer ondersteunt in alledaagse vragen, maar zorgt er ook voor dat gezinnen snel passende hulp ontvangen, zoals opvoedondersteuning, hulp bij het vinden van werk, schuldhulpverlening etc., en gestimuleerd worden tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid in het vinden van passende huisvesting. Daarnaast ondersteunt en stimuleert sociaal beheer gezinnen bij het vinden van vervolghuisvesting. De extra 5fte bij het dak- en thuislozenloket zijn ingezet voor de implementatie van de richtlijn.
Zo kon de richtlijn worden omgevormd tot praktische werkwijze en daadwerkelijk toegepast worden. Ook is er ruimte gecreëerd om de caseload van casemanagers op orde te krijgen. Echter zien we dat met het uitblijven van voldoende betaalbare woningen de druk op de maatschappelijke opvang niet zal afnemen en de doorstroom van dak- en thuisloze gezinnen naar een duurzame woonoplossing moeilijk op gang komt. Daarom zet het college zich ook in om meer woningen toe te voegen aan de voorraad: • het realiseren van betaalbare woningen in de nieuwbouw – in de Woonvisie is opgenomen dat 80% van de woningen die we bouwen in het betaalbare segment zijn; • het beter benutten van de bestaande voorraad, bijvoorbeeld door het versoepelen van regels voor bouwkundig splitsen, kamerbewoning en hospitaverhuur; • leegstand van woningen aan te pakken, bijvoorbeeld via een leegstandsverordening. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4